Zomer
Zomer
Een zinderende warmte, overdrijvende wolken in een knalblauwe lucht
Een gestroomlijnde vogel trekt een wit spoor op zijn glijvlucht
De zomer kondigt zich aan in een lappendeken van kleuren
Dansende vlinders, zoemende hommels, bloemen die zalig geuren
Wat is er mooier dan een landschap dat ontwaakt, lichtglanst en opfleurt
Koolzaad dat rijkelijk langs de waterkant geel kleurt en fris geurt
Wat beeldschoon is het water als de zon het komt strelen
Als het is veranderd in vloeibaar goud en je uitnodigt tot stelen
Wat een sfeer van blijde rust geeft rimpelloos water, zo onbevlekt
Waar een meerkoet ongemoeid een zilveren zwemspoor trekt
Wat is het leven waanzinnig mooi, door de zon omgeven
Waar 's avonds mijn dromen ontwaken tot leven

