Naast deze werkgroep stichtte minister Rubbens in 1918 niet alleen een
“Beroepsschool voor kantwerksters”
maar tevens een
“Normaalschool voor kantwerksters”.
De beroepsschool, met Rosalie Vergeylen als bestuurster, had twee afdelingen :
een esthetische afdeling = de tekenschool
een technische afdeling = de kantschool,
ook wel de “werkschool” genoemd.
In de werkschool
werden de kinderen onderricht in alle facetten van de naaldkant en werden ze opgeleid tot bekwame kantwerksters.
In de tekenschool
werd er kunst – en tekenonderwijs gegeven aan de kinderen van de werkschool. Ook de leden van de Vereniging voor kunstkantwerk kregen hier een opleiding in tekenen en ontwerpen van nieuwe patronen.
Naast de lessen in kant en tekenen kregen de meisjes ook onderricht in rekenen, huishoudkunde, godsdienst en gezondheidsleer.
Dit alles in een ontspannen sfeer en gedurende de kantlessen werd er gezongen en voorgelezen. Dagelijks las men de rozenkrans en soms kwam een pater Jezuïet spreken.
Kantwerksters getuigden dat het
“de schoonste tijd van hun leven was!!”.
Afbeelding :
didactisch materiaal van de vroegere kantschool.Voorbeelden van gronden op een uiterst fijne manier gewerkt.
Met dank aan Juffrouw I. Rubbens die mij haar archief ter beschikking stelde
2 reacties op dit bericht
goeieavond
Hallo Gisela ,
leuk dat je even langs kwam op mijn blogje
vandaar dat ik ook even langs kom natuurlijk ,
en het is nog mooi ook al die kant ,
ik heb het indertijd ook even geprobeerd ,
was toen ongeveer 13 a 14 jaar ,
maar snapte er niks van
nou wens je nog een fijne avond
liefs Nicole
heel erg mooi gisella