Lentelief
Lente lief.
De grote klok luidt in mijn borst.
Tien tinkelbelletjes in mijn hoofd.
Eén vlinder fladdert in mijn buik.
Want jij, jij laaft mijn liefdesdorst.
LenteliefLente lief.
De grote klok luidt in mijn borst.
Tien tinkelbelletjes in mijn hoofd.
Eén vlinder fladdert in mijn buik.
Want jij, jij laaft mijn liefdesdorst.
Komische, morbide gedachten.Komische, morbide gedachten.
Ik erger mij nog het meest aan mijn slaap periode.
Dan nog liever zoals Van Gogh een blauwe of paarse periode.
Ik stond er machteloos tegenover, ik ging zitten en de slaap overviel mij. Wat zeg ik zitten, ook staande viel ik in slaap. Ik werd zelfs door de slaap overmeesterd als ik plaste. Vorige week ben ik met mijn hoofd op de wc pot gevallen. Drie dagen later heeft men mij gevonden, doodgebloed.
Enfin, men vond mij eigenlijk niet want ik was er niet. Ik zat intussen op een wolkje te soezen en werd wakker toen men mij honderden meters lager tevergeefs trachtte wakker te schudden. Zelfs dan kon men mij niet rustig laten dutten. In een prachtige limousine werd ik weggereden. Een onbekende man begon mij zomaar ongevraagd te wassen en te scheren, totaal service. Alleen het botte scheermes dat de kerel gebruikte deed mij erg veel pijn. Ik lag nu als een relikwie tentoon gesteld. Ik walgde van de hypocrisie die sommige mensen kunnen spuien.
Ik besefte nu zelf dat ik dood was, maar dat ik toch nog alles zag, hoorde en voelde.
Daarna luisterde ik naar het zatte gelul van een door wijn beschonken priester die mij naar mijn wolkje prees. De man heeft daar een kerkelijk diploma voor behaald.
Nu draagt men mij weer naar een andere plek en tot mijn grote schrik herinner ik me mijn wilsbeschikking crematie, dan heeft de mens toch zelf de hel uitgevonden en ik heb er voor gekozen!!!
Een mens zou er de slaap bij verliezen.
De dodelijke amazoneOp haar witte hengst galoppeerde zij door het donkere woud.
Enkel een scharlaken paan bedekte haar weke schoot.
Een paar zonnestralen priemde door het hullende lover
en omtoverde haar naakte lichaam in een lichtend fantoom.
In het dorp waren de blinden van de wit gekalkte huizen gesloten.
Over de modderige kasseien hing er een vale, kille nevelsliert.
Niemand waagde één blik naar buiten uit schik voor Fanthoma,
want zij kwam, en wie haar aanschouwd, word door de dood gegrepen.
Thor stond aan de rand van het bos en hoorde het gedaver van Jitha’s hoeven.
Van tussen de donkere eiken zag hij de schim van de witte hengst opdoemen.
De jongeman werd verblind door de pure schoonheid van de naakte amazone.
Na een teken van Fanthoma sprong Thor achter haar op het briesende paard.
Hij sloot zijn sterke armen rond het middel van de zachte, verlokkelijke fee.
Het gevoel van haar warme lijf ontstak Thor in vuur en verlangende hartstocht.
Op een kussen van mos nam hij haar, zij leidde hem naar hemelse sferen, want
men vond Thor dood, met een gelukzalige glimlach om zijn mond en in zijn hals een gruwelijke snee.
Ode aan mijn tenenDe ode aan mijn tenen
Ik buig en ik zie aan mijn voeten.
Hobbelige, knobbelige teentjes.
Wat eelt, wat vel, wat beentjes.
Wat adertjes, wat haar, met enkele bruine sproeten.
Toch wil ik je dit verklappen.
Zij zijn gevoelig kort en klein.
En in enge schoenen doen ze heel erg pijn.
Wil je van mij wat klappen! Dan moet je er op trappen.
Zij zijn zo grappig om te zien
Ze mogen onderduiken.
Je kunt ze altijd ruiken.
Al twijfel je misschien, tel maar ik heb de dirty tien.
Dat hij de liefste wasDat hij de liefste was.
Hij noemde haar zijn druifje
Zij bood hem zure wijn.
Al voerde hij haar snoepjes
Toch piste zij azijn.
Hij wilde van haar houden
Zijn hele leven lang.
Maar zij kon enkel nemen.
Van geven was zij bang.
Toen zij hem had verlaten
Besefte zij zich pas.
Vernieuwing was niet beter.
Dat hij de liefste was.
Kerstgedichtje voor ElianoKerstgedichtje voor Eliano.
Voor mij is ’t alle dagen kerstmis.
Want als ik in jouw oogjes kijk
Zie ik de lichtjes van de kerstboom
O, God wat voel ik mij dan rijk.
Voor mij is ’t alle dagen kerstmis.
Want als ik jouw lief stemmetje hoor.
Hoor ik kristallen druppels rinkelen.
Ik hoor het mooiste engelen koor.
Voor mij is ’t alle dagen kerstmis.
Want zie ik jouw gezichtje lief.
Dan smelt ik en dan weet ik zeker.
Jij blijft mijn liefste hartendief.
Eliano jarig op 2-01Voor mijn kleinzoontje Eliano geboren 2-januari-2000
Klein manneke lief is jarig
Zijn oogjes stralen licht
Zijn mondje lacht de wereld toe
Zo glunderend zijn gezicht
Klein manneke wordt nu negen.
Zijn verwachtingen zijn groot.
Want iedereen is liefde.
Alles blijft, niemand gaat dood.
Ik geef jou al mijn wijsheid.
En jij verjongt mijn oude dag.
Wij lijken twee Kwajongens.
Doen dingen die niet mag.
Zoals een vuurtje stoken
Of drukken op een bel
En dan heel vlug weglopen.
Kerel, jij wordt snel
Straks is mijn tijd gekomen
Dat ik zal moeten gaan.
Toch blijf ik jou beschermen.
Ik zal eeuwig naast jou staan.
Ik lig in ruzieIk lig in ruzie met een vis.
Ik vind dat hij wat bazig is.
Hoewel hij in ’t Aquarium zit.
Is hij het die op alles vit.
Hij roept en scheldt de ganse dag.
Hij zegt dat hij mijn smoel niet mag.
Hoewel hij gisteren wormen kreeg.
Stal hij de ijskast leeg.
En golven maken dat hij doet.
Het is genoeg nu kookt mijn bloed.
Ik neem mijn schepnet oeps en dan,
Ligt hij te sudderen in de pan.
Daarmee schoot ik mijn laatste kemel.
‘k Stuur dit gedicht vanuit de hemel.
Ik ben dood, ik ben gestikt.
Ik heb mij in een graat verslikt.
Het voorspelHet voorspel.
Ik wil jouw lijf bespelen.
Als de harp van een god.
Met noten nu nog niet geboren
Die nog niemand horen mocht
Ik zal je bloesemknopjes plukken.
Met vingertoppen van fluweel.
En jou van passie laten gloeien.
Al was het dat ik 't hellevuur steel!
Dan voer ik jou naar Ciriodos.
Honderdduizend hemelen hoog.
Op een bed van witte rozen.
Langs een gouden regenboog.
ZuinigZuinig?
Hij was zo zuinig
Hij kocht altijd flessenmelk,
Hoewel hij geen melk lustte.
Daarom goot hij ze weg.
Maar hij verrijkte zich aan
het statiegeld.
woordjes van liefdeWoordjes van liefde.
Ik schrijf ze in een boek van goud,
met letterkes van zijde.
De naampjes die je fluisterde,
Telkens wanneer wij vrijde.
Voor mijn lief, lief ChristianekeVoor mijn lief, lief Christianeke.
Je vroeg mij waarom ik op onze huwelijksverjaardag niet één gedicht voor jou geschreven heb.
Jij mijn lief, de moeder van onze kinderen en zelfs een beetje; de mijne.
Ik dacht dat jij niet moest bewierookt worden het is zo vanzelfsprekend, jij bent immers de vertolking van hoe schoon een vrouw kan zijn.
Geen vrouw kan je naken, nooit tot op de hoogtes van je liefde raken.
Omdat jij en jij alleen, de verpersoonlijking van alle moeders op aarde bent.
Jij, het summum van onvoorwaardelijke trouw en liefde voor je kroost.
Mooier dan een schilder ooit gepenseeld heeft, poëtischer dan een dichter ooit beschrijven kon.
Ik zou je beledigen met mijn povere rijmelarij, mijn verbeelding zou verstarren en mijn pen zou wenen van onmacht.
Maar als je dat wilt, zet ik straks alle ramen open en dan schreeuw ik zo luid dat heel de wereld het zal horen… Christianeke, parel van onze kinderen, diamant van onze kleinkinderen, engel van een vrouw, Christianeke ik hou van jou!
Verwarde sprookjes.Verwarde sprookjes.
Ik stond voor het kasteel verstopt achter scherpe doornen
Ik baande mij een weg om snel bij haar te komen.
Toen ik Doornroosje na honderd jaren vond.
Hing haar kunstgebit klapperend uit haar open mond.
De betovering had maar half zijn werk gedaan.
Haar leeftijd was tijdens het slapen met de jaren meegegaan.
Misschien als ik haar kuste werd het sprookje terug normaal.
Ik bukte mij naar voren de slaapster was ook al bijna kaal.
Het was mijn lot het moest, ik duwde de prothese wat dieper in haar mond.
Ik knielde, kuste haar toen ik tussen de plooien haar rimpellippen vond.
Zij veerde recht, en riep, haar adem stonk naar gier en eierpoeder.
"Roodkapje, loop weg, de wolf is hier, ik ben het je grootmoeder.”
Storm op zeePoseidons nieuwe bruid.
Een loodgrijze lucht doorspekt met okerkleurige slierten,
dreef ergerlijk traag naar het sidderende binnenland.
Op het inktzwarte water dreef een zachtjes deinde zijlboot.
Het naakte, sluimerende meisje liet niets vermoedend
haar zinnelijke lichaam strelen door de zwoele avondwind.
De driest oprukkende zomerstorm sleurde de laatste.
flarden gele zonnegloed uit de kobaltblauwe hemel.
Als een verslindend monster hapte de tempest om zich heen.
De eerste vette druppels spette open op ‘s meisjes welvende buik.
Het weerloze scheepje danste stuur en kansloos,
op de woeste witte kolkende schuimkoppen.
Het slokkende zeewater sleurde het vaartuig naar de laveloze laagte.
Op een bed van wiegende zeeanemonen ontving Poseidon zijn nieuwe bruid.
Ik weet het zekerNu weet ik het zeker.
Toen ik achttien was, wist ik het zeker, auto rijden is het fijnste wat er is.
Maar ik had het mis.
Toen ik achttien was, wist ik het zeker, vrijen is het fijnste wat er is.
Maar ik had het mis.
Nu ik zeventig ben, weet ik het zeker, liefde is het fijnste wat er is.
En dat weet ik zeker, ik heb het deze keer niet mis.
Moord.Moord.
Het stonk naar zwavel waar zij liep.
Haar leugens smoorde alle normen.
Ik kon nooit weten waar zij sliep.
Hartstocht kon zij tot verdriet vervormen.
‘k Kroop op mijn knieën achter haar.
Alleen voor haar wilde ik nog leven.
Wat ik ook deed, zij spotte maar.
Waar was haar liefde toch gebleven.
Zij had mij vaak, te vaak bedrogen
’t Was enkel lust waarvan ze nog genoot.
Zij had die laatste keer te veel gelogen.
De haat in mij, heeft haar beeld gedood.
GodenkindHet godenkind.
De gouden dauwdruppel ontvlucht het koude ochtendblad
Valt langzaam naar benee als warme honing in mijn open mond.
Ik keer me om, ik proef je en smacht om meer van jouw betoverende mede.
Mijn zwelgende tong verslindt je huid van je kruin tot het topje van je tenen.
Mijn handen beroeren je laaiende lijf dat onder mij wentelt en kronkelt als een slang.
Jouw oriëntaalse parelogen kijken mij aan met een hunkerend verlangen dat uit je hele lichaam straalt.
Wanneer wij ons bij de tweede dauwdruppel verstrengelen naar het summum van genot
Wordt uit onze liefde diep in jou de gouden wieg, van onze nieuwe Zonnekoning klaargezet.
Eén godEén God
God, helpt mij uit mijn twijfel.
Nu men de wereld mijn dorp noemt,
kan Ik mijn dorpelingen niet verstaan
Herstel die toren van Babel weer.
Want spraken wij dezelfde taal
wij zouden ons begrijpen.
Geen oorlog of geen honger meer.
Geen nieuwe messen slijpen
Wat wil nu juist die Pakistaan.
En wat die Irakezen.
God, voor ’t gemak gebruik één naam.
voor mensen die geloven.
Dan zouden ze uw naam verstaan.
Niet met elkaar aan ‘t vechten gaan.
Dan waren er geen goeden meer,
dan waren er geen slechten.
Als u zo groot bent, begrijp ik wel,
is het moeilijk om te kiezen.
Want macht dat brengt ook ijdelheid.
Men zou zijn naam verliezen.
Al was het Jan al was het Piet.
Maar geen twee namen kiezen.
Het schept verwarring in ons hoofd.
Zeg, wie is er de beste nu.
Is het Mohammed, Jezus, Boeddha.
Toe Beslis nog liefst vandaag.
Anders stelt een atheïst als ik,
‘t bestaan van een God in vraag.

Drag queen.
“Bompa, jij droeg toen een rokje,”zei mijn kleine deugniet
Toen ik hem de foto, waarop ik pakweg zeven maanden oud was toonde.
Het pakje dat ik droeg leek wel op een jurkje, maar dat was het niet.
Mijn moeder noemde het Barbateuse maar hoe het in het Nederlands heet ik weet het niet.
Daar zat ik dan met een wit kanten kraagje, hemelsblauwe bofmouwtjes en een dito bol rokje waar onderuit amper een broekje kwam gluren.
“Bompa, waarom had jij maar één krul?” vroeg klein manneke met een vermakelijke, wat spottende lach.
Eén krul midden op mijn hoofd, de schoonheid zoals moeder ze toen zag.
Was mijn moeke bijziende of was mijn piemeltje zo klein, dat ik misschien nog een meisje zou kunnen worden?
Ik met een jurk hoe kon het toch bestaan dat vreemde pak waarvan mij de naam is van ontgaan.
En dan die krul niet aan te zien, den bompa als drag queen.
KankerUitgemergeld zo lag zij daar.
De kanker had haar geveld.
Ik wou haar helpen maar
Zij werd te zeer door de pijn gekweld.
Haar weerstand brak in d’ hoogste nood
Ik bood haar troost, het leed was groot.
Tot ze tevree haar ogen sloot
en ze genoot van de zoete omhelzing van de dood
Voor mijn moedertje overleden november-1963
1 reactie op dit bericht
U bent reeds bezig met de lente. Nog even geduld.