naar bed, naar bed


eerst nog wat eten, zei likkepot
waar zal ik het halen? zei langejan
uit grootvaders kastje, zei ringeling
dat zal ik verklappen, zei het kleine ding.
.......

naar bed, naar bed

roodborstje

klein vogelijn

Klein vogelijn op groene tak
wat zingt g'een rustig lied
wij hebben in ons hele boek
zo'n vrolijk wijsje niet
o zeg, o zeg ons aardig beest
wie toch uw meester is geweest.
Zo zuiver zingt gij en zo hoog
zo keurig in de maat
en 't hart, dat popelt ons van vreugd
wanneer uw keeltje gaat
o zeg, o zeg ons aardig beest
wie toch uw schepper is geweest.
Voorzeker, 't is de goede God
die 't u heeft toevertrouwd
opdat gij aan der blinden oor
zijn goedheid melden zoudt
o ja wij weten aardig beest
dat God uw meester is geweest.
.......
later

Als je oud geworden bent
en het touwtje springen niet meer kent
als je niet meer rechtop staat
maar met een wandelstokje gaat
als je opa bent, daarbij
denk dan ook nog eens aan mij.
.......
het zonnelicht

Zie hoe het vriendelijk zonnelicht
schittert op weide en woud
zie hoe zich velde en heide
baden in stromen van goud.
Lieflijken zonne, zoo helder, zoo rein
diep in mijn hart dringt uw heerlijken schijn
en met een dankbaar gemoed
breng ik U zonne, mijn groet.
U kan geen winter verjagen
stralen uit zaligen tijd
trouw zal mijn hart u bewaren
regen en stormen ten spijt.
't Hart, eens verkwikt door uw vriendelijke schijn
zal ook des winters vol zonneglans zijn
daarom uit dankbaar gemoed
breng ik U zonne, mijn groet.
.....
mijn vaderland

Het land waar ik geboren ben
waarop mijn wieg eens stond
ik de eerste voeten heb gezet
dat is mijn vaderland
hier zijn geen bergen hemelhoog
met kloof of waterval
de grond is laag en wordt beschut
door dijk en aardewal.
Ook plukt men geen citroenen hier
noch perst men druiven uit
maar de akker geeft er kost’lijk graan
de boomgaard heerlijk fruit
mijn vaderland al is het klein
door vrijheid is het groot
ik ruil het voor geen land op aard
ik min het tot mijn dood.
.......
schoenlappertje

Schoenlappertje zou uit lappen gaan
's avonds al in de lichte maan
zoo stak hij er zijn naaldetje
zoo trok hij er zijn dradetje
zoo sloeg hij er de pen, de pen
denk je dat ik niet lappen ken?
.......
voor jou

Voor jou een gouden zonnetje
voor jou een zilveren maan
voor jou een weg met rozen
waarop je voetjes gaan.Voor jou een hand vol sterren
voor jou het schoonste lied
voor jou het liefste bloempje
het heet.....Vergeet-mij-niet.
.......
welterusten

Des avonds als het klokje tikt
dan zeg ik mijn gebed
dan brengt mij van het spelen moe
mijn moedertje naar bed.
Zij dekt mij lekker warmpjes toe
en vraagt dan, lig je zacht ?
dan geeft ze mij een dikken zoen
en zegt dan goedenacht.
Ik wil niet dadelijk slapen gaan
en wacht dan nog een poos
opeens gaan dan mijn oogjes toe
en slaap ik als een roos.
En als mijn moelief 's morgens wekt
en ik haar armen vat
dan denk ik, lieve Moederwat ben je toch een schat !!
.......
oude jaar

Oude jaar, oh laat ons rusten
omzien eer wij verder gaan
't nieuwe jaar wordt niet begonnen
eer we hebben stilgestaan
eer we in ernst ons zelven vroegen:
deed ik waarlijk, wat ik kon
ben ik wijzer, beter, vromer,
dan toen 't jaar zijn loop begon?
God gaf ons Zijn zon en regen
gaf ons vreugde, gaf ons smart
maakten wij genot en lijden
tot een zegen voor ons hart?
oude jaar, de jaren vlieden
en zij keerden nimmer weer
ieder jaar dan vind' ons verder
vind' ons beter, meer en meer!
.......