juffrouw Katrijntje


Juffrouw Katrijntje
zat achter 't gordijntje
wat deed ze daar ?
Zij kamde haar haar
ze poetste haar tandjes
en waste haar handjes.
Zij droogde ze af
ze stak ze in d'r zij
en knielde er bij.
.......

juffrouw Katrijntje

Juffrouw Katrijntje
zat achter 't gordijntje
wat deed ze daar ?
Zij kamde haar haar
ze poetste haar tandjes
en waste haar handjes.
Zij droogde ze af
ze stak ze in d'r zij
en knielde er bij.
.......
vogeltje wat zingt gij vroeg

Vogeltje wat zingt gij vroeg
wat zingt gij vroeg
pas ontwaak ik uit mijn dromen
of ik hoor u in de bomen
is de dag niet lang genoeg
is de dag niet lang genoeg?
Knaap, als ik mijn morgenzang
mijn morgenzang, mijn morgenzang
reeds een tijd lang heb gezongen
komt gij uit uw bed gesprongen
schijnt de dag u dan te lang
schijnt de dag u dan te lang?
.......
een rood spiegeltje

de bezem, de bezem

op een keer

Op een keer vloog er een vliegje
nog zo jong en nog zo klein
vrolijk rond bij ons in het tuintje
in de warme zonneschijn.Maar een spin had daar haar webje
en ons vliegje vloog erin
raakte vast in al die draadjes
wat een pretje voor de spin.
Net was onze spin aan het smullen
of daar kwam een mus daarbij
die zei hap en spin en vliegje
waren binnen allebei.
Plots verscheen ons poesje
in de heg en pakte haar
en zo kwamen al die diertjes
in een buikje bij elkaar.
.......
drie kleine visjes

Drie kleine visjes zwommen.
zo dartel zij aan zij
het water was er zo helder
de visjes waren blij
zij doken naar beneden
en stegen weer omhoog
toen hoog daar boven het water
een mooie vogel vloog.
Ach lieve grote vogel
ach neem ons toch met U mee
de blauwe lucht daarboven
is mooier dan onze zee
zo hoog naar boven te zweven
het zonnelicht tegemoet
is beter dan te leven
in deze koude vloed.
De arend streek naar beneden
zijn vleugels raakten de zee
hij pakte het kleinste visje
en nam het naar boven mee
de anderen spoedden zich treurend
weer naar hunne moeder voort
en van het kleine visje
heeft niemand ooit iets weer gehoord.
.......
uren, dagen, maanden ....

Uren, dagen, maanden, jaren
vliegen als een schaduw heen
en wij vinden als wij dwalen
niets bestendigs om ons heen.
Op de weg die wij betreden
staat geen voetstap die beklijft
al het heden wordt verleden
schoon 't ons toegerekend blijft.
.......
muizenpret

Er gingen twee muizevriendjes
gezellig te snoepen uit
ze vonden 't ontbijt op de tafel
dat was er een kostelijke buit
ze knabbelden en ze likten
van al wat er voor hen stond
en aten hun muizebuikjes
van 't lekkers heel dik en rond.
Eén wou er wat melk gaan drinken
de kan was verbazend glad
hij glibberde toen naar beneden
en plofte pardoes in het nat
dat was me een piepen, een jamm'ren
ach vriendje, help me nu toch
ik kan haast niet boven blijven
oh, strakjes verdrink ik nog!
Toen rende het vriendje heel vlug
in volle vaart tegen de kan
die tuimelde onderste boven...
ze schrokken er alle twee van
juist kwam er de juffrouw binnen
de muisjes ontkwamen nog net
ze loerden van achter het gaatje
en schaterden van de pret!
.......
foei, wat een weer

Hannes loopt op klompen

Hannes loopt op klompen
zimpe zampe zompe
door de plassen dat het spat
broek en kousen worden nat
moeder roept: Hannes laat het hoor
Hannes trapt maar dapper door
hij laat zich niet lompen.
Hanneske zit buiten
ritte ratte ruite
op de ruiten krast hij daar
vader vindt het schriklijk naar
roept: zeg, Hannes wees wat stil
denk je dat hij 't laten wil
hij laat vader fluiten.
Hannes zit te morren
lirre larre lorre
in de school als meester zegt:
Hannes zit wat beter recht
kijk naar 't bord, kijk in je boek
brommig roept hij: wel dat doe 'k
wat geeft hij om knorren.
Hannes zit te brommen
rimme ramme romme
op zijn vader, op zijn moe
snauwt zijn broers en zusjes toe
heeft met niemand ooit geduld
zeg hem: jij hebt zelf de schuld
nou daar mot je om komme.
Wil je 't eens proberen
lirre larre leere
iets te maken van het kind
't is verloren moeite vrind
jongetjes zo vol venijn
kind'ren die zo koppig
zijn kun je niet bekeren.
.......
als ma piano speelt

Zeg, mamaatje, weet u 't al't is een wonderlijk gevalals u piano speelt
dan ga ik dromenin een bos vol hoge bomengeven elfjes mij de handnemen me mee naar toverland.In het heldre maantjedansen zij in 't rond
totdat luide 't haantjekraait den morgenstond...toetsj... weg zijn de elfjestoetsj... uit is de pret'k doe mijn oogjes openen 'k lig in mijn bed!
.......
Koen, maak je mijn schoen

Koen, maak je me schoen?
ja, juffouw, ik zal 't dadelijk doen
Koen, maak je 'm sterk?
ja, juffrouw, dat is mijn dagelijks werk.
Koen, is mijn schoen al klaar?
ja, juffrouw, betaalt U maar
Koen, ik heb geen geld ontvangen.
nu, dan blijft uw schoen daar hangen
want op klanten zonder geld
ben ik niet gesteld.
dag, Koen
dag, juffrouw zonder schoen.
.......
toen onze Mop

Toen onze Mop een Mopje was
was hij aardig om te zien
nu bromt hij alle dagen
en bijt nog bovendien
waf-woef, waf-woef
waf-woef, waf-woef
en bijt nog bovendiennu bromt hij alle dagen
en bijt nog bovendien.
.......
Marijke

Als Marijke zit te dromen
en de juffrouw kijkt haar aan.
dan zegt Marijke steeds hetzelfde :
ik ... ik heb het niet gedaan!
Eens zat Marijke weer te dromen
met een heel klein stompje krijt
de juffrouw die het wel gezien had
vroeg toen aan de kleine meid
wie heeft de zon geschapen
de hemel en de maan?
Marijke begon van schrik te huilen en riep :
ik ... ik heb het niet gedaan!
.......
zagen wiedewiedewagen

Zagen, zagen wiede wiedewagen
Jan kwam thuis om een boterham te vragen
vader was niet thuis, moeder was niet thuis
piep, zei de muis in het voorhuis.
.......
naar bed, naar bed

roodborstje

klein vogelijn

Klein vogelijn op groene tak
wat zingt g'een rustig lied
wij hebben in ons hele boek
zo'n vrolijk wijsje niet
o zeg, o zeg ons aardig beest
wie toch uw meester is geweest.
Zo zuiver zingt gij en zo hoog
zo keurig in de maat
en 't hart, dat popelt ons van vreugd
wanneer uw keeltje gaat
o zeg, o zeg ons aardig beest
wie toch uw schepper is geweest.
Voorzeker, 't is de goede God
die 't u heeft toevertrouwd
opdat gij aan der blinden oor
zijn goedheid melden zoudt
o ja wij weten aardig beest
dat God uw meester is geweest.
.......
later

Als je oud geworden bent
en het touwtje springen niet meer kent
als je niet meer rechtop staat
maar met een wandelstokje gaat
als je opa bent, daarbij
denk dan ook nog eens aan mij.
.......
het zonnelicht

Zie hoe het vriendelijk zonnelicht
schittert op weide en woud
zie hoe zich velde en heide
baden in stromen van goud.
Lieflijken zonne, zoo helder, zoo rein
diep in mijn hart dringt uw heerlijken schijn
en met een dankbaar gemoed
breng ik U zonne, mijn groet.
U kan geen winter verjagen
stralen uit zaligen tijd
trouw zal mijn hart u bewaren
regen en stormen ten spijt.
't Hart, eens verkwikt door uw vriendelijke schijn
zal ook des winters vol zonneglans zijn
daarom uit dankbaar gemoed
breng ik U zonne, mijn groet.
.....