Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 7

akke.beakke.be

Archief

De avond kleurt

 

ik ben nog even hier
om je gedag te zeggen
zomaar met plezier
ook om mijn gedachten
in je hart te leggen

maar zo denken
is vaak verwachten
ik schrijf ze maar
in wat losse zinnen

weet alleen niet
waar te beginnen
vandaar dat ik
in het donker staar

beelden trekken voorbij
ik hoor mezelf praten
luister naar een stem
wil ook stilte
in haar waarde laten

als de avond kleurt

Wicklow

 

in groen stapelen
ruggen zich naar achter
waartussen nevel kleeft
als grijze klei aan dikke kammen

de kleine ruïne
is door steen en tijd
van enkel voorgevel met raam
tot standbeeld verworden

tegen de zachtgrijze hemel
grenst de kim
aan gele korenvelden
scherp geaderd in tinten
en zo een hoogte kleuren

de stroming kent
blauw ruisend
bronwater

en bezingt
deze heilige plek
op de kruising der paden
waar natuur zichzelf is
en verval tot pure kunst verheft

daar voel ik knieën
in grind gepijnigd
waar stilte mij
in haar ritme heeft opgenomen

foto








foto: Paula Relvas

De kunstenaar

 

samen drinken we koffie
ik meer dan jij
decor is het maïsveld
dat buiten jouw atelier
reeds mensenhoog torent

we praten over muziek
klanken die roeren in jouw ziel
en het doek vinden
in soms harde tinten
ook vaak in lege ruimtes
die tot verbeelding spreken

ogende handen
zetten de spiegel van reflectie
op ingekaderd wit
vertellen de wanden mij

Olivier Messiaen
vult,
voedt
jouw hart
stuwt bloed naar
instrumentele vingers
die dansen
op toonladders van een partituur

"kijk zeg jij, daar hangt
de vernietiging van Tibet
in veel rood uitgedijd"

ik rook verder
met koffie
in een zaal vol
veldgewas

fietsers komen voorbij
"ze kijken de verkeerde kant op"
zeg je

de luidspreker zwijgt

foto








foto: Paula Relvas

Alexander de Grote

de Rooise Academie voor Schone Kunsten
heeft haar poorten wijd opengezet
voor straatbeelden van Alexander de Grote

in een ongeëvenaarde systematiek
heeft hij de eeuwenoude legkunst
van de verwoestende ondergang gered

al bij binnenkomst zoekt het oog
naar werken van deze gigant
die zonder maar een steen aan te raken

zijn gedachten legt in ruimtelijk zand
daar hij ook nog in mijn dorp zijn dagen slijt
raak ik door een diepe emotie overmand

net als het kostbaar gat in de markt
zijn de werken van nabij te zien
en een deskundige gids leidt u rond

maar wel op professionele basis;
inclusief parkeren een euro of tien
daarentegen is het nemen van foto's gratis

Gerontologie

 

de man is oud
zeker al overmorgen
zijn liefde is opgedroogd
telt niet
telt niet meer
hij telt niet meer mee

te oud, te lang gezoogd
aan een jonge veer
hij is niet meer gedwee

hij gaat zijn weg
rollatorbaan op
heen en weer en af
verleid door oma
in de rolstoel
ouderdom is straf

hij is nu al later
grijs van het verleden

toekomst is niet nu
het heden wordt gemeden

De microfoon staat uit

 

achter mijn hand, gebald tot vuist
doch in niet verstarde trekken
spreek ik mezelf toe en mogelijk
ook ieder ander en anders

het speeksel dat droog blijft
laten de woorden enkel in mijn hoofd
die het werk doen, mateloos overdenkend
en onderweg zijn naar antwoorden

die ik in de echo van de stilte
hoop te horen als het licht op vragen
door verbeelding en duidelijke invallen
opdat de waarheid zich toch wel
eens zal manifesteren

op een weg naar buiten richting
een verheldering van verdeelde krachten
die mijn hart doorboren
maar helaas nog geen pad tot
gezamenlijkheid weten aan te boren

over het waarom van de personen
in mij en de ander
zij vinden thans geen
opening in de put die orakels
naar boven doet komen

het galmt wel maar het zijn klanken
van zwarte dwergen die als mieren
bokjespringen in een wirwar
van kalverstraatpassanten
heen en weer zonder te kopen
af en aan met onbekende gelaten

ik dek mijn overpeinzingen af met stof
van eten, drinken en nicotine
het draagt mij over de brug
naar de overzijde zonder dat ik weet
of de kade daar in de toekomst
balken kan dragen van vertrouwen

Xestobium Rufovillosum

 

het moge u nu al duidelijk zijn
dat het gaat over een ongrijpbaar fenomeen
haast met een psychologische diepte
een wezen wroetend door zijn wereld
dát heeft hij met ons bestaan nagenoeg gemeen

buiten schot baant hij zijn weg
doch kan veel stof doen opwaaien
knaagt blindelings vaak aan edele kunst
weet zichzelf in de leegte om te draaien
voor voedselsplinters ten eigen gunst'

hij huist al lang in ons bezit
een haast niet te vermijden erfenis,
het ongewenste familielid
zonder waarde of norm,
voor hem is er nimmer vergiffenis

ik spreek,
u heeft het al door,
over de niets
ontziende houtworm

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 7

↑ Terug naar de berichten