de uil zat in de olmen


bij 't vallen van de nacht
en achter gindse heuvels
antwoordt de koekoek zacht
koekoek, koekoek, koekoek koekoek koekoek
( canon )
.......

de uil zat in de olmen

zondagskind

Maandagskind heeft een lief snuitje
maar oh, wat is 't een ijdeltuitje.
Dinsdagskindje danst heel net
polka, wals of menuet.
Woensdagskind vindt steeds een traan
immer heeft men 't kwaad gedaan.
Donderdagskind vindt reizen fijn
met de boot of met de trein.
Vrijdagskind deelt gulweg rond
wat het zelf óók lekker vond.
Zaterdagskind wordt heel gauw groot
en wil werken voor zijn brood.
Maar 't kindje, dat 's Zondags wordt gebracht
is 't liefste schatje, dat altijd lacht.
...........
jarig Jetje

Jarig Jetje zou tracteren
alle meisjes van de klas
Jetje had wat uitgekozen
waar ze zelf zo dol op was.
ulevellen bracht ze mee
ieder kreeg er minstens twee.
Maar jawel, een stroom vriendinnen
kwam ons Jetje tegemoet
met de allerbeste wensen
werd de jarige begroet
en ze vroegen, nog al glad
wat of Jet in 't zakje had.
Ulevellen ? even proeven
eentje kwam er niet op aan
nog één……. Jetje's ulevellen
gingen zoetjes naar de maan
en de klas, een gek geval
kreeg warempel niemandal !
.......
in de maneschijn
In de maneschijn,
in de maneschijn
klom ik op het trapje naar het raamkozijn
en je raadt het niet
en je raadt het niet
zo doet een vogel
en zo doet een vis
zo doet een duizendpoot
die schoenpoetser is.
En dat is één
en dat is twee
en dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
en dat is recht
en dat is krom
en nu draaien we het wieltje nog eens om
Rom bom!
..........
ik heb mijn wagen volgeladen
Ik heb mijn wagen volgeladen vol met oude wijven
toen we op de markt aankwamen
gingen zij aan 't kijven
nu neem ik van m'n levensdagen
geen oude wijven op mijn wagen
hop, paardje, hop!Ik heb mijn wagen volgeladen vol met oude mannen
toen we op de markt aankwamen
gingen ze samenspannen
nu neem ik van m'n levensdagen
geen oude mannen op mijn wagen
hop, paardje, hop!Ik heb mijn wagen volgeladen vol met jonge meisjes
toen we op de markt aankwamen
zongen zij als sijsjes
nu neem ik van mijn levensdagen
steeds jonge meisjes op mijn wagen
hop, paardje, hop!
.......
Kortjakje

drie kleine kleutertjes

de zandman

De bloempjes gingen slapen, zij waren geurensmoe
zij knikten met hun kopjes 'm een welterusten toe
zacht ritselt gindse lindeboom
en lispt als in een droom : goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
De vogels zongen vrolijk door 't zonnetje gekust
nu vouwen zij hun vleugels, begeven zich ter rust
alleen het krekeltje in het veld
zijn zoet geheim vertelt : goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
De zandman is gekomen, gluurt door de schemering
of ergens soms een kindje nog niet ter ruste ging
en ziet hij zulk een stoute klant
hij strooit in d' oogjes zand , goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
Ga zandman uit de kamer, reeds slaapt mijn kleine man
hij sloot de held're kijkers zo vast als hij maar kan
en roept mij morgen wel te moe
een hart'lijk welkom toe , goede nacht
goede nacht, mijn kindje, goede nacht.
.......
Berend BotjeBerend Botje heeft echt bestaan!
Iemand schrijft:
"Berend Botje was iemand die aan het begin van de vorige eeuw voor de Eerste Wereldoorlog zoals zoveel Groningers, Friezen en dus ook Drenthen naar Amerika emigreerde.
In totaal zijn zo'n honderdduizend in een korte periode geëmigreerd met name naar Chicago.
Er was daar zelfs een Groninger wijk.
Uit die periode komt dit liedje. Het was een beetje een spotliedje op al die gekken die zo nodig naar Amerika moesten.
Het was voor de achterblijvers natuurlijk een bedreigende situatie.
Er gingen zoveel de plas over dat soms een flink deel van de jonge mensen uit een dorp vertrok."
schuitje varen, thee-tje drinken

Schuitje varen
thee-tje drinken
varen we naar de Overtoom
drinken we zoete melk met room
zoete melk met brokken
kindje mag niet jokken.
.......
twee emmertjes water halen
Twee emmertjes water halen
twee emmertjes pompen
de meisjes op de klompen
de meisje op hun houten been
rij maar door m'n poortje heen.
En van je ras, ras, ras
dans maar vrolijk door de plas
en van je voort, voort, voort
dans maar vrolijk door de poort
en van je ras, ras,ras
dans maar vrolijk door de plas
en van je één, twee, drie !
......
elsje fiederelsje

Elsje Fiederelsje
zet je klompjes bij 't vuur
moeder bakt pannenkoeken
maar het meel is zo duur !
tingelingelinge pannenkoek
stroop met rozijnen
tingelingelinge pannenkoek
kom op bezoek !
........
boer wat zeg je van mijn kippen

Boer, wat zeg je van mijn kippen
boer, wat zeg je van mijn haan ?
Hebben ze dan geen mooie veren
of staat jou de kleur niet aan ?
Boer, wat zeg je van mijn kippen
boer, wat zeg je van mijn haan ?
.......
de stoker en de machinistDe stoker en de machinist
die hebben de trein, die hebben de trein
de stoker en de machinist
die hebben de trein gemist!Ze dronken samen op de stoep
een kommetje hee, een kommetje hee-
ze dronken samen op de stoep
een kommetje hete soep.Precies om zeven over elf
daar reed me de trein, daar reed me de trein
precies om zeven over elf
daar reed me de trein vanzelf.De mensen schreeuwden overluid:
"we willen er gauw, we willen er gauw"
de mensen schreeuwden overluid
"we willen er gauw weer uit!"En als de trein niet stil gaat staan
dan rijdt-ie vana, dan rijdt ie vana
en als de trein niet stil gaat staan
dan rijdt-ie vanavond nog!
.......
in een groen groen knolleland
Al in een groen, groen knolle-knolle-land
daar zaten twee haasjes heel parmant
en de een die blies de fluite-fluite-fluit
en de ander sloeg de trommel.
Toen kwam opeens een jager-jager-man
en die heeft er een geschoten
en dat heeft naar men denken denken kan
de ander erg verdroten.
.......
op de grote stille heide

Op de grote, stille heide
dwaalt de herder eenzaam rond
wijl de witgewolde kudde
trouw bewaakt wordt door de hond
en al dwalend ginds en her
denkt de herder : och, hoe ver
hoe ver is mijn heide!
hoe ver is mijn heide, mijn heide!Op de grote, stille heide
bloeien bloempjes lief en teer
pralend in de zonnestralen
als een bloemhof heinde en veer
en, tevree met karig loon
roept de herder : O, hoe schoon
hoe schoon is mijn heide!
hoe schoon is mijn heide, mijn heide!Op de grote, stille heide
rust het al bij maneschijn
als de schaapjes en de bloemen
vredig ingesluimerd zijn
en, terugziend op zijn pad
juicht de herder : welk een schat
hoe rijk is mijn heide!
hoe rijk is mijn heide, mijn heide!
.......
wordt wakker het zonnetje is al op

Het duifje strijkt zijn veertjes glad
en trippelt vroolijk over 't pad
de haan kraait voor den tweeden keer
't is alles buiten in de weer
wordt wakker, wordt wakker, wordt wakker
wordt wakker, wordt wakker, wordt wakker!
.......
in een blauwgeruite kiel
In een blauwgeruite kiel
draaide hij aan 't grote wiel
de ganse dag
maar Michieltjes jongenshart
leed ondragelijke smart
a-ach! a-ach! a-ach! a-ach!Als matroosje vlug en net
heeft hij voet aan boord gezet
dat hoorde zo
naar Oostinje, naar de West
jongens, dat gaat opperbest
Hojo, hojo, hojo, hojo!Daar staat Hollands admiraal
nu een man van vuur en staal
de schrik der zee
't is een Ruiter naar den aard
glorierijk zit hij te paard
Hoezee, hoezee, hoeze, hoezee!
.......
een karretje op de zandweg reed

Een karretje op de zandweg reed
de maan scheen helder, de weg was breed
het paardje liep met lusten
'k wed, dat het zelf zijn weg wel vindt
de voerman lei te rusten.
ik wens je wel thuis, mijn vrind, mijn vrind
ik wens je wel thuis, mijn vrind.
Een karretje reed langs berg en dal
de nacht was donker, de weg was smal
het paard liep als met vleugels
de sneeuwjacht zweept zijn ogen blind
de voerman houdt de teugels
ik wens je wel thuis, mijn vrind, mijn vrind
ik wens je wel thuis, mijn vrind.
Eén karretje keert behouden weer
het ander heeft er geen voerman meer
waar kan hij zijn gebleven
'k wed, dat je 'm op de zandweg vindt
of mooglijk wel daarneven
hij komt niet meer thuis, die vrind, die vrind
hij komt niet meer thuis, die vrind.
.......
de schuiten

De schuiten zwieren af en aan
zij komen op de wind te staan
en gaan geduldig over stag
en zwaaien door de lange dag
van licht en lieve zonneschijn
zo blij, omdat ze buiten zijn.
Zo blij, omdat het water koelt
hun rond de forse borsten spoelt
omdat de jonge wervelwind
hun zwarte zeilen fel bemint
en dringend met zijn volle druk
hun trillen doet van diep geluk.
Zo gaan zij altijd af en aan
ik mag ze door de zon zien gaan
mij voelen als een zonnekind
en drinken van de wijde wind,
net als die schuiten dankbaar zijn
en blij, omdat we buiten zijn........
.......