Naar de inhoud

Auteurs en hun boeken

korte beschrijvingen
akke.beakke.be

Archief

* De uitgeslotenen * van Elfriede Jelinek

De uitgeslotenen

Oorspronkelijke titel ; " Die Ausgesperrten "-1980

Uitgeverij : Van Gennep / en Muntinga

Gebonden, 251pagina's

Verschenen: september 2006


'Er is bijzonder veel moed voor nodig om bij een persoon die jou van voren aankijkt , het gezicht open te krabben, resp. zijn oogappels te grazen te nemen. Want de ogen zijn de spiegel van de ziel en zo'n spiegel moet zo veel mogelijk ongedeerd blijven.'


'Heel af en toe schrijft een vrouw een oeuvre, iets groots, iets gevaarlijks,' zei Jelinek toen haar in 1998 de prestigieuze Büchnerprijs werd toegekend; 'maar meestal blijft het bij een paar mooie dingetjes. Mannen kunnen niet radicaal genoeg schrijven, dat heet dan "karaktervol" of "lekker agressief".



***

Elfriede Jelinek, winnares van de Nobelprijs voor de Literatuur in 2004, vertelt op prachtige wijze het verhaal van een verloren groep. Als vrouw schuwt ze de heftige onderwerpen niet en beschrijft ze op subtiele wijze.

De uitgeslotenen is een roman die niemand onaangedaan zal laten.
Elfriede Jelinek geeft in De uitgeslotenen (1980) een beeld van de beklemmende jaren vijftig in Oostenrijk.

In een park in Wenen wordt een man in elkaar geslagen door een stel tieners.
Aan de hand van een authentieke gebeurtenis geeft Elfriede Jelinek een wrang beeld van de beklemmende jaren vijftig in Oostenrijk: postfascisme, spruitjeslucht en ongelukkige pubers die zich uitgesloten voelen en nog geen eigen jeugdcultuur hebben ontwikkeld (het eerste concert van de Beatles vindt plaats in 1960). De scholieren vormen een bende, Sartre wordt te pas en te onpas (verkeerd) geciteerd en er wordt veel geweld gebruikt.
De uitgeslotenen is een choquerende roman met een boosaardig einde.

Jelinek heeft een heel typische stijl ,waarbij binnen één zin of tussen zinnetjes denksprongetjes worden gemaakt die vervreemdend werken. Een voorbeeld: "Naast andere misdaden is Rainer als kind ook misdienaar in de kerk geweest." Nu ja, dat kan nog grappig klinken, maar dan dit: "In het koor zeggen ze in vaak in koor dat God de jeugd roept, en nauwelijks is ze geroepen of daar is ze al. Want de jeugd is het belijdende christendom, en daar is moed voor nodig in de heidens en gedachteloos geworden wereld.

Rainer is als 18 jarige helemaal de weg kwijtgeraakt door alles wat hij in zijn ouderlijk huis heeft meegemaakt .Hij is misschien van  een niet onaardig jongetje met een kinderlijk verlangen naar liefde, schoonheid en harmonie verworden tot een leugenachtige naargeestige narcistische arrogante nietsnuttige dilettant op zoek naar een liefde waar hij lichamelijk en psychisch niet bij in de buurt kan komen.

. "Vanaf talloze beeltenissen en plafondfresco's kijkt de Lieve Heer neer op zijn ontaarde kinderen en vraagt zich af hoe hij zoiets heeft kunnen scheppen en hoe hij hun dat in de godsdienstles ook nog heeft kunnen bijbrengen. Als hij eerlijk is heeft Rainer nog steeds last van het geloof, hij sluit nog altijd niet uit dat er zo'n God bestaat, ook al hebben hij en Camus hem door niets vervangen. Verdwenen is hij nog niet, en talloze pastoors zijn zelfs persoonlijk bevriend met zijn familie."

Er zitten heel wat schaamteverwekkende en vernederende passages in het boek. Beslist geen vrolijke kost.

Elfriede Jelinek is de schrijfster van een merkwaardig oeuvre. Haar bekendste en  ook haar beste boek is 'De Pianiste'.
Maar zelf praat ze juist over die roman nogal achteloos, ze noemt hem een afrekening met haar moeder, gepubliceerd toen haar moeder nog leefde. 'Via, via,' zegt Jelinek, 'hoorde ik dat ze het er moeilijk mee had. En ze ontkende natuurlijk alles.' Het wordt droogjes verteld. Net zo droogjes zegt Jelinek: 'Ik vind het niet erg dat mijn moeder de Nobelprijs niet meer heeft meegemaakt. Ik ben blij dat ze dood is.'
Blijdschap over de dood van ouders en andere familieleden is een van de laatste taboes die ons nog resten.
En het is niet dat er reden is deze uitspraak van Jelinek te wantrouwen, het is meer dat wie in haar gezelschap vertoeft zich moeilijk kan voorstellen dat deze vrouw gelukkig is geweest, of actief blijdschap heeft gekend. Blijdschap is ook een emotie die vrijwel ontbreekt in haar werk. Niet dat dat nodig is. Oeuvres kunnen uitstekend zonder blijdschap.

Zelf noemt ze haar belangrijkste boek, het dikkere, tamelijk hermetische en moeilijk doordringbare 'De Kinderen van de Doden'. Een afrekening met Oostenrijk.
De taal als redding, dat is geen nieuw idee. Maar Jelinek pakt het radicaal aan.
Ze charmeert niet, ze verleidt niet, ze is niet hoffelijk. Ze neemt de lezer, ze verkracht hem, ze dringt in hem door. Zoals Erika Kohut, de pianolerares uit 'De Pianiste', zichzelf met een mes bewerkt, zo bewerkt zij de lezer. Ik ken geen andere schrijver bij wie de taal zo mes is geworden als bij Jelinek.

Geweld vindt in Jelineks wereld voornamelijk tussen man en vrouw plaats, waarbij het geweld uiteraard uitgaat van de man, en een substituut wordt voor liefde. Al kunnen moeder en dochter elkaar ook fysiek te grazen nemen.

Haar wereldbeeld zou je een mechanisch wereldbeeld kunnen noemen, waarbij de mensen nog nauwelijks herkenbaar zijn als autonome individuen. Haar marxistische achtergrond speelt bij dit wereldbeeld ongetwijfeld een rol.

'De enige concurrentie voor vrouwenvlees is kindervlees.'.
Daarover gaat Jelineks oeuvre en ook over deze stelling: de kinderen van de doden zijn ook dood.

In haar boeken haalt ze haar land en de gewone Oostenrijker door het slijk, zo vindt men, ze bevuilt haar eigen nest, spuugt op haar volk, net zoals haar landgenoot en collega Thomas Bernhard dat eerder deed.
Zelf heeft de feministische Jelinek het ook over ‘haat- en wraakliteratuur’, gericht tegen alles waar ze een gloeiende hekel aan heeft: benepen burgerlijkheid, katholicisme en moederschapscultuur, antisemitisme en vreemdelingenhaat, de onderdrukking van de vrouw door de man en de oogkleppen die Oostenrijkers volgens haar nog steeds ophebben als het gaat over hun nationaal-socialistische verleden. In al haar romans verguist ze haar vaderland met alle literaire middelen waarover ze beschikt. Ze ‘voelt geen liefde voor dit land’, zegt ze .Pikzwart is Jelineks humor, vaak feministisch en even zo frequent uitermate geestig.

xin_33100107234657219061.jpg


Elfriede Jelinek , geboren in Mürzzuschlag (1946) ,groeide op in Wenen en studeerde theaterwetenschappen, kunstgeschiedenis, piano, orgel en compositie. Ze schrijft proza, gedichten, toneelstukken en filmscenario's. In Nederland werd ze beroemd met de romans De pianiste (1986), Lust (1989) en De Uitgeslotenen (1991). In 1998 verscheen bij Querido De kinderen van de doden en in 2002 Geeft niet. Een kleine trilogie van de dood. Jelinek ontving talrijke onderscheidingen voor haar werk, onder andere de Georg Büchner-Prijs 1998 voor haar oeuvre en de Nobelprijs in 2004



Romans :

Lisas Schatten, 1967
Wir sind lockvögel, baby, 1970
Michael, 1972
Brassiere Factory (1988)
The Piano Teacher (1988)- De pianiste-Die Klavierspielerin, 1983
Wonderful Wonderful Times (1990)
Lust (1992)- Lust
Women as Lovers (1994)- De geliefden (2005) -Die liebhaberinnen(1975)

De kinderen van de doden (1998)- Die Kinder der Toten, 1997

Geeft niet - Een kleine trilogie van de dood(2002)

Hebzucht (2003) -Gier
Greed (2006)
De dood en het meisje (2006)

De uitgeslotenen (2006) -Die Ausgesperrten(1980)

Non-Fiction :

Framed by Language (1994)

 


 

 


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 16:45 Reageer op dit bericht

* Een verhaal van liefde en duisternis* van Amos Oz

"Een verhaal van liefde en duisternis "

Oorspronkelijke titel :

" Sipoer al ahava wechosjech"

Uitgeverij ; De Bezige Bij -2005

-646 BLZ.

Nederlandse vertaling © 2005 Hilde Pach

ISBN

90-234-1775-5***
Een verhaal van liefde en duisternis , is een fenomenaal geschreven roman, vol prachtige metaforen, humor en tederheid.
Het boek is een mengeling van herinnering, overlevering en verbeelding, een duizelingwekkend boek boordevol geschiedenissen: de geschiedenis van zijn ouders en grootouders, geassimileerde Oost-Europese joden die begin jaren dertig hun toevlucht zochten in Palestina om te ontkomen aan het groeiende antisemitisme in hun geliefde Europa; zijn eigen jeugd in het Jeruzalem van de jaren veertig; de wordingsgeschiedenis van zijn schrijverschap en de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël.
Voor de reconstructie van de Oost-Europese jaren (in Litouwen en Oekraïne) van zijn familie, was Oz grotendeels aangewezen op zijn eigen verbeelding.

Dat deel van zijn voorgeschiedenis leest alsof de grote Russische vertellers van de negentiende eeuw aan het woord zijn. Aangevuld met zijn latere eigen waarneming levert dat een serie onvergetelijke, vaak zeer humoristische portretten op, met name van zijn grootouders van vaders kant.
Over zijn ouders schrijft hij dat ze 'allebei rechtstreeks uit de negentiende eeuw in Jeruzalem (waren) terechtgekomen', ieder met een anders gekleurde 'romantische canon': tegenover de Sturm und Drang van zijn vader stond de introverte melancholie van zijn moeder.
Oz beschrijft ze als ontwortelde Europeanen die bedrogen werden in hun dromen over het leven in hun nieuwe vaderland. Zijn vader voelde zich voorbestemd voor een glanzende academische carrière, maar bracht het niet verder dan een ondergeschikte baan bij de Nationale Bibliotheek. Zijn moeder voelde zich met haar artistieke ambities van meet af aan niet thuis in het sjofele Jeruzalem, waar ze niet het fijnzinnige culturele klimaat vond waar ze op had gehoopt en sloot zich al gauw in huis op waar ze niets liever deed dan lezen.
Tussen deze belezen ouders in hun met boeken volgestouwde woninkje groeide Amos Oz op als enig kind dat al vroeg hun gefnuikte verwachtingen als een last op zijn schouders voelde. Hij was de jongen die alles goed moest maken.
Toen Amos twaalf was , pleegde zijn moeder op 38-jarige leeftijd zelfmoord.Hij blijft als verpletterd achter.

Nooit meer sprak hij over zijn moeder en haar zelfgekozen dood. Niet met zijn vader, niet met zijn vrouw en kinderen.
En nu is er dit verhaal van liefde en duisternis, waarin hij er nu pas heeft over kunnen schrijven,zij het met de nodige omtrekkende bewegingen. Nadat hij haar voortijdige dood op verschillende momenten alleen maar even en passant heeft aangetipt, staat hij pas halverwege het boek voor het eerst stil bij het gevoel van verraad, de hulpeloze woede, de haat en het schuldgevoel dat hij als twaalfjarige jongen ervaren heeft.
Die zelfmoord is de harde kern en misschien ook wel de kiem van dit boek.
Zijn onderzoek naar haar beweegredenen brengt hem onvermijdelijk op het spoor van zijn voorgeschiedenis. Wie was zijn moeder? Wie was zijn vader? Waar kwamen ze vandaan? Waar droomden ze van?
Eén van de vele hoogtepunten in dit boek is de levendig opgeroepen herinnering aan het jongetje van acht tijdens de turbulente maanden rond de stichting van de staat Israël, wanneer de aanvankelijke vreugde al gauw plaats maakt voor angst en geweld.
Oz bezit het talent om die historische gebeurtenissen op een indringende persoonlijke manier te verbeelden. Aan het eind van de vreugdevolle nacht, waarin heel Jeruzalem de straat op ging na de aangenomen VN-resolutie over Israël, kruipt de vader bij de zoon op bed, vertelt hem fluisterend in het donker over de vernederingen uit zijn jeugd en bezweert de jongen dat hij heus nog wel eens gepest zal worden op school of op straat, maar nooit meer omdat hij een jood is ('Nooit meer. Vanaf vannacht is dat hier afgelopen.').

Oz herinnert zich hoe hij vervolgens de tranen op het gezicht van zijn vader voelde: 'Nooit in mijn leven, niet voor die nacht en niet daarna, zelfs niet bij de dood van mijn moeder, heb ik mijn vader zien huilen.'

Nog weer later komt hij toe aan de beschrijving van het langzame afglijden in slapeloosheid, lethargie en depressie in de laatste jaren van het leven van zijn moeder.
Het troosteloze verhaal van haar laatste dagen en uren bewaart hij voor de slotpagina's.
Het is ongelooflijk knap hoe Amos Oz ook op de meest dramatische momenten in deze memoires de beheersing heeft om er zonder een spoortje pathos over te schrijven. Steeds slaagt hij er in zijn toon gedempt te houden, met een des te ontroerender effect op de lezer.
Die bedwongen emotie is de ultieme kracht van dit boek. De jaren durende pijn over de wederzijdse onmacht van de achterblijvers wordt dan zó verwoord: 'Vanaf de dag van mijn moeders dood tot aan de dag van mijn vaders dood, bijna twintig jaar later, hebben we het nooit over haar gehad. Met geen woord. Alsof ze nooit bestaan had. Alsof haar leven slechts een gecensureerde pagina was die uit een Sovjet-encyclopedie was gescheurd.'

Zelden heb ik een boek gelezen dat met zoveel ingehouden tederheid de lezer balsem biedt voor de altijd schrijnende wonde van verlies, dat je kan koesteren om het draaglijk te houden.

Amos Oz weet de pijn te verzachten door er omzichtig omheen te schrijven, door het onbenoembare de stilte te laten, door in het hele boek behoedzaam omtrekkende bewegingen te maken om het schrijnen van het onuitspreekbare te mijden.

De wereldgeschiedenis van de XXste eeuw is het decor voor het nooit aflatende verlies van wie voor hem had liefgehad. Hij is de bewaarder van de verhalen van wie hem is voorgegaan en waarvan hij uiteindelijk het enige kind is geworden dat al die jaren het leed van zijn ouders heeft gedragen. Zonder het te beseffen, maar intuïtief vervulde hij als kleine jongen zijn rol om die twee bij elkaar te houden in het leven van Jeruzalem waar zijn vader als een afstandelijke rationele taalkundige probeerde samen te leven met zijn romantische hyperintelligente moeder die zich het verblijf als gestudeerde vrouw in het jonge Israël zeker anders had voorgesteld.

Amos Oz tekent zijn personages naar het leven. Ooit waren ze reëel bestaande mensen van vlees en bloed, met hun angsten en hun verlangens, hun illusies en hun zekerheden, die dan vaak op niets gebaseerd bleken, vooral als het erom ging de relaties met de niet Joodse buren te vatten, in Europa en daarbuiten.

Hij biedt een doorkijk in het leven in Jeruzalem waar de tegenstellingen binnen de Joodse kolonisten levendige discussies opleveren. Twijfel en onzekerheid zijn de vaste waarden, ook in zijn bestaan.

De gruwelijke duisternis van wat er met de Joodse cultuur en de dragers ervan in Europa zal gebeuren, de onzekere duisternis van het leven in een nieuw Israël, de drukkende duisternis in relaties tussen mensen, de angstaanjagende duisternis van de spanningen tussen Joden en Palestijnen, tussen zijn ouders en hun families.

De omtrekkende beweging die Amos Oz blijft maken tot de laatste bladzijde wanneer hij de wonde in zijn leven en dat van de lezer onthult, heelt en troost wie achterblijft met het verlies dat hij met hem heeft gedeeld. Hij blijft zijn vermeende falen uitschreeuwen maar voor zijn moeder was ‘ de geest de ergste vijand van het lichaam ‘.

Amos Oz is als een herder die zijn kudde lezers langs gevaarlijke ravijnen leidt en door bossen waar wolventanden blikkeren. Hij biedt hen soelaas voor zoveel herkenbaar lijden.

Een verhaal van liefde en duisternis ‘ biedt zijn lezers nauwgezet en met een groot gevoel voor humor tedere troost. Daaraan is vandaag en morgen ongetwijfeld grote nood.


Oz_Amos_06.jpg



Amos Oz, geboren als Amos Klausner (Jeruzalem, 4 mei 1939) is een prominent Israëlisch schrijver en publicist. Hij wordt vaak genoemd als een kanshebber voor een Nobelprijs in de literatuur. Hij won de Israëlprijs voor literatuur in 1998. Volgens zijn Engelstalige uitgever, Bertelsmann, is zijn boek Mijn Michael een van de honderd meest verkochte boeken in de 20e eeuw. Vrijwel al zijn boeken zijn naar het Nederlands vertaald.

Amos Oz is tevens leraar literatuur aan de Ben-Gurion Universiteit van de Negev in Beër Sjeva. Dit instituut beheert ook een speciaal archief met zijn handschriften en brieven.

Sinds 1967, is Oz een prominente voorvechter van een twee-staten-oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict.

In 2005 ontvangt Amos Oz in Frankfurt de prestigieuze Goethe-prijs, een driejaarlijkse prijs voor uitmuntendheid in de literatuur.


Romans :

* Volmaakte rust (Menoecha nechona)(1982)

* Een vrouw kennen (1991) (Lada'at Iesja).

* Black box (Koefsa Sjechora, 1987).

* De derde toestand (Hamatsav Hasjeliesji) (1993) - heruitgave 2006

* Noem het nog geen nacht ( Al taggidi lajla) (1995)

* Mijn Michael ( Mikha'el shelli.) (1987)

* Panter in de kelder (Panter Bamartef) (1998)

* De Jeruzalem omnibus (2000) ; bevat Totterdood, De heuvel van de Boze Raad en Mijn Michael.

* Dezelfde zee (Otto hajam )(2000)

* Een verhaal van liefde en duisternis (Sipoer al ahava wechosjech)(2005)

* Plotseling diep in het woud (Pitom beomek hajaär) (2006)

* Verzen van het leven en de dood. (Charoezee bachajieem wehamawet) (2007)

Non-fictie :

* De ware oorzaak van mijn grootmoeders dood: Essays en artikelen 1967-1993

* Zo beginnen verhalen.

* Hoe genees je een fanaticus.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door boekenpiraatje om 14:56 Reageer op dit bericht

* De geboorte van Venus * van Sarah Dunant

De geboorte van Venus

Oorspronkelijke titel :

" The Birth of Venus "

Uitgever : Archipel - 407 bladz.




***

The Birth of Venus laat ons in detail kennis maken met de vierjarige heerschappij(1494-1498) van Savonarola over Florence, Italië, na Lorenzo de' Medici's dood.Het Florence van de 15de eeuw komt weer helemaal tot leven in dit boek.
Dit is een periode van intense geestelijke rijkdom en religieus fanatisme die zal eindigen met de excommunicatie van Savonarola door de Paus en zijn dood op de brandstapel door de Florentijnen..De dood van Lorenzo  betekende het einde van een glorierijke periode voor Firenze, waarin de kunst, de literatuur en de filosofie hadden aangetoond dat om het even welke vorm van schoonheid voor God aanvaardbaar was.
Savonarola's concept van een strengere en striktere God omvatte echter zijn welwillendheid niet om bewonderenswaardige schilderijen of beeldhouwwerken van naakte mannen en vrouwen of oude goden en godinnen te behouden.
Zijn godsdienstig asceticisme eindigde in het vuur van "ijdelheid"dat verscheidene kunstwerken in naam van God vernietigde.
De lezers kunnen zich het dagelijkse leven in het Firenze van de Renaissance evenals het geweld en de wreedheid van de heersende klasse tijdens deze periode van politieke en sociale overgang en opschudding gemakkelijk voorstellen door de beschrijving van Dunant van het leven in de rijke paleizen waarin de belangrijkste karakters van de roman wonen.
Zo leren we bvb. de manier kennen waarop de Florentijnen o.a strappado( breken van de armspieren) gebruikten om de wil van de gevangenen volledig te breken en deze door deze marteling informatie te laten blootgeven.
De geschiedenis van Firenze begeleidt hier wonderwel het fictieve verhaal van de karakters.Het verhaal wordt verteld in de eerste persoon bij middel van het dagboek van zuster Lucrezia, alias Alessandrea Cecchi.Het meisje is net geen vijftien wanneer haar vader, een rijke stoffenhandelaar,van één van zijn reizen naar noordelijk Europa een jonge schilder meebrengt om de muren van de kapel van het Florentijnse palazzo van de familie te verfraaien.
Als kind van de Renaissance, met een uitgesproken mening en een enorm talent voor tekenen,wordt Alessandra bedwelmd door de capaciteiten van die schilder

Het boek begint met de dood van zuster Lucretia. Als de nonnen haar willen wassen en uitkleden vinden zij een geschilderde slang die vanaf de schouder tot in het schaamhaar kronkelt. Dan volgt het dagboek van de non die in haar vroegere leven Alessandra was, dochter van ruimdenkende Florentijnen..

We lezen onder andere over de fascinatie die het 15-jarige meisje had voor de verfmengers van La Crocce, en hoe ze genoot van de gespierde worstelaar die zijn tatouages over zijn lijf liet kronkelen.
Volgens familiegewoonte, maar met haar instemming, wordt zij uitgehuwelijkt. Zij trouwt met Cristoforo, de beste vriend van haar broer Tomaso. Dat weet Alessandra echter niet en als ze erachter komt dat haar echtgenoot en haar broer er een passionele liefdesrelatie op na houden, voelt ze zich bedrogen. Ze besluit toch bij haar man te blijven: het huwelijk biedt haar een vrijheid die ze als ongetrouwde vrouw niet heeft en bovendien geeft Cristoforo haar de vrijheid en de middelen om te schilderen.
Het leven van een vrouw in de Renaissance speelde zich toendertijd volledig buiten de openbare arena af, en werd eerst jaren afgeschermd door een zorgvolle vader of broer en later door haar echtgenoot.
Om het even welke vrouw , die de toegewezen rollen van plichtsgetrouwe dochter en gelovige vrouw overtrad liep openbare afkeuring op.

Dunant verhaalt de moeilijkheden die de jonge Alessandra Cecchi ondervindt , in het realiseren van ( of het proberen te realiseren) van haar verzuchtingen om schilder te worden.
De nadruk die op het schilderen in de roman gelegd wordt , rechtvaardigt de titel " The Birth of Venus ", die ons aan het beroemde doek van Botticelli herinnert.

Alhoewel Alessandra , met de aarzelende hulp en goedkeuring van haar moeder het discrete nastreven van haar artistieke grillen in haar jeugd bereikt , wordt dit vlug anders en ondervindt zij de afkeuring en de vijandigheid van familie en buitenstaanders wanneer ze de huwbare leeftijd bereikt.
De hoop op een artistieke carriére schijnt nog minder realiseerbaar te worden als Florence voor een korte periode wordt binnen gevallen door Franse troepen aangevoerd door de hevig vrouwenhatende Savonarola.
In feite , na de overgang van de seculaire regels onder de Medici naar de "goddelijke overheid " onder Savonarola ,verhardde de openbare houding ten opzichte van vrouwen en werden ze meer en meer als gevaarlijke en te vermijden verleidsters afgeschilderd , die thuis het zwijgen moesten opgelegd worden.

De roman speelt zich af in de woelige periode van het einde van het Quattrocento. Wanneer Lorenze de' Medici sterft in 1492, staat het Franse leger klaar om de stad in te nemen. Maar weldra zal de theocratie van Savonarola het bestuur van de stad in handen nemen. Het is een periode waarbij al wat te werelds is, wordt verboden: profane kunst, homoseksualiteit, juwelen, boeken. Er worden autodafé's ingericht met openbare verbranding van alle luxegoederen. Vandaag de dag zouden wij Savonarola een fundamentalist noemen. Enkele jaren later werd hij van de troon gestoten en verbrand. Hij mag als een voorloper beschouwd worden van de Hervorming.

Uiteindelijk komt Alessandra in een klooster terecht, samen met haar dochter. Daar kan ze zich wijden aan haar roeping: schilderen. De roman begint in feite bij haar dood in 1527 en is in feite één grote flashback.
Een schiterende voorbeeld van historische fictie! Het gaat niet alleen om een mooi verhaal, maar je leert ook het Firenze van de renaissance goed kennen!

DunantSarah1%5B1%5D.jpg


***
Romanschrijfster, criticus en radioomroepster , Sarah Dunant , is geboren in 1950 en werd opgeleid aan de Godolphin en Latymer School in Hammersmith, Londen, voordat ze lezingen geschiedenis gaf op Newnham College in Cambridge.
Ze werkte als actrice en begon haar loopbaan als producent voor de BBC Radio in 1974. Als voormalige presentatrice van " Radio 4 's " Woman's Hour" en de " Late Show" op de BBC , waarin telkenjare " The Booker- Prize ceremonie werd uitgezonden is ze tevens de auteur van verschillende boeken.

Zij is de maker  en bezielster van prive - detective Hannah Wolfe, die in Birth Marks (1991), Fatlands (1993),en Under My Skin (1995). optreedt en waarmee ze de winnares van de  Macallan Silver Dagger voor Fiction, voor Crime writers werd.Ze is een patroon van de Orange Prize voor fictie en recensies voor diverse kranten en tijdschriften waaronder The Times en The Observer, en is een vaste presentatrice van BBC Radio 3's  'Night Waves'.



Romans :

Snow Storms in a Hot Climate (1988)
Transgressions (1997)- Misstappen
Mapping the Edge (1999)
The Birth of Venus (2003)- De geboorte van Venus
In the Company of the Courtesan (2006)

Series :

Marla Masterson

(writing as Peter Dunant)
1. Exterminating Angels (1983)
2.
Intensive Care (1986)

Hannah Wolfe
1.

Birth Marks (1991)
2.
Fatlands (1993)
3.
Under My Skin (1995)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 17:13 Reageer op dit bericht

* De Kartuize van Parma * van Stendhal

De Kartuize van Parma

Oorspronkelijke titel : " La Chartreuse de Parme "

Uitgever: Athenaeum-Polak & Van Gennep

ISBN 90 253 4980 3

Paperback : 608 pag.

Vertaling : Theo KARS


***

Stendhal ,vooral bekend van het politiek-romantische meesterwerk "Het rood en het zwart" heeft zijn verhaal van "De Kartuize van Parma" gesitueerd in Noord-Italie ten tijde van Napoleon , zo'n tweehonderd jaar geleden dus.
De jonge aristocraat Fabrizio sluit zich aan bij Napoleontische legers die juist de Slag bij Waterloo verliezen. Als Fabrizio terugkeert in Lombardije blijkt dat hij zich met deze "republikeinse zet" flink in de nesten gewerkt heeft, waardoor hij moet onderduiken.
Zijn tante Gina vangt hem op en probeert hem in Parma in rustiger vaarwater te brengen. Omdat de impulsieve Fabrizio meer zijn hart dan zijn verstand volgt, raakt hij al gauw opnieuw in problemen die hem en de roman naar een denderende climax tillen.

Als je 'De kartuize van Parma' leest, heb je niet het idee dat je een boek aan het lezen bent. Nee, je luistert naar een amusant verhaal, een avontuur vol ironie, spot en intriges, zich afspelend aan het eind van de achttiende, begin negentiende eeuw in de aristocratische kringen van Parma en omgeving.
Het is een kostelijke roman over corruptie, liefdes, intriges en de sociale netwerken van die tijd met telkens weer een amusante kwinkslag.
Hoofdpersoon is Fabricio del Dongo, een naïeve jongeman, die in weerwil van zichzelf en zijn onschuld telkens toch weer in de problemen komt, daar dan weer uitgeholpen wordt door zijn 'fans' onder leiding van zijn flamboyante tante en dat ervaart alsof hij steeds langs de zijlijn van zijn eigen leven staat.

Zo raakt hij regelmatig paarden kwijt, snelt hij vol vuur Napoleon te hulp op 't slagveld en neemt hij soms de meest niet voor de hand liggende beslissingen.

In De Kartuize van Parma vallen allerlei romangenres samen: avonturenroman, liefdesgeschiedenis, Bildungsroman en politieke satire. Een van de grote charmes van dit machiavellistische relaas van liefde en eerzucht, idealisme en hartstocht, huichelarij en onverholen amoralisme is de ironische, oneerbiedige verteltoon.
Hierdoor bewerkstelligt Stendhal dat de lezer het verslag van het wel en wee van de personages steeds met een geamuseerde of meewarige glimlach volgt.

Prachtige, laatste hoofdstukken, heerlijk cynische zinsbuigingen, komisch commentaar op die gepassioneerde Italianen en geweldige wendingen in het verhaal.

De vertaling van Theo Kars van dit prachtige boek van Stendhal , met een nawoord van Arnon Grunberg , is haast een schelmenroman over Fabrizio Del Dongo, die als geliefde neef door zijn tante op een hoge positie wordt geplaatst maar tegelijkertijd een bijna onmogelijke liefde opvat voor een andere vrouw Dit boek,leest als een trein en geeft een mooi beeld van de (hof)intriges van die tijd.

195690.jpg

***
Stendhal, schuilnaam voor  Marie-Henri Beyle (°Grenoble ,23 januari 1783 + Parijs, 23 maart 1842) was een 19e-eeuwse Franse romantische schrijver die in zijn werk zowel romantische als realistische  invloeden verenigde. Stendhal werd geboren in een gegoede royalistische familie.
Zijn vader, Chérubin Beyle, was advocaat in het parlement van de Dauphiné .
Henriette Gagnon, Stendhals moeder, die hij aanbad, overleed op 23 november 1790, hetgeen een grote indruk naliet op de jonge Stendhal.
Vanaf dat moment werd in zijn opvoeding voorzien door zijn vader, zijn tante en, vanaf 1792, zijn leermeester, abbé Raillane. Stendhal verteerde deze voogdij slecht en had een slechte kindertijd in een duffe provinciestad. Zijn enige vriendin was zijn jongere zus Pauline.

Hij verzette zich tegen zijn formeel-christelijke familie en studeerde vanaf 1796 wiskunde  aan de Ecole Centrale de l’Isère te Grenoble.
Stendhal zocht zijn toevlucht in de rechtlijnige wiskunde. Op school werd hij beïnvloed door republikeinse
en antiklerikale denkbeelden en werd hij ook aanhanger van de sensualistische filosofie van de School van Condillac.
In oktober 1799 ging Stendhal naar Parijs met de bedoeling deel te nemen aan het ingangsexamen voor de École polytechnique. Hij zag daar echter van af en, dankzij zijn neef, graaf Pierre Daru, werd Stendhal tewerkgesteld bij het ministerie van Oorlog.
In mei 1800 ging hij in dienst bij het Italiaanse leger van Napoleon. Zo ontdekte hij tot zijn grote genoegen Italië
en meer bepaald de stad Milaan
Zijn bekendste romans zijn La chartreuse de Parme en Le rouge et le noir, die beide autobiografische elementen bevatten.
In beide romans bevatten de hoofdfiguren karakteristieken van Stendhal zelf. Zijn romans worden gekenmerkt door een vrij droge, korte stijl, mede door het feit dat Stendhal gekant was tegen elke vorm van literaire bladvulling.

Het realisme in Stendhals romans uit zich dan ook niet door uitvoerige beschrijvingen , maar eerder in het feit dat hij zich voor het basisgegeven van zijn verhaal baseerde op een waargebeurd feit (wat hij bestempelde als "être vrai"). In de meeste romans staat het thema van de liefde centraal en meerbepaald het procedé van verliefd worden, wat hij heeft omschreven als "kristallisatie".

 

Bibliografie :

Vies de Haydn, de Mozart et de Métastase
(1815)

Rome, Naples et Florence
(1817)

Histoire de la peinture en Italie
(1817)

Vie de Napoleon
(1817)

De l’Amour
(1822)

Vie de Rossini
(1823)

Racine et Shakespeare
(1823-1825)

Armance
(1827)

Promenades dans Rome
(1829)

Chroniques italiennes
(1829-1840), waarin o. a. L'abbesse de Castro, Vittoria Accorambi, Vanina Vanini, Les Cenci, La duchesse de Palliano

Le Rouge et le Noir
(1830) (Nl. : Het rood en het zwart)

Vie de Henry Brulard
(1834-1836) -autobiografie

Mémoires d’un touriste
(1838)

La Chartreuse de Parme
(1839) (Nl. : De kartuize van Parma)

Féder ou le mari d’argent
(1839, onvoltooid)

Privilèges
(1840)

Lamiel
(1889, onvoltooid, postuum)

Souvenirs d’égotisme
(1892, postuum)

Lucien Leuwen
(1894, postuum)


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 18:41 Reageer op dit bericht

* De stad der blinden* van José Saramago

" De Stad der blinden "

Oorspronkelijke titel :

" Ensaio Sobre a Cegueira "

Uitgeverij : Meulenhoff -1998 - pag ;319

ISBN 90 290 5657 6


***

Het zijn niet de ogen die zien, maar de hersenen. Ogen zijn lenzen, maar ze vormen wel het contact met de wereld.
Wat er gebeurt als die lenzen dienst weigeren, is wat José Saramago onderzoekt in zijn roman : "De stad der blinden."

Het begint met een man die voor het stoplicht in de auto zit te wachten. Wanneer het licht op groen springt, wordt hij blind, het laatste wat hij dan heeft gezien is de rode zon van het verkeerslicht, voordat zijn ogen verzinken in een 'melkzee'.
Vreemd genoeg is de wereld niet donker geworden, maar wit, verblindend wit .

Probeer je maar eens voor te stellen hoe het is om niets meer te kunnen zien van wat je altijd zag,  en de wereld alleen nog uit herinneringen en geluiden bestaat.
Je vertrouwt erop dat als het je overkomt, er genoeg hulpmiddelen zijn en mensen om je heen om toch nog een menswaardig bestaan te hebben.
Het lijkt erop dat de schrijver heeft geprobeerd uit te drukken hoe gecompliceerd en wanordelijk het leven wordt als iedereen blind zou zijn. Er zijn geen beelden meer, alleen nog maar woorden en geuren.

Alles loopt door elkaar heen, niemand heeft meer overzicht. De lezer krijgt door deze interpunctie iets van deze wanorde mee. Soms weet je inderdaad niet meer wie WAT zegt. Je moet wel heel goed bij de les blijven (net als die blinden in hun situatie) om je leven nog een beetje ordelijk te houden.
Het is interessant om te zien hoe Saramago dat emotioneel benadert.
Door het aangrijpende verhaal heen, achter de verschrikkelijke werkelijkheid blijft de opdracht: 'Wie ogen heeft, die kijke. Wie zien kan, neme waar,'

Steeds meer mensen worden slachtoffer van wat de 'witte ziekte' wordt genoemd en al gauw worden via overheidswege de slachtoffers en de besmetten (zij die met de blinden in contact zijn gekomen) opgesloten in een voormalig gekkenhuis, afgesloten van de buitenwereld, zwaar bewaakt door militairen die de opdracht krijgen elk die probeert te ontsnappen neer te schieten.
Het verhaal concentreert zich vooral op zeven naamloze personen, de genoemde automobilist ,een prostituee, de vrouw van de automobilist, een loensend jongetje, een oude man die een oog mist, een oogarts en zijn echtgenote. Mysterieus genoeg behoudt deze vrouw, steevast aangeduid als 'de vrouw van de oogarts', haar zicht, maar zij veinst blindheid om niet van haar man gescheiden te worden.. Slechts zij blijft gespaard voor de blindheid. Zij zal tot het einde toe steeds de blinden tot steun zijn. Zij is hun ogen, hun lijn met de wereld.

Soldaten die het terrein bewaken, behandelen de blinden als beesten.
Steeds meer glijdt de steeds toenemende gemeenschap af totdat er sprake is van totale anarchie. Deze leidt uiteindelijk tot grof misbruik van de vrouwen (mishandeling en grove verkrachting) in ruil voor eten. Uiteindelijk vermoordt de vrouw van de oogarts de leider van de verkrachters. De verwording is compleet.

Dit zwaarmoedige, maar bij vlagen toch ook humoristische boek, hoeft eigenlijk verder geen betoog. Het laat zien tot welke ontluisterend niveau de mens kan afglijden, tot welke daden hij in staat is als er maar een zweem van een vrijbrief voor is. Het laat ook zien tot welke moed en veerkracht sommigen in staat zijn als het er om spant.
De harde strijd om het bestaan kleedt alle mensen tot het bot uit. Daartussendoor gloort af en toe een sprankje hoop....de liefdevolheid van individuen tot elkaar.

Dit boek leest als een sneltrein maar dan wel een die in de sombere, donkere nacht rijdt en waarvan de bestemming onduidelijk is .
Zijn wij niet allen blind? Wat weten wij van het leven. Zitten wij niet op de troon van de welvaart, worden we niet geleid door  dat kleine vernisje dat techniek heet? Maar wat als er ook maar IETS niet goed gaat? Wat als de mens het helemaal vanaf de basis zelf moet doen?



foto_17550_CAS.jpg

José de Sousa Saramago

, is geboren op 16 november 1922 uit een daglonersgezin in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo (Portugal) .
'Saramago' is de naam van een wild kruid, en tevens de roepnaam van zijn vader. Bij de burgerlijke stand wordt deze roepnaam per ongeluk aan zijn naam toegevoegd. José Saramago heet dus voluit José de Sousa Saramago.
Na een hele reeks betrekkingen, van autohersteller, slotenmaker, tekenaar tot ambtenaar bij de gezondheidsdienst, komt hij op een drukkerij en in de krantenwereld terecht. Al tijdens zijn studie mechanica is hij echter een fervent bezoeker van de openbare bibliotheek van Lissabon.
In 1944 huwt hij Ilda Reis . Hun enige kind, Violante, wordt in 1947 geboren. Dat jaar komt ook zijn eerste roman (Terra de Pecado -Het land van de zonde uit. Hij schrijft nog een onafgewerkte roman, maar stopt met schrijven omdat hij volgens zichzelf 'niets behoorlijks meer te melden' heeft. Tot 1966 legt hij dan ook de pen neer.
Eind de jaren vijftig begint hij bij een uitgeverij te werken, zodat hij de Portugese schrijverswereld leert kennen. Vanaf 1955 werkt hij deeltijds als vertaler. In 1966 verschijnt zijn eerste dichtbundel (Os Poemas Possíveis), in 1970 zijn tweede (Provalmente Alegria). In 1967-68 werkt hij aanvullend als literatuurcriticus..
In 1969 sluit hij zich aan bij de Communistische Partij van Portugal . Zijn ster rijst; hij wordt literair criticus en politiek commentator, lid van het bestuur van de zojuist opgerichte Portugese Schrijversbond en tenslotte adjunct-hoofdredacteur.
Na de scheiding van zijn vrouw in 1970 begint hij een relatie met de Portugese schrijfster Isabel da Nobrega. In 1972 en 1973  is hij redacteur bij het dagblad Diário de Lisboa,
Hij besluit zich op zijn 53ste aan de literatuur te wijden. Dat is een sprong in het diepe omdat hij al een tijd niet meer schrijft en weinig op zijn palmares heeft (een paar poëziebundels, verzamelde journalistieke stukken en een roman).

Vijf jaar later, in 1980 krijgt hij succes in eigen land met zijn roman 'Opgestaan van de grond', over de mensonwaardige levensomstandigheden van de Portugese landarbeiders. In 1981 breekt hij internationaal door met zijn roman 'Memoriaal van het klooster'.
In 1988 huwt Saramago de Spaanse journaliste Pilar del Rio .

. Zij is tevens de vertaalster van een aantal van zijn boeken. Haar familie geeft Saramago's boeken uit.
In 1992 gaat hij op het Spaanse Canarische eiland Lanzarote in vrijwillige ballingschap wonen. Zijn roman 'Evangelie volgens Jezus Christus
' is door Portugese bisschoppen als godslasterlijk bestempeld en daarom door de minister van Cultuur geweigerd als kandidaat voor de Europese Aristeion-prijs  Op Lanzarote schrijft hij een reeks dagboeken en romans.

Op 8 oktober 1998 krijgt José Saramago de

Nobelprijs voor Literatuur.

Saramago houdt een aantal eredoctoraten aan de

Universiteit van Turijn (Italië), Universiteit van Sevilla (Spanje), Universiteit van Manchester (Verenigd Koninkrijk) en Coimbra (Portugal).


Romans :
Terra do Pecado 1947 ("Het land van de zonde", niet in het Nederlands vertaald);
Manual de Pintura e Caligrafia, 1977 ("Handboek van schilderkunst en kalligrafie", niet in het Nederlands);

Levantado do Chão
, 1980; ("Opgestaan van de grond", niet in het Nederlands)

Memorial do Convento
, 1982 (Nederlands: "Memoriaal van het klooster", 1990)
O Ano da Morte de Ricardo Reis, 1984 (Nederlands: "Het jaar van de dood van Ricardo Reis", 1999)

A Jangada de Pedra
, 1986 (Nederlands: "Het stenen vlot", 2002)

História do Cerco de Lisboa, 1989 (Nederlands: "Het beleg van Lissabon", 1996)
O Evangelho Segundo Jesus Cristo, 1991 (Nederlands: "Het evangelie volgens Jezus Christus", 1993)
Ensaio sobre a cegueira, 1995 (Nederlands: "De stad der blinden", 1998)

Todos os Nomes
, 1997 (Nederlands: "Alle namen", 2000)

A caverna
, -
Het schijnbestaan -2002

O Homem Duplicado
, 2002 (Nederlands: "De man in duplo", 2003)

Ensaio sobre a lucidez
, 2004 (Nederlands: "De stad der zienden", 2005)

As intermitências da morte,2005 (Nederlands: "Het verzuim van de dood", 2006)

As pequenas memorias
,2006 (Nederlands: "Kleine herinneringen", 2007)


Internationale prijzen :

1992 - Internationale Literatuurprijs van Mondello (Palermo) voor het hele oeuvre;
1998 - Nobelprijs voor de Literatuur;

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 16:25 Reageer op dit bericht

* Duivelswerk * van Mo Hayder

DUIVELSWERK

Oorspronkelijke titel

: " Pig Island "

Uitgeverij

: Luitingh-Sijthoff -Amsterdam

Vertaling : Yolande Ligterink

1e druk juli 2006 - 352 pag.

***

Duivelswerk,  is het verhaal van een journalist die een sekte opzoekt die zich heeft teruggetrokken op een Schots eilandje.
Het gerucht gaat dat de duivel in eigen persoon op het eiland rondwaart. Op een video is namelijk een gestalte met een soort staart te zien. En wat betekenen al die varkenskarkassen die op het vasteland aanspoelen en van het eiland afkomstig zijn?

De sceptische ,en aan lager wal geraakte journalist Joe Oakes heeft er zijn missie van gemaakt spirituele bedriegers te ontmaskeren.
Dat deed hij al eens met de voormalige gebedsgenezer Malachi Dove, wiens volgelingen op het eiland wonen, en dat is hij nu van plan met de zogenaamde 'duivel van Varkenseiland'.

De journalist heeft lang geleden al eens de degens gekruist met de leider van de sekte. De man blijkt zich van zijn gemeenschap te hebben afgescheiden en leidt een kluizenaarsbestaan op een eigen deel van het eiland.
Hij is minder kluizenaar dan het lijkt, want er blijkt ook nog een mismaakte dochter bij hem te wonen en tussen die dochter en de journalist groeit iets moois.Hij valt vooral op haar staart die geen echte staart blijkt te zijn, maar wel iets anders dat er eigenlijk niet zou horen te zijn.
Een walm van rottend vlees omgeeft het eiland. Er is door een dronken toerist een video gemaakt van een duivels wezen, half mens, half beest. Men voelt aan zijn water: hier klopt iets niet.
Dan is er nog de echtgenote van de journalist die in een eigen waanwereld leeft die ogenschijnlijk reëel is. Zij en de journalist vertellen om beurten het verhaal, waarbij de journalist meer aan het woord komt.

Ondanks hevig protest van de doodsbange eilandbewoners waagt Joe zich toch op een met schrikdraad, giftige chemicaliën en varkenskoppen afgezet deel van het eiland. Zijn vastberadenheid en zucht naar de waarheid zetten echter gebeurtenissen in gang die zo gruwelijk zijn, dat het woord angst een totaal nieuwe betekenis voor hem krijgt...

Uit al het voorgaande vloeit,, moeiteloos een roman noir voort, waarin seksuele obsessies en verboden lusten niet wordt veronachtzaamd.

Lees en huiver is het devies. De praktijken van de sekteleider die als gebedsgenezer begon, worden in het begin met een mooie vondst goed beschreven, maar daarna wordt je alleen maar onbehaaglijk van het verhaal door de combinatie van wreedheden en smoezeligheid.
Maar wie effectbejag waardeert heeft aan Hayder een goede.

Op zo'n moment kan het met zulke thrillers twee kanten uit: een goeie en een slechte. Hayder opteert, de duivel zij geloofd, voor de goeie. De kant waar het onheil en de horror in het eigen hoofd sluimeren, of in dat van de anderen - het soort anderen die Sartre ooit les autres noemde.
En daar eindigen de fantasmen geenszins, tot je je afvraagt, terwijl je enigszins peinzend haar engelachtige voorkomen op de achterflap overweegt: waar haalt ze 't vandaan? Je zou ze de kroonprinses van het griezelgenre kunnen noemen.

MoHayder1.jpg


Mo Hayder ,
is geboren in 1952 in Essex .
Op haar vijftiende verliet Mo Hayder  de school om als serveerster, beveiligingsbeambte, filmmaker, lerares Engels in Azië en als gastvrouw in een club in Tokio te gaan werken. Haar leven nam een belangrijke wending toen, aan het eind van de jaren tachtig, één van haar collega-gastvrouwen op brute wijze aangevallen en verkracht werd. Mo was gechoqueerd door deze gebeurtenis. Ze raakte geobsedeerd door de vraag wat de verkrachter dacht, waarom hij het had gedaan.
De debuutroman van Hayder, Vogelman, verscheen begin 2000 en werd direct een bestseller. Ze gaf haar parttime baan op en werd fulltime schrijfster. Haar debuut werd in 2001 opgevolgd door De behandeling.

In 2003 keerde Mo Hayder terug naar Tokio voor achtergrondonderzoek voor één van haar romans. Bovenal wilde ze herinnerd worden aan de sfeer van de club waar ze werkte op het moment van de verkrachting van haar collega. Ze was ook geïnteresseerd in de tragische moord op Lucie Blackman. Mo herinnerde Tokio aan het eind van de jaren tachtig als een veilige stad om in te leven en werken en wilde daarom een idee krijgen van wat er in 14 jaar was veranderd. Ze werkte onder andere enige tijd in de nachtclub waar Lucie Blackman werkte ten tijden van haar verdwijning.

In 2004 brak ze internationaal definitief door met haar roman Tokio,die genomineerd werd voor diverse internationale prijzen.
Mo woont met haar partner Keith Quinn en haar dochtertje , Lotte-Geneviève in Bath (London).



A writer in touch with her dark side and a major new talent.
' The Guardian



Romans :

Birdman (2000)- Vogelman
The Treatment (2001)- De behandeling
Tokyo (2004)- Tokio
aka The Devil of Nanking
Pig Island (2006)- Duivelswerk.
Throwing the Bones (2007)
Ritual (2008)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 16:04 Reageer op dit bericht

* Asiel* van Liza Marklund

Asiel -

Oorspronkelijke titel ; " Asyl "


ISBN: 9044505807
Uitgever:
De Geus - Hardcover :411 pag.

Vertaling: Ina Sassen


***
Asiel  is het tweede boek in de Maria Erikson -serie en gaat verder waar het eerste boek " Ondergedoken " stopt.

Namelijk op het punt waar Maria Eriksson met haar gezin Zweden verlaat om uit de handen te blijven van haar moordlustige Libanese ex -partner en zijn vrienden. Na een aantal maanden keert het gezin terug in Zweden. Er zit weer niks anders op dan onderduiken.
Er lijkt een lichtpunt te zijn.
Maria hoort over een stichting die mensen helpt om onzichtbaar naar het buitenland te verdwijnen.
Dit is de enige manier om een normaal leven te leiden. De kinderen kunnen dan buiten spelen en naar school. De eigenares van de stichting is echter niet eerlijk en gebruikt de stichting om enorme bedragen van organisaties te krijgen die ze zogenaamd nodig heeft voor de emigraties. Ze houdt het allemaal zelf. Maria is weer terug bij af.

Ze heeft haar zinnen op het buitenland gezet.Ze vluchten het land uit, eerst naar Zuid-Amerika - Chili en Argentinie - en uiteindelijk naar de Verenigde Staten.
Vanuit Zweden heeft Maria een huis en een school voor de kinderen geregeld. Bij aankomst blijkt het huis aan een ander verhuurd en worden de kinderen niet toegelaten tot de school omdat ze geen Spaans spreken.
Met veel doorzettingsvermogen vindt Maria een ander huis en een school die de kinderen de taal wil leren. Het lukt haar om een snackbar te beginnen bij  de school zodat het gezin inkomsten heeft.
Haar man ,Anders ,raakt in een dip en doet weinig. Ook voor zoontje Robin is Chili geen goede omgeving. De kwaliteit van de lucht is slecht en hij heeft zware levensbedreigende astma-aanvallen.
Na ruim een jaar is het gezin het zat. De school krijgt een nieuwe directeur die Maria uit de snackbar zet. En veel vriendjes en vriendinnetjes van de kinderen gaan naar een andere school of verhuizen. Maria besluit de gok te wagen en naar Amerika te verhuizen.
Om daar te mogen blijven heeft ze een greencard nodig. Deze is alleen te verkrijgen als de rechter akkoord gaat. Er zijn maar weinig advocaten die een asielaanvraag van een Zweed op zich willen nemen.

Het gezin bloeit op in Amerika. De kinderen kunnen er vrij spelen en Maria maakt veel vriendinnen. Alleen Anders kan niet aarden en hangt hele dagen voor de televisie. Hij bemoeit zich niet met de procedures van de asielaanvraag. Na een aantal spannende jaren en een zenuwslopend verhoor dat uren duurt komt de rechter met een besluit. Maria kan eindelijk rusten.

Na  jarenlange strijd krijgt Mia voor elkaar dat zij en haar gezin er dus asiel krijgen op grond van vrouwenmishandeling, de allereerste keer dat in de VS aan een Europese vrouw op die gronden asiel wordt verleend.
Aangrijpend, onthutsend in romanvorm geschreven, waargebeurd verhaal over de gevolgen van stalking en geweld tegen vrouwen, over het balling zijn, in een vreemd land opnieuw moeten beginnen, en over asiel zoeken, met steeds de dreiging van de ex-partner op de achtergrond.

Dit boek leest net zo vlot als de voorganger. Daar was het verhaal vooral akelig en was er een uitzichtloze situatie te zien. In dit boek zie je de lichtpunten voor het gezin. En je wilt zo graag dat ze het goed krijgen na alle ellende die ze al doorstaan hebben. Je blijft lezen totdat je zeker weet dat de familie een thuis krijgt waar ze veilig zijn. Je voelt de frustratie van Maria. En een ander had het misschien allang opgegeven. Deze vrouw vecht tot het bittere einde voor een betere toekomst. En je gunt het haar. Daarom is het einde van het boek een hele opluchting. Heel meeslepend.
Haar thema's zijn de probleemthema's van het moderne Zweden : maffia, terreur,bedrijfskriminaliteit,immigratie en steeds opnieuw hamert ze op het geweld tegen vrouwen.

marklund858_1161155629.jpg

Liza Marklund

, is geboren op  9 sept 1962 in Piteå, een klein dorp in Noord-Zweden.Als ze zestien was hield ze de school voor bekeken en begon ze allerlei jobs uit te proberen .Ze was achtereenvolgens , magazijnarbeidster, serveerster, poetsvrouw in zwembaden , zelfs als croupier in het Stadshotel van Piteå verdiende ze haar brood.
Zeer veel jobs, zeer weinig geld maar een hoop ervaring die anderen nooit kregen.Ze ging appelsienen plukken in Israël en werd in Griekenland opgepakt voor landloperij. Een leven als vagebond  dus , maar het leven dat ze zelf verkoos.. Op eenentwintig beviel ze van een dochter bij haar Amerikaanse vriend en enkele jaren later  huwde  ze een Russische ingenieur omdat hij niet het land zou uitgewezen worden.
In 1984 keerde ze terug naar Zweden en begon er aan een opleiding als journaliste.Ze deed als chef nieuwsdienst en hoofdredacteur ruime ervaring op bij verschillende dagbladen en was zo meerdere jaren chef van de nieuwsdienst van de private zender TV4 . Deze droomjob gaf ze op om zich drie jaar geleden te ontpoppen als een succesvol schrijfster van misdaadromans.

Bibliografie :
Series :

Annika Bengtzon

1 .

Springstof (2000)-Sprängaren
2.
Studio Sex (2002)- Studio zes
aka Studio 69
3.
Paradise (2000)- Paradijs- Paradiset
3.
The Bomber (2001)
5.
Prime Time (2002)
6.
The Red Wolf (2003)- De rode wolf-Den röda vargen
7.
Het testament van Nobel (2007)-Nobels testamente

Maria Eriksson serie:
8..

Ondergedoken (2005)-Gömda
9..
Asiel (2006)- Asyl

2007: Er is een speciale plek in de hel voor vrouwen
2007:

Livstid


 

 


,
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 18:45 Reageer op dit bericht

* Kind van de profetie * van Juliet Marillier

Kind van de profetie


Oorspr. titel: " Child of the Prophecy"

Uitgeverij: Luitingh- Sijthoff


Vertaling: Pauline Moody

Deel 3 uit de serie Trilogie van de Zeven Wateren
pocket, 576 pag.
ISBN: 9789024553433


***

In de Keltische schemering van het oude Ierland, beheerst door mythen en magie, ontspint zich een machtige en betoverende geschiedenis.
Kind van de profetie is het laatste deel van de Trilogie van de Zeven Wateren door Juliet Marillier, winnares van de Alex Award.
De eerste twee delen kenmerkten zich door hun emotionele diepgang en verfijnde uitdieping van de karakters. Dit laatste deel sluit naadloos aan bij de beschrijving van de dreigende ondergang van de Ierse Feenwereld en de belangrijke rol die de bewoners van Zeven Wateren hierin vervullen.

Hoofdpersoon is wederom een vrouw, Fainne, door haar vader opgeleidt tot tovenares, en door geboorte verbonden met de bewoners van Zeven Wateren. Zeven Wateren is een landgoed dat diep verscholen ligt in de wouden in het Noordoosten van Ierland.

De jonge Fainne groeit op aan de ontoegankelijke en rotsige westkust van Ierland. Veilig en beschermd. Elke zomer kijkt ze uit naar de komst van Darragh, haar enige vriend en ondanks de eisen die de opleiding aan haar stelt, heeft ze er een gelukkige jeugd. 
Het lot van Zeven Wateren ligt in de handen van Fainne. Ze moet kost wat kost verhinderen dat haar neef Johnny de eilanden herovert.

Het thema van de Trilogie van de Zeven Wateren is het behoud van de wouden, de eilanden, en alle spirituele waarden waar zij voor staan. Druïden hadden veel respect voor de natuur en begrepen het grote belang van de relatie die de mens heeft met de aarde en de oceaan, de zon en de maan. Het verhaal is geplaatst in het tijdperk dat het christendom de overblijfselen van het Keltische heidendom in Ierland overvleugelde. De verhouding tussen mensen en de wezens van de Andere Wereld is zeer gespannen. Het Kleine Volk manipuleert de mensen zonder enige scrupules, gewoon zoals het het beste uitkomt. Tegen de achtergrond van die strijd worstelen de hoofdpersonen in haar boeken met hun eigen keuzes en staan ze bloot aan het machtsspel tussen mensen zelf.


MARILLIER, Juliet

                            julietmarillier.jpg

                                      Nieuw-Zeeland (Dunedin), 27 juli 1948-

De  schrijfster is geboren in Dunedin " het Edinburgh van het Zuiden ",een stad
waar de invloed van de Keltische immigranten nog sterk voelbaar is.
Marillier groeide op met Schotse en Ierse verhalen en muziek om zich heen.
.De lijnen van de traditionele vertelkunst zijn onmiskenbaar verweven in haar werk..Ze studeerde Letteren en muziek aan de Universiteit van Otago .
Daarna doceerde ze muziekgeschiedenis,dirigeerde ze een koor , heeft professioneel gezongen en had ze diverse banen als ambtenaar.
Sinds 2002 heeft ze zich full-time op het schrijven gestort.
Momenteel woont ze in het lommerrijke Guildfordgebied bij het West-Australische Perth.
Ze bewoont er, dichtbij een rivier, een 100 jaar oude cottage, die ze deelt met 2 honden en een kat. Ze heeft ook 4 reeds volwassen kinderen( twee dochters en twee zonen) en 1 kleinkind.
Het is afgelegen wonen maar, aangezien ze rust nodig heeft om te schrijven,is het goed voor haar werk.


 

 Series

Sevenwaters * De trilogie van de zeven wateren
1. Daughter of the Forest (2000)- De dochter van het woud
2. Son of the Shadows (2001)- Zoon van de schaduwen
3. Child of the Prophecy (2002)- Kind van de profetie

Children of the Light Isles * De saga van de eilanden van het licht
1. Wolfskin (2003)- Drager van de wolvenvacht
2. Foxmask (2004)- Drager van het wolvenmasker

Bridei Chronicles * De kronieken van Bridei
1. The Dark Mirror (2005)- Des magiërs leerling
2. Blade of Fortriu (2006)- Het zwaard van Fortriu
3. The Well of Shades (2007)- De schaduwbron

Wildwood Dancing
1. Wildwood Dancing (2006)- Wildewoud
2. Cybele's Secret (2007)




Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door boekenpiraatje om 19:55 Reageer op dit bericht

* Broeder Grimm * van Craig Russell

Broeder Grimm

Oorspronkelijke titel ;

" Brother Grimm "

Uitgeverij : De Fontein

paperback :384 pagina's

Vertaling : Pieter Janssens

Verschenen: juni 2006

ISBN: 9026121970



The hunt is on for a serial killer who is exploring the darkest, most fundamental fears hidden in ancient fairy tales. A predator who kills and then disappears into the shadows.



***
Het verhaal speelt zich af in de Hanzestad Hamburg.
Een seriemoordenaar lijkt zich  daar te laten inspireren door de sprookjes van de gebroeders Grimm. Als hoofdcommisaris Jan Fabel en zijn team worden geconfronteerd met de eerste dode van een hele reeks ;vallen ze van de ene in de andere verbazing, als blijkt dat de dode de dode niet kan zijn .
Russell sleept de lezer met zich mee door subtiele aanwijzigingen te geven die door iedereen met kennis van sprookjes gebruikt kunnen worden om samen met Jan Fabel achter het motief van de dader te komen.
Het groepje politiemensen is duidelijk ondergeschikt aan het verhaal dat subliem is opgebouwd.
 In dit boek speelt de stad Hamburg, alsmede het vlakke Noord-Duitse landschap, een grote rol, bijna als een extra karakter in het boek.
Tegelijkertijd veroorzaakt een auteur veel ophef met zijn boek, waarin één van de gebroeders Grimm wordt geportretteerd als een wrede moordenaar.

 In een verhaal met snelheid weet  de schrijver de aandacht op te eisen en die stijgt evenredig met de verloop van gebeurtenissen waarin Jan Fabel en zijn mensen worden meegevoerd. De basis is een erg goede keuze van hem temeer daar de sprookjes van Grimm voor niemand onbekende verhalen zijn. Dit uitgangspunt stimuleert het verbeeldingsvermogen van de lezer sterk en laat je meedenken welk thema bij de volgende moord is gebruikt. Door dit concept is het hem gelukt om de betrokkenheid gedurende het verhaal sterk te laten toenemen.
De plot is weinig voorspelbaar, steekt goed in elkaar , gezien de diversiteit aan potentiële daders die de revue  passeren.
De geharde thrillerliefhebber zal echter volop genieten van de spannende scènes, het speurwerk van onze Duitse vrienden, de incidentele kijkjes in een zieke moordenaarsgeest en niet te vergeten de knappe spanningsopbouw naar een verbluffende climax.

author4.jpg


Craig Russell , is een Britse schrijver geboren in 1956 in Fife, Scotland.
Hij werkte als politie-officier en later als copywriter en directeur in de advertentie industrie.. Russell, interesseert zich sinds lang in de na-oorlogse Duitse gemeenschap en geschiedenis en sinds 1990 is hij een freelance schrijver.
Zijn eerste boek , in de serie met Jan Fabel , de hoofcommisaris van de Duitse Moordbrigade is " Blood Eagle ".
 Zijn opvolger " Brother Grimm " ( Wolfsfährte ), kreeg een nominatie voor de Dagger Award  shortlist van 2007.
Craig Russell won tevens  de Hamburg Polizeistern Award.
Hij woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in Pertshire in West-Schotland




Series Jan Fabel

1. Blood Eagle (2005)- Adelaarsbloed
2. Brother Grimm (2006)- Broeder Grimm
3. Eternal (2007)

Te verschijnen roman

The Carnival Master (2008)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door boekenpiraatje om 17:56 Reageer op dit bericht

Meer van Auteurs en hun boeken

↑ Terug naar de berichten