Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 7

seniorennet.beseniorennet.be

Titelloos

 

mijn bijdrage van heden
houdt werkelijk niets in
kent geen verleden of morgen
het is als wakker worden
zonder zorgen
iets gaan ondernemen
heeft dan geen enkele zin
vandaar deze holle woorden
want die zijn in ons koude
kikkerlandje meer dan genoeg
het enige wat ik heb te vieren
is de zege op de laatste mier
die ik langs de achterkant van
een vergiffenisdoosje in joeg
nu zou u kunnen zeggen
viel dit insect dan wat te vergeven
ik hoef dat echter niet uit te leggen
daar is enige diepgang bij nodig
en aan velen niet besteed
zo blijkt dan ook nu
mijn unieke bescheidenheid
weer eens een heilig degen
in feite heb ik niets nieuws verteld
wat telt is het scheppen van eigen ruimte
immers wie schrijft mag blijven
zo is nu eenmaal de spreuk
en gezien de boodschap van mijn gedicht
hoeft ook dát niet te worden toegelicht



"luister naar mij,
ik spreek over weinig"

julius dreyfsandt zu schlamm (2006)

Oude glorie

 

ons Rooi dat is een dorp
al jaren een attractie rijk
het is een gat in de markt
velen geven daar van blijk

het is alom bekend
van Vessem tot Stiphout
zelfs van de Maas
tot aan het Dommelvolk
een hele generatie is
ermee vertrouwd

vanaf de kiosk op de markt
ziet men over de Rooise muur
een gapend gat vult de blik
met de unieke wijnkelder
voor mensen die leden aan de hik

eens stond hier de Gouden Leeuw
een alcoholisch etablissement
met antieke veranda van allure
erachter de prachtige gevel
van kalk, zeldzame vensters en cement

fundamenten van onschatbare waarde
liggen onzichtbaar bloot;
aan dit gat tussen herenhuizen
verdient enkel vrouwe Justitia haar brood

dagelijks gratis ook van dichtbij
te bezichtigen
men lope er gewoon langs
en kijkt heimelijk door de kieren

zie hoe een stukje cultuur
is afgedwaald
waarop men later in Neo Baustijl
het plein gaat opsieren

kom kijken, kom kijken
voor het beton wordt gestort
en de afzetting over enige jaren,
Deo volente, wordt weggehaald


p.s.parkeren gratis

Ik en mijn melancholicus

 

mijn ziel is bijna
al een leven lang
zacht droevig gestemd

de kleur van vele dagen
schijnt herfstachtig getint
ben deels geremd,
onderkoeld

ben ik zo vroeg uitgebloeid
en is het enkel voor mij bedoeld

wil dan vluchten
ver van het heden
of in de schaduw
van het verleden

het lijkt wel
of mijn aard
is gezonken
in diepe klei

toch ervaar ik juist
in de ontmoeting
met de mens
die ik zelf vraag of
onverwacht ontmoet,

iemand als ik
die zoekt
huilt of lacht,

de pure schoonheid
van mijn bestaan
vaak in diepere lagen
en zo beminnelijk teer

onwetend bij velen
die het verstaan
ervan ontgaat

ik ben meer
dan de ander mij kent
soms ook rijker
tot uitersten toe

maar.....
raak ik daar zelf
ooit aan gewend

Als de adem draagt

 

mijn dak kent
geen vaste plek meer
het is verloren gegaan

plots is er
na zoveel jaren
een doorbroken bestaan

de grond behoort mij
niet meer toe
ik draag de koffer voortaan
van hier naar daar

verspreid over de tijd
die mij nog rest
op en neer en verder
naar het onbekende waar

verleden wordt geleden
in de onrust van het hart
de verwachting is als de dood
vergane liefde mijn smart

gelijk een stek zonder wortels
zal ik niet meer kunnen aarden
de verte is haast opgedroogd,
zo lijkt

wel herken ik nog
in het ademen
de naamloze
voortschrijdende waarde

gestoeld op die ik ben
en de vergankelijkheid
met dieper inzicht verrijkt

As the world turns

 

ik zie een open deur
van een huisje op de hoek
stap wat naderbij
en ruik de geur
van een motor,
grof geweld
met een gele kleur
is het hier wat ik zoek

ik roep met luide stem
volluk, tot twee maal toe
zo heerlijk ouderwets
en bescheiden
men stapt niet zomaar binnen
dat veroorzaakt burengeklets

kom maar door
hoor ik vanachter uit
het is niet zo
dat men opspringt
om mij te begroeten
en beleefd de wereld
achter mij sluit

neen, kom verder is wat ik hoor
oh, we hadden het net over jou
gelukkig denk ik
het is altijd mooi als ik niet stoor

na wat handengeschud
mag ik gaan zitten
het is net pauze wordt er gezegd

er is oud nieuws op de tv
over gereden snelle ritten
van de vorige dag

knus dit huiselijk tafereel
waar zie je dat nog
op de bank
met zijn twee

Violoncello

 

als de linker vingers
bij aanvang
in de houding komen
van als waren zij
rond een denkbare fles gevoerd

en schouder en arm
vol zijn van rust
eerst dan willen
snaren worden beroerd

de stok beademt
een kwartet van snaren
terwijl het spel
de klank zoekt
in harmonie met een verlengde arm

in een melancholische kleur
als tenor van het orkest
vaak zo dramatisch warm

het strelen kent
zijn grens naar boven tot de hals
en onmoet in de diepte
de plek
waar de kam
ontwaart

daarachter
het landschap op
de staart
waar de ziel van de cello
door nog fijnere afstemming
wordt geaard


foto






foto: Paula Relvas

Hersenschimmen

 

op mijn netvlies
spelen schimmen
uit mijn verleden oosten
wajang wajang om te troosten

ik laat ze dansen op licht
in hoekige passen
en strekkende stokken

een traan vertroebelt
de oude film
klanken geuren
op loslopend pikkend tokken

wajang wajang in mijn ziel
vullen het gemis in mijn gevoel
lijmen de brug naar Maluku
verstrikken in mijn droom

ik speel alleen
verlangen in de linker hand
in de rechter
het rood wit blauw oranje
hangend aan de dode ent
van een bamboeboom

De avond kleurt

 

ik ben nog even hier
om je gedag te zeggen
zomaar met plezier
ook om mijn gedachten
in je hart te leggen

maar zo denken
is vaak verwachten
ik schrijf ze maar
in wat losse zinnen

weet alleen niet
waar te beginnen
vandaar dat ik
in het donker staar

beelden trekken voorbij
ik hoor mezelf praten
luister naar een stem
wil ook stilte
in haar waarde laten

als de avond kleurt

Wicklow

 

in groen stapelen
ruggen zich naar achter
waartussen nevel kleeft
als grijze klei aan dikke kammen

de kleine ruïne
is door steen en tijd
van enkel voorgevel met raam
tot standbeeld verworden

tegen de zachtgrijze hemel
grenst de kim
aan gele korenvelden
scherp geaderd in tinten
en zo een hoogte kleuren

de stroming kent
blauw ruisend
bronwater

en bezingt
deze heilige plek
op de kruising der paden
waar natuur zichzelf is
en verval tot pure kunst verheft

daar voel ik knieën
in grind gepijnigd
waar stilte mij
in haar ritme heeft opgenomen

foto








foto: Paula Relvas

De kunstenaar

 

samen drinken we koffie
ik meer dan jij
decor is het maïsveld
dat buiten jouw atelier
reeds mensenhoog torent

we praten over muziek
klanken die roeren in jouw ziel
en het doek vinden
in soms harde tinten
ook vaak in lege ruimtes
die tot verbeelding spreken

ogende handen
zetten de spiegel van reflectie
op ingekaderd wit
vertellen de wanden mij

Olivier Messiaen
vult,
voedt
jouw hart
stuwt bloed naar
instrumentele vingers
die dansen
op toonladders van een partituur

"kijk zeg jij, daar hangt
de vernietiging van Tibet
in veel rood uitgedijd"

ik rook verder
met koffie
in een zaal vol
veldgewas

fietsers komen voorbij
"ze kijken de verkeerde kant op"
zeg je

de luidspreker zwijgt

foto








foto: Paula Relvas

Alexander de Grote

de Rooise Academie voor Schone Kunsten
heeft haar poorten wijd opengezet
voor straatbeelden van Alexander de Grote

in een ongeëvenaarde systematiek
heeft hij de eeuwenoude legkunst
van de verwoestende ondergang gered

al bij binnenkomst zoekt het oog
naar werken van deze gigant
die zonder maar een steen aan te raken

zijn gedachten legt in ruimtelijk zand
daar hij ook nog in mijn dorp zijn dagen slijt
raak ik door een diepe emotie overmand

net als het kostbaar gat in de markt
zijn de werken van nabij te zien
en een deskundige gids leidt u rond

maar wel op professionele basis;
inclusief parkeren een euro of tien
daarentegen is het nemen van foto's gratis

Gerontologie

 

de man is oud
zeker al overmorgen
zijn liefde is opgedroogd
telt niet
telt niet meer
hij telt niet meer mee

te oud, te lang gezoogd
aan een jonge veer
hij is niet meer gedwee

hij gaat zijn weg
rollatorbaan op
heen en weer en af
verleid door oma
in de rolstoel
ouderdom is straf

hij is nu al later
grijs van het verleden

toekomst is niet nu
het heden wordt gemeden

De microfoon staat uit

 

achter mijn hand, gebald tot vuist
doch in niet verstarde trekken
spreek ik mezelf toe en mogelijk
ook ieder ander en anders

het speeksel dat droog blijft
laten de woorden enkel in mijn hoofd
die het werk doen, mateloos overdenkend
en onderweg zijn naar antwoorden

die ik in de echo van de stilte
hoop te horen als het licht op vragen
door verbeelding en duidelijke invallen
opdat de waarheid zich toch wel
eens zal manifesteren

op een weg naar buiten richting
een verheldering van verdeelde krachten
die mijn hart doorboren
maar helaas nog geen pad tot
gezamenlijkheid weten aan te boren

over het waarom van de personen
in mij en de ander
zij vinden thans geen
opening in de put die orakels
naar boven doet komen

het galmt wel maar het zijn klanken
van zwarte dwergen die als mieren
bokjespringen in een wirwar
van kalverstraatpassanten
heen en weer zonder te kopen
af en aan met onbekende gelaten

ik dek mijn overpeinzingen af met stof
van eten, drinken en nicotine
het draagt mij over de brug
naar de overzijde zonder dat ik weet
of de kade daar in de toekomst
balken kan dragen van vertrouwen

Xestobium Rufovillosum

 

het moge u nu al duidelijk zijn
dat het gaat over een ongrijpbaar fenomeen
haast met een psychologische diepte
een wezen wroetend door zijn wereld
dát heeft hij met ons bestaan nagenoeg gemeen

buiten schot baant hij zijn weg
doch kan veel stof doen opwaaien
knaagt blindelings vaak aan edele kunst
weet zichzelf in de leegte om te draaien
voor voedselsplinters ten eigen gunst'

hij huist al lang in ons bezit
een haast niet te vermijden erfenis,
het ongewenste familielid
zonder waarde of norm,
voor hem is er nimmer vergiffenis

ik spreek,
u heeft het al door,
over de niets
ontziende houtworm

foto






foto: Paula Relvas

Träumerei

 

Träumerei vult mijn ruimte in;
een verleden rijk in vierhoekig steen
waar spel tussen toets en snaar
soms tegendraads doch vaker gemeen
op Schumann’s geschreven noten vaart


zo nu en dan licht kabbelend
op een oceaan van kwetsbare stilte
waaraan klanken gewend lijken
en harten zich langzaam ontdoen van kilte

de melancholie in het dragend verhaal
zuivert een atmosfeer van oud zweet
ontsluit mijn ziel opnieuw voor spiegelende taal
waarin ik, zo mogelijk, het vergankelijke meet

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 7

↑ Terug naar de berichten