Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : gedichten 2

akke.beakke.be

Archief

laatste mijmeringen



de man, oud, maar geen prater
ziet uit over golvend groen water
ietwat in gedachten verzonken
denkt hij aan het nabije later

niet dat hij die blind miskent
het einde is reeds eerder verkend
zijn tijd is allengs versleten
de dood is sluipend al gaan eten

aan hem is vrees niet besteed
verlangt naar het oneindig niets
de komende rust is geen leed

van het aardse wil hij zich bevrijden
dat is slechts zijn laatste wil
zijn hoofd knikt al naar hemelse weiden

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 20:25

de lijkenmars

in de mars der lijken
voert grauwheid de toon
het dof gekletter der botten
kent geen verschil
tussen armen en rijken

op muziek van de stilte
waggelt men voort
door de donkere steeg
van de ijzige kilte

her en der sluiten
kornuiten zich aan
om het peloton
te versterken
met wezenloze botten

zo gaat men voort
donkere gaten tegemoet
alwaar zij zich begraven
totdat de dood weer
een beroep op hen doet




Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 20:24

de Bevrijding



als het gras weer groeit
is jouw oorlog niet gestorven
nog steeds wordt
in jou gestreden
ook al heb je
al lang geleden
de vrijheid verworven



je zwoegt in
opgejaagde dromen
en zweet aldoor
de angst van barakken
ja, je zult nimmer
aan het gevang ontkomen
en eindeloos naar
verlichting snakken



Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 20:23

de Bevrijding 2



als het verre zicht
is begraven in
het verleden

als loze hoop
er slechts is
om te beleven

zie ik niet meer
dat wat komt
voel ik niet verder
dan de scherven
van oud zeer

ik adem alleen
om door te leven
het kan niet anders
mijn blik raakt verstrikt
in een machteloos web
door anderen eerder
voor mij geweven

ben ik wel bevrijd
als de oorlog is verdreven?




Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 20:22

as icke sterfe ( iegene taole)



As icke meuge sterfe
Ick sieje aol werumme
Ende sie freugt ende piene
In haort ende lieve geprieme


So mien jung, moei kieke
Ungelieke ende so rieke
T'is recht unne gaeve
Hunne siele te laeven


Al dieje mense, o so tere
Gelieke vao ende mien mude
Maoke mien so mere
Icke sou so gere die lefe kere

As icke meuge sterfe
Ende alle werumme sie
Laeve mie die stille
Gelieke die dode hunne ruste wille

Waor dan bluuve die piene
In haort ende lief de miene
Icke groete dich sere
Mien al lieve, so tere

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 20:22

prille lente



op het jonge gras
groen sprietig
in een open plek van
het speelse sparrenbos
tel ik de zwoele zuchten
van de oostenwind
 
ik proef een prille lente
die mij bemint
en een hemelse passie
wordt mij geschonken
 
in haar natuurlijke
verschijning 
heb ik even
naar heelheid
mogen lonken
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 20:21

ik, de mens



ik ben geen engel des heren
doch mens, kwetsbaar en klein
geen adelaar met omvangrijke veren
maar aan aard en aarde gebonden
kan onmogelijk alleen het ontij keren



kan mijzelf niet eens bezitten
laat staan een mens, de ander
ik tracht mijzelf wel te delen
in wezen een binding aan elkander

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : gedichten 2

↑ Terug naar de berichten