Noot van Addertje:
De oudere (zilveren) generatie kreeg alle voordelen waarvan ze vandaag geniet niet zomaar in de schoot geworpen. De sociale verworvenheden waren geen cadeau, daarvoor is in het verleden gevochten. En ook de zilveren generatie heeft crisissen gekend. Sommige jongeren verwijten hun (groot)ouders oorzaak te zijn van de huidige economische, sociale en milieuproblemen. En wat te denken van het aankomende pensioenprobleem waarvoor de huidige regering alsnog slechts een klein kiezeltje in de rivier heeft verlegd ? Dit in tegenstelling tot wat sommige politieke partijen hierover verkondigen. Hebben de twintigers dan toch (deels) gelijk ? In De Standaard verschenen de voorbije weken meerdere opiniestukken over het thema. In verschillende bijdragen leggen wij er enkele naast elkaar. Oscar van den Boogaard wierp met zijn column Twintigers in crisis de steen in de kikkerpoel.
|
Twintigers in crisis
Oscar van den Boogaard, schrijver
De studies zijn het er over eens: de twintigers zitten in een existentiële crisis. Ze zijn in de war en teleurgesteld. Het leven voldoet niet aan hun hoge verwachtingen. Ze zouden naar prozac grijpen of zelfhulp-literatuur. Van één ding zijn ze zelf overtuigd: ze gaan glorieus ten onder.
In een onderzoek las ik: De generatie na 1985 geboren is een sociale tijdbom, narcistisch en alleen maar geïnteresseerd in uiterlijk, kicks en netwerken'. Wat een provocatie!
Van hun ouders hun beste vrienden hebben ze hun leven lang gehoord dat ze vooral moeten doen waar ze gelukkig van worden. Zelfontplooiing was het imperatief. Doe maar wat je leuk vindt, kind, als je maar geniet.' Hoe goed bedoeld zo'n uitspraak ook is, je zadelt je kind daarmee wel op met een extreem hoge verwachting. Je moet gelukkig zijn!
De twintigers van nu hebben het idee ingelepeld gekregen dat alles mogelijk is en dat als ze iets werkelijk willen, ze ook zullen slagen. Ze hebben daardoor geleerd dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun succes. Ze vinden van zichzelf dat ze origineel en bijzonder moeten zijn. Ze moeten mooi zijn en authentiek en anders dan anderen. Dat kun je een paar jaar volhouden, maar als het succes de droomjob, de grote liefde, het genie niet komt, zien ze het als een persoonlijk falen. Ze voelen zich schuldig dat ze niet bijzonder en gelukkig zijn.
Een paar jaar geleden gaf ik op een hippe kunstacademie in Amsterdam een workshop aan een groep jonge twintigers. Leuke jongens en meisjes met leuke kleertjes aan die leuk bezig zijn. Omdat hun spanningsboog niet erg lang was, kregen ze iedere dag de opdracht om in no-time iets te doen. Een dag een opera schrijven, een andere dag een roman, een andere dag een schilderij maken. Ik was verbaasd hoe goed ze daarin waren. Maar als ik hen een compliment maakte, waren ze helemaal niet blij. Iedereen vond altijd geweldig wat ze deden, ze waren van al dat positieve commentaar door en door verveeld. Ik werd er radeloos van. Het was alsof ze alleen maar de verwachting van anderen konden spiegelen, maar vanbinnen leeg waren. Was hun nieuwsgierigheid door hun ouders in de kiem gesmoord? Waar was hun wilskracht? En waar de noodzaak?
Volgens studies vinden de twintigers het leven saai, ze zijn verveeld. Verveling is een gebrek aan aandacht geven. Ze kunnen geen aandacht geven. Wel eventjes, maar dan gooien ze hun speelgoed weer aan de kant. Iemand zei me: als we een stomme kantoorbaan hadden gevonden, hadden we niet gemerkt dat het leven saai is en vervelend; omdat we op zoek zijn gegaan naar geluk en het niet hebben gevonden, zijn we erachter gekomen dat het niet bestaat. Een ander: De generatie vóór ons heeft ons niet alleen in een financiële crisis gestort, maar vooral in een existentiële crisis.'
Het is confronterend om wakker te worden uit een zoetsappige droom. De twintigers die hun studie hebben afgesloten, wacht een reality-check. Ze zijn overgeleverd aan de willekeur van de economische crisis. Een passende baan, een betaalbaar huis en sociale zekerheid zijn niet evident. Ze mogen blij zijn met wat ze kunnen krijgen. Wat overblijft, is het gevoel van falen ten opzichte van hun eigen hooggespannen verwachtingen. En om dat niet te voelen, krijgt de wereld de schuld.
Wat misschien positief is: de twintigers die niet zo makkelijk kunnen krijgen wat ze willen, zijn gedwongen om hun verwachtingen aan te passen aan wat mogelijk is en te experimenteren met verschillende werkgebieden en leefvormen. Ze moeten het idee overboord gooien dat verwachtingen uitkomen en dat je voor je dertigste ál je zaakjes op orde moeten hebben. Ze kunnen niet anders dan zich aan te passen aan de wereld van nu. Ze zoeken alternatieven, halen geluk uit andere dingen dan uit zekerheden. Dat lijkt me alleen maar een heel juiste manier van leven. Flexibel zijn. Kijken wat er komt. Doen wat je voelt dat je moet doen. Geen zekerheid uit de toekomst halen, maar uit het heden. Dematerialiseren. Dat de wereld in crisis het hen niet makkelijk maakt, is misschien een kans. Ze zijn gedwongen om zich af te vragen wat ze werkelijk willen en kunnen en om dat te verwezenlijken een creatieve oplossing te bedenken.
Bron: De Standaard
|