Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 7

seniorennet.beseniorennet.be

foto








foto: Paula Relvas

La morte-saison 3

 

het regent in het Vondelpark
letters vallen met bakken uit de hemel

zou hij alsnog zijn oude schrift
over mij uitstrooien
en strofen weer doen zijn
als de aarde is
stof en nu even erg nat

plassen vangen
zwaardere woorden op
het helpt zijn taal te verdunnen
naar hedendaagse herkenning
vlak, dun, licht of schreeuwerig
in de kringen op het asfalt

langs paden zingen bloemen
hun reuk door het waas
van een zuchtende nevel
prikkelen de geest tot een "Regenbogen"
van droefheid naar verwondering
en doorweekte pijpen tot de koude rilling
over mijn rug

als ik haar zie lopen
onder een zwarte hoed op hoge hakken
zij wipt haast teder met haar lange benen
over verdronken inkt van de oude meester



ja, zijn park was een moestuin
met lyrisch onkruid
dat weet ik wel zeker

La morte-saison 1

 

mijn geest kent
komkommertijd
niet dat hij rust
in bezonkenheid
of bruist van
vervelende ongedurigheid
neen, mijn muze is
door derden verleid
waarom vertel ik
u dat zo uitgebreid
omdat dit de
bestaande leegte uitdijt
daar mijn aard
neigt naar complexiteit
zoekt hij troost in
dichterlijke eenzaamheid
normaal toch bron
van inspiratie uit bezorgdheid
thans helpt alleen koffie mij
in deze vermaledijde tijd
en hoop dat de senseo
mij hier doorheen leidt
het ding met knipperlichten
zet met grote snelheid
iets dat bruin kleurt
en coffeïne begeleidt
naar het hongerig gevoel
van onpeilbare verlatenheid
en ik rijm derhalve uit onbenulligheid
zoals mijn hond uit dwangmatigheid
op het hondentoilet poept



"missen is leegte opvullen met verwachten"
Julius (2006)

Titelloos

 

mijn bijdrage van heden
houdt werkelijk niets in
kent geen verleden of morgen
het is als wakker worden
zonder zorgen
iets gaan ondernemen
heeft dan geen enkele zin
vandaar deze holle woorden
want die zijn in ons koude
kikkerlandje meer dan genoeg
het enige wat ik heb te vieren
is de zege op de laatste mier
die ik langs de achterkant van
een vergiffenisdoosje in joeg
nu zou u kunnen zeggen
viel dit insect dan wat te vergeven
ik hoef dat echter niet uit te leggen
daar is enige diepgang bij nodig
en aan velen niet besteed
zo blijkt dan ook nu
mijn unieke bescheidenheid
weer eens een heilig degen
in feite heb ik niets nieuws verteld
wat telt is het scheppen van eigen ruimte
immers wie schrijft mag blijven
zo is nu eenmaal de spreuk
en gezien de boodschap van mijn gedicht
hoeft ook dát niet te worden toegelicht



"luister naar mij,
ik spreek over weinig"

julius dreyfsandt zu schlamm (2006)

Oude glorie

 

ons Rooi dat is een dorp
al jaren een attractie rijk
het is een gat in de markt
velen geven daar van blijk

het is alom bekend
van Vessem tot Stiphout
zelfs van de Maas
tot aan het Dommelvolk
een hele generatie is
ermee vertrouwd

vanaf de kiosk op de markt
ziet men over de Rooise muur
een gapend gat vult de blik
met de unieke wijnkelder
voor mensen die leden aan de hik

eens stond hier de Gouden Leeuw
een alcoholisch etablissement
met antieke veranda van allure
erachter de prachtige gevel
van kalk, zeldzame vensters en cement

fundamenten van onschatbare waarde
liggen onzichtbaar bloot;
aan dit gat tussen herenhuizen
verdient enkel vrouwe Justitia haar brood

dagelijks gratis ook van dichtbij
te bezichtigen
men lope er gewoon langs
en kijkt heimelijk door de kieren

zie hoe een stukje cultuur
is afgedwaald
waarop men later in Neo Baustijl
het plein gaat opsieren

kom kijken, kom kijken
voor het beton wordt gestort
en de afzetting over enige jaren,
Deo volente, wordt weggehaald


p.s.parkeren gratis

Ik en mijn melancholicus

 

mijn ziel is bijna
al een leven lang
zacht droevig gestemd

de kleur van vele dagen
schijnt herfstachtig getint
ben deels geremd,
onderkoeld

ben ik zo vroeg uitgebloeid
en is het enkel voor mij bedoeld

wil dan vluchten
ver van het heden
of in de schaduw
van het verleden

het lijkt wel
of mijn aard
is gezonken
in diepe klei

toch ervaar ik juist
in de ontmoeting
met de mens
die ik zelf vraag of
onverwacht ontmoet,

iemand als ik
die zoekt
huilt of lacht,

de pure schoonheid
van mijn bestaan
vaak in diepere lagen
en zo beminnelijk teer

onwetend bij velen
die het verstaan
ervan ontgaat

ik ben meer
dan de ander mij kent
soms ook rijker
tot uitersten toe

maar.....
raak ik daar zelf
ooit aan gewend

Als de adem draagt

 

mijn dak kent
geen vaste plek meer
het is verloren gegaan

plots is er
na zoveel jaren
een doorbroken bestaan

de grond behoort mij
niet meer toe
ik draag de koffer voortaan
van hier naar daar

verspreid over de tijd
die mij nog rest
op en neer en verder
naar het onbekende waar

verleden wordt geleden
in de onrust van het hart
de verwachting is als de dood
vergane liefde mijn smart

gelijk een stek zonder wortels
zal ik niet meer kunnen aarden
de verte is haast opgedroogd,
zo lijkt

wel herken ik nog
in het ademen
de naamloze
voortschrijdende waarde

gestoeld op die ik ben
en de vergankelijkheid
met dieper inzicht verrijkt

As the world turns

 

ik zie een open deur
van een huisje op de hoek
stap wat naderbij
en ruik de geur
van een motor,
grof geweld
met een gele kleur
is het hier wat ik zoek

ik roep met luide stem
volluk, tot twee maal toe
zo heerlijk ouderwets
en bescheiden
men stapt niet zomaar binnen
dat veroorzaakt burengeklets

kom maar door
hoor ik vanachter uit
het is niet zo
dat men opspringt
om mij te begroeten
en beleefd de wereld
achter mij sluit

neen, kom verder is wat ik hoor
oh, we hadden het net over jou
gelukkig denk ik
het is altijd mooi als ik niet stoor

na wat handengeschud
mag ik gaan zitten
het is net pauze wordt er gezegd

er is oud nieuws op de tv
over gereden snelle ritten
van de vorige dag

knus dit huiselijk tafereel
waar zie je dat nog
op de bank
met zijn twee

Violoncello

 

als de linker vingers
bij aanvang
in de houding komen
van als waren zij
rond een denkbare fles gevoerd

en schouder en arm
vol zijn van rust
eerst dan willen
snaren worden beroerd

de stok beademt
een kwartet van snaren
terwijl het spel
de klank zoekt
in harmonie met een verlengde arm

in een melancholische kleur
als tenor van het orkest
vaak zo dramatisch warm

het strelen kent
zijn grens naar boven tot de hals
en onmoet in de diepte
de plek
waar de kam
ontwaart

daarachter
het landschap op
de staart
waar de ziel van de cello
door nog fijnere afstemming
wordt geaard


foto






foto: Paula Relvas

Hersenschimmen

 

op mijn netvlies
spelen schimmen
uit mijn verleden oosten
wajang wajang om te troosten

ik laat ze dansen op licht
in hoekige passen
en strekkende stokken

een traan vertroebelt
de oude film
klanken geuren
op loslopend pikkend tokken

wajang wajang in mijn ziel
vullen het gemis in mijn gevoel
lijmen de brug naar Maluku
verstrikken in mijn droom

ik speel alleen
verlangen in de linker hand
in de rechter
het rood wit blauw oranje
hangend aan de dode ent
van een bamboeboom

De avond kleurt

 

ik ben nog even hier
om je gedag te zeggen
zomaar met plezier
ook om mijn gedachten
in je hart te leggen

maar zo denken
is vaak verwachten
ik schrijf ze maar
in wat losse zinnen

weet alleen niet
waar te beginnen
vandaar dat ik
in het donker staar

beelden trekken voorbij
ik hoor mezelf praten
luister naar een stem
wil ook stilte
in haar waarde laten

als de avond kleurt

Wicklow

 

in groen stapelen
ruggen zich naar achter
waartussen nevel kleeft
als grijze klei aan dikke kammen

de kleine ruïne
is door steen en tijd
van enkel voorgevel met raam
tot standbeeld verworden

tegen de zachtgrijze hemel
grenst de kim
aan gele korenvelden
scherp geaderd in tinten
en zo een hoogte kleuren

de stroming kent
blauw ruisend
bronwater

en bezingt
deze heilige plek
op de kruising der paden
waar natuur zichzelf is
en verval tot pure kunst verheft

daar voel ik knieën
in grind gepijnigd
waar stilte mij
in haar ritme heeft opgenomen

foto








foto: Paula Relvas

De kunstenaar

 

samen drinken we koffie
ik meer dan jij
decor is het maïsveld
dat buiten jouw atelier
reeds mensenhoog torent

we praten over muziek
klanken die roeren in jouw ziel
en het doek vinden
in soms harde tinten
ook vaak in lege ruimtes
die tot verbeelding spreken

ogende handen
zetten de spiegel van reflectie
op ingekaderd wit
vertellen de wanden mij

Olivier Messiaen
vult,
voedt
jouw hart
stuwt bloed naar
instrumentele vingers
die dansen
op toonladders van een partituur

"kijk zeg jij, daar hangt
de vernietiging van Tibet
in veel rood uitgedijd"

ik rook verder
met koffie
in een zaal vol
veldgewas

fietsers komen voorbij
"ze kijken de verkeerde kant op"
zeg je

de luidspreker zwijgt

foto








foto: Paula Relvas

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 7

↑ Terug naar de berichten