klikspaan boterspaan


je mag niet door mijn straatje gaan
het hondje zal je bijten,
het poesje zal je krabbelen
dat komt van al je babbelen.
.......

klikspaan boterspaan

de natte was
De wind blaast ze weer bol vandaag
in 't tuintje van Catrijntje
hij tiert en giert, belaagt als dol
de natte was aan 't lijntje
't is een gejonas van belang
met 't nodige geklapper
die natte was, die is niet bang
die weert en keert zich dapper.
Het bolgeblazen overhemd
met pimpelpaarse randjes
heeft zich angstvallig vastgeklemd
aan 't schortje met de bandjes
pyjamabroek danst een galop
met zonnejurk met kantjes
de washand speelt met de hansop
van klap eens in je handjes.
Het laken maakt een capriool
met het geplooide rokje
de sok wuift naar de camisool
de kous naar 't interlokje
de handdoek speelt de kleppermars
de theedoek laat zich draaien
de wollen deken doet geen snars
dat waaien wil, kan waaien!
De wind blaast ze weer bol vandaag
och heden, zucht Catrijntje
ik was warempel ook zo graag
op 't natte-was-festijntje
dan danste ik de sluierpas
in dat gebloemd gordijntje
precies of ik een feetje was…
maar 'k kan niet bij het lijntje…
............
poesje mauw

Poesje Mauw,
kom eens gauw
ik heb lekkere melk voor jou
en voor mij, rijstebrij
Oh, wat heerlijk smullen wij!
........
klein kleuterke
Klein kleuterke, klein kleuterkedat zit op moeders schoothaar oogjes die zijn korenblauwhaar wangetjes zijn rood.Klein kleuterke, klein kleuterkedat zit op vaders knie,en vader zegt: ‘Wie zag er ooitzoo'n lieve krullemie?’Klein kleuterke, klein kleuterkerijdt paardje op broertjes rugvan d'eenen muur naar d' anderendan : rechts omkeert, terug.Klein kleuterke, klein kleuterkewe hebben je zoo lief!je bent een echte snoezepoes,je bent een hartedief!
........
Jantje zag eens pruimen hangen
Jantje zag eens pruimen hangen
O! als eieren zo groot
't scheen, dat Jantje wou gaan plukken
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader
noch de tuinman, die het ziet
aan een boom, zo vol geladen
mist men vijf, zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen
en niet plukken, ik loop heen
zou ik om een hand vol pruimen
ongehoorzaam wezen? Neen !
Voort ging Jantje, maar zijn vader
die hem stil beluisterd had
kwam hem in het lopen tegen
vooraan op het middenpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader
kom mijn kleine hartedief !
nu zal ik u pruimen plukken
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen
en liep heen op een galop.
.......
klein klein kleutertje

Klein klein kleutertje
wat doe je in mijn hof.
Je plukt er al mijn bloempjes af
en maakt het veel te grof.
Ach, mijn lieve mamaatje
zeg het niet tegen papaatje.
Ik zal zoet naar school toe gaan
en de bloemetjes laten staan.
.......
mijn boerenland
Ik heb u lief, mijn boerenland
met rechte witte wegen
waar overheen de wagens gaan
en zij aan zij de bomen staan
de iepen en de peppels.
Ik heb je lief, mijn bonte wei
met hier en daar een boerderij
in 't land van vette greppels.
Je bent mijn roem, mijn boerenland
met blank gewassen luchten
waarin de witte wolken gaan
als reuzenschepen langs een baan
van elke wind gewezen.
Ik prijs de Bonte en 't varken ruig
De Bruin, de Bles in 't losse tuig
al voor de boerensjezen.
Je bent mijn trots, mijn boerenland
met sloten en met plassen
waarlangs de platte vletten gaan
en deftig blauwe reigers staan
te dromen en te dutten.
De mussen op de boerenschuur
de leeuwrik en de tureluur
de zwaluw en de grutten.
.......
de mooiste bloemen

Midden op het grote plein
staat het stalletje van Katrijn
mooie blommen! mooie blommen!
mensen, hierheen moet je kommen!
'k Heb margrieten, mooie anjers
'k heb violen... zulke kanjers!
rode rozen, korenbloemen
veel te veel om op te noemen
lelietjes van twintig centen
prachtig mooi, je ruikt de lente!
Daar komt kleine Pieter aan
bij het stalletje blijft hij staan
wel, m'n jongen, zegt Katrijn
wat zal 't wezen, wat zal 't zijn?
Irissen met lange stelen
wil je paarse, wil je gele?
zestig centen maar, de tien!
wil je roosjes dan, misschien?
ook niet deze? of van deze?
maar wat moet het dán toch wezen
moet je ze voor moeder halen?
neem dan lelietjes-van-dalen!
Nee, zegt Pieter, nee, het was
voor de juffrouw van de klas
weet je ze verjaart vandaag
en nu geef ik haar zo graag
bloemetjes met gele hartjes,
maar ik heb alleen twee kwartjes...
Lieve jongen, zegt Katrijn
dan krijg jij van mij jasmijn!
't allermooiste wat er bij is
en of Pietertje ook blij is!
kijk, daar gaat hij met zijn petje
en zijn prachtige boeketje
straks zegt Pieter heel geleerd:
Juf, nog wel gefie-sie-teerd.
.......
holle bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen,
waar die holle bolle Gijs op zat?
Die kon schrokken
grote brokken :
Een koe en een kalf
een heel paard en een half
een os en een stier
en zeven tonnen bier
een schip vol rapen
een kerk vol schapen
en nog kon Gijs van de honger niet slapen!
.......
twee aardige poesjes

Wij hebben twee aardige poesjes
met pootjes zo zacht als fluweel
het kleintje dat noemen we Bobby
en de andere dikzak heet Neel
en de andere dikzak heet Neel.
Laatst waren we ze nergens te vinden
toen zijn we aan 't zoeken gegaan
we keken in alle hoeken
waar kwamen ze denk je vandaan?
waar kwamen ze denk je vandaan?
Wit Neeltje lag in de turfmand
en Bob lag bij 't popje in bed
we namen ze gauw mee naar binnen
en rolden haast om van de pret
en rolden haast om van de pret .
.......