Absoute
het doek is gevallen
de laatste akte
speelt zich af
buiten het aanschijn
van vreemden
zonder enig licht
nog wat resterende stuipen
toegedicht aan ontheemden
geblinddoekt op planken
tastend op weg
moe van spoorloos kruipen
soms is applaus
door zwijgzaamheid omhuld
het kent begrip op afstand
zogezegd monddood kil
de zaal stroomt leeg
of was hij niet gevuld
het was al zo stil
*
ik sluit de deur
zie nog een keer om
enkele stoelen
blijken doofstom


