poesje mauw


Poesje Mauw,
kom eens gauw
ik heb lekkere melk voor jou
en voor mij, rijstebrij
Oh, wat heerlijk smullen wij!
........

poesje mauw

Poesje Mauw,
kom eens gauw
ik heb lekkere melk voor jou
en voor mij, rijstebrij
Oh, wat heerlijk smullen wij!
........
klein kleuterke
Klein kleuterke, klein kleuterkedat zit op moeders schoothaar oogjes die zijn korenblauwhaar wangetjes zijn rood.Klein kleuterke, klein kleuterkedat zit op vaders knie,en vader zegt: ‘Wie zag er ooitzoo'n lieve krullemie?’Klein kleuterke, klein kleuterkerijdt paardje op broertjes rugvan d'eenen muur naar d' anderendan : rechts omkeert, terug.Klein kleuterke, klein kleuterkewe hebben je zoo lief!je bent een echte snoezepoes,je bent een hartedief!
........
Jantje zag eens pruimen hangen
Jantje zag eens pruimen hangen
O! als eieren zo groot
't scheen, dat Jantje wou gaan plukken
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader
noch de tuinman, die het ziet
aan een boom, zo vol geladen
mist men vijf, zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen
en niet plukken, ik loop heen
zou ik om een hand vol pruimen
ongehoorzaam wezen? Neen !
Voort ging Jantje, maar zijn vader
die hem stil beluisterd had
kwam hem in het lopen tegen
vooraan op het middenpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader
kom mijn kleine hartedief !
nu zal ik u pruimen plukken
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen
en liep heen op een galop.
.......
klein klein kleutertje

Klein klein kleutertje
wat doe je in mijn hof.
Je plukt er al mijn bloempjes af
en maakt het veel te grof.
Ach, mijn lieve mamaatje
zeg het niet tegen papaatje.
Ik zal zoet naar school toe gaan
en de bloemetjes laten staan.
.......
mijn boerenland
Ik heb u lief, mijn boerenland
met rechte witte wegen
waar overheen de wagens gaan
en zij aan zij de bomen staan
de iepen en de peppels.
Ik heb je lief, mijn bonte wei
met hier en daar een boerderij
in 't land van vette greppels.
Je bent mijn roem, mijn boerenland
met blank gewassen luchten
waarin de witte wolken gaan
als reuzenschepen langs een baan
van elke wind gewezen.
Ik prijs de Bonte en 't varken ruig
De Bruin, de Bles in 't losse tuig
al voor de boerensjezen.
Je bent mijn trots, mijn boerenland
met sloten en met plassen
waarlangs de platte vletten gaan
en deftig blauwe reigers staan
te dromen en te dutten.
De mussen op de boerenschuur
de leeuwrik en de tureluur
de zwaluw en de grutten.
.......
de mooiste bloemen

Midden op het grote plein
staat het stalletje van Katrijn
mooie blommen! mooie blommen!
mensen, hierheen moet je kommen!
'k Heb margrieten, mooie anjers
'k heb violen... zulke kanjers!
rode rozen, korenbloemen
veel te veel om op te noemen
lelietjes van twintig centen
prachtig mooi, je ruikt de lente!
Daar komt kleine Pieter aan
bij het stalletje blijft hij staan
wel, m'n jongen, zegt Katrijn
wat zal 't wezen, wat zal 't zijn?
Irissen met lange stelen
wil je paarse, wil je gele?
zestig centen maar, de tien!
wil je roosjes dan, misschien?
ook niet deze? of van deze?
maar wat moet het dán toch wezen
moet je ze voor moeder halen?
neem dan lelietjes-van-dalen!
Nee, zegt Pieter, nee, het was
voor de juffrouw van de klas
weet je ze verjaart vandaag
en nu geef ik haar zo graag
bloemetjes met gele hartjes,
maar ik heb alleen twee kwartjes...
Lieve jongen, zegt Katrijn
dan krijg jij van mij jasmijn!
't allermooiste wat er bij is
en of Pietertje ook blij is!
kijk, daar gaat hij met zijn petje
en zijn prachtige boeketje
straks zegt Pieter heel geleerd:
Juf, nog wel gefie-sie-teerd.
.......
holle bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen,
waar die holle bolle Gijs op zat?
Die kon schrokken
grote brokken :
Een koe en een kalf
een heel paard en een half
een os en een stier
en zeven tonnen bier
een schip vol rapen
een kerk vol schapen
en nog kon Gijs van de honger niet slapen!
.......
twee aardige poesjes

Wij hebben twee aardige poesjes
met pootjes zo zacht als fluweel
het kleintje dat noemen we Bobby
en de andere dikzak heet Neel
en de andere dikzak heet Neel.
Laatst waren we ze nergens te vinden
toen zijn we aan 't zoeken gegaan
we keken in alle hoeken
waar kwamen ze denk je vandaan?
waar kwamen ze denk je vandaan?
Wit Neeltje lag in de turfmand
en Bob lag bij 't popje in bed
we namen ze gauw mee naar binnen
en rolden haast om van de pret
en rolden haast om van de pret .
.......
onder moeders paraplu
Onder moeders paraplu
liepen eens twee kindjes
Hanneke en Janneke
dat waren dikke vrindjes.En de klompjes gingen van klik-klak-klik
en de regen deed van tik-tak-tik
op moeders paraplu
op moeders paraplu.Toen kwam Jan de wind erbij
die joeg eerst heel zoetjes
toen al hard en harder maar
de regen in hun snoetjes.En Jan de wind die rukte en trok
en op en neder ging de stok
van moeders paraplu
van moeders paraplu.Maar Hanneke en Janneke
dat waren flinke klantjes!
die hielden stijf de paraplu
in allebei hun handjes.En ze lachten blij van hi-ha-hi
en ze riepen: Jan, je krijgt 'm nie
't is moeders paraplu
't is moeders paraplu.
........
Daantje

Daantje zou naar school toe gaan
maar hij bleef gedurig staan
hier te kijken, daar te turen
en het kan niet lang meer duren
of de klok zal negen slaan
jongen! jongen! stap wat aan!
Daantje bleef te lang op straat
Daantje kwam op school te laat
daarom moest hij 's middags blijven
en een hele lei vol schrijven
anderen speelden, Daantje niet
jongen! jongen! wat verdriet!
.......
oogstlied

Sikkels klinken, sikkels blinken
ruischend valt het graan
zie de bindsters garen
zie in lange scharen
garf bij garven staan
garf bij garven staan.
't Heeter branden op de landen
meldt den middagtijd
't windje, moe van 't zweven
heeft zich schuil begeven
en nog zwoegt de vlijt
en nog zwoegt de vlijt.
Blijde maaiers, nijv're zaaiers
die uw loon ontvingt
zit nu rustig neder
galm' het mastbosch weder
als gij juichend zingt
als gij juichend zingt.
Slaat uw oogen naar den hoogen
alles kwam vandaar
zachte regen daalde
vriend'lijk zonlicht straalde
mild op halm en aar
mild op halm en aar.
.......
de puit en de raaf
![]()
De puit en de raaf
............................
In een hoooge boom,
daar zat een raaf...
en in een diépe put
daar zat een puit !
Puit, kom er eens uit, zei de raaf !
Neen, want ge zult mij pikken...
Bijlange niet, zei de raaf
en de puit...die kroop er uit !
Pikke, pikke, pikke, zei de raaf !
'k had het wel gepeinsd, zei de puit !
.......
Gisela ( blog.seniorennet.be/kantklossen ) schreef :
Dit gedichtje, als je het zo kunt noemen, is het succesnummer bij mijn 5 kleinkinderen.
Mijn moeder, 82 jaar, vertelde het en er is een les uit te trekken, nl dat men niet alles moet geloven wat anderen zeggen.
dank je wel Gisela , voor deze leuke reactie.
Wellicht is het een stimulans voor anderen mij ook iets te sturen en ik zal het zeker een plaatsje geven.
Emma
de uil zat in de olmen

zondagskind

Maandagskind heeft een lief snuitje
maar oh, wat is 't een ijdeltuitje.
Dinsdagskindje danst heel net
polka, wals of menuet.
Woensdagskind vindt steeds een traan
immer heeft men 't kwaad gedaan.
Donderdagskind vindt reizen fijn
met de boot of met de trein.
Vrijdagskind deelt gulweg rond
wat het zelf óók lekker vond.
Zaterdagskind wordt heel gauw groot
en wil werken voor zijn brood.
Maar 't kindje, dat 's Zondags wordt gebracht
is 't liefste schatje, dat altijd lacht.
...........
jarig Jetje

Jarig Jetje zou tracteren
alle meisjes van de klas
Jetje had wat uitgekozen
waar ze zelf zo dol op was.
ulevellen bracht ze mee
ieder kreeg er minstens twee.
Maar jawel, een stroom vriendinnen
kwam ons Jetje tegemoet
met de allerbeste wensen
werd de jarige begroet
en ze vroegen, nog al glad
wat of Jet in 't zakje had.
Ulevellen ? even proeven
eentje kwam er niet op aan
nog één……. Jetje's ulevellen
gingen zoetjes naar de maan
en de klas, een gek geval
kreeg warempel niemandal !
.......
in de maneschijn
In de maneschijn,
in de maneschijn
klom ik op het trapje naar het raamkozijn
en je raadt het niet
en je raadt het niet
zo doet een vogel
en zo doet een vis
zo doet een duizendpoot
die schoenpoetser is.
En dat is één
en dat is twee
en dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
en dat is recht
en dat is krom
en nu draaien we het wieltje nog eens om
Rom bom!
..........
ik heb mijn wagen volgeladen
Ik heb mijn wagen volgeladen vol met oude wijven
toen we op de markt aankwamen
gingen zij aan 't kijven
nu neem ik van m'n levensdagen
geen oude wijven op mijn wagen
hop, paardje, hop!Ik heb mijn wagen volgeladen vol met oude mannen
toen we op de markt aankwamen
gingen ze samenspannen
nu neem ik van m'n levensdagen
geen oude mannen op mijn wagen
hop, paardje, hop!Ik heb mijn wagen volgeladen vol met jonge meisjes
toen we op de markt aankwamen
zongen zij als sijsjes
nu neem ik van mijn levensdagen
steeds jonge meisjes op mijn wagen
hop, paardje, hop!
.......
Kortjakje

drie kleine kleutertjes

de zandman

De bloempjes gingen slapen, zij waren geurensmoe
zij knikten met hun kopjes 'm een welterusten toe
zacht ritselt gindse lindeboom
en lispt als in een droom : goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
De vogels zongen vrolijk door 't zonnetje gekust
nu vouwen zij hun vleugels, begeven zich ter rust
alleen het krekeltje in het veld
zijn zoet geheim vertelt : goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
De zandman is gekomen, gluurt door de schemering
of ergens soms een kindje nog niet ter ruste ging
en ziet hij zulk een stoute klant
hij strooit in d' oogjes zand , goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
Ga zandman uit de kamer, reeds slaapt mijn kleine man
hij sloot de held're kijkers zo vast als hij maar kan
en roept mij morgen wel te moe
een hart'lijk welkom toe , goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
.......