hinkel de pinkel


Hinkel de pinkel, daar komen wij aan
wij hebben geen kousen of schoenen meer aan
met de handen op de rug
hinkel de pinkel en dan weer terug......

hinkel de pinkel

Hinkel de pinkel, daar komen wij aan
wij hebben geen kousen of schoenen meer aan
met de handen op de rug
hinkel de pinkel en dan weer terug......
hoog op de gele wagen
Hoog op de gele wagen
rijd ik langs berg en dal
lustig de kleppers draven,
blij klinkt het hoorngeschal
water en en wouden en weiden
stromen zo krachtig en vrij.
Ik kan van uw schoon haast niet scheiden
maar 't gaat voorbij, voorbij
ik kan van uw schoon haast niet scheiden,
maar 't gaat voorbij, voorbij.Bassen, violen en fluiten
zingen door dorpen blond
vrolijke frisse kornuiten
springen om de linde in 't rond
mee danst het blad in de winden
zwierend en zwaaiend joechei.
Hoe graag bleef ik daar bij de linde
maar 't gaat voorbij, voorbij
hoe graag bleef ik daar bij de linde
maar 't gaat voorbij, voorbij.
.......
hoe zachtkens glijdt ons bootje

Hoe zachtkens glijdt ons bootje
daar op het spieg'lend meer
de riempjes net en proper
gaan luchtig op en neer
De golfjes kabb'len spelend
al tegen 't bootje aan
en ginds zien wij de toren
in groene bosjes staanMaar wie wil spelevaren
zij wijs en welbedacht
want menig voer in 't bootje
die dood werd thuisgebracht
Het bootje is zo wankel
het is zo rank en smal
wie met gevaren spotten
zijn beter aan de wal~ ~ ~ ~ ~
die oude klok
Wat mij nog altijd spreekt uit vroeger dagen
is d'oude klok die ik niet meer missen kan
zij heeft het uur van lief en leed geslagen
geluk en rouw was zij getuige van.
Ze heeft jarenlang getrouw haar stem doen horen
sloeg ook het uur dat ik ter wereld kwam
en toen ik jong m'n ouders had verloren
was het de klok die ik met mij mede nam.Ben ik van huis voor dagen of voor weken
is 't bij m'n thuiskomst eenzaam om mij heen
maar komt haar stem die stilte weer verbreken
dan voel ik mij niet meer zo gans alleen.
Van wat mij lief was is mij niets gebleven
'k sta nu aan het einde van mijn levensbaan
en komt voor mij het afscheid van 't leven
zal ook die klok m'n uur van scheiden slaan.
.....
ferme jongens, stoere knapen

Ferme jongens, stoere knapen
foei, hoe suffend sta je daar
zijt ge dan niet welgeschapen
zijt ge niet van zessen klaar
schaam je jongens en ga mee
naar de zee, naar de zee
schaam je jongens en ga mee
naar de zee, naar de zee!
Dat 's een leven van plezieren
dat 's een leven van stavast
zo de wereld rond te zwieren
in het topje van de mast
thuis te zijn op ied're ree
kom, ga mee naar de zee
thuis te zijn op ied're ree
kom, ga mee naar de zee!
Laat ze pruilen, laat ze druilen
laat ze schuilen aan het strand
loopt Jan Salie op zijn muilen
Jan Courage kiest het want
hallo bootsman, alles ree
wij gaan mee naar de zee
hallo bootsman, alles ree
wij gaan mee naar de zee!
.....
wie wil er mee
Wie wil er mee naar Wieringen varen
's morgens vroeg al in de dauw
met een mooi meisje van achttien jaren
dat zo graag naar Wieringen wou?
Schipper ik hoor de hanen kraaien
schipper ik zie de vlaggetjes waaien
stuurman, laat je roer maar gaan
dan zullen wij spoedig op Wieringen staan.
Toen we daar op Wieringen kwamen
zagen we heel veel boeren staan
die hun spek met lepels aten
daarom wou je naar Wieringen gaan
Schipper ik hoor de hanen kraaien
schipper ik zie de vlaggetjes waaien
stuurman, laat je roer maar gaan
dan zullen wij spoedig op Wieringen staan.
.....
een wiegjen
Er schommelt een wiegjen in 't bloeiende hout
een wiegjen met bloemengordijntjes
dat hebben twee vogeltjes samen gebouwd
en zie eens hoe keurig en fijntjes.
Als 't windeke speelt
de loverkens streelt
dan schommelt het teedere wiegelijn mee
als 't scheepjen op deinende zee.
In 't schommelend wiegjen is 't wonder geschied:
uit d'eitjes zijn jongen geboren
nu zingt in verrukking het gaaiken zijn lied
een liedeke zoet om te hooren.
Hoe 't jubelt door 't hout
hoe schatert door 't woud
en moedertje dekt ze van 't luisteren niet moe
met koest'rende vleugeltjes toe.
.......
ons hutje bij de zee
Beelden uit mijn kinderjaren
uit mijn jeugd zoo vrij en blij
trekken somtijds kalm en rustig
aan mijn peinzend oog voorbij
'k denk nog dikwijls aan die dagen
vol geluk en stille vreê
hoe verheugd ik steeds ontwaakte
in ons hutje bij de zee.
Mijn verbeelding ziet de bloemen
voor ons nederig venster staan
en 't strand waar 'k schelpen gaarde
glanzen bij het licht der maan
'k hoor mijn moeders zoet vermanen
als ze mij in 't bedje leê
en ik voel weer 's levens morgen
In ons hutje bij de zee.
Wat ik later mocht ervaren
's levens droefheid 's levens vreugd
immer zal mijn hart U loven
vreedzaam plekje uit mijn jeugd
en mijn laatste wensch zal wezen
dat ik eens in kalmen vreê
't moede hoofd ter rust mag vlijen
in ons hutje bij de zee.
~ ~ ~