Indië, mijn gerouwde liefde
ik hoor krekels
ver weg van mijn moeder
ben gebogen door tijd
van rijst en heimwee
voel de achterzijde
van mijn ziel
waar vroege warmte
de nachtelijke tranen droogt
beelden van heden
leven rond om mij
in hout en klanken
in kussens
nog op de grond
van toen
ik ruik de avondzwoele dessa
van zweet en onze kruiden
ook de hitte van de leegte
in mijn hart
de kris is van vader
hangt in leer aan
de wand
die ook na mijn slaap,
en wanneer dagdroom ik niet,
er is,
als schild
en verbindt met
de gerouwde liefde van ginder
ik word geleefd
door gedachten die moeten
onophoudelijk,
met onze glimlach eigen
mijn donkere trots blijft
als ik de aarde mis
daar, over zee



