met leedwezen deel ik u mede ik zeg u gewoon dat vredig van ons is heengegaan dat jij bent overleden met grote dankbaarheid ach, gewoon…
|
met leedwezen deel ik u mede ik zeg u gewoon dat vredig van ons is heengegaan dat jij bent overleden
met grote dankbaarheid ach, gewoon normaal zullen wij je gedenken je was een kort verhaal
je was een liefdevol mens een egotripper voluit altijd stond je klaar het interesseerde je geen fluit
een leegte laat je achter nou ja, vooral een duister gat je was een voorbeeld voor ons allen ik was je snel zat
met eerbied dragen wij je weg hoe sneller hoe beter droefheid speelt ons parten ik denk slechts aan de jenever
|
als u dit leest, ik weet het zeker, ontkomt u niet aan uw knellend geweten u hebt uw meester hier gevonden ik hou u voor "zoek niet mee…
|
als u dit leest, ik weet het zeker, ontkomt u niet aan uw knellend geweten
u hebt uw meester hier gevonden ik hou u voor "zoek niet meer! naar het beter weten
u bedrijft slechts zonden" men zoekt het unieke te vinden maar draait eeuwig om een ordinaire arrogante rotonde
|
het muisje is dood hij stierf in de val door hongersnood
het muisje
is dood
hij stierf
in de val
door
hongersnood
soms bekruipt mij het gevoel geen woorden meer te vinden en dat ik alles reeds heb verkend ja, dat is wat ik daarmee bedoel het leven h…
|
soms bekruipt mij het gevoel geen woorden meer te vinden en dat ik alles reeds heb verkend ja, dat is wat ik daarmee bedoel
het leven heeft mij al zoveel voorgelegd of door sprakeloze momenten gedreven er is zoveel gezegd en mateloos gezwegen
ik verlang naar het verleden die stuwende krachten heb ze allen bereden ik rust nu in het zadel van heden met onbepaalde gedachten
|
is de reden dat ik schrijf dezelfde waarom ik de liefde bedrijf een dwangmatige verrichting met een zucht van verlichting
|
is de reden dat ik schrijf dezelfde waarom ik de liefde bedrijf
een dwangmatige verrichting met een zucht van verlichting |
vandaag draai ik er maar eens omheen. de waarheid, zult u vragen dat is gemeen u wilt zich beklagen laten we wel wezen heeft u het alti…
|
vandaag draai ik er maar eens omheen. de waarheid, zult u vragen dat is gemeen u wilt zich beklagen
laten we wel wezen heeft u het altijd bij het rechte eind dat moet ik vrezen of is uw aard zeer verfijnd
ook al ga ik recht door zee dan is nog niet gezegd dat dit recht doet aan mijn wel en wee
immers in de kennis die ik openbaar waarbij ik mijn uiterste best doe het te verklaren dan zou u nog kunnen zeggen dit is niet waar
vandaar heden mijn reserve om u slechts bescheiden in de ogen te staren
|
het meisje van de bloementuin streelt met haar blote voetjes het zachte dons van elk blad die zij, getooid met een fladderende hoed met…
|
het meisje van de bloementuin streelt met haar blote voetjes het zachte dons van elk blad die zij, getooid met een fladderende hoed met voile haast zwevend betrad
zij was uit het licht gesneden zo broos en ongerept en danste haar engelendans; al draaiend en huppelend, een mooie bloemenkrans
waar vind ik haar nog aanschouwelijk, zuiver en gracieus waar voel ik nog iets van haar pracht ik zoek haar heb geen keus
|
in een zachte schaduw is het doek gespreid over jong en donzig mos op een mantel van scharlaken rust zij in een lieflijk lentebos op ee…
|
in een zachte schaduw is het doek gespreid over jong en donzig mos op een mantel van scharlaken rust zij in een lieflijk lentebos op een door mij geschapen aardse huid en laat mijn blik haar naaktheid raken
haar strakke vel omringt de verlegen sierlijke pose terwijl mijn gevoel zingt van verlangen en mijn armen zich naar haar willen strekken; zij, een boeket van ontluikende witte rozen
zij schept een ruimte in een maagdelijk beeld waarin verleidelijke vormen groeien en haar gratie stilaan mijn hartstocht steelt
allengs gaan haar ogen wijder open zoekend naar een wezenlijke verbinding en rijpt de spanning in haar lijf tot een zichtbare zuigende opwinding
|
in mijn hooglied over liefde spettert het er vanaf trompetten schallen stemmen brallen de klanken schor gesteund door mijn voce particolare …
|
in mijn hooglied over liefde spettert het er vanaf trompetten schallen stemmen brallen de klanken schor gesteund door mijn voce particolare
met puilende ogen de een de anderen met staren ondergaan wij de liefde hosanna is ons deel hoe kunnen we dat verklaren
de eeuwige zucht, de al durende kramp in de maag het voeden van de onzichtbare vlinders en de voortgaande doorloop is niet alleen vandaag
zo juichen we om dat teder gevoel reizen de wereld rond verzetten bergen en woestijnen we laten de boel de boel
op de hoek van de straat zie ik haar mijn hooglied, mijn zucht kon ik haar maar bereiken waarom blijf ik voor mijn grote liefde slechts ontsnappende ballonnenlucht
|
een vermoeid hoofd rust op mijn handen de armen steunend op een gammele tafel ik zie naar u allen ja, ieder in de virtuele zaal leg ik in mi…
|
een vermoeid hoofd rust op mijn handen de armen steunend op een gammele tafel ik zie naar u allen
ja, ieder in de virtuele zaal leg ik in mijn blik aan banden
u ziet mij vragend aan verwacht iets groots, een meesterdichter dient u voor te gaan in deze schrijversloods
mijn mond opent zich langzaam en beheerst, frons de wenkbrauwen, plooi mijn voorhoofd volgens gewenst gebruik
echter geen woord passeert mijn lippen ik steek weloverwogen de tong naar u uit
|