Uit een stuk
zij is van steen
al kijkt ze teder
bedeesd
weg ogend
over haar schouder
en borsten heen
voelt koud aan
als mijn hand
de wangen streelt
ook al vormen de lippen
een zwoele mond
de pose is haar tot last
ze staart onveranderlijk
in de diepte
naar een dragende grond

