Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1d

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

ruggen-tegen-elkaar-liefde


ik lijd aan ons leven
dag in, nacht uit
eenzaamheid groeit
als een gezwel

ziet hij dat wel?


o ja, hij heeft me lief
door alles heen
maar de wijsheid
van een moederhart
wordt ontkend

voelt hij ook mijn smart?


overgave aan wat is,
waarbij het verleden
en heden
niet uitsluitend
door het geweten
wordt opgegeten

maar waar liefde
slechts door geven
wordt gemeten
en rijkdom door
loslaten groeit

zal hij dat nog beleven?


hij raakt mij niet kwijt
ik voel zo, dat hij
aan zichzelf lijdt
maar ziet hij ook
mijn duizend tranen,
mijn, ons eiland
van verdriet
waardoor wij een steeds
kleinere weg banen


Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 11:36

onder-tussen


zij is niet meer
maar wel zichtbaar
dat doet zeer
was hier nog lang
niet klaar
huil ik keer op keer

zij praat niet
als ik het uitschreeuw
van binnen
mijn handen raken
zo dichtbij
wil haar wekken,
met mijn eigen
leven toedekken

hoe kan dit nu
zo roerloos
ze is toch mooi
nog jong
was dit nu haar leven
nee, ze is er nog,
toch?

de tijd staat stil
onder een wazige stolp
ben er wel
maar verdwaal
in verwarring
als ik de
komende dagen tel

en ik met mijn tranen
de ontkennende waarheid
deel en eindeloos vertel



Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 11:35

oud in heden

mijn trillende telelens
zoemt jou dichterbij
wil wel eens zien
hoe vergrijsd jij oogt

zag zo al, gaandeweg,
de kleur verbleken
hoe jouw hoofd
het doorleefd vel
nog kennelijk gedoogt



ik denk zowaar terug
aan mijn ouden van dagen
waar de zoete babbelaar
uit het vierkante blik
dat de schoorsteen sierde,
mijn kinderhart deed opjagen

het was somber in de kamer
van het haast uitgezeten
levenspaar
de eeuwige stilte leek nabij
slechts wachten op de dood,
onderbroken door de gong,
ze waren er voor klaar



ik zie ze graag komen,
kruipen op mijn knie
en omarm hun
onbewuste dromen

zullen zij later nog
mijn schaduw zien
verhalen van wat was

moet haast wel
dacht ik zo
het is de overgave
die ik in hun ogen las





Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 11:34

als stuifzand

letters
tot stuifzand
geworden
glijden door mijn
korte vingers

verwaaien
zonder ooit een
woord te vormen
vallen terug
op het strand
waar de oude zee
hen opnieuw
overmant
onderhevig aan
vermaledijde
stormen

ik houd mijn handen op
tot dragen toe bereid
maar zie met lede ogen aan
dat het machteloosheid is
dat door mijn vingers glijdt



Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 11:31

ik zag schimmen

het is nog steeds
zo vreemd
mijzelf in de spiegel
te aanschouwen

wil wel kijken
maar ook weer niet
doet het mij goed
of wellicht berouwen

je weet wel wat ik bedoel
zal ik op die kop lijken
die ik ergens zwevend
boven mijn schouders voel

laatst keken schimmen
heimelijk mee
wilden mijn ogen sluiten
naar believen

kom wees toch gedwee
wij weten veel beter
hoe voor jou te kijken
al was het maar
ons te gerieven

plots drong tot mij door
dat mijn bril ontbrak
op het reflecterend schilderij

ik zag een tevreden mens
nadat het uitzicht was hersteld
het stelde mij dadelijk
op mijn gemak
ja, wat was ik blij

voor even
had ik mijzelf gekweld


Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 11:29

gedachteloos

haar tenen raken amper het water
van de kronkelige groenige loop
alsof zij de stroom niet wil storen
het heden niet wil kwetsen voor later

de lange haren vallen over
haar blanke schouderlijn
in enkele resterende vlechten
en waar glooiende heupen
verborgen in het jonge gras
haar aan de aarde doen hechten

zo gaat zij verstild op
in de zachte zwoele sfeer
van zomers genot
ik zou haar willen raken;
even meedrijven op haar
gedachteloos vlot


Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 10:01

pion

naarmate mijn jaren zich verkorten
begint aan het groeiend inzicht
van sturing in mijn leven
overduidelijk iets te schorten

waar groei nog gepaard gaat
met versterking van het ik
en keuzes mogelijk lijken
blijkt bij vergrijzende haren
de ruimte steeds meer in te dijken
en het geheel minder te verklaren

allengs onbereikbaar voor mij
wordt de grote gang van de rede
als persoon te plaatsen
steeds meer ben ik een pion
waarbij ik soms nog alleen
even de loper mag kaatsen
voor de onzichtbare kracht
die dat voor mij verzon



Geschreven door j. v.e. dreyfsandt zu schlamm om 09:59

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1d

↑ Terug naar de berichten