oogstlied


Sikkels klinken, sikkels blinken
ruischend valt het graan
zie de bindsters garen
zie in lange scharen
garf bij garven staan
garf bij garven staan.
't Heeter branden op de landen
meldt den middagtijd
't windje, moe van 't zweven
heeft zich schuil begeven
en nog zwoegt de vlijt
en nog zwoegt de vlijt.
Blijde maaiers, nijv're zaaiers
die uw loon ontvingt
zit nu rustig neder
galm' het mastbosch weder
als gij juichend zingt
als gij juichend zingt.
Slaat uw oogen naar den hoogen
alles kwam vandaar
zachte regen daalde
vriend'lijk zonlicht straalde
mild op halm en aar
mild op halm en aar.
.......



















