Sinterklaas - Kerstdag en Nieuwjaar
“ De periode van Sinterklaas geeft me nog altijd een zalig gevoel, eerst als kind, dan als ouder en nu als grootmoeder. Ik vind het nog altijd een zalig gevoel die sfeer van kindergeluk vroeger te kunnen meegeven aan mijn eigen kinderen en kleinkinderen. Ik stelde als kind me geen vragen hoe de Sint al dit speelgoed op een dag over de heel de wereld kon rondbrengen en al dat speelgoed kon maken. Het belangrijkste was dat hij kwam naar de kinderen en in het bijzonder naar mij. Het plaatsen van het schoentje verliep volgens een vast patroon. Eerst koos ik in overleg met mijn moeder het schoentje uit. Ik moest het vooraf goed reinigen en opblinken. Veel moeilijker was wat erin moest. Na enkele keren wist ik het van buiten: wat sterke drank voor de Sint, want van over de daken te rijden op een paard, kreeg je koud. Voor het paard enkele verse wortelen, voor Zwarte Piet was er meer keuze. Ik kreeg van verschillende kanten enkele tips. Mijn vader sprak over een sigaartje, mijn grootvader over een goede tabakspruim en mijn grootmoeder vertelde me dat ze nog gehoord had dat Zwarte Piet snuif gebruikte. Ieder van hen wou daarvoor zorgen. Dan kwam de brief. Ik dicteerde de brief aan mijn oudere zus of broer. Zij schreven geen brief meer, want vanaf het tweede leerjaar kwam Sinterklaas niet meer. Een brief aan Sinterklaas was een heel ernstige zaak. Je wist als je teveel vroeg, dat je niets kreeg. De volgende morgen stond het hele gezin me op te wachten in de kamer die donker was. Enkel een klein kaarsje brandde. Dan stak men alle lichten aan en daar zag ik het speelgoed liggen, het fruit, de snoep. Ik wist niet waar eerst te kijken. Iedereen was gelukkig. Ik pruilde soms wat, omdat Sinterklaas niet alles had meegebracht wat ik gevraagd had. Mijn moeder zei dat dit kwam omdat Sinterklaas niet meer zo goed kon lezen. Iedereen snoepte mee, want dat was vooraf afgesproken.”
Kerstdag en Nieuwjaar in de familie
“Met de Kerstdagen en Nieuwjaar waren er de kerstkaarten en de Nieuwjaarsbrieven en het zakgeld. Ik herinner me dat op de duurdere kerstkaarten glinsterende schilfertjes waren. Het versieren van de kerstboom met gekleurde ballen, een top en ‘engelenhaar’ en het opstellen van een kerststal waren zaken die gezellig waren voor ons allen.
In die dagen werd er bij ons thuis ook gekust en gedanst. Ik denk dat oudejaarsavond de enige dag was waarop mijn ouders elkaar kusten als wij erbij waren. Anders hield mijn moeder hield de hand van mijn vader vast en ze keken elkaar in de ogen.
Op oudejaarsavond waren ze losser en hadden ze meer attenties voor elkaar en voor ons. Wij kregen dan een lange knuffel en een extra kruisje voor het naar bed gaan.
Op familiefeestjes in de Nieuwjaarperiode was mijn oom een knappe danser samen met mijn tante Sophie. Hij trok iedereen mee op de dansvloer: de keuken waar alles was weggezet. Ik moest dan een lepeltje op de grond laten vallen en roepen: Changez. Dan moest iedereen een andere partner nemen.
Mijn oudste zus en mijn tante leerden mij dansen: de mars, de tango, de trage wals.”

