Naar de inhoud

mijn verzinsels

seniorennet.beseniorennet.be
Hallo beste lezers. Ik ben Roger Van Goethem, uw gastheer. Vorig jaar is mijn vierde boek verschenen. Het boek heeft de veelbelovende tittel ‘Erop en erover’ Het is een verzameling van ludieke verhalen en kwajongensstreken uit mijn jeugd. Mijn vorige werken zijn: ‘De trap der wijsheid’, een jeugdroman, ‘Pinkske’ een kinderboekje, en ‘De zevende hemel’ een bikkelharde misdaadroman.

Berichten van 1 januari 2007 tot 31 december 2007

De taal van mijn moeder

De taal van mijn moeder.

Mijn taal is verzopen.

Mijn taal is vermoord.

De taal van mijn moeder

Wordt niet meer gehoord.

De Antwerpse woorden.

Een rijkdom een pracht.

Met azijn overgoten.

Door leraars veracht.

Die taal was veel schoner.

Maar het was dialect.

Een taal met cultuur.

En met wijsheid doorspekt.

Men heeft ze verstoten.

Ze van mij afgepakt.

Ik praat nu beschaafder.

Maar o zo bekakt.

‘k Zal ze nooit vergeten.

Mijn eigenste taal.

En bij de diepste emoties.

Gebruik ik ze verbaal.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:44 Reageer op dit bericht

Jef liep zijn pik voorbij.

Jef liep zijn pik voorbij.

Jef’s hoofd was weer op hol geslagen.

Hij liep er hijgend achteraan.

Jef was zijn pik voorbijgelopen

Hij liet hem op een nachtkast staan.

Jef zag de pot niet bij het plassen.

Net daarom plaste hij er naast.

Hij wou zich nog in de onschuld wassen.

Maar kreeg de bal toen terug gekaatst.

Zij had een nieuwe pik gevonden.

Een kerel liet hem bij haar staan.

Zij was nog nooit zo opgewonden.

Jef kon de pot op, zij was voldaan.

Moraal.

Jef, begin nu niet te pruilen.

Vergeet je pik nooit op een kast.

Je bedrogen vrouwtje zal hem ruilen.

Voor eentje dat haar beter past.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 01:57 Reageer op dit bericht

Ongeduldig.

Ongeduldig.

De mens wordt steeds ongeduldiger.

Vandaag was de Sint jarig.

Morgen zet ik de kerstboom.

Sterker nog gisteren kreeg een bericht,

verzonden door het stadsbestuur.

Om aanwezig te zijn op de kerstboom verbranding.

Wij worden zo ongeduldig, dat ik vrees

dat mijn kinderen mij ooit nog eens uitnodigen

om mijn eigen crematie bij te wonen, wat ik dan met plezier zal doen want ik ben een geboren pyromaan en daarbij zo ongeduldig dat ik niet zal kunnen wachten tot mijn dood, zodat ik aan zelfontbranding zal doen. Alleen nog wachten op de toelating voor een staanplaats op de strooiweide.

Ja, morgen zal hij weer te schitteren staan, onze spar en het stalletje. Ik ben op zoek naar een volwassen, liggende Jezus om in het kribbetje te leggen, het moet vooruit gaan mensen, of moet ik soms wachten tot Pasen voor hij groot is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:33 Reageer op dit bericht

Dit is mijn lieve echtgenote Christiane.

Zij betekent zeer veel voor mij.

Als er engelen bestaan is zij er eentje.

Zij is geboren te Antwerpen op 3-04-1953.

In 2007 zijn wij 30 jaar getrouwd.

Samen hebben wij 4 zonen.

Ik kan mij een leven zonder haar niet voorstellen.

Gedichtje voor Christianneke

 

Als je weent dep ik je tranen

met een zakdoek van satijn.

Ben je droef zal ik je troosten

Ik zal er altijd voor je zijn

Als je lacht barsten je knoppen.

Dan valt jouw bloesem over mij.

In mijn droom zie ik je glimlach.

En die droom die ligt naast mij.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 14:04 Reageer op dit bericht

Het getakelde paard van de Sint

Het getakelde paard van de Sint.

De papa van Eliano, mijn jongste zoon Kevin, werkt voor een depanagebedrijf dat naast auto’s bij verkeersongevallen ook verkeerd geparkeerde auto’s weg takelt. Daarmee heeft Kevin een taak die nooit populair is bij de overtreders.

Vorige zondag toen de Sint bij ons op bezoek kwam, was Kevin ook aanwezig. Hoe groot was de verbazing van Eliano toen Sinterklaas nadat hij hem op enkele kleine ondeugendheden had gewezen, daarna ook zijn papa eens flink onder handen nam.

“Kevin, kom jij eens bij de Sint,” begon Sinterklaas.

Kevin wist nergens van, want ik had samen met de Sint een complot gesmeed.

“Kevin, ik heb met jou een eitje te pellen jonge man,” ging de heilige man verder.

“Wat heb jij met mijn paardje gedaan Kevin?”

“Ik weet het niet Sinterklaas.”

“Toen ik gisteren met Pieterman van het dak kwam was mijn paard verdwenen. Piet en ik dachten eerst nog dat het ergens was binnen gestapt om een lekkere wortel te halen, maar neen hoor. Wat later kreeg ik te horen dat jij mijn schimmel had weg getakeld. ”

“Was dat uw paard Sinterklaas? Dat wist ik niet,”speelde Kevin het spelletje nu mee.

Klein manneke was verstomd van verbazing. Had zijn papa zo’n streek uitgehaald en het paard van Sinterklaas weggesleept.

“Ja, jonge man, dat was mijn paardje men heeft het boven op uw vrachtwagen door de stad zien rijden. Kilometers verder hebben de Pieten het bange dier terug moeten halen en bovendien moest ik ook nog een fikse boete betalen!”zei de sint boos.

“Was dat uw paard Sinterklaas, dat heb ik niet geweten.”

“Hum, dat zeiden de Duitsers na de oorlog ook al,”grapte de Sint.

“Ik zal het nooit meer doen Sinterklaas,”beloofde Kevin en het werd hem vergeven.

Vandaag vertelde klein manneke aan iedereen op school dat zijn papa het paard van Sinterklaas had weggesleept.

“Bompa,” zei hij toen hij vanavond thuis kwam,”onze juf lacht niet snel. Neen, zij is geen lachertje. Maar toen ik het vertelde van Sint zijn paard, schoot zij in een lach.”

Hij keek mij daarbij aan met een blik waarin ik kon lezen, verwerpelijk toch bompa, leedvermaak.

Den bompa

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 03:08 Reageer op dit bericht

Gevallen engel.

Gevallen engel.








Ik ben eindelijk aan lagerwal geraakt.

Ik heb een poos aan hogerwal gestaan.

Maar ik schreeuwde mij daar hees.

Ik heb een fobie ik lijd aan hoogtevrees.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 17:55 Reageer op dit bericht

Bestaat de Sint niet bompa?

Bestaat de Sint bompa?



“Bompa,”zei Eliano met een zéér ernstig gezichtje, ”er zijn mama’s die zeggen dat Sinterklaas niet bestaat.

“Wat is dat voor onzin, en wie zegt dat,”was mijn eerste reactie.

“De mama van Koen en die van Jessy ook,”zei hij met een groot vraagteken in zijn blik.

Intussen had ik tijd gehad om na te denken. Eliano zit in de tweede klas en hij kan niet eeuwig in de Sint geloven maar toch wilde ik hem dat geluk niet helemaal afnemen.

“Als die mama’s dat zeggen, hebben zij ongelijk,”zei ik “Een paar honderden jaren geleden deelde Sint-Nicolaas reeds geschenken uit aan de arme kinderen. Ja, de Sint was een groot kindervriend, zo groot zelfs dat men hem heilig verklaarde voor al de goede dingen die hij deed.

Weet jij hoe oud een mens kan worden Eliano?”

“Max, zo’n honderd jaar bompa?”

“Juist, zo verging het ook met de eerste Sint. Hij was een mens en stierf op een dag. Maar in de harten van de kinderen stierf hij nooit, daarom kwamen er helper Sinten die zijn werk verder zetten en zo kan

Sinterklaas nu nog honderden jaren later zijn werk nog steeds verder zetten door zijn hulpsinten die jou binnenkort speelgoed brengen.”

Eliano knikte begrijpend.

“Dan zijn het domme mama’s die zeggen dat de Sint niet bestaat.”concludeerde hij.

“Inderdaad, echt erg domme mama’s,”zei ik en trok hem stevig tegen mij aan.

Zo ik heb mijn slag thuis gehaald, en Eliano kan weer eventjes verder, of misschien moet hij zich nooit meer afvragen of de Sint nu echt bestaat. Zijn raadsel is opgelost op een softe mannier.

Trouwens volgens mij bestaat de Sint, ik wil mijn kinderhart niet kwijt.

Den bompa 14-11-2007

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 17:49 Reageer op dit bericht

Carpe diem

Carpe diem

Carpe diem, carpe diem.

Meisje geloof niet meer in hem.

Waarom blijf je hem nog trouw.

Het leven wacht echt niet op jou.

Carpe diem, carpe diem.

Luister niet meer naar zijn stem.

Waarom heb je hem geloofd.

Hij die niets geeft maar veel beloofd.

Carpe diem, carpe diem.

Leef, geniet zonder één rem.

Geef hem zijn vrijheid laat hem gaan.

Carpe diem, carpe diem vang je eigen leven aan

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 17:40 Reageer op dit bericht

kinesitherapie

Kinesitherapie.

De kinesist trok aan mijn tenen.

Hij wrong mijn botten uit elkaar.

‘k Liet mij niet doen ik wou niet wenen.

Ik trok die kerel bij zijn haar.

Hij op zijn beurt ging zich verweren.

Hij gaf een stamp tegen mijn knie.

Pats op zijn neus dat zal hem leren.

Met zijn kinesisatherraboemtajesa marteltherapie.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 17:34 Reageer op dit bericht

Ik ben een romanticus

Ik ben een romanticus.

In Antwerpen zegt men een romantieker.

De zakenman zegt dat ik te melig ben.

Dat ik de niet realiteit niet ken.

Man je bent niet rationeel,

man, je leeft niet echt, je droomt te veel.

God, ik kan het niet verhelpen.

Dat ik zo vaak op roze wolken loop.

Misschien is er voor de rationelen.

In mijn kantgekloste kader nog een sprankel hoop.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 17:30 Reageer op dit bericht

Plaats voor 't nieuwe leven

Plaats voor ’t nieuwe leven.









Enkel de honderdjarigen hangen nog aan de bomen.

De storm met zijn brute kracht heeft de anderen meegenomen.

Zij klampen zich aan hun levensboom maar ach, zij zijn reeds dood.

En leven zonder leven is honger zonder brood.

Zij moeten zich verzoenen hun greep verliest zijn kracht.

Hun kaarsje dooft, want Hein berooft hij heeft ze in zijn macht.

Als straks de nieuwe lente komt dan zijn ze het verleden.

Dan is er plaats voor blaadjes zacht, juist dat maakt ons tevreden.

Roger 14-11-2007

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 10:31 Reageer op dit bericht

Auto's

Auto’s.

1986, Tot dan, had ik altijd met tweedehands auto’s gereden.

Ik kan mij geen merk voorstellen of ik heb het gehad. Van een Lada tot een Mercedes, allemaal zijn zij in mijn bezit geweest., De ene was al wat slechter dan de andere. Hoeveel keer ik mij heb laten bedotten, ik kan het niet meer optellen. Mijn eerste auto-tje was een 2pk. 1960, Ik was net achttien jaar geworden en ik had flink wat gespaard. In garage 2009 aan het Schijnpoort, kocht ik mij voor 25.000bef een ‘geitje’.

25.000bef was wel wat geld in die tijd, daarvoor kon je in die categorie wagentjes toch al iets degelijks kopen.

“Kom hem morgen maar halen,”zei de garagist dan laat ik de olie verversen en alles nog eens goed nakijken.

De volgende dag, ik zo fier als een circuspaard, samen met mijn lief, naar de garage. Daar stond het te lonken mijn wiegje, mijn eerste auto. Lang mocht mijn geluk niet duren. Ik had besloten om naar de kust te rijden. Ik reed de Schelde onderdoor. Toen het in de tunnel bergop ging, begon de motor te protesteren. Onervaren als ik was negerde ik het schurend geluid. Vanaf dan werd het lawaai steeds sterker en toen ik zo’n 30 kilometer met mijn trots had gereden, begaf hij het.

Een plaatselijke garagist stelde vast dat er geen olie meer in de motor zat, zodat de kleppen verbrand en de zuigers vastgelopen waren, wat het einde van de motor betekende.

Wat was er nu gebeurd, de leerjongen die de auto had nagekeken, had de olie afgelaten, maar vergat er nieuwe olie in te doen.

Toen ik bij de garagist ging reclameren, kreeg ik als antwoord.

“Luister eens vriendje, ik verkocht u een auto, geen olie!”

Ik was nog een snotneus, mijn pa wilde niet meegaan naar de bedrieger, ik werd de pineut mijn auto-tje en mijn spaarcenten was ik kwijt.

Zo leerde ik dat occasiewagens bijna altijd miserie waren en garagisten meestal niet te vertrouwen zijn. Maar wegens geldgebrek bleef ik tweedehands auto’s kopen, tot 1986.

Mijn eerste nieuwe wagen was een bordeauxrode Opel.

Heel het gezin was er apentrots op.

Na een paar dagen, vond mijn jongste zoon Kevin dat het tijd werd om onze nieuwe glimmerd eens te poetsen.

“Mag ik hem wassen papa,”vroeg de zesjarige knaap.

“Natuurlijk jongen geef hem maar eens een goede beurt,”zei ik.

Even later zag ik hem naar buiten lopen met een emmer boordevol schuim. Hij was al meer dan een uur bezig toen ik tegen mijn vrouw zei.

“Hij poetst hem wel grondig.”

“Ja, dat is nieuw het zal later vlug bekoelen.”Antwoordde zij.

Na nog enige tijd ging ik toch maar eens kijken.

Mijn haren rezen te bergen toen ik mijn mooie wagen zag.

Aan de onderkant van het koetswerk was de verf haast helemaal verwijderd. Zoonlief schuurde ijverig met staalwol, die hij in de garage gevonden had, over het lakwerk.

“Hiermee gaat al het slijk eraf pa,”riep hij en trots hield hij de dot staalwol ik de hoogte.

Onlangs heeft Kevin een nieuwe auto gekocht, toevallig ook een Opel.

Ik ging mee om de auto af te halen, een prachtige wagen.

“Kevin,”zei ik ernstig toen wij er omheen liepen, “mag ik de eerste poetsbeurt komen geven?

“Alleen als je staalwol hebt pa,”antwoordde hij met een knipoog.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 10:38 Reageer op dit bericht

Je hebt zo van die dagen.

Je hebt zo van die dagen.








Je hebt zo van die dagen dat je werkelijk alles kunt.

Zo maakte ik van keien zwarte drop en pepermunt.

Van Bush maakte ik een goed en een vredelievend man.

En je moet eens zien wat ik met vijf cent kopen kan.

Een cabrio, een Mercedes en een fiets met een claxon.

En weet je, ik kan vliegen hoog in de lucht voorbij de zon.

Ik kan praten met de dieren, en een luipaard is mijn maat.

En mensen stromen toe, als ik een windje laat.

Wil je mij niet geloven kom dan zelf maar eens zien.

Ik lig in de psychiatrie het laatste bed in kamer tien.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door rovago om 10:31 Reageer op dit bericht

Voor Jefke

Voor Jefke.

Een bloem met kwetsbare bladen.

Met een kelk vol liefde geladen.

Op een stengel van broos kristal.

Die bij stormwind zo breken zal.

Ons kind zo fragiel en zo zacht.

Had zoveel van het leven verwacht.

Een verwoestende stormwind kwam.

Die de fragiele bloem met zich nam.

Voor ons kindje gestorven bij de geboorte in 1979

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 10:10 Reageer op dit bericht

De taveerne

De taveerne.

Tegenover hem in de taveerne zat de mysterieuze dame met de Afrodite look.

Haar donkere ogen kruiste de zijne één seconde.

Net genoeg om te weten wat zij wilde en wat zij wilde was veelbelovend.

Hij stond recht en zette zich onbeschroomd op de lege stoel aan haar tafeltje.

“Wat drink je voor mij?”zei hij op een haast dwingende toon.

“Een kirr,”zei zij met hese stem.

Alsof het toeval was, gleed haar voet langs zijn been.

Hij legde zijn hand op de hare.

Hun gezichten kwamen dichter naar elkaar toe, als vanzelfsprekend kusten zij elkaar.

“Kom laat ons naar mij thuis gaan,”zei hij

Hij leidde haar zijn appartement binnen.

Even later waren zij naakt zonder enige vorm van schaamte.

Zij snoof de geur van zijn verlangend lijf.

Hun lichamen verstrengelden en voerden hen naar het summum van genot.

Nadien rookten zij relaxt een sigaret.

“Het geeft toch weer een nieuw elan aan ons huwelijk, zo’n afspraak in een taveerne,”zuchtte zij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 10:05 Reageer op dit bericht

1 novemberkind




1 november kind.





Je lacht niet meer.

Je hartje is gebroken.

Je snapt het niet

Je vraagt je af waarom.

Je bent te klein om alles te begrijpen.

Je mist je mama zo.

Je hebt toch zoveel pijn.

Je staat nu voor haar graf.

Je legt er witte rozen.

Je bracht er vroeger rode voor haar mee.

Je moet nu verder kind.

Je zult je moeder nooit vergeten.

Je denkt altijd aan haar al word je honderd jaar.

Ik ben oud en wijs ik kan het zeker weten.

Ik mis mijn mams, al meer dan vijftig jaar.

Haar graf bestaat niet meer

Maar ik ben haar niet vergeten

Want ik hou nog net als toen, zo innig veel van haar.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 06:45 Reageer op dit bericht

de vlucht





De vlucht.

Nu er nog twijfelschemer hangt

Vlieden witte zwanen

In de grijze herfstlucht.

Ik denk aan warme dagen

Blauwe zomerliefde.

Voor de koude heen gevlucht.

Ik verlang naar jou mijn lief

Door watten wolken weggedreven.

Bang voor d’ eerste gure winterzucht.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 06:37 Reageer op dit bericht

Halloween





Halloween

Straks komen al de boze geesten

Het zijn vanavond gruwel feesten.

Wil je die geesten allemaal zien

Volg mij de nacht van halloween.

Als straks het daglicht is vergaan.

Komen zij voor je venster staan.

Hoor het geknetter van hun botten.

Neen, met hen valt niet te spotten.

Ze grijpen je zo dadelijk vast.

Jongens en meisjes opgepast.

Als je vanavond ligt te dromen.

Zullen ze aan je bedje komen.

Kruipen uit kelders en uit hoeken

Ze komen jou dit keer bezoeken.

Daar een met lichtgevende ogen.

Komt in je kamertje gevlogen.

Zij komen overal vandaan.

Dansen in de volle maan.

Zie dat skelet daar in de gang.

Hij wenkt naar jou hij maakt je bang

Kijk, een met vieze rotte tanden.

En dikke bulten op zijn handen.

Binnenin brand er een licht.

In zijn oranje dik gezicht.

Wie komen daar nu weer naar binnen.

Twintig afschuwelijke spinnen.

Ook nog een vreselijke rat.

Springt van de kast recht in je bad.

Monsters met rooddoorlopen ogen.

Die zeker bloed hebben gezogen.

Je zult ze allemaal wel zien.

Straks In de nacht van halloween

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 06:31 Reageer op dit bericht

De ogen van een kind.


De ogen van een kind.





Toen ik een gedicht wou schrijven weigerde opeens mijn pen.

Ik vond enkel zinnen zonder inhoud ik was leeg, ja ik beken.

Ik zat te dubben en te denken maar gedwongen lukt het niet.

Ik vond geen thema, zocht verloren woorden die de muze achterliet.

En dan keek ik naar beneden in de ogen van een kind.

Ik kreeg meteen de inspiratie die ik daar altijd in vind.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:44 Reageer op dit bericht

de vlucht

De vlucht.

Nu er nog twijfelschemer hangt

Vlieden witte zwanen

In de grijze herfstlucht.

Ik denk aan warme dagen

Blauwe zomerliefde.

Voor de koude heen gevlucht.

Ik verlang naar jou mijn lief

Door watten wolken weggedreven.

Bang voor d’ eerste gure winterzucht.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 14:43 Reageer op dit bericht

De vaas

De vaas.








Victor poetste met een vochtige zeemvel het glazen schap achter de tapkast. De herbergier ging een stap achteruit en keek tevreden naar de stofvrije bierglazen die glanzend stonden te wachten op de dorstige klanten.

Victor wandelde naar de buitendeur, schoof de grendel weg en draaide het plaatje van gesloten naar open.

Het was pas 9u30 uur in de voormiddag, rond 11 uur kwamen gewoonlijk de eerste klanten.

Nauwelijks stond Victor terug achter zijn toog of de deur zwaaide open. Een klant die Victor nooit eerder had gezien, kwam de gelagzaal binnen gestapt.

Het was een klein mijnheertje, midden in de vijftig, met een blauwe jeansbroek en een slobbertrui. Hij droeg een groot pak onder de arm en nam plaats op de barkruk vlak voor Victor.

“Goede morgen, voor mij een koffie,” bestelde de man.

“Goede morgen mijnheer,”antwoordde Victor en hij schoof een kop onder de koffiemachine.

“Vroeg op stap mijnheer, u bent mijn eerste klant vandaag,”ging Victor verder.

“Ja, ik moet al om 10 uur op het gerecht zijn,”zei de man en hij zette voorzichtig het langwerpige pak vertikaal op de tapkast.

“O, dat is nooit prettig,”zei Victor terwijl hij nieuwsgierig naar het pak keek.

“Dat kan je wel zeggen mijnheer en dan nog voor een echtscheiding, Het ergste is, het kost stukken van mensen.”

Victor knikte begrijpelijk.

“Op een dag, ik kwam thuis van mijn werk, alles, maar dan ook alles was weg. Al mijn meubelen, elektrische toestellen en noem maar op. Alles, behalve mijn kleren en deze vaas had ze laten staan.”

De man nam het pak van de toog en deed het papier er af. Er kwam een grote Chinese vaas tevoorschijn.

“Deze is ze vergeten, ik heb ze nog van mijn grootmoedertje geërfd.”zei de man.

Victor schudde het met op elkaar genepen lippen het hoofd.

“Ik ben bijna blut door dat mens. Maar ze moet niet denken dat ik het daar bij laat. Ik zal vechten tot ik de helft van mijn spullen terug krijg. Al koste het mijn laatste cent.”

“De arme kerel, hij ziet er moedeloos uit,”dacht Victor.

De man slurpte van zijn hete koffie.

“Mijnheer mag ik u een gunst vragen? Ik kan moeilijk met die vaas in de rechtzaal stappen. Zou u ze voor mij willen bewaren tot ik terug ben?”

“Natuurlijk,”zei Victor, “kom geef ze, ik zal ze hier achter, naast de glazen zetten, zo kan er niets mee gebeuren.”

“O, dat is vriendelijk mijnheer. Het zou erg zijn als er wat aan mocht komen, een erfstuk, en mijn grootmoedertje vertelde mij dat ze ook wel wat waarde heeft.”

“Ik zal er goed op passen mijnheer,”beloofde Victor.

“Dat is vriendelijk mijnheer, Ik moet er nu vandoor, tot straks.”

“Ik hoop het beste voor u beste man,”zei Victor en hij keek het heertje medelijdend na.

Enkele minuten later kwam er een andere klant het café binnen.

“Een deftige heer, gekleed in een blauw maatpak, zette zich met zijn krant aan een tafeltje.”

“Goede morgen wat zal het zijn voor u mijnheer?”vroeg Victor beleefd.

“Een koffie en een cognac,”bestelde de man.

Zijn blik dwaalde de herberg rond. Plots viel zijn oog op de vaas.

“Mijnheer die vaas, bent u gek dat u die hier zo maar in uw café zet!”

De man stond recht en liep naar de vaas toe.

“Wat een pracht exemplaar, Mijnheer, dit is een echte Ming, dat weet u toch?”

Victor trok de schouders op en keek naar de kerel als een kalf dat van de kar gevallen was.

“Mijnheer, ik ben antiquair, verkoopt u die vaas niet?”

“Die vaas is niet te koop.”

“Niet te koop, niet te koop, alles is te koop. Ik geef er u 10.000 euro voor.”

Victor schrok.

“Mijnheer ik zei u toch die vaas is niet te koop.”

“20.000 euro handje contantje.”zei de antiquair.

“Neen mijnheer, die vaas is nu niet te koop. Ik moet er eerst met mijn vrouw over praten. Hebt u een naamkaartje dan zal ik u nog bellen,”zei Victor die een duivelse ingeving kreeg.

“De man viste een visitekaartje uit zijn portefeuille, betaalde zijn consumptie en vroeg nogmaals. “Mijnheer kunt u echt nu niet beslissen? 25.500 en dit is mijn laatste bod”

“Neen mijnheer, ik bel u nog wel.”

Victor bekeek het met bladgoud omkaderde kaartje, Vermeulen antiquair, las hij.

Tien minuten, nadat de antiquair vertrokken was kwam de eigenaar van de vaas terug binnen. Hij zag bleek.

“Jongens, ik ben geruïneerd, ik heb haast geen rotte cent meer en ik zou naar een goede advocaat moeten stappen, of dat wijf stroopt mij het vel van de knoken.” Klaagde de man.

“Misschien kan ik u helpen mijnheer.”zei Victor.

“Mijn echtgenote heeft uw vaas gezien, zij vindt ze zeer mooi ik wil ze wel van u kopen, zo doe ik tegelijk nog een goede daad.”zei Victor schijnheilig.

“Het is een erfenis mijnheer, ik ben er zo aan gehecht.”

“Ik geef er u 1.000 euro voor.”zei Victor genereus.

“Neen, daar spring ik niet ver mee, en mijn grootmoedertje zei dat ze wel wat waarde had, 2.500 euro cash en het is de uwe.”

“Goed, omdat ik zo met u begaan ben. Ik ga achter het geld halen.”zei Victor gretig

Even later gaf Victor de man 2.500 euro.

“Bedankt mijnheer, u hebt een groot hart,”zei de man nog voor hij de zaak verliet.

Victor wreef zich in de handen, wat een winst.

Nauwelijks was zijn bedrogen klant verdwenen of hij nam het kaartje en belde naar het nummer van de antiquair.

“Dit nummer werd niet toegekend,”klonk een metalen stem aan de telefoon.

“In mijn haast verkeert gedraaid, kalm blijven Victor,”dacht hij.

Maar weer vertelde de stem in zijn gsm “nummer niet toegekend”

Victor kreeg het warm en koud tegelijk. Er begon iets tot hem door te dringen. Hij nam de vaas van het schap en bekeek ze aan alle kanten, tot hij aan de onderkant Made in Tai wang zag staan, toen viel het gedrocht in duizend stukken tegen de grond.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

Onsterfelijke liefde

Onsterfelijke liefde.

Op het paard van lichte zeden.
Reed ik met jou op een draf.
In de toekomst in ’t verleden.
Draven naar het eeuwig graf.

Met je lichaam om te strelen.
Dat mij alle hoogtes gaf.
Het orgasme samen delen.
Het mirakel elke dag.

Maar het ros is plots verdwenen
Ik zwalp nu op een zwarte zee
Op een zee van dagen wenen
Zink ik langzaam naar benee.

Op de bodem zal ik vinden.
Een verlangende meermin.
Die mij steeds weer zal opwinden.
Daar ik haar zo zeer bemin.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 19:03 Reageer op dit bericht

1945

1945.





1945, de oorlog was voorbij en dat moest gevierd worden.

Het leek wel of de mensen niet meer konden stoppen met feesten. De vijf eerste jaren na de oorlog en ook nog begin de jaren vijftig was elke gelegenheid goed genoeg om uitbundig te fuiven. Sint-Niklaas, Kerstmis en nieuwjaar werd nadien nimmer zo intens meer gevierd.

Met de feestdagen was Hartje Antwerpen een lichtfestijn. Alle straten van de Grote Markt, tot de Dambruggestraat, kilometers lang, fonkelde in het donker de kerst verlichting. Honderden flikkerende kerstbomen veranderden de straten in een elektrisch imitatie bos. Half Antwerpen was op de been om al dat moois te bewonderen. Op de Groenplaats stond een lichtfontein dat danste op de tonen van vrolijke kerstliederen.

Ik als knaap werd vooral gefascineerd door de etalages van het grootwarenhuis GB. Ieder jaar met Sint-Niklaas werden een drietal grote uitstalramen omgetoverd in een waar sprookjesland, telkens in een ander thema. Het waren toverachtige taferelen, waarbij met behulp van mechanische poppen, het laatste nieuwe speelgoed werd tentoon gesteld. In het midden van die wondere kleurenpracht, zat statig op zijn majestueuze troon de Sint, met naast hem zijn trouwe zwarte knecht. Rond hem dartelden frêle en zacht groene voile geklede elfjes. Minuten lang stond ik met open mond naar al die magie te kijken.

Ik heb nooit begrepen hoe Sint-Niklaas het klaarspeelde, om mij even later, op de tweede verdieping op zijn schoot te zetten. Nu ja een heilige kan toveren stelde ik mijzelf gerust.

Met de belofte van het mooie speelgoed dat hij mij nog ging brengen, stuurde Klaas mij, net als de andere kinderen met een appelsien en een blikken knippertje het warenhuis in. De kakofonie van de tientallen lawaaierige speeltjes vulden het magazijn met een oorverdovend klepperend geluid.

Maar geen mens stoorde er zich aan. Niemand, want iedereen leefde toen in een eindeloze feeststemming.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

Slaap te kort

Slaap te kort.

Klein manneke houdt mij wakker,

Ik ga om twee, drie uur naar mijn bed.

Bomma heeft de wekker op zeven uur gezet.

Dan slaap ik zo’n vier uurtjes, dat is voor mij genoeg.

Maar Eliano ligt te wachten en net als ik mij voeg.

Sluipt hij in mijn kamer legt zich stilletjes naast mij.

Hij vleit zich in mijn arm slaapt in en voelt zich blij.

Dat doet hij alle dagen, sinds ik ben geopereerd.

Ik laat hem naast mij liggen hoewel bomma protesteert.

Ik lig gans de nacht te waken want het bed is wat te smal.

Zijn haartjes in mijn neus ik houd hem stevig vast en behoed hem voor de val.

Ik mag mij niet bewegen de tijd gaan traag voorbij.

Ik heb het allemaal over voor dat engeltje van mij.

Ik heb bomma nu beloofd dat het voortaan niet meer mag.

Neen, Ik zal niet weer bezwijken voor zijn lieve kinderlach.

16-10-2007

Klein manneke houdt mij wakker,

Ik ga om twee, drie uur naar mijn bed.

Bomma heeft de wekker op zeven uur gezet.

Dan slaap ik zo’n vier uurtjes, dat is voor mij genoeg.

Maar Eliano ligt te wachten en net als ik mij voeg.

Sluipt hij in mijn kamer legt zich stilletjes naast mij.

Hij vleit zich in mijn arm slaapt in en voelt zich blij.

Dat doet hij alle dagen, sinds ik ben geopereerd.

Ik laat hem naast mij liggen hoewel bomma protesteert.

Ik lig gans de nacht te waken want het bed is wat te smal.

Zijn haartjes in mijn neus ik houd hem stevig vast en behoed hem voor de val.

Ik mag mij niet bewegen de tijd gaan traag voorbij.

Ik heb het allemaal over voor dat engeltje van mij.

Ik heb bomma nu beloofd dat het voortaan niet meer mag.

Neen, Ik zal niet weer bezwijken voor zijn lieve kinderlach.

16-10-2007

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 14:43 Reageer op dit bericht

April love

April love.








Eerst was ik verliefd op het standbeeld van een naakt jong meisje, in het Middelheimpark te Wilrijk. Maar omdat zij bij nader inzicht steenkoud bleek te zijn maakte ik het af. Daarna werd ik smoor op een glanzende foto van Brigitte Bardot, maar toen zij scheurde viel ook die liefde aan stukken.

Tenslotte vond ik mij een echt lief.

Ik was toen zestien jaar. Ivette heette zij.

Ik ontmoete haar op een zonnige, frisse middag in april. Het was tijdens het verjaardagsfeestje van een vriend. Er werd flink gevierd, de ouders van de jarige, ver op hun tijd vooruit, hadden hun zoon carte blance gegeven en waren er die middag op uit getrokken, zodat zoonlief gans het huis voor hem alleen had. Ronny had enkele jongens en meisjes uitgenodigd, er werd gedanst, gerookt en limonade gedronken. Sommige jongens waagden zich zelfs aan een pilsje. Ik had zo iets nog nooit meegemaakt en zat stilletjes op een bank toe te kijken naar een paar koppeltjes die wang tegen wang over en weer wiegden bij de zweemzoete stem van Pat Boone.

Yvette, stond aan de andere kant van het vertrek te dromen. Het was een klein, aardig, pittig meisje. Onze blikken kruisten elkaar. Het was alsof ik door de bliksem getroffen werd. Ik werd iets raars gewaar, later begreep ik dat het vlindertjes waren die in mijn buik fladderden.

Meer dan een uur lang zaten wij elkaar aan te staren. Telkens ik merkte, dat zij doorhad dat ik naar haar keek, wendde ik schuchter mijn ogen af. Ik was te bleu om verder iets te ondernemen.

Tenslotte vroeg zij haar jasje en vertrok. Hoewel zij een jaartje jonger was dan ik, had zij meer lef in haar kleine teen dan ik in mijn hele lijf, want zie, daar kwam de gastheer, die haar buiten liet, terug naar binnen.

“Roger, Yvette wil je iets vragen,”zei hij.

Ik ging naar de gang. Het meisje was klein van gestalte slechts 1,58 vertelde zij mij later. Zij wachtte even, zag dan dat er toch niets zou gebeuren als het van mij afhing, dus nam toen zelf het initiatief. Zij sloeg haar armen om mijn hals richtte zich hoog op haar tenen en kuste mij hevig. Een tongkus, ik had er al veel over gehoord maar het nog nooit eerder gedaan en het lukte zonder vooropleiding.

Wij voegden ons daarna terug bij de anderen. De rest van de middag plakten wij tegen elkaar bij het gekreun van Pat Boone, Niele Sedaka en de Paul Anka.

Ivette en ik bleven ongeveer een jaar met elkaar. Wij hebben nooit echt gevreeën, maar het was mooie en pure ‘April love’.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

Brief van Jantje aan de Sint.

Brief van Jantje aan de Sint.








Sint, waarom blijf jij met de stoomboot komen

Terwijl wij kinderen van raketten dromen.

Waarom is je knecht nog altijd zwart?

Dat is racisme voor mijn part.

Dan met zo’n schimmel op de daken.

Hiervan zal Gaia brandhout maken.

Die suiker voor je paard is slecht.

Heeft men je dat nooit gezegd

Geef Sint-Niklaas toch geen sigaar.

‘t Brengt zijn gezondheid in gevaar.

Steeds door de schoorsteen vol met roet.

Sint, dioxine is niet goed.

Maar dat is heel vlug opgelost.

Verstuur het speelgoed met de post

Zo’n heel zwaar boek dat hoeft niet Meer.

Schrijf op CD je grieven neer.

Sint, nog een hele goede raad.

Maak de kinderen niet te kwaad.

Gebruik de roe niet langer meer.

Of zo’n schatje steekt je neer.

Allee keigoed, ik zal nu zwijgen.

Ik ben eens benieuwd wat ik zal krijgen.

Stevige handklap

Jantje Grotemule.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

De Swa.

De Swa

Door een dom ongeval was mijn achillespees afgescheurd.

Toen die terug gehecht werd moest ik voor een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Zo leerde ik Swa kennen.

Vroeg in de morgen, reed men zijn bed in mijn kamer, schuin tegenover mijn slaapstonde. Ik schrok even van Swa’s uiterlijk, zijn matte ogen diep in hun paarse kassen, zijn ingevallen slapen en wangen, zijn uitstekende haast ontvleesde jukbeenderen, zijn mond zonder lippen, zijn grauw bleke huid, het leek wel of de dood ongeduldig om zijn aangezicht zweefde.

Swa werd begeleid door zijn zoon en schoondochter.

Eerst dacht ik dat Swa sliep, tot hij zijn klep opentrok, en het was een klep!

De verpleegster vertelde hem waarvoor al de knoppen van de afstandsbediening dienden om zijn bed in alle mogelijke standen te zetten. Swa luisterde nauwelijks, terecht trouwens, want bij iedere beweging kreunde hij van de pijn.

“Op welk knopje moet ik drukken om u te roepen suske?” vroeg hij met zijn stem van 10 beaufort.

“Het rode mijnheer,”zei de verpleegster.

Swa hield de afstandsbediening vlak tegen zijn neus.

“Wijs het mij nog eens schatteke, ik zie niet zo goed meer!”riep hij want met zijn gehoor was het ook niet al te best gesteld.

“Ja, ons va ziet heel slecht, thuis leest hij met een bril die op een verrekijker lijkt,”bevestigde zijn schoondochter.

“Het is het bovenste knopje, zo kunt u zich nooit vergissen mijnheer,”besloot de verpleegster slim.

De zoon die veel belangstelling had voor de kontjes van de stagiaires die in en uit liepen, was de aandacht voor zijn vader al lang vergeten.

“Hoe hebt u die heup gebroken mijnheertje?”vroeg de zuster die zich over Swa ontfermd had .

“Met mijn kloten van mijne velo gevallen maske!”

“Ja, vader is 87 jaar en hij rijdt nog iedere dag met zijn fiets naar zijn jongste zuster toch zo’n drie kilometers verder,”zei de schoondochter.

“Zeg Marie, ge moet niet blijven zenne, mijne velo is daar blijven liggen, ga die maar zoeken, hij is misschien al gerat!”

“Maak je daar maar geen zorgen over va. De Loe heeft die meegenomen, jouw fiets staat bij hem in zijn werkhuis.”zei Marie.

“De Loe, de Loe, houdt die maar in de gaten die vuile dief!”

“Allee va, wat zeg je nu weer allemaal, de Loe is je vriend.”

“Marieke kinneke, als het om oe gerief gaat hedde geen vrienden.”

“Wanneer gaan ze hem opereren zuster?”

“Dat zal pas in de namiddag zijn mevrouw, de dokters zijn allemaal bezig.”

De zoon die genoeg kontjes bekeken had reageerde onmiddellijk.

“Kom Marie wij zijn er mee weg. Va, ik zal eens naar uwe velo gaan zien.”

“Da’s goed jongen, dan zen ik gerust.”

De zoon was blij dat hij er zich zo vanaf gemaakt had. Het afscheid was koel en onverschillig.

De verpleegster gaf Swa een hospitaalschortje. “Trek dat maar aan, alleen uw onderbroek aanhouden.”commandeerde zij.

“Allee schatteke, ik kan mij bijna niet bewegen, hoe zou ik dat moeten doen?”

De zuster begon aan de arm van Swa te trekken.

“Au, me de Godverdomme!”brulde de man van de pijn.

“Kom, Kom, niet vloeken hé mijnheer.”

“Niet vloeken, gij weet niet hoeveel pijn dat doet zeker?”

“Dan zullen ze u beneden wel uitkleden als u al wat verdoofd bent,”besloot de verpleegster op bitsige toon.

Een kwartiertje later kwam zij terug met een lintmeter. Zij trok de dekens opzij.

“Ik kom uw maten nemen,”zei ze

“Toch niet van mijn kist zeker?”

“Neen voor uw kousen.”

“Ik moet ekik geen kousen hebben, ik heb sokken aan!”

“Dat zijn speciale kousen tegen het flubiet.”

“Dat is niet nodig, ik heb ekik geen flubiet!”

“Maar u kunt dat krijgen na de operatie.”

Swa haalde de schouders op en schudde het hoofd.

Kort nadien kwam een andere verpleegkundige naar het bed van Swa.

“Als u de fles of de pan moet hebben moet u maar bellen hoor mijnheer,”zei zij vriendelijk.

Swa had blijkbaar iets gans anders verstaan want hij antwoordde.

“Och vriendeke, voor mij is dat allemaal goed, ik eet alles manneke!”

Dan kwam de verpleegster terug met de lange witte kousen.

“Amaai, zijn die nu al af!”zei Swa hoogst verwonderd

“Die kunnen wij nu al aantrekken dat gaat geen pijn doen,”zei de zuster.

“Maar maske toch, ge hebt verkeerd gemeten, die spannen ik weet niet hoe hard.”

“Dat is de bedoeling mijnheer.”

“Zie mij hier nu liggen ik ben precies ne communicant!”

Wij lagen nu alleen in het vertrek, Swa keek in mijn richting en begon opnieuw zijn verhaal over zijn val me de fiets. Ik luisterde geduldig en dat viel best in zijn smaak.

Hij vertelde honderd uit over zijn verleden, over zijn vrouw waarmee hij 66 jaar getrouwd was geweest en die na een lange periode Alzheimer vorig jaar gestorven was.

“En hier ligt Swa nu een sukkelaar helemaal alleen en verlaten.”

“Je hebt toch kinderen Swa,”zei ik troostend.

“Ja, twee zonen, maar die zijn alleen op mijn geld uit en zeker hun wijven. Ons Marie die hier daar juist was, dat is juist een ekster. Alles wat blinkt, moet zij hebben. Mijn vrouwke was maar net gestorven of ze moest al haar juwelen hebben. Die van mijnen oudste, is met 10.400 euro van mij weg die heb ik uit mij kot gesmeten. Neen, kinderen bedankt zenne!”

Om drie uur kwamen ze Swa halen voor de operatie. Hij had mij zowat de helft van zijn lang leven verteld.

Toen men zijn bed naar de gang reed Keken zijn doffe ogen nog even in mijn richting.

“Jongen, als ik niet meer terug mocht komen zeg dan tegen mijn kinderen dat ik ze graag zag,”zei hij voor een keer met een stille stem, en ik zag een traan over zijn perkamenten wang lopen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 16:59 Reageer op dit bericht

God redt uw biotoop

God redt uw biotoop.

Ik toer rond in ’t ruimteschip met nog weinig hoop.

De aarde is mijn prachtig, mooie ruimte biotoop.

De reis was ver, de mens is lang ‘t vergeten.

Hij zou zij thuis planeet lang niet meet weten

Ik stuur deze s.o.s naar mijn moeder planeet

Zodat men daar het lot van deze globe weet

Ik herinner hem ’t was God ons aller opperwezen.

De mens heeft het hier goed verknoeid wilt u dit biotoop genezen.

Ik heb het reeds genoeg gezien 65 keren rond de zon.

Het was hier prachtig hoor en ik weet nu nog, hoe het destijds begon.

Maar als ik hier te lang blijf toeren verlies ik mij verstand.

Is het de Apocalyps die dreigt, het loopt hier uit de hand.

Het ging hun enkel maar om roem rijkdom en geld.

Uw naam te vaak misbruikt voor oorlog en geweld.

Uw schepping dreigt voorgoed met ondergang gedoemd.

Uw mooie biotoop die u aarde hebt genoemd

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 16:56 Reageer op dit bericht

Nog meer peren

Meer peren.

Omdat ik aan die peer van toen dacht, kreeg ik zo’n enorme trek in een lekkere peer. Een sappige Doyenne of een harde zoete conference kan ik met veel smaak naar binnen smikkelen. Vandaag ging mijn voorkeur naar de conference.

“Eliano, nu jij toch zo’n flinke kerel bent, die al alleen boodschappen kan doen, wil jij voor bompa eens een kilogram peren halen bij Maes,”

Of hij dat wou!

“Natuurlijk bompa,”antwoordde hij blij.

“Eén kilogram conference,”zei ik.

“Wacht ik zal het op een briefje schrijven,”zei bomma.

Door zijn gretigheid vergat klein manneke het briefje op de tafel.

“Je hebt je briefje vergeten!”riep bomma aan het raam.

“Niet nodig bomma, een kilogram conference peren,”riep hij snugger terug.

In een oogwenk was hij terug. Ik hoorde de deur opengaan en dacht dat hij de boodschap vergeten was, maar neen hoor hij overhandigde mij de papieren zak met de smakelijke vruchten.

“Dat heb je goed onthouden Yano,”zei ik prijzend.

“Eigenlijk, was ik verkeerd in de winkel, bompa,”biechtte hij eerlijk op.

“Hoezo?”

“Ja, ik dacht dat ik Toscaanse peren moest vragen.”

“Toscaanse, het leek wel of hij op vakantie met premier Verhofstadt was geweest, die gaat ieder jaar naar die streek. Maar ja, Toscaanse en Conference het lijkt wel een beetje op elkaar. En dan?”Vroeg ik

“Bart wist dat het de deze moesten zijn, dus hier zijn je peertjes bompi,” zei hij.

Bompi zegt hij alleen als hij mij voor de gek houdt, dus...

“Je wist het nog wel hé deugniet.”

“Conference was het hé bompi.”

“Foei, foei, foei, zo klein en een grijsaard voor de gek houden, wacht maar klein manneke, bompi is nu aan zet!!!”

Den bompi

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 16:49 Reageer op dit bericht

de peer

De peer

Deze morgen, ik stond met mijn rolstoel in de badkamer om mij wat te verfrissen, toen ik bomma hoorde zeggen:

“Eliano, bomma heeft twee broden en veertien broodjes bestelt, bij de bakker zou jij die al alleen kunnen halen?”

“Ja,ja, bomma dat kan ik!!!”hoorde ik klein manneke enthousiast roepen.

De bakker is amper honderd meter van ons vandaan, maar Eliano was nog nooit alleen naar buiten geweest.

“Als je beloofd aan het zebrapad over te steken en als het mag van bompa, mag jij alleen naar de bakker.”beloofde bomma.

Ik had al lang besloten dat hij mocht gaan.

Ik herinner mij nog de eerste keer dat ik naar de winkel mocht gaan.

Ik moest naar “Den Door”een kruidenierwinkeltje achter onze hoek, om een doosje sterretjes voor in de soep. Door, de winkelier, kende de kunst om zijn fruit op een aanlokkelijke mannier voor zijn winkel te exposeren. Het waren vooral de heerlijke grote Flippen die mij deden watertanden.

“Door, voor mij een doosje sterretjes en die peer,”wees ik het dikste exemplaar aan.

Blij als een konijn op een klavertjesveld rende ik naar huis.

Toen ik thuis kwam was de blijheid vlug over.

“Wie heeft jou gezegd om een peer te kopen?”vroeg ma streng.

“Zij zag er zo heerlijk uit make”zei ik, want ik voelde dat er wat ging zwaaien.

Ik kreeg een ferme draai om mijn oren en moest de peer onmiddellijk terug brengen.

Diep vernedert, met ma’s rode vingers op mijn wang, gaf ik de vrucht terug aan Door.

“Hier je krijgt ze van mij,”zei de winkelier medelijdend.

Neen, schudde ik.

Ik keek aan het raam. Trots als een koetspaard zag ik Eliano naar de bakker paraderen. Fier kwam hij terug met zijn bestelling.

Zelfs al mocht hij een koffiekoek voor zichzelf gekocht hebben, had hij geen ruzie maar een dikke knuffel van bomma gekregen. Gelukkig zijn de tijden veranderd. Mijn moeder zal het toen ook wel goed bedoeld hebben.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 16:47 Reageer op dit bericht

de peer

De peer

Deze morgen, ik stond met mijn rolstoel in de badkamer om mij wat te verfrissen, toen ik bomma hoorde zeggen:

“Eliano, bomma heeft twee broden en veertien broodjes bestelt, bij de bakker zou jij die al alleen kunnen halen?”

“Ja,ja, bomma dat kan ik!!!”hoorde ik klein manneke enthousiast roepen.

De bakker is amper honderd meter van ons vandaan, maar Eliano was nog nooit alleen naar buiten geweest.

“Als je beloofd aan het zebrapad over te steken en als het mag van bompa, mag jij alleen naar de bakker.”beloofde bomma.

Ik had al lang besloten dat hij mocht gaan.

Ik herinner mij nog de eerste keer dat ik naar de winkel mocht gaan.

Ik moest naar “Den Door”een kruidenierwinkeltje achter onze hoek, om een doosje sterretjes voor in de soep. Door, de winkelier, kende de kunst om zijn fruit op een aanlokkelijke mannier voor zijn winkel te exposeren. Het waren vooral de heerlijke grote Flippen die mij deden watertanden.

“Door, voor mij een doosje sterretjes en die peer,”wees ik het dikste exemplaar aan.

Blij als een konijn op een klavertjesveld rende ik naar huis.

Toen ik thuis kwam was de blijheid vlug over.

“Wie heeft jou gezegd om een peer te kopen?”vroeg ma streng.

“Zij zag er zo heerlijk uit make”zei ik, want ik voelde dat er wat ging zwaaien.

Ik kreeg een ferme draai om mijn oren en moest de peer onmiddellijk terug brengen.

Diep vernedert, met ma’s rode vingers op mijn wang, gaf ik de vrucht terug aan Door.

“Hier je krijgt ze van mij,”zei de winkelier medelijdend.

Neen, schudde ik.

Ik keek aan het raam. Trots als een koetspaard zag ik Eliano naar de bakker paraderen. Fier kwam hij terug met zijn bestelling.

Zelfs al mocht hij een koffiekoek voor zichzelf gekocht hebben, had hij geen ruzie maar een dikke knuffel van bomma gekregen. Gelukkig zijn de tijden veranderd. Mijn moeder zal het toen ook wel goed bedoeld hebben.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 16:47 Reageer op dit bericht

Ik wou dat ik gezelle was.

Ik wou dat ik Gezelle was.

Ik zou er Gezelle willen zijn

Dan schreef ik met letterkes fijn.

Met woordekens als van ‘t schrijverke klein

Een rijmeken pittig voor jou mijn lief.

Een schalkse lieve kapoenekesbrief.

Ik schreef hoe zoet er je lipjes wel zijn.

Hoe heerlijk die zoentjes van jou.

Mijn blomme, mijn ondeugd, mijn eeuwige vrouw

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn houtkacheltje

Mijn houtkacheltje






Wij hebben hout gesprokkeld.

Alle takken zijn gezaagd.

En dan de apotheose.

Hij stopt de lange kaarsenaansteker onder het papier.

De vlam likt de verfomfaaide krant.

Het vuur grijpt om zich heen.

De dorre takken schieten aan.

Twee kleine handjes wrijven zich in elkaar van plezier.

Glinsterende oogjes kijken naar het openstaande

deurtje van mijn houtkacheltje.

“Mag ik er nu de kastanjes inwerpen bompa?”

“Ja, maar dan moet het deurtje dicht want die gaan ploffen.”

“Neen, dan wacht ik nog eventjes”

Mijn keteltje op d hete plaat, begint te pruttelen.

“Thee Eliano?”

“Met vier klontjes bompa.”

Het zal mijn gedacht wel zijn maar ik vind thee, gemaakt met water uit mijn koperen keteltje, toch net iets lekkerder.

Wij slurpen van het heerlijke hete nat.

Hij werpt een handvol kastanjes op de gloeiende takken.

Ik sluit het deurtje. Kleine explosies volgn in mijn gietijzeren kacheltje.

Ik zet mij op de sofa, hij klimt op mijn schoot en vleit zich tegen mij aan. Ik hoor zijn regelmatige ademhaling. Hij slaapt, moe van het sprokkelen, loom van de kachelwarmte.

Zalig denk ik. Ik sluit mijn ogen en samen dwalen wij heerlijk door dromenland.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

De oude man en de dood.

De oude man en de dood.

Gebogen als een wilgentak,

die buigt maar nimmer breekt.

De oude man met ’t zwarte pak,

die met de grafsteen spreekt.

Hij veegt wat dode bladeren weg.

Giet de chrysanten met verdriet.

Als ik mijn hand op zijn schouder leg.

Kijkt hij op maar stoort zich niet.

Terwijl men mij toch meestal vreest.

Zie ik deze man niet even beven.

Hij ziet mij als een goede geest.

Zonder haar kan hij niet leven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

Het sneeuwt

Het sneeuwt

Vannacht verschrikkelijk gedroomd, opeenvolgende nachtmerries vol overleden mensen. Mensen die ik lief heb gehad, maar die mij deze nacht in mijn slaap kwamen kwellen.

Daarom ben ik vanmorgen met een zware kop opgestaan en blijven mijn gedachten in het verleden hangen. Kortom ik ben in een nostalgische bui.

Nu echter bewust, en ik tracht de goede herinneringen uit mijn jeugd op te roepen. En kijk, ik ben terug zeven jaar. Het is december kersvakantie1949. Ik ontwaak in mijn slaapkamer. Ik beslaap het grote twee persoonsbed, alleen, want mijn zus die veertien jaar ouder dan ik, is onlangs getrouwd. Dus nu is het grote bed voor mij alleen. Ik kijk rond in het vertrek en zie de oude vertrouwde dingen terug. Vlak voor mij zie ik in de geslepen spiegel van de kleerkast, waarin ik graag grote regenboog gekleurde speekselbellen in blaas. Rechts tegen de lange muur staat een lavabokast met een grote spiegel in het midden en twee smallere uitklapbare spiegels aan de zijkant, waarin men zijn achterhoofd kan bekijken.

Op het marmeren blad staat een zandkleurige lampetkom die al jaren niet meer gebruikt is. Links daarvan, rijdt op een kunstig gehaakt lapje, een porseleinen koets met een op de bok een fier koetsiertje en in de karos een weelderige freule die mij glimlachend aankijkt en waarop ik eigenlijk een beetje verliefd ben. Dat beeldje heb ik voor moederdag gekocht, omdat ik het zelf zo mooi vond mocht ik het op mijn kamer zetten.

Ik ga op mijn hoofd staan en kijk zo naar het, met schakeringen ingelegde, kersenhouten juwelenkistje van mijn vader.

Pa’s spaarcenten zitten erin en ook zijn gouden uurwerk, dat hij alleen maar ’s zondags draagt.

Ik ging er dikwijls in kijken en soms zat er veel geld in, maar nooit kwam het bij mij op om er ook maar één cent uit te nemen. Als er geld genoeg geld in zat, zei pa dat hij de bank liet springen, dan kleedde hij zich op en ging voor een paar dagen op kroegentocht, tot hij blut weer thuis kwam. Zijn gouden armbanduurwerk heb ik geërfd, maar zo’n twintig jaar geleden ben ik ze door het stokken werpen, bij het spel met de hond, in de duinen verloren. Het spijt mij pa, want ik had het graag doorgegeven aan mijn kleinzoontje.

Ik hoor vreemde klanken op de straat, geluiden die zo anders lijken. De klepperende hoeven van het bakkerspaard klinken holler en meer gedempt. Ik hoor geschraap van blik tegen de straatstenen. Ik vermoed wat dit betekend. Ik spoed mij naar het raam. Schuif snel de gordijnen opzij. Ik word even verblind door het felle licht dat de verduisterde kamer induikt. Mijn mondhoeken krullen zich naar boven in een lach. Ik wrijf de ijskristallen van de ruit. Het sneeuwt, het sneeuwt, giert het in mij!. Ik zie sommige van mijn vriendjes die een grote sneeuwbol rollen, klaar om er een sneeuwman van te maken. Sneeuwballen vliegen over en weer. Charlotje ligt op haar rug en maakt met haar armen een engeltje in het midden van de straat.

“Hé, luilak het is al tien uur, maak je vlug klaar, de straat op, het sneeuwt.”zegt mijn moeder blij.

Zij geeft mij een dikke zoen, en zie ze leeft…niet dood zoals deze nacht.

Dagdromen zijn veel mooier, die kun je zelf manipuleren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 13:47 Reageer op dit bericht

De geboorte van de liefde

De geboorte van de liefde.

De zon verschroeiend op zijn huid.

Het zulte water brandde.

De oceaan spuwde haar uit.

Een Lorelij die strandde.

Haar lichaam glansde in het licht.

En zijn verlangen groeide.

Haar schoonheid was als een gedicht.

Haar hete lokroep boeide.

De golven dreven hun gedwee.

Naar zwoele verre oorden.

De maan scheen enkel voor hen twee.

Zij fluistert geile woorden

Haar wulpse zuiders temperament.

De wereld moest hun horen.

Een nieuwe ster aan ’t firmament.

De liefde werd geboren.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 07:25 Reageer op dit bericht

Mijn lenteroos.

Mijn lenteroos.








Verdoken in het hoge gras.

In ‘t lommer van de bomen.

Plukte ik mijn lenteroos.

Zij was pas uitgekomen.

Haar blaadjes als satijn zo zacht

Haar stengel rank en breekbaar.

Ik had zo lang op haar gewacht,

De bloem zo teer zo kwetsbaar

Ik heb ze in mijn hart bewaard.

Ooit zal ik ze weer vinden.

Dan zal ik ze in al haar pracht.

Opnieuw; opnieuw, verslinden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

Herinneringen

Herinneringen.

‘k Herinner nog je jonge lijf.

Als druppeltjes van dauw.

Met briefjes van ‘t is aan ’t is af.

En ik blijf je eeuwig trouw.

Ik hoor hem nog je blije lach.

Die zwoele blik van jou.

Je zachte lippen kersenrood

Jouw ogen kobaltblauw.

Als ik ze ooit vergeten zou.

Die beelden van weleer.

Ik ware liever dood mijn lief.

Ik was mezelf niet meer.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 01:18 Reageer op dit bericht

ZUIDERSE RENAISSANCE


Zuiderse renaissance








Haar betoverende aanwezigheid.

Het parelmoeren licht van de maan,

streelde haar magische bleke huid.

Als een maalstroom verdronk zij mij.

Zij leidde mij door de zwartste nacht.

Samen zweefden wij naar het oosten.

Waar zij mij met haar warme gloed.

Naar de kobaltblauwe hemel voerde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 00:00 Reageer op dit bericht

THAT IS WAR MAN

That is war man.

Nu heb ik je vuile Arabier gierde het door hem heen.

Op de grond, zijn kleren doorweekt met het bloed van gedode burgers en soldaten, keek een jonge Irakees recht in de loop van zijn geweer.

Twee kastanjebruine ogen keken Sonny vragend aan.

“Alstublieft laat mij leven,”smeekte de Irakees

Sonny zag dat er geen soldaat maar een kind voor hem lag.

“Hoeveel van mijn Amerikaanse vrienden heb jij al gedood?”vroeg Sonny vertwijfeld.

“Ik doodde nog nooit een mens, ik zoek mijn vader, hij is hier waarschijnlijk ergens in de buurt, misschien wel omgekomen.”

Sonny kreeg medelijden met de knaap en liet zijn wapen zakken. De vuile Arabier was plots een kind, een jongen ongeveer zo oud als zijn jongste broertje.

“Sta recht en ga verder je pa zoeken young man,”

“Moge Allah u beschermen Amerikaan.”

Plots ging er een kogel door het hoofd van de jongeling. Sonny zag zijn schedel uit elkaar barsten en zijn hersenen in het rond spatten.

Achter hem stond zijn vriend.

“Ik kwam net op tijd makker,”lachte Sam zonder enige emotie.

“Het was een jongen Sam, die zijn vader zocht. Jij vermoorde hem Sam, een kind nog!”

Sam haalde zijn schouders op.

“Sorry, Ik dacht dat hij je bedreigde Sonny. That is war man, that is war.”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 02:12 Reageer op dit bericht

De goochelaar

De goochelaar.

Met Jan die een grote goochelaar is,

liep het gisteren helemaal mis

Hij toverde een konijntje uit een hoed

Zoals een goochelaar dat doet

Maar gisteren wilde het niet lukken;

Het konijn verscheen plots in zes stukken.

En bovendien was het gestroopt

Zoals je het bij de slager koopt

De voorstelling ging in de mist

Want Jan had zich die dag vergist.

Hij zette zichzelf geheel voor paal

In de hoed zat Jantjes middagmaal.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 02:09 Reageer op dit bericht

Het meisje met de dode ziel

Het meisje met de dode ziel

Zij zat hier voor het raam en droomde van haar mooie verre land.

Waar de zon haar lichaam streelde, niet zo’n gore mannenhand.

Haar ouders hadden haar verkocht voor een handvol geld.

Over wat haar lot zou worden hadden zij hun niet verteld.

Een vent liep voorbij het meisje tikte lachend tegen ’t raam.

Dat mocht zij niet vergeten anders zouden zij haar slaan.

Dan sloot zij de gordijnen en ontving hem in haar schoot.

Zij deed maar of zij leefde, want haar ziel was al lang dood.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 01:43 Reageer op dit bericht

Mijn lief baasje

Mijn lief baasje

Zou mijn baas mij echt vergeten zijn of deed hij het ervoor
Hij bond mij aan die dikke boom en ging er dan vandoor

Ik moet niet ongerust zijn ik ken mijn baasje wel
Hij is zich gaan verstoppen ‘k ben gerust ’t is weer een spel.

Straks komt hij wel te voorschijn vanachter de ene of andere struik
Wat ik wel wat eigenaardig vind, is dat ik hem niet meer ruik.

Als hij straks weer terug komt, is dat het wachten waard!
Dan zal ik hem weer likken en kwispelen met mijn staart.

Vergeten, zou je zeggen? Neen dat kan heus niet zijn.
Want wij gaan met vakantie, naar Spanje, joepie fijn!!!

Den bompa

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rovago om 01:39 Reageer op dit bericht

Gegroeid

Gegroeid.

 

Toen ik vorige week dinsdag opstond en de kussens onder zijn ogen eens flink opschudde en mijn bril opzette, merkte ik tot mijn schrik, dat mijn neus minstens drie centimeter was gegroeid.

Ik weet maar al te goed dat de oren en neus op een bepaalde leeftijd als maar groter worden, maar drie centimeter op een nacht, dat ging er een beetje over.

Toen ik voor een tweede keer keek, schrok ik mij een hoedje, want ook mijn oren waren een stuk langer geworden dan de dag tevoren. Ik vond trouwens dat het geschrokken paarse hoedje, helemaal niet bij de kleur van mijn pyjama paste.

 

“Schat, zie je iets aan mij,” vroeg ik bang aan mijn vrouw. Buiten het hoedje zag zij geen verandering.

 

“Maar kijk dan toch naar mijn neus en mijn oren, kijk eens hoe groot,” panikeerde ik.

 

Zij haalde de schouders op en zette verder de ontbijttafel klaar.

 

In de badkamer keek ik in de hoge spiegel waar ik een totaal beeld van mijn persoontje kon zien.

 

Mijn piemel, God zij geloofd, hij had terug de afmetingen van tien jaar geleden gekregen, neen hij was zelfs groter.

Ik kneep in mijn wang om zeker te weten dat ik wel wakker was.

 

“Liefje, liefje, kom vlug kijken, ik heb iets geweldig voor jou,” riep ik beloftevol.

 

“Kijk eens wat een kanjer,” toonde ik verheugd mijn jongeheer.

 

Vrouwtje lief bekeek mij vertwijfeld van onder tot boven aan. Toen merkte zij de reden.

 

“Oh ja, ik je hebt hem nog maar van gisteren. Manlief, zet je nieuwe bril eens af, dan wordt je terug de oude,”zei zij melancholiek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 02:20 Reageer op dit bericht

Koopjestijd

Koopjestijd

 

Mijn gedachten dwalen weg, ik zweef naar verre oorden

Ik zie een blauwe oceaan, de beelden worden woorden

Ik bak in de hete zuiderzon, drink koele sangria.

Doch ik loop dromend naast mijn vrouw, voor koopjes in de Wibra

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 01:59 Reageer op dit bericht

Jefke.

 

Noem je papegaai nooit Jefje.

 

Vriendschap en haat kunnen soms zeer dicht bij elkaar liggen, daar waren Jef en Robert, twee mannen op middelbare leeftijd, het levende bewijs van.

Zij hadden elkaar leren kennen in het ziekenhuis. Waar hun beider echtgenotes aan kanker overleden. Dat maakte hun lotgenoten en tenslotte vrienden.

 

Dagelijks kwamen zij na hun werk samen. Meestal kwamen zij samen bij Robert thuis, hij was de kok van de twee. Iedere dag kookte hij een potje voor hen beide. Jef was niet zo’n keukenprins, maar hij droeg dan weer zijn steentje bij door af te ruimen, de vaat te doen en alles weer terug in de kasten te zetten.

Robert was een kort dik, kaal mannetje. De tien haren die hij nog had liet hij aan de rechterkant van zijn hoofd lang groeien en kamde die horizontaal over zijn glimmende naakte schedel. Als kind had Robert polio opgelopen, waardoor zijn rechterbeen niet voldoende meegegroeid was en verlamd bleef, tot net boven de knie, daarom droeg hij dit been in een vernuftig, scharnierende stalen en lederen systeem. Met behulp van een wandelstok kon hij behoorlijk lopen.

 

Jef echter, was een spierde kerel, die voor zijn leeftijd, zeker mocht gezien worden.

 

Het tweetal kon elkaar niet missen en toch ging er geen dag voorbij of ze hadden gekibbeld. Gekibbeld is veel te zacht uitgedrukt, zij hadden hoogoplopende discussies, net geen slaande ruzies omdat  Jef , - nochtans een licht ontvlambare knaap- zijn gehandicapte vriend niet wilde slaan en omdat Robert te laf was om meer dan woorden te avonturen.

 

Wanneer de heren op café gingen lokte Robert, wel steeds met de ene of andere klant een geschil uit. Hij wist zijn slachtoffers zo uit te kiezen en te bewerken zodat ze hem zouden slaan. Dan riep hij de hulp van Jef in die de ‘chosen one’  met zijn mokervuisten bewerkte.

 

Jef en Robert waren twee workaholics. Jef was scheepshersteller en repareerde scheepsmotoren, Robert was diamantslijper.

Dat waren dan ook de dagelijkse thema’s, waarover gesnoefd en geruzied werd.

Er voer geen schip uit of Jef had het onderhanden genomen en de prachtigste diamanten die Antwerpen verlieten werden door Robert geslepen. De ene kon alles beter dan de andere. Er werd op de duur geredetwist over zaken waarover zij niets afwisten. Kortom tijdens de debatten kende Jef meer van diamantslijpen en Robert dan weer meer van scheepsmotoren.

Te vaak moest Jef op zijn tanden bijten om zijn vriend niet rond de oren te slaan. Om zijn ingehouden woede te koelen en Robert toch te pesten, bedacht Jef zich een list. Ongezien kleefde hij de halflege verpakking van een Brussels kaasje - in Antwerpen beter gekend als een stikkende kaas- onder het blad van Roberts keukentafel.

Na enkele dagen begon het onding geweldig te stinken.

 

“Ruik jij dat ook?”vroeg Robert;

 

“Wat bedoel je?”zei Jef schijnheilig.

 

“Zo’n sterke kaaslucht.”

 

“Maar man toch, zo ruikt het hier altijd, dat zijn jouw vieze sokken.”

 

Robert deed daarna twee maal zoveel wasverzachter in de machine, doch de reuk bleef de keuken bezwangeren.

 

Toen viel het hem op dat het alleen daar was. Als een jachthond, met de neus in de hoogte speurde hij de ganse keuken af. Uiteindelijk vond hij het schuldige papiertje met het rottende kaasrestje.

 

“De smeerlap,”dacht hij en hij zinde op wraak, het kon voor hem niet erg genoeg zijn.

 

Bij toeval erfde hij een jonge amazonepapegaai.

 

Die avond toen Jef bij Robert thuis kwam, stond de vogel in zijn prachtige kooi te pronken.

 

“Oh, wat een mooie vogel, kan hij praten?”

“Neen, nog niet, hij is nog te jong,” antwoordde Robert.

 

“Dan kunnen wij hem nog alles leren, hoe heet hij.”

 

“Ik heb hem Jefje genoemd,” zei Robert sarcastisch.

 

“Jef? Wie heet er nu zo’n vogel Jef?” dat ging totaal erover dacht Jef.

 

“Kom Jefje, kopje krabben”grijnsde Robert.

 

De naam was gegeven, het kwaad was geschied. Jef bedacht zich wraak.

 

Een paar weken later moest Robert voor drie dagen weg om een paar zaken te regelen.

 

“Jef kan jij even  bij mij logeren tot ik terug ben en Jefje verzorgen?”

 

Natuurlijk kon dat.

 

Jef was niet boos, neen hij was pist off, spinnijdig, woedend.

Zijn ijdelheid, zijn eigen naam was door  Robert door het slijk gehaald.

 

Ondanks dat, gaf hij de vogel dagelijks zijn eten en drinken.

 

Maar ondertussen trachtte hij de papegaai wat woordjes te leren.

 

“Robert, klootzak, Robert, klootzak,” herhaalde hij voortdurend, met de ijdele hoop dat de vogel het zou nazeggen. Toen kwam het onwaarschijnlijke.

 

“Jef, klootzak, Jef, klootzak,”zei de papegaai.

 

Dat was de druppel, de apotheose, het summum, de kroon op Roberts werk.

 

Jef was ziedend, in een vlaag van zinsverbijstering opende hij de kooi. Nog voor hij het goed en wel besefte was Jefje dood.

 

“Mijn God wat heb ik gedaan,” gierde het door jefs hoofd.

 

Toen Robert later terug thuis kwam zat er een dwergpapegaaitje in de grote kooi.

 

“Waar is Jefje?” vroeg hij ontredderd.

 

“Wel daar,”wees Jef.

 

“Maar neen,”zei Robert vertwijfeld.

 

“Sorry Robert, te warm gewassen,”sloot Jef af.

 

Hij keerde zich om sloeg de deur achter zich dicht en verdween voor goed uit het leven van Robert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rovago om 01:52 Reageer op dit bericht

Meer van mijn verzinsels

↑ Terug naar de berichten