Marga Minco – Het bittere kruid. Een kleine kroniek
Bert Bakker, Amsterdam (1957)
Er rijdt door mijn hoofd een trein
vol joden, ik leg het verleden
als een wissel om...
Bert Voeten
***
Tijdens het joodse paasfeest worden er ongezuurde broden en bittere kruiden gegeten.,dit ter herinnering aan de slavernij. Niet alleen de slavernij in Egypte, maar ook de holocaust is een bittere tijd voor de joden geweest.
De Tweede Wereldoorlog en de gevaren van joodse onderduikers vormen het hoofdbestanddeel van Het bittere kruid. Het is een oorlogsroman.
Minco's eersteling, is na het dagboek van Anne Frank het meest gelezen boek over de joodse ervaring van de bezetting in Nederland.
De familie van Marga woont in Breda. Na de Duitse inval krijgen ze het steeds moeilijker omdat ze joods zijn: ze worden opgeroepen voor het werkkamp, de ouders worden gedwongen te verhuizen naar het Judenviertel in Amsterdam en Bettie de zus van Marga wordt als eerste van de familie tijdens een razzia opgepakt.
Marga besluit ook naar Amsterdam te reizen om zich bij haar ouders te voegen.De vader van Marga is een optimistische man die denkt, of misschien doet hij het zo voorkomen, dat het allemaal wel mee zal vallen met de Duitsers.Marga’s moeder ziet de toekomst somberder in. Zij stelt voor om mooie portretfoto’s te laten maken als ‘aandenken voor later’.
Op een zekere dag is er een razzia en haar ouders worden opgepakt. Marga weet echter te ontsnappen.
Marga’s broer Dave en zijn vrouw Lotte reizen met Marga naar Utrecht: daar is een onderduikadres. Lotte wordt echter opgepakt en Dave meldt zich vervolgens vrijwillig. In Utrecht blijkt er geen plaats te zijn voor Marga. Ze gaat terug naar Amsterdam.
Via Wout, een kennis, krijgt Marga een onderduikadres op het platteland. Als haar geld op is, besluit Marga de boerenfamilie niet meer tot last te zijn. Wout regelt een nieuw persoonsbewijs en een nieuw onderduikadres. Daar blijft Marga tot de oorlog voorbij is.
Na de oorlog zoekt zij haar oom in Zeist op. Deze oom heeft bericht gekregen dat zijn hele familie omgekomen is, maar toch staat hij iedere keer bij de tramhalte te wachten of er toch nog niet iemand terugkomt. Wanneer deze oom gestorven is, gaat Marga nog een keer naar Zeist. Eigenlijk vindt ze het nu vreemd dat haar oom niet meer bij de tramhalte staat en ze vraagt zich af waarom zij zelf niet blijft wachten. Maar ze komt tot de conclusie dat ze het geloof van haar oom mist, ze weet dat er niemand terugkomt.
Het bittere kruid begint als de oorlog een paar dagen bezig is en eindigt na de bevrijding. De vertelde tijd is dus zo’n vijf jaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Hier en daar zijn er flash-backs: herinneringen aan de tijd van voor de oorlog.
Vlak voor de herdenkingsdagen van mei 1957 wordt Het bittere kruid gepubliceerd, de roman waarin ze haar eigen ervaringen tijdens de oorlog beschrijft, al is de hoofdpersoon in het boek tien jaar jonger dan zij destijds was. Het boek maakt veel indruk, vooral door de sobere stijl. Steeds voelbaarder worden voor de jonge hoofdpersoon en haar familie de anti-joodse maatregelen van de Duitsers.De sobere stijl is typerend voor Minco's manier van schrijven, het is vooral haar streven, en dat bereikt zij door eindeloos te schrappen.
Over een dramatische gebeurtenis moet je sober schrijven, zegt ze ,anders wordt het melodrama. Ze wilde zoveel mogelijk informatie geven in een klein stukje.
Haar voornaamste thema's zijn oorlog, verdriet enz. Dit komt vooral omdat zij zo goed kan schrijven over oorlog omdat ze die zelf heeft meegemaakt, ze wil laten zien hoe het toen was.
'Het bittere kruid is autobiografisch, ik moest mijn adem inhouden om het te schrijven. Ik heb er dus zelf schuld aan en moet de consequenties dragen.'
In de meeste verhalen en romans die daarop volgden gaat het ook over gebeurtenissen in de oorlog. Of de oorlog is het scharnierpunt tussen de onbezorgde tijd ervoor, toen ze te midden van haar familieleden leefde, en de kale tijd erna, toen er niemand meer was.Want hoeveel tijd er ook sinds haar jeugd is verstreken, het verleden dringt zich steeds scherp op.
Er is voor haar personages geen verschil tussen wat ooit bestond en wat nu bestaat. Toen kan plotseling nu worden, de grens tussen heden en verleden weggevaagd.
Minco probeert met zo weinig mogelijk woorden te schrijven.Vooral gevoelens worden niet weergegeven. Het is aan de lezer om er de juiste gevoelens bij te denken.
Dit levert kale en sobere zinnen op. In haar schrijfstijl zit geen emotie, maar daardoor weet ze juist die emotie bij de lezer op te roepen..
Het is bekend als je ouder bent: je grijpt weer terug naar je kinderjaren. Je gaat de dingen die verder weg zijn scherper zien dan gebeurtenissen van kort geleden. De sprong naar vóór de oorlog wordt gelukkig steeds minder pijnlijk. Het zijn vastgestelde beelden geworden. Ze hebben een plaats gekregen: zoals je ze gezien hebt en zoals je ze altijd blijft zien. Daar ben ik aan gewend geraakt.''Ik heb na de oorlog alles erg willen verdringen,' zegt ze. 'Ik wilde er niet over praten. De namen niet noemen. Wilde het voor mezelf hebben. Dat was de houding van de meeste joden die alleen zijn overgebleven. Het werd een algemene zwijgplicht.'
Toch doorbrak zij het zwijgen met Het bittere kruid, de 'kleine kroniek' die in 1957 verscheen.Ik wilde voor een blijvende herinnering zorgen die hopelijk langer zou bestaan dan ik zelf ,zegt ze.
Ja, dat is omgekeerd aan de wens van de meeste schrijvers die zelf willen voortbestaan na hun dood. Daarom heeft ze de ik-figuur geen naam gegeven en heeft ze haar veranderd, haar jonger gemaakt dan ze zelf was aan het begin van de oorlog. Het ging om hen, niet om haarzelf. Haar emoties heeft ze trouwens altijd achtergehouden. Dat is een eigenschap geworden.
' Ik geloof dat je karakter zich weerspiegelt in je werk. Ik kan alleen op een ingehouden manier schrijven.'zegt Minco.
'. 'HBK' - dat is de familieafkorting voor Het bittere kruid, haar evergreen die inmiddels meer drukken heeft beleefd dan ze zelf kan tellen en die, ook vanwege de zeer bescheiden omvang, door generaties scholieren is gelezen. .'Haar werk cirkelt telkens rond dezelfde plaatsen, voorwerpen en mensen, steeds weer belicht ze dezelfde geschiedenis vanuit een ander gezichtspunt
Ze zegt ironisch: 'Ik had moeten wachten. Had één keer een dikke roman moeten schrijven. Dan was ik er ook in één keer vanaf geweest.' En vervolgt met ernst: 'Ik probeer zo mijn geheugen soepel te houden. Ik wil niet over hetzelfde schrijven, maar het komt er toch op neer. Kennelijk moeten dezelfde situaties steeds weer anders worden aangekleed. De onderwerpen zijn wel gevarieerd, maar de personages hebben allemaal wel een beetje dezelfde achtergrond.'
Wat ook een rol speelt in Het bittere kruid en terugkomt in haar andere werk zijn de voorwerpen.Ze krijgt de bezittingen van haar ouders niet terug. Het was ook al zo in Het bittere kruid, waarin het Bredase buurmeisje het tennisracket van de ik-figuur komt 'lenen'. Zij staat op het punt naar Amsterdam te vertrekken, naar het Judenviertel waar haar ouders wonen. 'Het zou zonde zijn als je al die leuke dingen hier liet staan,' zegt het buurmeisje monter. 'Ik had beter een tas mee kunnen nemen.'
In 'Het bittere kruid' schrijft Marga Minco over de Jodenvervolging tijdens de bezettingstijd. In korte hoofdstukken realiseert zij de sfeer van toenemende onzekerheid en angst. Zelfs als de bezetter toeslaat, blijft er nog een spoor van hoop om aan het lot te ontkomen. Met kleine middelen roept de schrijfster een sfeer op van dreiging, ongegronde hoop en verwachting, die precies weergeeft wat in die jaren in de harten van de vervolgden leefde.
Wat bij lezing meteen opvalt is de grote terughoudendheid in woordgebruik en in emoties. Er is sprake van een zekere 'woordeconomie'. Ook kan men spreken van 'understatements' als ze bijvoorbeeld geen een keer het begrip 'Duitser' noemt, maar wel uiterst suggestief de reacties van plaatsgenoten op handelwijze van de bezetter beschrijft.
Wat over de stijl van Het bittere kruid is gezegd geldt ook voor enkele verhalen uit haar bundel De andere kant. Men leest bijvoorbeeld in het slotgedeelte van het verhaal Het adres ( dat gaat over een adres waar allerlei eigendommen van de Joodse vertelster worden bewaard die niet worden teruggegeven: "Ik nam mij voor het adres te vergeten. Van alle dingen die ik moest vergeten zou dat me het gemakkelijkst vallen." Een dergelijk suggestief slot kent trouwens ook het bittere kruid: de vertelster wilde dat ze evenals haar demente oom kon geloven aan terugkeer van familieleden. Marga Minco heeft een klein maar uniek oeuvre op haar naam staan. Behalve Het bittere kruid schreef ze verhalen, aanvankelijk voor het naoorlogse satirische tijdschrift Mandril, waarvan een deel is opgenomen in haar Verzamelde verhalen. Ze publiceerde twee novellen, De val en De glazen brug, twee romans, Een leeg huis en Nagelaten dagen, en maakte verschillende kinderboeken.
Het bittere kruid, bekroond met de Vijverbergprijs, is door de kritiek in binnen - en buitenland unaniem geprezen als een menselijk document van uitzonderlijk gehalte, waarin de schrijfster met een maximum aan soberheid en distantie de ondergang van een joodse familie tijdens het nazibewind getekend heeft. Vertalingen verschenen onder andere in Amerika, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië, Hongarije, Rusland en China.
In 2005 ontving ze de Constantijn Huygensprijs voor een halve eeuw consequent vakmanschap.
Marga Minco, eigenlijk: Sara Menco (Ginneken 1920),
.jpg)
Marga Minco werd op 31 maart 1920 in het Brabantse Ginneken geboren en groeide op in een orthodox-joods gezin. Haar geboortenaam is Sara, maar al snel wordt zij Selma genoemd. Vijf jaar oud verhuist Marga Minco met haar familie naar het naburige Breda, waar haar vader een belangrijke positie in de joodse gemeente krijgt. Onder invloed van zijn vrouw, een liberaal-joodse onderwijzeres, staat hij op den duur een minder streng-orthodoxe opvoeding voor zijn kinderen toe. Dat neemt niet weg dat de Minco’s, net als andere joodse families in het katholieke Breda als ‘anders’ werden beschouwd.
Zij was gehuwd met de schrijver/dichter Bert Voeten(1918-1992).Een groot deel van haar werk is door oorlogservaringen gekleurd.Misschien is ze wel de meest gelezen schrijfster door middelbare scholieren.Dat heeft in de eerste plaats te maken met de grote zeggingskracht van haar stijl.: de vele understatements.Maar ook is haar proza eenvoudig en beknopt.Haar meeste verhalen,, novellen en romans hebben een beperkte omvang.Dat geldt ook voor haar debuut " Het bittere kruid "(1957) en voor de romans " Een leeg huis"(1966) in 1992 bewerkt als toneelstuk,en "De Val" (1983).De verhalen die niet direkt op de oorlog betrekking hebben gaan altijd wel over eenzaamheid en isolement.Het toeval, even absurd als tragisch speelt er een belangrijke rol in.Haar stijl is sober, men spreekt behalve van understatement ook wel van ' woord-economie' als men haar stijl wil karakteriseren.Tijdens de oorlog werden haar ouders opgepakt; zij wist aan de Duitsers te ontsnappen en bracht de oorlogsjaren onder de naam Marga Faes (de voornaam houdt ze aan) op onderduikadressen door. Ze was de enige van haar familie die de jodenvervolging overleefde, haar ouders, broer en zus kwamen om. Deze ervaring bepaalde in hoge mate haar leven, alsook haar schrijven. 'Ik kom altijd weer op die periode '40-'45 terug, ik wil het vaak niet, maar die jaren hebben mij het hevigst aangegrepen.'En: 'Door te schrijven over mijn leven, heb ik aan mijn leven een bepaalde vorm gegeven. Ik houd mij nu aan die vorm. Ik zie mezelf door de ogen van de schrijver die ik ben geworden.'
In 2004 maakte zij de overstap naar De Bezige Bij en verscheen Storing. Het is een bundel van elf korte verhalen, die de schrijfster de afgelopen jaren schreef. De onderwerpen zijn verschillend, maar de stijl is steeds onmiskenbaar die van Minco: helder, precies, en met een ingehoudenheid die een maximum aan zeggingskracht bereikt.
Hoe afwisselend de verhalen ook zijn, vaak komen zijdelings de oorlogsjaren in beeld: een opmerking of toevallige ontmoeting is aanleiding voor een herinnering, zoals in het verhaal 'December Blues', over een kortstondige verhouding tijdens de donkere bezettingsjaren. Het onvermogen om je eigen geschiedenis los te laten, dat is en blijft het grote thema in het werk van Marga Minco.
Ze schrijft ook korte verhalen en kinderboeken, zoals: Kijk eens in de la uit 1963 en De verdwenen bladzij uit 1994. Ze krijgt in 1957 de Multatuli-prijs voor het verhaal Het adres en in 1958 ontvangt ze de vijverbergprijs voor Het Bittere Kruid.
In december 1992 overleed haar echtgenoot, Bert Voeten. Sindsdien deelt ze het huis met haar oudste dochter Bettie.
Bibliografie :
1955 De verdwenen ambtsketen televisiespel voor kinderen
1957 Het bittere kruid. Een kleine kroniek roman
1959 De andere kant. Verhalen
1963 Kijk 'ns in de la kinderboek
1965 Het huis hiernaast novelle; in 1966 ingepast in Een leeg huis
1965 Terugkeer novelle
1966 Een leeg huis roman
1968 De trapeze kinderverhalen, met gedichten van Mies Bouhuys
1970 De dag, dat mijn zuster trouwde novelle
1970 De hutkoffer televisiespel
1974 Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren
1975 Daniël de Barrios televisiespel
1975 Je mag van geluk spreken verhalen
1982 Verzamelde verhalen 1951-1981
1983 De val roman
1986 De glazen brug Boekenweekgeschenk
1991 De zon is maar een zeepbel droomverslagen
1994 De verdwenen bladzij verhalenbundel voor kinderen
1997 Nagelaten dagen roman
1998 Door het land roman
2003 Decemberblues
2004 Storingen verhalen