't Is geen literair hoogstandje, gewoon een "rijmelarijtje" dat ik gevonden heb in het tijdschrift "FILUM" van Kant in Vlaanderen.

Vrouwke klein
Vrouwke fijn
Jij lacht zo lief
Jij bent ieders hartendief
Je klosjes vliegen heen en weer
Wel duizendmaal, keer op keer
Het blijft mij steeds boeien
Wat jij kan laten groeien.
Uren kan ik naar je vingers kijken
Ze zijn met niets te vergelijken
Konden ook mn vingers het maar aan
Om zo razendsnel te gaan.
Jij kloste voor mij een kruiske
Zo mooi en fijn voor mn huiske
Mag ik jou nu vragen om een gunst
Mag ik van jou leren deze fijne kunst.
Want ik weet met jouw en mijn geduld
Wordt ook mn wens in kant gehuld.
Poëzie vant raam
1 juni 1999
Bron: Filum 2003

14-07-2009 om 20:58
geschreven door Gisela
|