Naar de inhoud

Keukenweetjes

Tips en hulp voor de keuken !

Ter Leringhe ende Vermaeck
akke.beakke.be
Clipboard-5.jpg

Archief

Gekonfijte kippenmaagjes

2175075-aa7554b47e1e7560ffe4d15f78aff5ca.jpg

Wie dit blog regelmatig leest weet dat er hier normaal elke woensdagmorgen een nieuw stukje tekst verschijnt. Late opblijvers zien het nieuwe schrijfsel reeds enige tijd na middernacht opduiken…

 Maar… vorige week niets!

 Zondagmiddag kreeg ik bezoek en toen mijn gast vertrokken was bleef nog een restje witte wijn over in de fles. Daarna zette ik mij (zonder enige inspiratie) aan het klavier van mijn laptop, met een glas gevuld met het restje van de wijn ernaast en begon diep na te denken… Wat zou ik nu weer eens schrijven? Een wekelijks weerkerend probleem!

Aan mijn duim zuigen hielp niet! Dan maar een slokje wijn gedronken, misschien kon ik daar enige inspiratie uit halen?

En toen, door een onhandige beweging, kieperde ik mijn glas om en de witte wijn kabbelde glinsterend, als een meanderend beekje, tussen de toetsen van de laptop door…

 Snel de wijn opdeppen met mijn zakdoek gaf blijkbaar een gunstig resultaat… Er gebeurde toch niets, alles werkte nog, zo dacht of hoopte ik toch, tot enkele minuten later plotseling alle controlelampjes van het toetsenbord doofden!

Toetsenbord, adieu. Morsdood!

 De nieuwe laptop was pas op donderdag gebruiksklaar en toen vond ik dat ik eigenlijk wel een pauze verdiend had….

 Maar hier zijn we dan weer!

 Tijdens die - figuurlijk toch - werkloze dagen ben ik dan begonnen aan een experiment, iets wat ik nog nooit gedaan had; kippenmaagjes konfijten in eendenvet. Had ik ergens gelezen op het internet…

 Gekonfijte eenden- of ganzenmaagjes behoren in de Franse Périgord tot één van de typische specialiteiten van de streek. In elk restaurant of bistro vind je er op de menukaart wel een "Salade de gésiers de canard confits" als typisch voorgerecht of als snelle hap.

Een pluk gemengde, frisse groene salade, wat grof gesneden groene kruiden, enkele stukjes tomaat of kerstomaatjes, liefst ook wat gefruite broodcroutons. Daarop komt dan een portie, in eenden- of ganzenvet gekonfijte en daarna gebakken, "gésiers", want zo noemen de Fransen deze lekkernij, en dat is het dan.

Gésiers, voor Vlamingen een moeilijk uit te spreken woord waar velen hun tong over breken!

 De "gésier" is de spiermaag van een vogel. (Sommige vissen, krokodillen en nog enkele andere beesten hebben ook een spiermaag!) Zoals de naam het aangeeft bestaat een spiermaag uit een paar sterke spieren. Ik weet niet of alle vogels een spiermaag hebben maar de hoenderachtigen, evenals eenden en ganzen in ieder geval wel.

Een kip heeft voor haar spijsvertering drie magen ter beschikking. (De mens heeft er slechts één maar runderen hebben er dan weer vier!)

De eerste maag van de kip is de krop. Die vind je onderaan de nek en je kan met de hand zelfs voelen of de krop gevuld is of niet… Op voorwaarde dat je een kip hebt en dat je haar kan pakken… In de krop wordt alles wat de kip eet opgeslagen, bevochtigd en voorverteerd. Daarna schuift het voer door naar de kliermaag waar spijsverteringssappen het geweekte voer beginnen te verteren. Alles wat te hard of voor de kliermaag onverteerbaar is komt tenslotte in de spiermaag terecht. Deze laatste maag is die waarmee de kip zaden, granen en insectenpantsers fijn maakt. Om dat beter te kunnen doen, pikken de kippetjes tegelijk met hun voedsel ook steentjes op die in de spiermaag de rol van molenstenen zullen vervullen.

 Deze spiermaag is samengesteld uit twee dikke, door taaie pezen verbonden spierschijven. Aan de binnenkant is de maag bedekt met een harde hoornlaag met ruwe leerachtige ribbels. Door het krachtig samentrekken en door de wrijvende beweging van de spiermaag worden pitten, zaden en andere harde plantendelen of dierlijke resten door de spiercontracties en met de hulp van de steentjes fijn gemalen en afgebroken tot verteerbaar voedsel.

 Spijtig dat je moeilijk aparte kippenmagen in de handel vindt want een kippenmaag is een heel lekker stukje vlees. Kort gebakken in wat boter of vet blijven de maagjes wel taai maar verkrijgen zo een aangename "crunchy bite". Goed kruiden en serveren bij het aperitief of de borrel!

Ook kan je ze zachtjes koken in een bouillon samen met soepgroenten en met de andere minder vlezige delen van de kip zoals de gereinigde poten, de voeten eigenlijk, de nek en indien voorradig; het karkas. Dat laatste is soms ook apart te koop, evenals de nekken, en deze dienen voornamelijk om er bouillon van te trekken. Een kooktijd van een tweetal uurtjes is wel nodig voor de maagjes maar dat is ook de tijd die je nodig hebt om een lekkere, sterke gevogeltebouillon te trekken. De gekookte maagjes kan je daarna als hapje eten, bestrooid met wat fijn zout of gedipt in mosterd… Misschien wat ongewoon maar lekker. In bouillon gekookte kippenmagen smaken zeer sterk naar kip! Of wat dacht je?

 Vroeger kreeg men het slachtafval zoals de levertjes, de maagjes, de nekken en de poten altijd bij de kip als je er een kocht. Die afval wordt er nu niet meer bijgeleverd, ofwel apart verkocht en eindigt dan meestal als voer voor katten of honden. Daardoor weet niemand nog dat levertjes en maagjes smakelijke hapjes zijn en wil of durft het merendeel van de bevolking deze dingetjes zelfs niet meer eten… Maar ze dwalen!

 Gekochte kippenmagen zijn al schoon gemaakt, maar als je zelf een kip zou slachten, wie weet, dan moet je de spiermaag eerst open snijden om de inhoud te verwijderen. Ook de ruwe binnenwand van de spiermaag moet weggehaald worden. Die ruwe laag kan je heel gemakkelijk van de spierwand afpellen. Daarna goed wassen en de maagjes zijn klaar voor verder gebruik.

 Maar ik wou toch gekonfijte kippenmagen maken? Als eenden- en ganzenmagen kunnen gekonfijt worden en dan heel lekker smaken, waarom zou dit dan niet kunnen met kippenmaagjes? Trouwens zoek hier in de Lage Landen maar eens naar een behoorlijke portie eenden- of ganzenmagen…

2175075-bc217cedaee7a4c0aad8f725a2d5c302.jpg

 De Turkse slagerij heeft dagelijks, naast een schaal met kippennekken, ook nog drie grote schalen gevuld met verse kippenlevertjes, -hartjes en -maagjes in voorraad… Alles aan dezelfde prijs van twee en een halve euro per kilo. Of ze verkocht worden voor de hond, de kat of voor menselijke consumptie…? Ik weet het niet.

 Ik kocht een hele kilo… !

 Thuis gekomen heb ik om te beginnen de twee rode stukjes vlees uit de maagjes gesneden. Zie de foto; de witte delen zijn de taaie pezen, de rode stukjes die wilde ik hebben. Rauw zijn deze stukjes zo groot als de top van je duim. (Bij benadering natuurlijk!)

 Spijtig genoeg wordt in de slachterij bijna altijd één van die dikke rode spieren doormidden gesneden, dit om de maagjes gemakkelijker leeg te maken. Zo blijft soms maar één bruikbaar stukje vlees over… Dit wordt zo gedaan om de maagjes snel van de maagwand te kunnen ontdoen. Time is money, dat geldt nog altijd! Toen ik zelf nog kippen slachtte (heel lang geleden) sneed ik een van de witte pezen door, zo bleven beide vlezige delen heel!

Ik gebruikte nu ook alleen de mooie stukjes rood vlees, soms dus maar één stukje per maagje. Al de afsnijdsels werden daarna geblancheerd en die zitten nu in de diepvriezer te wachten op het juiste moment en zullen weldra een lekker snoepje worden voor een bevriende hond!  

 Van een kilo brut gewicht hield ik zo toch nog een zeshonderd gram over.

 Dan worden de maagjes gezouten. Daarvoor kan best grof zout, zeezout bijvoorbeeld, gebruikt worden. Op de gebruikte zeshonderd gram maagjes heb ik een grote handvol grof zeezout gebruikt. De hoeveelheid heeft weinig belang, het is de tijd die telt bij het zouten. Ook nog een drietal teentjes knoflook in fijne reepjes gesneden gingen erbij. Zout en knoflook werden dan gemengd met de gewassen stukjes maag.

 Drie tot vier uur rusttijd is voldoende om het zout voldoende in het vlees te laten trekken. Daarna zeer goed spoelen om zeker te zijn dat alle zout verwijderd is en vooral alle knoflooksnippers moeten weggewassen worden. Eventueel kunnen de maagjes gedroogd worden in een doek.

 Dan komt het belangrijkste, en het is weer iets wat niet zo maar overal te vinden is; haal een bokaal of blik eendenvet uit de schapraai of koop het bij de poelier… In de betere supermarkten is eendenvet soms ook wel te verkrijgen… (Delhaize) Ganzenvet kan ook maar dat is nog moeilijker te vinden en is meestal ook duurder. Spijtig dat de vakantie reeds voorbij is want in het zuiden van Frankrijk vindt je eendenvet te kust en te keur.

Eventueel zou varkensvet (reuzel) ook kunnen gebruikt worden maar de smaak van de maagjes zal dan totaal anders zijn… Misschien smaken ze dan meer naar spek?

 Smelt en verwarm het eendenvet tot net iets onder de honderd graden, gebruik een thermometer om te controleren. Een te hoge temperatuur zal resulteren in taaie maagjes …!

Of indien je dit hebt; gebruik een sudderpot, crock pot, slow cooker of hoe je zo'n ding ook moge noemen. Uiteindelijk moeten de maagjes gekookt worden in vet… Boven de 120 graden wordt het braden of fruiten en dat mag niet!

De totale kooktijd, de tijd om goed gaar te worden, ligt ergens rond de twee uur. Dat kan je best controleren door met een tandenstoker of houten satépen in een maagje te prikken. Of zoals de Fransen het zeggen; gebruik een stropijl om te voelen. Als je vindt dat het vlees zacht is, als je er vlot kan doorprikken zonder moeite, dan zijn de maagjes gaar genoeg…

 Dan giet je alles in enkele goed uitgekookte glazen bokalen of in een aangepaste container en laat afkoelen. Zo onder vet bewaren de magen, liefst in de koelkast of toch op een koele plaats, minstens een half jaar of langer.

Je kan ook het vet recupereren en de maagjes droog bewaren. De maagjes moeten dan wel sneller verwerkt worden, maar ook in die staat overleven ze enkele weken in de koelkast.

Of nog; stop ze in weckbokalen, met of zonder het vet en steriliseer ze… Zo blijven ze (theoretisch) eeuwig goed! De garingstijd van de maagjes mag dan verminderd worden.

2175075-665e18a98792e55f28ed0e06ac2eea2f.jpg

 Om te serveren neem je, je favoriete sla, alle soorten zijn geschikt maar liefst sla met wat stevigheid want de hete gebakken maagjes komen er bovenop. Versier verder naar keuze met wat gesneden groene kruiden, tomaten of wat dan ook, als het maar kleurrijk is. Maar leg er voorral wat vers gebakken croutonnetjes bij. Ook een greepje grof gehakte walnoten passen hier perfect bij.

Werk de salade af met een vinaigrette met mosterd, rodewijnazijn, peper, zout en gebruik liefst notenolie.

Bak ondertussen de gekonfijte maagjes in hun eigen vet tot ze warm zijn, voeg eventueel nog wat knoflook toe, en vlei ze dan zachtjes op de salade…!

 Drink hier een wijntje bij naar keuze zowel rood als wit passen, maar kieper de wijn niet over het toetsenbord van je PC!!!

 

Wil je meer weten over konfijten? Lees dan hier!

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Nicolay om 01:04 Stuur door

Offerfeest en méchoui

2171637-966ef01641cbb38b21de24b84a8617cd.jpg

Het viel me snel op. De koeltoonbank van de slagerijafdeling in de Turkse supermarkt was veel meer gevuld dan gewoonlijk. Er lag merkelijk meer lamsvlees uitgestald dan op gewone weekdagen, alle vlees netjes in lapjes, blokjes en reepjes gesneden… Ook de ingewanden, de lever en niertjes, en ander slachtafval zoals poten en koppen waren voorradig. Zelfs de edele delen van de ram lagen uitgestald.

Ik heb voor mij een - één - lamsschouder, gekocht om er een stoofpotje van te bereiden; 't zal over enkele dagen fel gaan afkoelen wist Frank te vertellen… en dus passen we het menu aan.

 Bij de uitgang van de supermarkt, aan de kassa, stond een doos met snoepjes te wachten… Voor 't feest wist de juffrouw achter de kassa. De chocolaatjes waren reeds een beetje wit uitgeslagen en de uiterste houdbaarheiddatum was merkbaar enige weken over tijd… Maar ja, de kruideniers mogen ook hun kost verdienen en 't is uiteindelijk de geste die telt.

 Hiermee was ook meteen mijn wekelijks weerkerend probleem opgelost; wat zal ik vandaag weer eens schrijven op mijn blog?! Wel, de moslims vieren vandaag het Offerfeest, niet alleen vandaag, maar 't zal een feest worden dat drie of vier dagen zal duren…

 Het Offerfeest wordt gevierd ter nagedachtenis van de profeet Ibrahim die bereid was zijn zoon te offeren in opdracht van God. Toen Ibrahim zijn zoon met een mes wilde doden, sneed het mes niet. Vervolgens klonk de stem van God en die stuurde een engel naar de profeet Ibrahim die zei dat een ram de plaats van de zoon mocht innemen.

 Het vlees van het vervangende schaap of lam wordt dan tijdens het Offerfeest in familiekring gegeten en wordt verder verdeeld onder de armen, buren en familieleden. Doorgaans slacht men een schaap of lam, waardoor het feest de bijnaam, Offerfeest kreeg. Het feest herinnert een moslim eraan dat hij bereid dient te zijn om indien mogelijk alles op te offeren voor God, zoals Ibrahim zijn zoon wilde opofferen. (Ibrahim is gelijk aan Abraham uit de bijbel.)

 Nu dacht ik in al mijn naïviteit dat elke vrome moslim die zijn schaap heeft laten slachten, al dan niet verdoofd, nadien het geslachte beest thuis zou braden aan een spit, omringd door een drom joelende, een feestje bouwende, luid zingende familieleden en gasten…!

 Niet waar dus! De vele reeds in porties gesneden stukken vlees in de slagerij bewijzen dat… Meer dan waarschijnlijk zal het een tajine met olijven en pruimen worden of een hoog opgeschepte berg couscous omringd met dikke hompen lamsvlees en opgediend op een grote glanzende, geciseleerde koperen schotel. Dat is wat er waarschijnlijk bij de doorsnee Maghrebijnse familie op de (lage) tafel zal verschijnen…

Als dessert volgt nog een berg verse vruchten om de maaltijd af te sluiten. Dan volgen kleurige glazen frisse muntthee om de gaatjes te vullen… De thee zal van zeer hoog in de glazen geschonken worden zodat er een schuimkraagje op komt … Thee met suiker à volonté…!

 Wie deze blog (reeds dertien jaar actief) regelmatig leest, weet dat wij, mijn vrouw en ikzelf, een jaar lang in Algerije gewerkt en dus ook gewoond hebben.

 Daar, in Algerije, ging het er wel een beetje anders aan toe tijdens het Offerfeest. Toch die keer dat ik het meegemaakt heb. Het was ook niet het gewone familiefeest maar juist op de dag van het Offerfeest kwam er een of andere hoge pief, een minister of iets dergelijks, op bezoek bij de firma waarvoor we werkten. Dat was het ideale moment om voor de hoge gast een heel (onverdoofd geslacht) schaap of lam te braden; we zouden een méchoui organiseren! (Ik heb er niet aan meegewerkt, alleen toegekeken en geproefd… en goed bevonden!)

 Een méchoui is een op zijn geheel gebraden lam of schaap, aan het spit gebraden in de buitenlucht boven een zacht smeulend houtskoolvuurtje. Een beetje de barbecue op zijn Arabisch. Het hele gedoe, het bezig zijn met braden en tenslotte het eten ervan, wordt "mechoui" genoemd… Ook de Fransen kennen de méchoui. De "pieds noirs", de in Algerije geboren Franse kolonisten, hebben de traditie van de méchoui overgenomen en hebben die manier van braden meegebracht naar Frankrijk…

 Als er hoog bezoek verwacht wordt in een Noord-Afrikaans land is een méchoui de meest gastvrije en authentieke feestmaaltijd die men kan voorzetten aan zijn gasten.

 Een heel lam of schaap, naargelang de hoeveelheid verwachte bezoekers, wordt aan een primitief spit, zijnde een dun boomstammetje, geregen en gebraden boven gloeiende houtskool. Het lam wordt daarvoor speciaal voorbereid, de buik mag niet te ver opengesneden worden zodat er nadien nog verscheidene kruiden kunnen ingestopt worden zonder dat ze er weer uitvallen. Aan de staart moet nog een pluimpje wol blijven hangen en niet te vergeten, de kop moet nog aan het beest vastzitten.

Dan wordt de buikholte gevuld met de lever, het hart en de niertjes, een massa knoflookteentjes, grof zout, munt en diverse groene kruiden, wat er ook maar in de omgeving te vinden is. Met een paar fikse steken wordt de buikholte weer dicht genaaid.

Dan wordt een lange, een zeer lange, spitse paal in de lengterichting door het schaap gedreven zodat zeker aan weerskanten één meter van de paal er uit steekt. Het schaap wordt aan deze paal goed vastgebonden met ijzerdraad. Het gebruik van een ijzerdraad is de eenvoudigste en veiligste methode om het schaap stevig vast te maken.

 Terwijl hebben enkele andere enthousiaste medewerkers een groot houtvuur aangelegd en daarnaast een greppel gegraven van zo een dertig centimeter diep en een meter lang. Aan de beide uiteinden van de greppel wordt een soort driepoot gesjord (zoals bij de scouts) waarop de uiteinden van het spit kunnen rusten.

Men mag zeker niet vergeten om vooraf de staart van het schaap te snijden, want die doet straks nog dienst! Er worden enkele scheppen gloeiende houtkool in de greppel gegooid en het schaap of lam wordt erboven gehangen steunend op de driepikkels. Om beurt gaan enige medewerkers nu draaien met de paal zodat het schaapje zachtjesaan en regelmatig braadt boven de gloeiende kolen. Telkens een laag houtskool begint te tanen worden er verse kooltjes afkomstig van het grote vuur, bijgeschept…

Het braden is een langdurige proces, 4 tot 5 uur is ongeveer de tijd die nodig is om een heel lam te braden tot volledige gaarheid. Het vlees moet zodanig zacht en gaar zijn dat het met de vingers van het karkas kan geplukt worden want een méchoui wordt met de handen gegeten, er zijn geen vorken of messen nodig.

 Nu de staart nog. Wel, die fungeert als borsteltje. Men laat nog een pluisje wol aan de punt van de staart zitten en die wollen pluim wordt regelmatig in gesmolten boter gemengd met zout water gedoopt en gebruikt als borsteltje om het lam tijdens het braden te bestrijken.

 De man die het vuur regelt heeft een zeer belangrijke functie, hij moet er voor zorgen dat de hitte niet te hevig wordt, anders zou het lammetje of schaapje allicht verbranden... Ook moet hij de gloeiende kooltjes zodanig verdelen dat het schaapje overal, op alle plaatsen, mooi kleurt. Daarom worden regelmatig verse gloeiende kolen met een schoffel verdeeld onder het schaap. Om beurten mag iedereen die wil eens aan de paal draaien.

 In Algerije is er geen sprake van om tijdens deze voorbereidende werken bier of wijn te gaan drinken zoals dat hier zeker zou gebeuren om zeker te ontaarden tot een zuipfestijn. Met een beetje geluk zet er wel iemand een pot thee boven het houtvuurtje of op de gloeiende kolen... Anders is er cola of Fanta…!

 Indien men dreigt tijd te kort te komen om het schaapje goed doorgaar te krijgen, dan voert men het lam naar de lokale bakker en wordt het nog een tijdje in de bakkersoven verder gaar gemaakt.

 Blijft nog het opdienen…

 Indien je ooit uitgenodigd wordt voor een Noord-Afrikaanse méchoui, let dan op dat men jou niet aanduidt als eregast. De eer zal je wel te beurt vallen om dan het lekkerste stukje van het lam geoffreerd te krijgen... en nee, het zijn niet de testikels zoals je dacht; het erestukje van de méchoui is het oog van het schaap! En het lekkere stukje voor de eregast…

 Het lam wordt ontdaan van de paal en de ijzerdraad en op een grote koperen schaal naar de plaats gebracht waar er zal gegeten worden.

 Maar eerst iedereen de handjes wassen!

 Het oog wordt door de gastheer met de vingers uit de kop gepeuterd en aangeboden aan de eregast. Als die dan proeft en goedkeurend knikt valt iedereen aan...

Echt aanvallen, de rush op de méchoui , attaque ...!

De repen vlees worden door iedereen met de handen van het schaap gerukt en rechtstaande gegeten. Het schaap wordt lang alle kanten geloofd en vereerd…

Daarna zet men zich aan tafel om het wat rustiger aan te doen, en om verder te eten. Een frisse groene salade en warm vers gebakken brood is de gewone begeleiding bij de méchoui .

Het festijn stopt niet voordat er geen draadje vlees meer aan het karkas over blijft!

 En om te drinken?

Geen wijn of bier, wel cola of spuitwater... ( Ik wist wel waar de rode wijn te vinden was…)

 Ik zal mijn zelf gekocht lamschoudertje verwerken tot een "navarin"… Een lamstoofpotje met diverse groenten…

Daarvoor eerst het vlees in stukken snijden en kleuren met wat boter in een braadpan. Dan royaal teentjes knoflook en gehakte uien bijvoegen en mee laten kleur nemen. Nog een schepje tomatenpuree erbij en ook wat mee laten bakken. Dan blussen met water of bouillon tot het vlees net onderstaat. Een kruidenbosje bijvoegen, peper en zout en laat dit nu onder deksel gedurende een uurtje sudderen op een zeer zacht vuurtje.

Tijdens het volgende half uur dat het vlees verder mag sudderen voegt men allerhande vaste groenten naar keuze toe. Ik zal in stukjes gesneden jonge wortelen, raapjes, zilveruitjes en een handvol champignons nemen…

Tenslotte nog eens proeven en desgewenst de saus lichtjes binden…

Daar passen gewone gekookte aardappelen perfect bij maar voor het Offerfeest zou ik daarbij in de oven gebraden krielaardappeltjes serveren…

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Nicolay om 17:49 Stuur door

Roomkaas

2169869-5916884e8d69ad796100d7a37674ad52.JPG

Soms vraagt men mij wel eens of ik een hobby heb? Of meerdere?

Wel, ik ben nu tot de conclusie gekomen dat ongeveer alles wat ik doe, behalve mijn beroep, zowat een hobby is, of toch begonnen is als een hobby…

Zo is kaas maken één van de dingen die ik graag doe. Al dan niet succesvol, het is altijd spannend afwachten of je het beoogde resultaat zal bekomen !? Is dat een hobby, ik weet niet!? Meestal bekom ik wel iets dat sterk op kaas gelijkt maar de perfectie bereiken, dat is niet zo eenvoudig. Tot die conclusie ben ik tot hiertoe al gekomen.

Ondertussen heb ik al ettelijke stukjes die handelen over kaas op dit blog geschreven. Het eerste stukje over toen ik tijdens mijn lerarenopleiding een kaasje maakte om te gebruiken als didactisch materiaal… Gans de klas viel omver van de geur (of stank) die het kaasje verspreide… Later in Korea kreeg ik weer de microbe te pakken, nu door de schuld van de Benedictijner monniken die me de aanzet gaven. Staat ook hier te lezen. Nog meer over platte kaas en als dit nog niet voldoende is, dit nog. (en zelfs meer…)

Een van de vorige weken maakte iemand (naam vergeten te noteren) over al die schrijfsels een goedbedoelde opmerking en stuurde mij heel wat praktische tips door, waarvoor dank! Alle baten helpen. Ik heb zijn aanmerkingen genoteerd en zal er rekening mee houden. En om te besluiten schreef hij nog; … en het is oh zo gemakkelijk om een roomkaasje te maken…!

Roomkaas?

Roomkaas is een witte, romige, smeerbare soort kaas die gegeten kan worden op toastjes of op brood. Deze kaas heeft een milde smaak, maar soms is er meer smaak toegevoegd door middel van fijngehakte knoflook, olijven of dille… zo weet Wikipedia…

Aha Boursin dacht ik dan! Interessant!

Heel toevallig kwam ik na het leegmaken van een kelder (niet bij mij) in het bezit van een achttal halve literflesjes afroomde melk. UHT-melk, dus melk die zeer lang houdbaar is. Als "minstens houdbaar tot - datum" was op de flesjes 10 juni 2018 vermeld. Reeds twee maanden over datum. Nu weet ik al lang uit ervaring dat dergelijke melk, zelf na een paar maanden, nog perfect bruikbaar is. Als er twijfel is, kook de melk en als ze intact blijft, dus niet schift of kabbelt, is er niets aan de hand!

Misschien zou ik die melk wel kunnen gebruiken om een roomkaasje te maken? Maar room en magere melk dat is een contradictie… Wel zou ik eerst een proefje doen en bij een mislukking was er weinig of niets aan verloren. Daarenboven, ik had een kaasje, genre Boursin, voor ogen… Boursin Light!

Op het internet zijn wel wat recepten te vinden voor het zelf maken van roomkaas maar deze starten allemaal met aangekochte yoghurt als basis, die men een nacht laat uitlekken.

Maar ik had magere melk ter beschikking, die zou dus eerst moeten veranderen in yoghurt. Dat zou geen problemen opleveren want reeds sinds enkele jaren maak ik zelf mijn eigen dagelijks yoghurtje met behulp van een zeer eenvoudige "yoghurtmaker"; een bakje dat een constante temperatuur van ongeveer veertig graden Celsius produceert.

Om kaas te maken heb je uiteraard melk nodig. Normaal verse melk van de koe! Eventueel mag de melk wel gepasteuriseerd zijn; dus verhit tot minstens 72 °C. Dat laatste wordt gedaan om alle eventuele gevaarlijke micro-organismen te doden.

Maar melk uit een brik of een fles, dat is gesteriliseerde en "gehomogeniseerde" melk. Daarvan is het vetgehalte (het botergehalte) naar een bepaald niveau gebracht - gewoon, minder of niets - Deze vetdeeltjes worden verdeeld in de vloeistof als microscopische fijne bolletjes zodat deze vetdeeltjes netjes verspreid blijven in de melk. Zo niet zou er op elke brik of fles melk een dikke laag room komen drijven. Door het verhitten op hoge temperatuur zal ook de eiwitstructuur in de melk veranderen en dat alles heeft zo zijn negatieve gevolgen bij de kaasbereiding.

Om kaas te bekomen moeten eerst de vaste stoffen, zijnde de melkvetten en de melkeiwitten, gescheiden worden van het waterige gedeelte. Daarvoor wordt de melk "gestremd". Normaal wordt stremsel gebruikt om de melk te stremmen. Dat is een (leb)ferment van dierlijke origine, dat verse melk doet stremmen; doet opstijven. De verdikte melk wordt daarna tot korreltjes gesneden of geroerd en zo scheidt het vaste deel, de wrongel, zich van het vocht, de wei.

Dit stremmen lukt niet meer of slaagt toch veel moeilijker bij het gebruik van flessenmelk of UHT-melk omdat de eiwitstructuur van deze melk veranderd is door de verhitting en ook door het homogeniseren. (Gepasteuriseerde melk is wel OK.)

Ook moet er altijd een klein beetje zuur bij de kaasmelk gevoegd worden om het kaaswordingsproces optimaal te doen verlopen. Daarvoor bestaan er speciale melkzuren maar in de "huis, tuin en keuken" kaasmakerij wordt daarvoor dikwijls yoghurt gebruikt. Ik kon dus mijn eigen yoghurt gebruiken. De verzurende fermenten of bacteriën van yoghurt werken optimaal bij een temperatuur van ongeveer 40°C.

Dan het eerste probeersel; een flesje, dus een halve liter melk verwarmd tot 40 °C. Een volledige portie van 120 gram yoghurt erbij gedaan en dit samen in de yoghurtmaker gezet gedurende een drietal uur. Na drie uur was heel het boeltje gekabbeld en leek langs geen kanten op yoghurt. Waarom? Te veel zuur uit de yoghurt denk ik… Inderdaad, de volgende keren gebruikte ik maar een eetlepelvol yoghurt en dan schiftte de melk niet meer. Geen nood, dat was juist wat ik nodig had… verzuurde, gestremde, gekabbelde melk.

Verder gaat het heel eenvoudig. De geschifte, gekabbelde melk in een kaasdoek gegoten en die met een touwtje vastgemaakt aan de knop van een keukenkastje juist boven de gootsteen… De kaasdoek was eigenlijk een geleidoek…! Zo een doek waarin men geperste of gekookte vruchten laat uitlekken voor vruchtengelei.

Na enkele uren was de inhoud in het doek veranderd in een dikke witte massa. Iets als kwark of platte kaas… zoals dat in België genoemd wordt.

Deze kaasmassa heb ik dan naar een hoge metalen ring overgebracht, goed aangedrukt en verder laten uitdruipen. Daarvoor heb de vorm op de geplooide doek gezet zodat het vocht nog weg kon trekken. Af en toe heb ik het witte blokje, dat nu "kaasje" kon genoemd worden, omgedraaid zodat het uitlekken gelijkmatig verliep. Dit vormen en het laten uitlekken van het kaasje heeft ongeveer een halve dag geduurd…

Maar ik was wel vergeten om het kaasje te zouten, dus heb ik gewoon een mengsel van zout en knoflookpoeder over het kaasje gestrooid en het toen in een stukje bakpapier verpakt… Bakpapier bij gebrek aan wat beters, echt boterpapier bijvoorbeeld.

Dan kwam het grote moment; hoe zou dit stukje witte smurrie nu smaken? Het viel mee… Best te doen, zegt men in Antwerpen.

Alleen vond ik dat de kaas nogal aan de tanden plakte! Maar het kan ook aan de kwaliteit van mijn (namaak)tanden liggen? Wie weet? Wat vooral opviel was dat de kaas vrij zurig smaakte. Maar toch een zeven op tien zou ik zeggen.

2169869-ef09635af82edfcea57ac251ffbf0303.JPG

Achteraf heb ik dergelijk kaasje nog enkele keren gemaakt. De laatste proef verliep zo; ik heb eerst een drietal in schijfjes gesneden knoflookteentjes bij de melk gevoegd tijdens de warme periode. De gestremde melk geurt na enkele uren verwarmen heel sterk naar knoflook maar de smaak is niet te overweldigend. Ik wilde absoluut een Boursinsmaak bekomen. Ail et fines herbes!

 Ook voeg ik toch een drietal druppeltjes stremsel toe voor de melkmassa in het warmkastje (de yoghurtmaker) gaat. Dat stremsel zorgt er voor dat de wrongel beter samenklit. Zo kon ik de uitgelekt wrongelbal heel vlot overbrengen naar de ring, anders is het soms nogal knoeien. Stremsel is vlot te koop in kleine flesjes in elke Turkse supermarkt voor enige euro's. De flesjes stremsel staan meestal bij de Turkse kazen… (Peynir)

Als de melk dan dik geworden is giet ik alles door een zeef om de schijfjes knoflook te verwijderen. Daarna na het uitlekken, tijdens het mengen van de wrongel, gaat er nog een schepje gedroogde peterselie en een snuifje zout bij om de groene stippeltjes in het kaasje te bekomen want veel smaak zit er niet in dat gedroogde kruid. Ik gebruik wel gedroogde peterselie om de kaas langer te kunnen bewaren. Met verse peterselie zou de boel misschien snel aan het rotten gaan. Volgende keer eens proberen met gedroogde oregano uit een flesje voor meer smaak?

Het probleem van de zure smaak bleef wel bestaan, altijd wat te zuur om echt aangenaam te smaken. Daarom heb ik nu bij de laatste proef een schepje bicarbonaat bij de wrongel gevoegd. Het bicarbonaat zou het zuur neutraliseren! En alleluja, het is gelukt, de kaas smaakt nu werkelijk naar (een soort) Boursin.

De structuur van de kaas is wel enigszins veranderd maar dat komt een volgende keer wel in orde. Misschien ook niet, want ik meen mij te herinneren dat de paters Benedictijnen mij destijds geleerd hebben dat verse wrongel, gemengd met bakpoeder dat ondermeer uit bicarbonaat bestaat, in smeerkaas resulteert.

Het zuivel van de kaas voelt nu een ietsje rubberachtig maar toch zacht aan. Daarom heb ik het kaasje in een (Chinees) kommetje geduwd, zo is het wat beter presenteerbaar.

Vandaag15 augustus 2018, alleen in het Antwerpse, is het dan Moederdag!

Aan alle moeders wens ik een mooie feestdag, rustig in het zonnetje zittend onder de lindeboom, met een flesje cava erbij en enige toastjes besmeerd met (imitatie) Boursin ….

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Nicolay om 08:23 Stuur door

De puree van Joël Robuchon.

2168140-0934a3bb75754beec538397ffa0e8b2e.jpg

Een monument onder de Franse chefs is naar de culinaire sterrenhemel vertrokken; Joël Robuchon is niet meer!

 Ikzelf heb niet zo erg de carrière van Robuchon gevolgd maar hij was absoluut één van de meest geniale chefs op de huidige Franse keukenscène.

 In plaats van het zelf te doen (het is ook voor mij vakantie) heb ik een gepaste tekst opgezocht in de Nederlandse "de Volkskrant". De tekst is geschreven door Mac van Dinther op 6 augustus 2018. Het artikel heb ik lichtjes ingekort.

 

 Het is een droevig jaar voor de Franse keuken. Na de dood van Paul Bocuse, "de paus van de gastronomie", een half jaar geleden, is er opnieuw een Franse kookgrootheid overleden. Maandag stierf multisterrenchef Joël Robuchon, op 73-jarige leeftijd aan alvleesklierkanker.

Robuchon, in 1989 door restaurantgids GaultMillau uitgeroepen tot "kok van de eeuw", was een kok met zakelijk instinct. Hij stond tot zijn dood aan het hoofd van een gastronomisch imperium met dertig restaurants wereldwijd en was recordhouder Michelinsterren. Van die laatste had hij er 32 volgens de laatste tellingen. De afgelopen twee jaar opende Robuchon nog vijf nieuwe restaurants in onder andere China en de Verenigde Staten.

 Robuchon maakte deel uit van een gouden generatie naoorlogse Franse sterrenkoks zoals Pierre Gagnaire (1950), Michel Bras (1946) en Alain Senderens (1939). Van hen was hij de meest succesvolle, zeker zakelijk gezien.

Naast het uitbaten van zijn restaurants schreef Robuchon boeken (twintig in totaal), trad hij op als adviseur voor voedingsbedrijven en had hij een cateringbedrijf voor vliegtuigmaaltijden, Servair. De jaarlijkse omzet van zijn imperium wordt geschat op ruim 100 miljoen euro.

 Joël Robuchon werd in 1945 geboren in Poitiers, midden-Frankrijk, als zoon van een metselaar. Aanvankelijk wilde hij priester worden, hij zat zelfs kort op het seminarie, maar op 15-jarige leeftijd besloot Robuchon dat hij toch meer talent had voor koken dan voor zieltjes winnen.

 Na een succesvolle carrière in chique Parijse hotels – Robuchon werd in 1976 verkozen tot "meilleur ouvrier de France" – opende hij in 1981 zijn eerste eigen restaurant, Jamin, eveneens in Parijs. Dat werd drie jaar later al onderscheiden met drie Michelinsterren.

 Het was nog maar een begin, want Robuchon opende aan de lopende band nieuwe restaurants, van Tokyo tot Monaco. Zijn in 1994 geopende restaurant "Joël Robuchon" werd in datzelfde jaar door de International Herald Tribune uitgeroepen tot het beste restaurant ter wereld.

 In 1996 nam Robuchon op 51-jarige leeftijd afstand van de hectiek van de haute cuisine, om in 2003 terug te komen met een heel nieuw concept: de Ateliers Joël Robuchon. Laagdrempelige eetgelegenheden waarvoor hij inspiratie had opgedaan in Spaanse tapasbars.

 Robuchons ateliers kunnen beschouwd worden als de voorbode van wat later de "bistronomie" ging heten. Het eerste Atelier Joël Robuchon opende in 2003 in Tokyo. Parijs, Londen, Las Vegas, New York en Hongkong volgden.

 Robuchon groeide op in het tijdperk van de nouvelle cuisine, maar hield daar afstand van. In 1996 veroorzaakte hij een relletje toen hij de Spanjaard Ferran Adrià uitriep tot de "beste kok van de planeet". Dat werd hem niet in dank afgenomen door het Franse culinaire establishment. Adrià"s restaurant El Bulli werd later vier keer op rij (van 2006 tot 2009) uitgeroepen tot beste restaurant ter wereld.

 Robuchons kookstijl wordt getypeerd als Frans met internationale (Aziatische) invloeden. Fameus werd hij met zijn aardappelpuree waarin 200 gram boter wordt gebruikt op 1 kilo aardappelen. Hij was een van de leermeesters van de Britse tv-kok Gordon Ramsay. In zijn autobiografie beschrijft Ramsay het werken onder Robuchon als "een fucking trainingskamp voor commando"s".

 Robuchon kampte al een tijd lang met alvleesklierkanker. Vorig jaar werd hij daaraan nog geopereerd. Hij leefde de laatste tijd op een dieet van gestoomde groenten, zonder vet en suiker. Zijn overlijden heeft wereldwijd reacties losgemaakt, ook van collega"s. "Wat een schok", schrijft generatiegenoot Gagnaire maandag op twitter. "De beste onder ons is vertrokken."

 

  Maar Robuchon is bij het ruime publiek vooral bekend geworden voor zijn fameuze aardappelpuree waarvan gezegd wordt dat er evenveel boter in gebruikt wordt als gewicht aan aardappelen, maar dat is niet juist; het is maar een kwart van het gewicht… maar Jeroen Meus kan er toch nog wat van leren!

 Aardappelpuree à la Robuchon

 Men neme voor zes personen;

 1          kg       ratte aardappelen (ratte du Touquet)

250      gram    volle melk

250      gram    gekarnde boter

                        grof zout/witte peper

 Bereiding volgens de chef:

 - Alle aardappelen moeten hetzelfde kaliber hebben om ze gelijkmatig te doen garen.

De aardappelen wassen en ze ongeschild opzetten in gezouten water. Het water moet twee tot drie centimeter boven de aardappelen uitkomen. De schil beschermt de aardappelen tegen het opslorpen van water, zo wordt de puree minder waterachtig.

- Ongeveer 25 minuten zachtjes laten koken..

- Pel de aardappelen terwijl ze nog warm zijn. Leg ze daarom op een bord en gebruik een doek om je handen te beschermen.

- Draai de aardappelen nu door een roerzeef met fijne plaat. (passe-vite) Nooit een mixer of ander elektrisch toestel gebruiken, dat maakt de puree rek- of rubberachtig.

- Laat de doorgezeefde aardappelpulp verder drogen in een pan op het vuur.

- Dan de boter heel koud en in blokjes gesneden energiek door de aardappelen mengen met een spatel.

- Breng de melk aan de kook in een andere pan en roer ze in een straaltje bij de puree in wording. Het is de hete melk die het smeuïge in de puree brengt.

- Meng alles grondig, roer eerst met een spatel nadien met een klopper. (garde)

- Kruiden met witte peper en eventueel nog wat zout.

 

- Een laatste tip; om een extra fijne puree te bekomen zeef je de doorgestoken aardappelen nogmaals door een fijne tamis. (Platte bloemzeef)

 Opmerkingen (van mij)

 - De aardappelen, rattes du Touquet, zijn hier moeilijk verkrijgbaar. Soms in de betere supermarkten zoals in Delhaize en ze zijn altijd duur! Deze rattes zijn heel vastkokende aardappelen met een kastanjesmaak. Normaal gebruikt men thuis loskokende, ook bloemige aardappelen genoemd, om een lekkere puree van te bereiden.

 - Robuchon kookt de aardappelen in de schil om een zo droog mogelijke gekookte aardappel te bekomen. In veel oude recepten vindt men ook om de aardappelen droog, in de oven op een laag grof zout, gaar te maken.

 - Belangrijk is ook om een roerzeef, in België passe-vite genoemd, te gebruiken. De zeef die er op de bodem los kan ingelegd worden moet zo fijn mogelijk zijn en de aardappelen moeten absoluut nog warm zijn tijdens het doordraaien! Eventueel een pureepers gebruiken.

Als tip wordt aangeraden, om een extrafijne puree te bekomen, de reeds doorgedane aardappelen nogmaals door een tamis te wrijven…! Een tamis is een platte bloemzeef, vooral door pasteibakkers gebruikt om bloem te zeven.

En… nooit ofte nooit aardappelen met een mixer of iets dergelijks fijnmaken. Dat levert een rubberachtige structuur op die nooit meer goed komt. (Tenzij om te gebruiken bij het behangen.)

 - De blokjes boter moeten koud zijn als ze bij de aardappelen gaan, zo blijft de verse smaak behouden. Ook moet men "gekarnde" boter gebruiken. Die boter heeft een veel fijnere smaak dan de doorsnee supermarktkwaliteit. De meeste boter van de boerderij is gekarnd maar ook "Carlsbourg" heeft een dergelijke kwaliteit in zijn assortiment. (Ook andere merken)

 - De toe te voegen volle melk moet kokend heet bij de doorgestoken aardappelen gevoegd worden. In feite moet dit altijd zo gedaan worden. Het levert een heel verschil op voor de smeuïgheid van de puree. Bemerk ook dat er aan een, volgens de regels gemaakte aardappelpuree, nooit eierdooiers en zeker geen hele eieren toegevoegd worden.

- In dit recept wordt geen nootmuskaat gebruikt. Wel en snuifje fijne witte peper.

 - Nadien nog eens krachtig opkloppen, dat brengt luchtigheid in de puree.

 

Hier vind je een filmpje over de bereiding van de puree volgens Robuchon.

 

En denk voor één keer niet een calorieën, dierlijke vetten, gezond of niet, en de lijn in het algemeen… Geniet liever…

.

2168140-c86b5a69515c431301e89cc2c1570831.jpg
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Sorbet en trou Normand

Vorige week, zomaar, even uit eten geweest met de familie… Ik werd uitgenodigd… en wat doe je dan? De keuze viel op een democratische familierestaurant vrij dicht in de buurt. Bij de positieve recencensies op één of andere website stond de zaak gecatalogeerd als; "goed restaurant om met je oma te bezoeken"!

Alles bij mekaar genomen viel het toch nog mee. Doch… halfweg de maaltijd kregen we een bolletje knalrode, mierzoete aardbeiensorbet aangeboden. Velen zullen zich daar niet aan storen maar een sorbet tijdens een menu van vier gerechten serveren, dat past niet! It is not done; zo verstaat de jeugd het ook!?

Een sorbet wordt bij een gewoon kort menu beter opgediend als nagerecht en niet ergens tussen twee gerechten in!

Maar… er is inderdaad een tijd geweest dat een sorbet wel degelijk diende om een lange maaltijd eventjes te onderbreken, in feite om de maaltijd in tweeën te splitsen. Met een lange maaltijd bedoel ik wel een maaltijd van minstens een twaalftal gerechten. Schrik niet! Heel vroeger was dat de norm… Men wilde zijn welstand en zijn gulheid tonen door zijn gasten zoveel eten voor te zetten tot ze niet meer konden… Geen pap meer konden zeggen…

De onderbreking in zo een uitgebreide maaltijd heeft zelfs een naam. Verschillende namen zijn in omloop geweest, afhankelijk van welke periode in de geschiedenis. De meest algemene benaming was; de "coup du milieu". De middelste onderbreking… Dit betekent uiteraard ook dat er een eerste en een laatste "coup" bestaat! Inderdaad ; le "coup d’avant" en le "coup d’après". Vertaal de "coup" tot coupe, en het wordt wel duidelijk. Er werd respectievelijk bij het begin, halfweg en aan het einde van een feestelijke maaltijd telkens een glaasje gedronken…(en nog veel meer…) Een "shotje genomen" zouden de jongeren nu zeggen!

De eerste "coup" van de drie is nu het aperitief geworden en de laatste "shot" is tot pousse-café geëvolueerd. Maar ook die is (bijna) verdwenen… Alcoholcontroles, weet je wel!

 De middelste, de "coup du milieu" deed dienst als "digestief", om de spijsvertering te activeren, maar tegelijkertijd als aperitief voor het vervolg van de maaltijd… De onderbreking gebeurde tussen twee vleesgerechten in. Eerst kwam er altijd een vleesbereiding in saus of het waren kleine stukken vlees, daarna volgde het grote gebraad… Tussen die twee gerechten in werd de "break" gehouden! Het kwam er op neer dat er eigenlijk twee maaltijden opgediend werden. Vorige eeuw bij een "boerenbruiloft" gingen de boeren tijdens zo een onderbreking even naar huis om de koeien te melken of ze wandelden met de gasten rond over de velden om de gewassen te bewonderen… of de nonkels die al te veel gedronken hadden konden nu een hazenslaapje doen.

 De term "coup du milieu" werd reeds door de Romeinse schrijver van blijspelen, Publius Terentius Afer gebruikt. Dus, in de 18e eeuw was de "coup du milieu" reeds een oud gebruik. Het drinken van de "coup du milieu" was lange tijd een gewoonte in heel Frankrijk en elke sterke alcoholische sterke drank zoals cognac of armagnac kon er toen voor dienen.

De term: "trou Normand" " zal bij velen nog wel ergens in een donker hoekje van het geheugen opgeslagen liggen!? Deze uitdrukking wordt of werd gebruikt als er in plaats van de "coup du milieu" een sorbet geserveerd wordt of werd, bij voorkeur een sorbet van appel, overgoten met een slok alcohol, calvados in dit geval. Omdat de sterke drank, de calvados, een appelbrandewijn is afkomstig uit Normandië, wordt de combinatie van appelsorbet overgoten met calvados, "Le trou Normand" genoemd. Het centrum van de calvadosproductie en het centrum van de appelteelt situeren zich beide in Normandië. (Alhoewel voor de calvadosproductie liefst "wilde" appelrassen gebruikt worden en geen gekweekte.)

De "coup" veranderde tot "trou", wat "gat" of "opening" betekent en duidt op het ontstane "gat", de onderbreking tijdens de maaltijd.

Wanneer de gewoonte ontstaan is om sterke drank gecombineerd met een sorbet te serveren in plaats van de pure "coup du milieu" is moeilijk te achterhalen maar op zeker ogenblik was de gewoonte er….

Er bestaat niet alleen de "trou Normand". Er zijn ook fantasiebenamingen ontstaan zoals "trou du Tsar" of "trou Nordique". Er werd respectievelijk wodka en aquavit voor geschonken. Zo is le colonel een sorbet van gedroogde pruimen overgoten met armagnac... Le trou créole bestaat uit ananassorbet en rum. Trou champenois: appelsorbet met marc de champagne of ratafia de champagne. Men kon zo fantasienamen uitvinden zoveel men wou, naargelang welke alcohol er gebruikt werd. (En de Fransen zijn daar zeer sterk in.) Bijna elke landstreek heeft wel zijn eigen alcoholische drank of likeur.

Dan nog het fenomeen "sorbet", want er worden nogal wat rare concocties aangeboden als zijnde sorbet!

Een sorbet is een zoete ijsbereiding die, in tegenstelling met het gewone roomijs, geen zuivelproducten zoals melk, room of eieren bevat. Een sorbet bestaat grosso modo uit vruchtensap of vruchtenpuree die aangelengd wordt met suikersiroop. Soms is er ook een toevoeging van wijn of alcohol. Vroeger werd de sorbet soms luchtig gemaakt door rauwe meringue toe te voegen maar deze gewoonte is nu verdwenen.

Een sorbet of een combinatie van meerdere sorbets serveren als dessert wordt nog niet zo lang gedaan maar een sorbet kan absoluut dienst doen als nagerecht. Het is zelfs een betere toepassing dan de sorbet te pas of zeker ten onpas op te dienen tijdens de maaltijd. Het zoete van de sorbet verlamt de smaakpapillen, zo beweren de specialisten.

Het woord "sorbet" komt van het Italiaanse woord "sorbetto", dat zelf afgeleid is van het Turkse "şerbet" of het Perzische "šarbat". Dit laatste staat voor een gesuikerde gekoelde drank. Al deze woorden zijn uiteindelijk afgeleid van het Arabische "chariba", wat drinken betekent.

Ooit heb ik zelf, in Iran, een kommetje gevuld met gestampt ijs, overgoten met een siroop van rozenblaadjes geproefd en dat drankje, het was meer een drank, werd inderdaad "şerbet" genoemd.

Misschien werd de sorbet wel voor het eerst bereid in China van honing, vruchten, aromaten en sneeuw of ijs als grondstoffen. Overigens is het principe om ijsgekoelde nagerechten op te dienen reeds gekend sinds de oudheid: ondermeer de Perzen, de Grieken en de Romeinen kenden deze koude zoetigheden.

Om de koele dranken te bereiden was er ijs of sneeuw nodig? Dan volgt al vlug de vraag; waar haalde men toen het ijs? Er bestonden toen toch geen toestellen die ijs konden maken? Heel eenvoudig: de sneeuw en ijs werd gevonden op de Etna en de Vesuvius en werd per schip naar diverse plaatsen vervoerd.

 Reeds in de negende eeuw dronken de kaliefen van Bagdad sharābs; dranken die gefabriceerd werden met siroop van vruchten en bloemenextracten, gezoet met honing en gekoeld met ijs afkomstig van de Libanese bergtoppen. Dit ijs werd door de Arabieren aangevoerd op de ruggen van hun kamelen. Ook Damascus en Cairo kregen ijs op die manier toegeleverd.

In enkele steden op Sicilië en ook te Granada in Spanje bestonden er ondernemingen die ijs of sneeuw verzamelden op de bergtoppen van de Sierra Nevada om dit dan op de rug van muilezels naar beneden te brengen. Het ijs werd in kleine brokjes gehakt, verpakt in jute zakken en werd zo aan de man gebracht. IJs in overvloed.

De Arabieren, die tijdens de middeleeuwen in Andalusië de plak zwaaiden, verbeterden het recept door de honing te vervangen door suiker. (Maar of dat echt een verbetering is?)

Het zijn waarschijnlijk de kruisvaarders die het idee van de sorbet meegebracht hebben uit het Midden-Oosten naar Europa, maar het zijn de Venetiaanse handelaars die het recept voor "sorbetto" uit de Levant hebben ingevoerd.

 Pas in de 16e eeuw verschijnt de sorbet aan het Franse hof. Dit wordt - zoals veel andere gerechten - toegeschreven aan Catherina de 'Médicis. Zij bracht uit Italië een brigade koks, patissiers en ijsbereiders mee toen ze in 1533 Italië verliet en naar Frankrijk verhuisde om er nadien de Franse koning Henri II te huwen. In Italië had Catherina de "sorbetto tutti frutti" leren kennen aan het hof van de 'Médicis te Florence. (Het huidige Firenze) Dit gebeurde tijdens een culinaire wedstrijd die gewonnen werd door een "apotheker", ene mijnheer Ruggeri die een "creatie" bereide bestaande uit een bevroren mengsel van sabayon en vruchten. (Een andere bron beweert dat de winnaar geen apotheker maar een kippenkweker was! Wie zal het zeggen?)

 De sorbet zal later het absolute succes worden van het beroemde Café Procope dat te Parijs in 1686 zijn deuren opende. Café Procope, toen in de "rue des Fossés-Saint-Germain-des-Prés", was het café waar elegante heren en dames koffie kwamen drinken of een sorbet proeven die geserveerd werd in porseleinen kommetjes en aan de tafeltjes werd gebracht door obers uitgedost in "Armeense" klederdracht! Er waren vierentwintig soorten sorbet te verkrijgen; ondermeer sorbet met muntsmaak, kruidnagel, pistache, narcis (?), met bergamot, met druiven en nog veel meer.

- Zelf een sorbet bereiden is niet zo moeilijk als men een ijsturbine heeft.

Als voorbeeld een zeer frisse citroensorbet.

Als grondstoffen heeft men een suikersiroop van 28 ° Béaumé nodig. Dit is gewoon één kilogram suiker en één liter water, samen gedurende enkele minuten gekookt, en daarna afgekoeld. Deze siroop kan lange tijd bewaard worden, bijvoorbeeld voor een volgende keer.

Men neme;

  • 4 dl suikersiroop van 28 ° B.
  • ¼ liter citroensap
  • ¼ liter mineraal water. Mag bruisend zijn.
  • 1 eiwit

- Al deze grondstoffen heel koud gebruiken.

- Als de sorbet tijdens het turbineren vast aan het worden is, er een beetje afnemen en mengen met het losgeklopte eiwit. Dit eiwit zorgt voor een "soepele" sorbet. Terug toevoegen en verder draaien tot de gewenste vastheid bekomen is.

De sorbet liefst nog dezelfde dag verbruiken want omdat er geen hulpmiddelen toegevoegd zijn blijft de bevroren sorbet niet stabiel.

- Mocht de sorbet tijdens het turbineren te korrelig worden voeg dan een beetje koude suikersiroop toe, als daarentegen de sorbet te vloeibaar blijft voeg dan wat mineraal water toe.

 Nog een mooi beeld uit het Café Procope:

 

2166658-7e8f40b153f8a1659d840f20ca62d30e.PNG
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Nicolay om 10:16 Stuur door

Eenentwintig juli, Belgische nationale feestdag

2165035-d9cb2c395181ae5dd3015434535cb86e.jpg

Zoals reeds aangehaald is juli de maand van de nationale feestdagen. Op 4 juli vieren de Amerikanen hun nationale dag en op 14 juli is het feest bij de Fransen. Een week later is het de beurt aan de Belgen.

Eenentwintig juli is de datum waarop in 1831 de eerste koning der Belgen, Leopold van Saksen-Coburg-Gotha, de grondwettelijke eed aflegde als koning van België. Sinds die dag vieren alle Belgen, zowel Walen als Vlamingen hun Nationale Feestdag…

 Heel dikwijls worden feestdagen in België gevierd door "eens goed te gaan eten" ofwel om de voeten thuis onder een goed gevulde tafel te schuiven. Gelegenheden tot schransen zijn er genoeg; kerstmis, Pasen of het nieuwe jaar verwelkomen… allemaal redenen om te feesten! (Waar is da feestje ?) Maar voor de nationale feestdag is er niets… tenzij misschien, na de militaire parade die 's namiddags de Koningsstraat en het Paleizenplein door trekt, een pak frieten of een hamburger van het kraam…

 Toch hebben we in België heel wat authentieke gerechten die voor de nationale feestdag niet zouden misstaan. Gerechten zoals paling in het groen, tomaat met garnalen, garnaalkroketten, Vlaamse carbonaden, Brusselse en Luikse wafels, witloofrolletjes met ham en kaas, mosselen met frieten, de frieten zelf natuurlijk, een onoverzichtelijke resem bieren, kazen, onze Belgian chocolates… de lijst is extreem lang!

 Toch heb ik drie gerechten gevonden die typisch Belgisch zijn en waarvan (bijna) niemand het bestaan kent! Tenzij enkele specialisten of de inwoners van een drietal steden want elk gerecht is typisch verbonden aan een bepaalde stad. Drie gerechten die echt niet zouden misstaan voor de Belgische Nationale Feestdag!

 Het meest gekende en eerste van de drie is een gerecht uit Poperinge; de hoppescheuten. Voor het Waalse stadje Visé is het: l'oie à l'instar de Visé en voor Brussel ofte Bruxelles; choesels!

 Hoppescheuten

2165035-d1734b44529d77b7608a741d6a80fab2.jpg

 Hopscheuten zijn een typisch Belgisch product en Poperinge is het centrum van deze teelt. Hopscheuten zijn de jonge ondergrondse uitlopers van de hoppeplant, dezelfde plant die de hop voortbrengt die gebruikt wordt bij de bierbereiding.

Verse hopscheuten zijn een ware delicatesse! Deze jonge uitlopers van de hopplant worden door fijnproevers erg gewaardeerd en nergens ter wereld worden ze in de gastronomie aangewend, alleen in België. Slechts enkele hopboeren uit Poperinge oogsten in maart de witte scheuten van hun veld. Dit plukken gebeurt met de hand op een ogenblik dat de aarde nog ijskoud aanvoelt. Het is uiteraard een zeer tijdrovend en vermoeiend werk. Zo duurt het twee uur om slechts één kilo scheutjes te verzamelen. Dat verklaart ook de hoge prijs, want hopscheuten zijn duur!

De scheuten zijn slechts verkrijgbaar van 14 Februari tot eind april. Tijdens de lente kan je in Poperinge in dertien restaurants de hoppescheuten proeven. Natuurlijk kan je ook zelf aan de slag gaan maar hopscheuten koop je niet zomaar in de eerste de beste groentewinkel. Dat wordt zoekwerk en je moet er diep voor in de geldbuidel tasten. Tachtig euro per kilo is normaal!

 De scheutjes hoeven niet gepeld of verder schoongemaakt te worden. Soms kan een klein stukje van de voet afgebroken worden als het te bruin is geworden maar de hopscheuten worden best dezelfde dag nog verwerkt. Een portie bestaat uit ongeveer vijftig gram per persoon. De scheutjes worden liefst gekookt in een blanc; hiervoor breng je twee deciliter water in een pannetje aan de kook en voeg 2 eetlepels bloem toe en roer met de sausklopper tot alle klonters verdwenen zijn. Voeg er een beetje citroensap en een klontje boter aan toe, kruiden met een weinig cayennepeper en een snuifje zout. Als de hoppescheuten het kookpunt bereikt hebben onmiddellijk van het vuur nemen !

Klassiek worden de scheuten geserveerd met een gepocheerd ei en een mousselinesaus. De subtiele nootachtige smaak brengt meteen de lente op je bord. Ze zijn een ware delicatesse.

 L’oie à l’instar de Visé

2165035-5967e31f65d254131caab356fae93625.jpg

 Het tweede gerecht is een bereiding voor een gans; de grote zus van de eend! De naam van het gerecht is; "l’oie à l’instar de Visé". Het aantal Vlamingen dat dit gerecht kent kan je vermoedelijk op één hand tellen. Toch is deze bereiding voor gans een Waals paradepaardje.

 Het is dus een gerecht uit Wallonië, uit de stad Visé. Vandaar ook de Franse naam voor het gerecht. Wezet is de naam van het stadje in het Nederlands doch de naam Visé wordt het meest gebruikt. L'oie à l'instar de Visé kan vertaald worden als "Gans op de wijze van Visé". De term "à l'instar" is een archaïsche uitdrukking die bijna niet meer gebruikt wordt, daardoor kan men ook besluiten dat het reeds een zeer oud gerecht moet zijn.

 Het is een bereiding van een in stukken gesneden gans, eerst gekookt in een court-bouillon, daarna gebruind in eigen vet en tenslotte opgediend, overgoten met een saus op melkbasis en op smaak gebracht met veel knoflook en gebonden met eierdooiers en broodkruim.

 Van waar komt nu een bereiding voor gans, alleen in dat ene stadje, terwijl er op andere plaatsen in het land amper een gans te vinden is? Toch niet bij de poelier!

 Er zouden reeds sinds het begin van onze jaartelling ganzen gekweekt worden in Visé. Dit was omdat het lievelingsvoer van de ganzen in de streek in overvloed te vinden was; de "ganzenvoet"…een plant uit de meldefamilie… (Spinazie en quinoa behoren ook tot die familie). Er wordt verteld dat in 1336 de soldaten van de hertog van Gelre (een voormalig Hollands hertogdom) het stadje binnenvielen en er alles leegroofden. Razend omdat de ganzen de bewoners van de stad niet tijdig gewekt hadden werden de door de plunderaars overgebleven ganzen de nek omgewrongen en ze werden opgegeten! Dat zou ze leren! Ganzen werden destijds dikwijls gehouden als waakhond of waakgans!

Om deze plotse overvloed aan vlees niet te laten verloren gaan bedacht men een recept waardoor dit ganzenvlees langer kon bewaard worden, wetend dat er destijds geen koelkasten of diepvriezers bestonden; "L’oie à l’instar de Visé" was geboren. Het recept van toen is nadien fel verbeterd en aangepast.

Een confrérie, een broederschap, de "Confrérie de la Délicieuse oie du Gay Savoir en Bien Mangie" werd opgericht in 1987 om het authentieke recept in ere te houden in zijn huidige vorm.

De toevoeging van heel veel knoflook zou ontstaan zijn onder invloed van de Spaanse bezetters uit die tijd.

 Best wordt dit gerecht bereid met een jonge gans van ongeveer drie kilo. In een recept uit de 19e eeuw leest men dat er een bouillon werd gemaakt met 5 liter water, 2 tot 3 kilo kalfsschenkel, wortelen, uien, prei, selder, een volledige bol knoflook en een kruidentuiltje.

In deze bouillon werd dan de gans gekookt en als ze gaar was, koel gezet tot de volgende dag. Het vet aan de oppervlakte was dan gestold en de stukken gekookt ganzenvlees bleven op die manier heel sappig.

Dan werd een saus gemaakt met een roux, bestaande uit het gestolde ganzenvet en bloem. Daarbij voegde men een hele knol zeer fijn gehakte knoflook, bevochtigde met de bouillon en men liet dit een tijdlang koken tot een mooie smeuïge saus ontstond. Om op te dienen werd de saus gezeefd en afgewerkt met eierdooiers en room.

De stukken gans mogen zowel gefruit worden in ganzenvet of niet en ze worden overgoten met de saus. Tenslotte kwam de schotel op tafel versierd met croutons, gefruit in boter, en daarbij passen gekookte aardappelen. In de restaurants van nu wordt melk gebruikt om de saus te bereiden en de bouillon wordt vooraf geserveerd als soep…

Dit gerecht is typisch "van bij ons" maar het is praktisch van de kaart verdwenen. Misschien omdat ganzen nu heel duur zijn geworden en slechts moeilijk verkrijgbaar. Toch kan men in Visé dit gerecht nog "degusteren" in enkele restaurants zoals, "Le Vieux Mayeur", "Le Robinson" en "L' Autobus" alle drie gesitueerd te Visé.

 Choesels

2165035-23bbe143ac8d79dc5a0b5c43d0414f33.jpg

 Het derde gerecht is een Brusselse specialiteit. Sommigen kennen het gerecht maar slechts weinigen hebben het ooit gezien, laat staan gegeten.

Tussen de tweede helft van de 19e eeuw en de tweede wereldoorlog waren choesels het Brussels streekgerecht bij uitstek. Het was onverbrekelijk verbonden met de Brusselse identiteit. Van oktober tot en met december kon je op donderdagavond in tal van kroegen en restaurants aan tafel schuiven voor deze beruchte schotel van orgaanvlees, gestoofd in lambiekbier en afgewerkt met madera.

Maar over bijna geen enkel gerecht hing zo’n sluier van geheimzinnigheid en werden er zoveel tegenstrijdige verhalen verteld als over choesels. Ook nu nog, zo een honderd jaar later, blijft het nog steeds een raadsel: choesels, wat zijn (of is?) dat nu eigenlijk?

 Choesels staan nog op de kaart bij "Viva M’Boma", een van de weinige restaurants in Brussel dat zich specialiseert in orgaanvlees. Op de kaart worden choesels omschreven als een stoofschotel van diverse soorten (orgaan)vlees in lambiekbier en madera. Volgens de uitbaatster een geweldig gerecht dat typisch Brussels is. De samenstelling; ossenstaart, runds- of kalfsnier, zwezerik, schapenborst of schapenpoten, spekreepjes, champignons, kruiden, lambiekbier en maderawijn… en choesels, want het woord choesels duidt zowel op het gerecht, als op een ingrediënt ervan!

 Dit ingrediënt is nu juist wat deze stoofschotel zo speciaal maakt. De choesels zijn volgens de ene de alvleesklier van een rund, volgens anderen zijn het de testikels van stieren of kalveren en nog een andere bron vermeldt het gebruik van beide. De waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen. Choesels, is een gerecht van slachtafval en men zal gebruiken wat er op het ogenblik dat de aankopen gedaan worden, meenemen wat in het slachthuis (nog) verkrijgbaar is. Zeker als je weet dat één alvleesklier van een rund amper een halve kilo weegt…? De koks van destijds zullen dan testikels gebruikt hebben en er verder stilletjes over gezwegen hebben… Want over "kloten" of "teelballen" mocht in die tijd niet gesproken of geschreven worden… Misschien sprak men bedekt over "ces choses"… dat dan "choesels" werd …

 Over de oorsprong van het gerecht is weinig geweten. Het recept voor choesels zou kunnen ingevoerd zijn door de Spanjaarden toen zij het hier nog voor het zeggen hadden. Ze hadden ervaring met het verwerken van slachtafval afkomstig van de stieren die sneuvelden tijdens de corridas. De oudste literaire vermelding van het gerecht is in het boek van Charles De Coster, ‘La légende d’Ulenspiegel’ uit 1867. In het verhaal van Uilenspiegel werden tot drie keer toe choesels genoemd.

Later werd het gerecht verheerlijkt door Herman Teirlinck en Karel Van de Woestijne. Escoffier, vermeldde het zelfs in zijn "Le Guide Culinaire", maar nu zijn choesels een gastronomische curiositeit geworden die nog maar in enkele Brusselse restaurants kan gegeten worden.

Waarom het gerecht verdwenen is… ? Slachtafval staat nu niet al te best meer aangeschreven bij het merendeel van de bevolking… en ces petites choses zeker niet…!

 Drie (mij niet onbekende) auteurs schreven het boek: "Choesels, een boek met ballen". Danny Crauwels, Ghislaine Steps en Jo Van Caenegem gaan op zoek naar de waarheden en vertelsels over de choesels aan de hand van archiefmateriaal.

Dit boek is voor 10 euro te koop bij de Erfgoedcel Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Het boekje verscheen in 2012, maar is nog steeds verkrijgbaar. Hier bestellen.

 

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Quatorze Juillet en de Franse keuken

2163472-99c9d139c57ec487ab645e47c8deb09d.jpg

Juli is de maand van de nationale feestdagen. Zo hadden we een veertiental dagen geleden de "4th of July", de nationale feestdag van de Verenigde Staten.

Vorige zaterdag was het dan de veertiende juli, "le 14 Juillet" de nationale feestdag van de Fransen. Dit jaar werden de festiviteiten voor deze "Quatorze Juillet" wel een beetje overtroefd door de euforie die "Les Bleus" teweegbrachten door de dag nadien het wereldkampioenschap voetbal te winnen in Moskou!

Nog een weekje wachten en dan is het op 21 juli de Belgische nationale feestdag, ook de "Drache National" genoemd…! Alhoewel er dit jaar waarschijnlijk niet veel zullen zijn die dat erg vinden. (Drache = regenbui)

Nu zou het niet eerlijk zijn mocht ik niet wat te vertellen hebben over de Franse keuken ter gelegenheid van die veertiende juli, zeker omdat ik voor de Amerikaanse feestdag een speciaal vrij onbekend gerechtje uit de kast heb opgediept; het "Navajo fry bread".

Volgende week komt dan de Belgische keuken met enkele specialiteiten aan bod.

 Voor het selecteren van een aantal typisch Franse recepten heb ik een oud kookboekje van 1970 uit de kast gehaald met de titel; "Beroemde gerechten". Zestig recepten van beroemde internationale gerechten verzameld door Wina Born, een Nederlandse culinaire schrijfster. De dame is reeds in 2001 overleden. Voor wie niet (meer) weet wie Wina Born is;

- Culinaire journalistiek was destijds nieuw voor Nederland, maar in de jaren zestig zette Wina Born de toon. Ze leerde de Nederlandse man en vrouw buitenlandse eetgewoonten kennen en maakte het uit eten gaan tot een populaire recreatieve bezigheid. Koks waren vóór die tijd anonieme werkers in de keuken. Wina Born heeft van restaurantkoks niet alleen kunstenaars, maar ook bekende Nederlanders gemaakt.

Zo lees ik op Wikipedia…!

 In het boekje worden zestig recepten vermeld waarvan dertien gerechten van Franse origine zijn… dat is meer dan twintig procent van het totaal! Dit alleen maar om aan te geven dat de Franse keuken op het wereldtoneel een zeer belangrijke plaats inneemt.

Voor België zijn bijvoorbeeld slechts drie recepten vermeld; Gentse waterzooi, Mechelse asperges en paling in het groen.

Dit zijn de dertien Franse specialiteiten:

Op de titel klikken geeft (soms) wat meer uitleg.

Bouillabaisse

Bouillabaisse is in oorsprong een vissersgerecht: de beschadigde of de te kleine onverkoopbare vissen werden aan het einde van de werkdag door de vissers(vrouwen) op het strand in zeewater gekookt en daarna samen gegeten.

In vele internationale kookboeken wordt bouillabaisse een vissoep genoemd, maar dat is onjuist: het is een gerecht van gekookte vis. Het kooknat (bouillon) wordt eerst over stukjes (geroosterd) stokbrood gegoten en als soep gegeten. Dan volgen de gekookte vissen als hoofdgerecht. De vissen worden met rouille, een sterk gekruide Provençaalse oliesaus gegeten. (Een soort sterk gekruide aïoli)

 Canard à l'orange                Gebraden eend met sinaasappelsaus

Een hele gebraden eend overgoten met een zuurzoete, lichtjes bittere sinaasappelsaus.

In de restaurants worden nu zoete sinaasappelen en citroensap gebruikt om de saus voor de eend te bereiden. De oorspronkelijke saus werd gemaakt met de bittere sinaasappel; in het Frans "bigarade" genoemd; internationaal Seville orange of pomerans in het Nederlands. Deze sinaasappel is zeer zuur en bitter en is moeilijk verkrijgbaar. Daarom worden ze nu bijna altijd vervangen door zoete sinaasappelen. Marie-Antoine Careme, de "uitvinder" van deze "sauce bigarade" gebruikte origineel deze bittere sinaasappel en daarom voegde hij gebrande suiker (karamel) bij de saus. Het zuurzoete past perfect bij het vette van de eend. De basis voor de saus is de "demi-glace"…

 Chateaubriand, sauce béarnaise

De chateaubriand is een dikke biefstuk gesneden uit het middenstuk van de runderfilet.

Oorspronkelijk was de bearnaise een saus op oliebasis, een soort warme vinaigrette met veel groene kruiden en verjus. De huidige bearnaise is een saus op boterbasis en werd in 1836 voor het eerst bekend gemaakt door chef Collinet die ook per toeval de 'pommes soufflées' ontdekte. De saus werd geserveerd tijdens de opening van het restaurant Le Pavillon Henri IV in Saint-Germain-en-Laye, een voorstad van Parijs. Collinet noemde de saus niet naar de streek Béarn maar naar koning Hendrik IV, bijgenaamd "le Grand Béarnais". Hendrik IV was wel afkomstig uit de Béarn. (Landstreek in het zuiden van Frankrijk)

Choucroute à l'Alsacienne              Zuurkool zoals in de Elzas

Zuurkool is een zeer populair gerecht in de Elzas. Om een goede zuurkool klaar te maken heeft men veel tijd nodig en daarom is zuurkool een uitgelezen gerecht voor 's zondag. De zuurkool moet juist zo lang koken als de kerkdienst duurt (duurde). Dit wil zeggen iets meer dan twee uur. De huisvrouwen in de Elzas zetten destijds de zuurkool op het vuur voor zij naar de mis gaan en als zij uit de dienst terugkomen is de zuurkool gaar. Er wordt verteld dat een vrouw, zeer verstrooid, op een mooie zondag haar missaal in de pot met zuurkool stopte en in de kerk aankwam met een stuk spek in haar hand.

Crêpes Suzette

De Prins van Wales, de toekomstige Koning Edward VII van Engeland, dineerde in het Monte Carlo's Café te Parijs. De prins was hierbij vergezeld door een mooie jonge dame, Suzette genoemd. Bij het nagerecht werden flensjes geserveerd. Henri Charpentier, een jonge veertienjarige zaalcommis, een zaalhulpje dus, was met de voorbereiding bezig en morste daarbij likeur op de flensjes die bovendien ook nog eens vuur vatten.

Charpentier werkt angstvallig verder en wacht af. De prins was in de wolken over de nieuwe creatie en vroeg naar de naam van het dessert. Charpentier zou daarop geantwoord hebben; "les crêpes Princesse". De prins van Wales vindt dat zijn charmante gezelschap de naam moet krijgen en zo worden het; des 'Crêpes Suzette'.

 Gâteau Saint Honoré                                   Sint Honorétaart

Een taart gemaakt op een bodem van bladerdeeg en gevuld met 'crème chiboust' , waarop soesjes gevuld met banketbakkersroom worden gestapeld. De soesjes worden bestreken met gekaramelliseerde suiker. De crème chiboust is een mengsel van banketbakkersroom met opgeklopt eiwit.

 Gigot de chevreuil grand veneur    Gebraden reebout "Grand veneur"

 Gebraden reebout met een donkere wildsaus. De "grand veneur" was de chef jager ten tijde van de Franse koningen. Hij had het gezag over een meute van minstens honderd honden. De grote jager dus !

Soms wordt er ook wel eens een toespeling gemaakt op het goddelijk opperwezen dat beschikking heeft over leven en dood....

 Moules à la marinière                     

"Un marin" is een marinier, een zeeman of een visser. "Une marinière" is de vrouwelijke vorm ervan of ook vissersvrouw. Deze bereiding is van toepassing voor vissen en zeevruchten, zoals de vouw van de marinier ze zou bereiden… maar de term wordt vooral gebruikt voor de bereiding van mosselen; 'moules à la marinière'. Mosselen gaar gestoomd met sjalotten of uien en witte wijn.

Pâté de campagne

Dergelijke streekgebonden patés worden door elke slager op zijn manier gemaakt, meestal met varkenslever en spek als basisgrondstof. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen een paté en een "terrine".

- Een terrine is een rechthoekige of ovale vorm met aan weerszijden handvatten en vaak met een deksel, maar ook de bereiding, het vleesgerecht, dat er in gemaakt wordt, wordt terrine genoemd, en wordt dikwijls - bijna altijd - foutief paté genoemd…

- Een (echte) paté is een vleesgerecht met een deegkorst er om heen.

 Terrine komt van het woord terre. Terre betekent, aarde en een terrine is vaak gemaakt van vuurvast aardewerk. In het woord paté zit het Franse woord pâte wat deeg betekent.

De klassieke terrine bestaat meestal uit vlees, wild en gevogelte met kruiden, sterke drank en is omhuld met spek.

 Pot-au-feu

 Eén van de oudste gerechten uit de Franse keuken. De soepketel met vlees en groenten die uren aan een haak boven een zacht vuurtje hangt te sudderen. Als vlees wordt er rundvlees zoals het borst- en buikstuk gebruikt omdat dat het langste moet koken en soms ook het slachtafval van gevogelte... Ook een mergpijp is geliefd.

Als groenten komen, prei selderij, wortelen, uien, raapjes en kool in aanmerking.

Als aromaten worden tijm, laurier, knoflook en kruidnagel gebruikt.

Het kooknat wordt over stukken brood geschept en gegeten als soep. Daarna eet men het gekookte vlees. De resten van het vlees worden nadien koud gegeten, liefst met mosterd, grof zout en augurken.

 Quiche Lorraine

Specialiteit uit Lotharingen, het woord is via veel dialectische verbasteringen afgeleid van het Duitse woord: kuchen = koek of taart.

Deze bereiding is ontstaan in de 16e eeuw rond de stad Nancy waar de quiche oorspronkelijk van brooddeeg werd gemaakt.

De quiche lorraine kent vele varianten daar alle gewesten uit de Elzas pretenderen het originele recept te hebben. Nu is het een gerecht geworden dat over gans de wereld gekend is en dat zelfs voor het grote publiek gebruiksklaar verkocht wordt. Meestal bevat de quiche Lorraine reepjes spek, geraspte kaas en dat overgoten wordt met een mengsel van room en eieren.

 Soupe à l'oignon

 De "soupe à l'oignon" is reeds gekend sinds de Romeinse tijd. Doorheen de eeuwen werd de soep aanzien als armemensenkost omdat er uien in overvloed waren. De moderne versie van deze soep is ontstaan in Frankrijk in de 17e eeuw. De soep is samengesteld uit oud brood, of croutons, rundbouillon en bruin gekarameliseerde uien.

Een legende zegt dat de soep zou uitgevonden zijn door Lodewijk XV. Hij kreeg 's nacht honger in zijn jachthut en had slechts enkele uien, boter en champagne ter beschikking.

De huidige versie legt een royale laag geraspte kaas op de soep en zet ze zo te gratineren.

 Tournedos Rossini

De tournedos Rossini dankt zijn naam aan de Italiaanse operacomponist Giacchino Rossini (1792 - 1868), die een even groot gastronoom was als musicus en die een grote voorliefde had voor truffels en foie gras. Hij was ook een niet onaardige amateurkok.

Aan Rossini zijn verscheidene gerechten toegekend. Het bekendste is natuurlijk de tournedos Rossini.

Gioacchino Rossini was een zeer succesvol componist, dit wil zeggen dat hij rijk en een gerenommeerd smulpaap was, hij at zoveel als vier vreetzakken samen wordt wel eens beweerd…! Hij stond dikwijls zelf in de keuken. Te veel eten werd ook zijn doodsoorzaak..!

Het recept van de tournedos Rossini, dat hij later doorgegeven heeft aan Escoffier, is vrij eenvoudig, maar duur…!

Een in boter gebakken biefstuk uit de runderhaas belegd met een plakje gebakken ganzenlever en overgoten met een maderasaus met truffelsap en versierd met schijfjes truffel.

De truffel wordt opgewarmd in de bakboter en de saus wordt gemaakt door de pan te blussen met madera en demi-glacesaus.

De tournedos wordt geserveerd op een dikke, in de saus gedoopte broodcrouton.

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Een dure aardappel

2161409-bcb3aae15150fa795767928d1aed0c8f.jpg

- De "Tour de France" vertrok vorige zaterdag op het Franse eiland Noirmoutier… (Dat is verder ongeveer het enige feit dat volgens mij aan de hele Tour interessant is… of was…)

Het eiland Noirmoutier is gesitueerd voor de westkust van Frankrijk, iets ten zuiden van de monding van de Loire. Noirmoutier is vooral bekend, behalve dit jaar als vertrekplaats van de Tour, voor twee zaken; de zoutwinning en voor de exclusieve aardappelen die er geteeld worden…

 - Op het eiland wordt niet alleen het "Fleur de sel de Noirmoutier" en het grove zout of "gros sel de Noirmoutier" gewonnen, maar er worden vooral de speciale zeldzame, dure, nieuwe aardappelen geoogst; "Les bonnottes"!

Deze aardappelen met als officiële naam: les "bonnotte de Noirmoutier", worden er geteeld in kweekbedden op een zanderige bodem die onder invloed van het getij regelmatig worden overspoeld door zeewater dat daarbij algen achterlaat op het veld. Deze algen dienen als meststof en geven de aardappelen hun bijzondere smaak, een smaak die neigt naar verse kastanjes. De eilandbewoners eten de Bonnotte het liefst op de dag van de oogst, of nog maximaal 4-5 dagen erna. Langer bewaren gaat ten koste van de smaak vinden ze.

 Zo'n veertig telers produceren de "Bonnotte" en dat gebeurt volgens strikte regels. Traditioneel wordt de Bonnotte op 2 februari, de dag van het Fête de la Chandeleur (Maria-Lichtmis) geplant en dankzij het microklimaat op het eiland al negentig dagen later geoogst, juist voor de volle rijpheid. Andere aardappelen doen er 120 dagen over. Ze worden met de hand gerooid, want de aardappelen zijn veel te kwetsbaar om machinaal geoogst te worden.

 - Zoals overal werden ook in Frankrijk sinds de jaren twintig van vorige eeuw door de mechanisatie verscheidene aardappelrassen niet meer gekweekt. Zo ook de bonnotte want die was te teer om de ruwe behandelingen door de machines te ondergaan. In 1995 besloot dan een groep telers om sommige van deze "vergeten" rassen, zoals de bonnotte, weer aan te planten, en niet zonder succes. (Ook de paarse aardappelen; zoals de "vitelotte", een aardappel die nu weer van het toneel verdwenen is.) Slechts een beperkt aantal boeren mogen de bonnotte kweken. Vanaf de 15e april tot 15 augustus wordt dit exclusieve ziltige aardappeltje, "La bonnotte" gerooid en elk jaar wordt er maximaal 12.000 ton geoogst op 350 hectare akker.

- Zelf een portie aardappelen aankopen is niet eenvoudig. Je moet er wel de nodige moeite voor doen. De eerste aardappelen worden gedurende 7 tot10 dagen vanaf het eiland verkocht en daarna is het gedaan met deze primeurs. De markt van Rungis (Parijs) verdeelt de rest van de bonnottes over Europa.

 De bonnotte komt voor op de wereldranglijst van de “Most expensive Foods in the World”. Op die website staat "La Bonnotte" al jaren op de vijfde plaats. In 1996 werd een pakketje van 5 kilo Bonnottes op een veiling in het Parijse hotel Drouot verkocht voor 15 000 Franse Francs. Omgeteld maar liefst 450 € per kilo! Nu worden deze aardappelen in het begin van de oogst verkocht aan 10 tot 12 euro per kilo en half augustus kosten ze nog één euro!

 Is de kwaliteit van deze aardappel dan zoveel beter?

Sinds de jaren negentig is de Bonnotte een echte hype in Frankrijk, ze heeft zelfs de stempel van "boutique-aardappel" gekregen.

Dat de prijszetting van de bonnotte heel veel te maken heeft met het snobisme van de kopers en zeker met het reclamebudget van de producenten zal wel duidelijk zijn? De prijs van deze aardappelen wordt kunstmatig hoog gehouden met behulp van een enorm publiciteitsbudget. Kwatongen beweren zelfs dat de kweek van de bonnotte enkel in stand gehouden wordt om het jaarlijkse feest dat in de maand mei gegeven wordt te financieren!

 Vind hier de addertjes onder het gras. (Frans)

 - Ooit zijn er tijden geweest dat niemand zelfs maar gewone aardappelen wou eten… Aardappelen waren amper goed om aan de varkens te voeren, zo dacht men toen…

 Daarom een beetje aardappelgeschiedenis. Hoe werd varkensvoer een delicatesse?

 - In vele landen is naast graan de aardappel het oudste volksvoedsel en nu een niet meer weg te denken als basisvoedsel. De inburgering van de aardappel ging nochtans niet vanzelf! Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad vooraleer deze knollen als gezond voedsel werden aanvaard door het gewone volk.

2161409-0ac65d83f45fef9ebbf06b43c7579161.JPG

De aardappel komt van nature voor in Peru. De Spaanse conquistadores waren de eersten die daar met de aardappel in contact kwamen. Zij brachten de knollen mee uit Peru, waar de knol zo belangrijk was dat hij een goddelijke status bezat. Zo wordt Pizarro genoemd als leider van een expeditie in de Andes en hij zou rond 1553 de eerste aardappelen overhandigd hebben aan koning Koning Filips II van Spanje. Sinds ze daar in 1565 geplant werden in de hoftuinen van de Koning zou het nog 200 jaar duren voor de aardappelteelt een grote omvang had in de meeste Europese landen. In 1590 was de aardappel algemeen bekend in grote delen van Europa.

 - Tijdens dezelfde periode, maar iets later, werden in1565 de aardappelen naar Noordelijk Europa gebracht door twee Britse zeevaarders. Marinecommandant Hawkins bracht de aardappel naar Ierland en Schotland. (Dezelfde Hawkins heeft ook de tabak in Groot Brittannië geïntroduceerd.) Sir Walter Raleigh bracht de knollen naar Engeland. Zo wordt verondersteld dat de aardappelen met geel vruchtvlees via het Noorden naar Europa zijn gebracht en de aardappelen met wit vruchtvlees lang het Zuiden, via Spanje. Deze eerste witte aardappelen zouden van een zodanig slechte kwaliteit geweest zijn dat niemand ze wilde eten. Het volk vond de aardappel niet meer dan een soort varkensvoer en zag er aanvankelijk het nut niet van in. Men zou er lepra van krijgen werd gezegd en men gaf ze te eten aan de gevangenen - daar was naar het inzicht van die tijd toch weinig aan verloren als zou blijken dat de aardappelen giftig waren of dat een mens er niet op in leven kon blijven.

 - Toen de graanoogst in Frankrijk weer eens mislukte en de prijzen stegen werd door de bakkers - met matig succes - geëxperimenteerd of het niet mogelijk zou zijn om van aardappelmeel brood te bakken. Ondanks de grote honger interesseerde het arme volk er zich nog steeds niet aan en was te conservatief om de aardappel te zien als redder in bittere nood.

 - Ook de aristocratie interesseerde zich niet aan de aardappel. Aan het Koninklijke hof van Louis XVI in Frankrijk had men ooit de bessen van de aardappelplant gegeten in plaats van de knollen en dat was hen toen niet goed bevallen. De aardappel behoort namelijk tot de familie van de solanacëe, de nachtschaden, en die vertegenwoordigers bevatten een giftige stof - solanine - in sommige delen van de plant, vooral in de bladeren. De knollen van de aardappelplant daarentegen zijn vrij van dit vergif, tenzij ze groen zijn geworden of onrijp werden geplukt.

 - Zo werd ook in Nederland in 1750 de keukenmeid van de burgemeester van Haarlem ontslagen omdat ze het gewaagd had de familie aardappelen voor te zetten. De hogere kringen vonden de aardappel dan misschien wel geschikt voor boeren en het gepeupel, maar niet voor de fijne ingewanden van de "betere standen" die de als grof beschouwde knollen niet zouden kunnen verteren.

Toch was er een vrouw, de weduwe van de Friese stadhouder Jan Willem Friso die inzag hoe belangrijk de aardappel wel zou kunnen zijn als volksvoedsel. En dat terwijl ze uiteraard nog niets wist van vitaminen en niet kon weten dat de vitamine C in aardappelen de scheurbuik waarvan de zeevaarders zoveel last hadden zou kunnen voorkomen.

Zij zette de zoon van stadhouder Willem IV op 13 december 1742 een maal gekookte aardappels voor… maar Zijne Hoogheid bliefde ze niet.

 Uiteindelijk keerde het tij.

 - Op een feest gegeven aan het hof van de Franse koning Louis XVI verscheen een heer; Antoine-Augustin Parmentier. Op aangeven van deze Parmentier werden tijdens dit banket gerechten geserveerd waar in elke schotel aardappelen waren verwerkt.

Niemand werd er ziek van!

Zo slaagde Parmentier er in om het volk aardappelen te doen aanvaarden en te doen inzien dat aardappelen als vervanging voor graan konden dienen.

 Antoine-Augustin Parmentier werd geboren in 1737 te Montdidier (Somme), Frankrijk. Hij was landbouwdeskundige en economist en van beroep apotheker te Metz.

Parmentier had de aardappel leren kennen als krijgsgevangene in Pruisen, waar hij in 1757 als apotheker en legerarts met de Franse troepen terecht gekomen was. Een jaar lang had hij vrijwel alleen aardappels te eten gekregen en hij was er gezond bij gebleven. Dat bracht hem op het idee dat aardappels wel eens een zeer goed volksvoedsel zouden kunnen worden.

 Na twee opeenvolgende jaren van mislukte graanoogsten liet Parmentier, met medeweten van Louis XVI, aardappelen aanplanten in de buurt van Parijs op een zanderig veld dat werd bewaakt door soldaten. De nieuwsgierigheid van de bevolking was gewekt.

Toen de aardappelen gerooid werden liet men ze opzettelijk slecht bewaken en de Parijzenaars konden de aardappelen nu stelen. De gestolen aardappelen werden door de hongerige bevolking geplant en de opmars van de aardappel kon beginnen! (Toch in Frankrijk, elders in Europa kende men de aardappel al.)

 In Frankrijk heeft men deze verstandige man weten te eren: de verenigde apothekers hebben op zijn graf op Père Lachaise in Parijs een monument opgericht en aan de voet daarvan bloeien elk jaar de aardappelplanten. Parmentier kreeg later nog een standbeeld te Metz !

 - Helaas was de honger toen nog niet onmiddellijk uitgebannen. Het was de honger die de directe aanleiding vormde voor de Revolutie van 1789 die het Ancien Régime ten val bracht. Brood was schaars en duur dat jaar in Parijs en toen de oogst van 1789 dreigde te mislukken stapte het volk op naar de Bastille. Het vervolg is gekend.

Zou er een goede oogst en goedkoop voedsel geweest zijn, dan had men de opstand wellicht nog kunnen verhinderen.

2161409-a96648f665bf7e48e7473e73e3ab9dc1.JPG

 Sindsdien heeft de aardappel een lange weg afgelegd. Daar waar er vorige eeuw amper enkele aardappelrassen gekend waren, zijn er nu tientallen rassen en soorten beschikbaar. Vooral de vastkokende aardappelen hebben nu de voorkeur daar waar vorige eeuw vooral de loskokende of "bloemige" aardappelen geliefd waren.

Ook de prijzen zijn ten opzichte van vorige eeuw gestegen maar werkelijk duur kan men aardappelen over het algemeen toch niet noemen… Misschien met uitzondering van de "bonnotte de Noirmoutier" !?

Hiernaast : Pommes de terre de l'Ile de Ré

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Nicolay om 11:05 Stuur door

Fourth of July - Navajo fry bread

2159629-e7ee703043a1a71ef7a31887e4a7c13a.jpg

Vandaag is het 4 juli!

 In de Verenigde Staten wordt deze dag, "Independence Day" of ook; "Fourth of July" genoemd. Op die datum wordt de nationale feestdag gevierd; de dag dat de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring op 4 juli 1776 getekend werd. In deze verklaring werd de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten tegenover Groot-Brittannië bevestigd.

 De huidige "Fourth of July" feestdag wordt veelal geassocieerd met parades, barbecues, picknicks, baseball, vuurwerk en verschillende publieke "reënactments" van de geschiedenis en tradities van de VS.

In de Zuidelijke staten zoals Arizona, New-Mexico en Texas wordt op die dag graag een traditionele rodeo georganiseerd.

 't Is weeral lang geleden maar tijdens de periode dat we, mijn vrouw en ik in Arizona verbleven en werkten, zouden wij naar zo' n rodeo gaan kijken, zoals elke toerist ook wel zou doen.

De rodeo ging door in een gelijkaardige arena zoals ze in Spanje bestaan voor de stierengevechten. De rodeo is trouwens oorspronkelijk afkomstig uit Spanje…! Met dit verschil dat in de Amerikaanse rodeo-arena nu paarden, kalfjes en stieren worden afgebeuld… Maar er vallen - normaal gesproken - geen doden! In feite is het een zielig spektakel. Maar je moet het toch één keer meegemaakt hebben, zo weet je tenminste waarover je praat.

 Zoals alle Amerikanen hebben we ons toen ook vergrepen aan enige decadente snacks; onder andere, aan het "Navajo fry bread". Veel nieuws op gastronomisch gebied had ik in de USA nog niet leren kennen, maar nu kwam er toch iets nieuws op de proppen, zij het een snack: het Navajo fry bread.

Ik heb het maar een keer geproefd (tot eergisteren) maar vond het wel waard om vermeld te worden.

 Onder de trappen van het stadion bevonden zich allerhande eetstalletjes zoals de onvermijdelijke hamburgertentjes en de Mexicaanse tacostalletjes… Natuurlijk ook Coca-Cola en bierstands…en de “preacher” die me wilde bekeren…

Het kraampje waar het meeste volk stond aan te schuiven verkocht “Navajo fry bread”. Ik had er nog nooit van gehoord!

Dit "fry bread" blijkt een typisch en origineel eetwaar te zijn van echte indianen; van de Navajo’s.

 Zoals bij alle mannen werkt mijn brein zeer eenvoudig; fry bread, dat ken ik niet, dus dat moet nu geproefd worden…!

Ik bestelde een portie en kreeg twee vette, in olie gefruite, platte koeken die zowat het midden hielden tussen een mislukte pizzabodem en een heel platte smoutebol. (Oliebol) Er was een flinke laag vloeibare honing over uitgesmeerd en het baksel werd geserveerd op een plastic bordje met een papieren servetje erbij. Het servetje was absoluut nodig want na een paar minuten, na het consumeren van een half stuk fry bread, droop de honing al van mijn ellebogen …!

Maar het was lekker…

 Het begrip - fry bread - is daarna verdwenen naar het diepste van mijn grijze cellen om er nooit meer uit te komen. Tenzij misschien die keer in Frankrijk waar men op de Franse Nationale feestdag ergens in de Provençe op een archeologische site brood aan het bakken was zoals onze voorouders in het stenen tijdperk het zouden kunnen gedaan hebben.

Een paar in schapenvellen gehulde nepholbewoners bakten platte koeken op grote stenen die eerst in een vuur waren verhit. Ze gebruikten daarvoor een slap deeg dat op spontane wijze aan het gisten was gegaan. Om dit brood te eten werd het ook in vloeibare honing van wilde bijen gedoopt.

Maar ook dit idee ging weer de dieperik in.

 Maar… ik heb het nu eindelijk geprobeerd! Gisteren, of was het of eergisteren?

Op het internet vindt je recepten te kust en te keur…

 Het blijkt doodsimpel te zijn.

 Zoals alle Amerikaanse recepten wordt er met "cups" en "oz" gewerkt… Eén cup is 240 ml, maar let op voor bloem is dit maar 130 gram! 't Blijft altijd een beetje zoeken… Men moet een goed kneedbaar soepel, zacht deeg bekomen.

  • 1          cup      witte bloem
  • 1/2       cup      volkorenmeel
  • 1          lepel    suiker
  • 1/2       lepeltje            bakpoeder      (of natriumbicarbonaat)
  • 1          snuifjezout
  • 1/2       cup      honing, indien gewenst
  • 1/2       cup      olie (of reuzel; varkensvet)

Alles bij mekaar kneden samen met ongeveer een halve “cup” water of magere melk tot een glad homogeen deeg bekomen wordt.

Het deeg een haf uurtje laten rusten en er dan platte schijven van vormen. Als je goed pizzabodems kan maken komt dit nu goed van pas. Anders door een stukje deeg, zo groot als een golfbal, zo staat er ergens te lezen, uit te rollen tot een dikte van iets van ongeveer een halve centimeter. De diep religieuze indianen maken ook nog een gat in het midden van de deegschijf. Waarom, ik weet het niet maar het zal wel iets te maken hebben met geluk brengen of om de goden gunstig te stemmen…

 De deegplak moet nu gebakken worden in een pan met zuivere hete olie tot het deeg opzwelt, lichtjes bruin kleurt, en er zich allerlei onregelmatige bobbels vormen.

De deegplak mag één keer omgedraaid worden.

Laten uitlekken op een roostertje.

Dan de overtollige olie weg deppen en het brood bedruppelen met vloeibare honing.

 Het door mij gebakken fry bread smaakte niet hetzelfde als hetgeen ik in de VS geproefd had… Het typische verschijnsel: men zal na lange tijd van ontbering, een smaak gaan idealiseren … Zo zal niemand het "stoofvlees" kunnen namaken zoals zijn of haar moeder of grootmoeder het deed… Zelfs niet met identiek dezelfde ingrediënten. Men verwacht er te veel van!

Ondank dat viel het best mee en absoluut de moeite waard om het nog eens te proberen.

Terwijl je het eet, liefst niet denken aan calorieën of aan ongezond, want veel te vet, enz…

2159629-786ccf1bba73dd4bb8c68dbb88f1c947.jpg

Het brood kan het ook gebruikt worden om “getopt” te worden met allerlei "toppings" zoals bij een pizza of een Mexicaanse taco…

Voor een taco wordt het fry bread gevuld met een vleesvulling, een ragout zoals voor bolognaise maar vrij droog en sterk gekruid. Als afwerking fijn gesneden ijsbergsla, cheddarkaas en guacamole…. Of leg er op wat je zelf lekker vindt.

Het fry bread dan dubbel plooien en eten maar… En niet morsen!

 Toch nog een opmerking. Als goeie Belg denkt men bij bakken in veel olie onmiddellijk aan de frituurpan. Doe dit in dit geval zeker niet. Het fry bread zal dan een onmogelijke vorm aannemen en in het slechtste geval naar frieten, fishsticks of curryworsten smaken…. Niet doen dus!

Een gewone braadpan met antikleefbodem en daarin een laag van één tot twee centimeter zuivere olie, bijvoorbeeld zonnebloemolie… Dat zal beter gaan! Deze gebruikte olie kan nadien bij de olie in de friteuse gevoegd worden…! (Zuinig zijn met grondstoffen!)

 Voor degenen die de Indische keuken kennen; ook daar wordt een gelijkaardig baksel bereid en gegeten. "Poori" of "puri" is een Indisch plat brood dat eveneens in olie gebakken wordt. Typisch is daar dat het brood volledig opblaast tijdens het fruiten omdat de deeglaagjes uit mekaar gaan en zo door de hitte opblazen tot een bolvorm.

 In diverse andere landen worden gelijkaardige baksels bereid maar de "Navajo fry bread" eet je op 4 juli; The fourth of July!

 

 De Navajo’s zijn een Indianenstam die leeft in de Amerikaanse staten Arizona, Utah en Colorado. (De uitspraak vaan navajo is; na-WA-cho, de Anglo-Amerikaanse verbastering daarvan is NA-va-ho.)

2159629-4e343c7391638de9bb1b4a5ca77ed4ca.jpg
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Nicolay om 10:20 Stuur door

Frisdranken

Bruiswater

2157933-517dcc35f07ca8e52cfdd588ac861dc5.jpg

 Kennen jullie de website; "Ik heb een vraag"?

Indien het antwoord "neen" is, dan wordt het hoog tijd om kennis te maken met deze website. Gelijk wie kan er vragen stellen en die worden dan beantwoord door een team bestaande uit medewerkers van wel 40 Belgische onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen.

 Zo vroeg onlangs iemand; "Waarom drinken we bruiswater?"

 Waarom we zo graag spuitwater drinken? De gasbelletjes prikkelen de smaakpapillen. Het koolzuurgas in spuitwater veroorzaakt ook een chemische reactie in de mond en het lichte prikkelende gevoel dat eruit voorkomt, maakt de ervaring veel complexer dan het drinken van een glas gewoon plat water.

 In de middeleeuwen werd vooral bier gedronken, dikwijls thuis gebrouwen, omdat het water van toen ongeschikt was om te drinken. Het water dat destijds gebruikt werd was rivierwater dat doorgaans zwaar vervuild was door allerlei ziektekiemen en andere viezigheden. Om het water drinkbaar te maken moest het eerst gekookt worden. Door toevoeging van granen, mout en kruiden aan het kokende water ontstond al vlug het bier…

 Het enige water dat destijds veilig was om te drinken was bronwater. - Bronwater is drinkbaar water dat wordt gewonnen uit natuurlijke bronnen. - Wel op voorwaarde dat dieren niet in contact kunnen komen met de bron. Op sommige plaatsen kent men ook natuurlijk licht koolzuurhoudend bronwater, bv. de bron Marie-Henriette in Spa. De bron is vernoemd naar Marie-Henriette van Oostenrijk, koningin van België en echtgenote van Leopold II. Dit water wordt reeds sinds het begin van de negentiende eeuw gebotteld.

 De aanwezigheid van CO2, of kooldioxidegas, in dranken was al zeer lang gekend. Zo ontstaat koolzuurgas spontaan in vruchtensappen zoals in jonge wijn, champagne, cider maar ook in afkooksels van granen zoals bij bier. De Egyptenaren kenden reeds de kunst om bier te brouwen en de principes van het laten gisten van bier. De gisten zetten de suikers uit de basisvloeistof om tot alcohol en koolzuurgas. Daardoor gaan de gistingscellen zich vermenigvuldigen. In deze dranken ontstaat dus koolzuur als een afvalproduct van de gistcellen.

 Met de opkomst van het natuurwetenschappelijk onderzoek in de 18de eeuw begonnen Europese chemici en natuurkundigen zich te interesseren in dit verschijnsel. Ze vonden manieren uit om dit koolzuurgas te produceren, bijvoorbeeld door verdund zwavelzuur op kalksteen te gieten.

Natuurlijk bruisend mineraal water ontstaat op dezelfde manier! De Marie-Henriette-bron (de groene Spa fles) is een van de weinige natuurlijk bruisende waters in de wereld. Regenwater sijpelt traag door een humusrijke (turf) bodem waardoor het water licht zuur wordt. Na een tocht van vijftig jaar, komt dit water op 600 meter diepte in aanraking met kalkhoudende rotsen waar door een reactie het natuurlijke koolzuurgas ontstaat. Ook Perrier doet iets gelijkaardigs maar daarvoor wordt het natuurlijke koolzuurgas apart gewonnen en later weer bij het water gevoegd. Zo bekomt men een constante kwaliteit.

 Het inbrengen van koolzuurgas in drinkwater wordt aan de Engelsman Joseph Priestley toegeschreven. Hij loste koolzuurgas uit een biervat op in water en schreef in 1772 dat dit water goed smaakte en verfrissend was. Eens de industrie ermee begonnen was, kon het gebruik ervan uitbreiden in zowel Europa als Amerika, waar koolzuurhoudende dranken zeer populair werden. Vooral in de 20ste eeuw werden allerlei "aperitiefjes”, gemengd met een koolzuurhoudend drankje, zeer populair. Zo werd whisky gemengd met "sodawater" (US), of gin met "tonic" (UK). Dit laatste leidt rechtstreeks naar Schweppes …

 Schweppes

2157933-1a2064000f666256ee49170708adc4b3.png

 In 1783 begon het bedrijf Schweppe (zonder "s"!) in Zwitserland met de industriële productie van koolzuurhoudend flessenwater. Jacob Schweppe maakte kennis met de ontdekking van koolzuur via de reeds genoemde Engelse Joseph Priestley. Schweppe zette zich aan het werk en ontwikkelde in 1783 een hogedrukpomp waarmee hij koolzuurhoudend water kon produceren.

Samen met twee partners begon hij in 1783 een klein bedrijfje van koolzuurhoudend water in Genève. De zaken gingen goed en in januari 1792 verhuisde Schweppe naar Londen.

Jacob Schweppe bouwde in 1798 een nieuw fabriekje in een armoedige wijk van Londen en had groot succes met zijn water van het type Spa en Seltzer; waters met toevoeging van koolzuurgas. Hij noemde zijn producten; "Schweppes".

 Aanvankelijk schonk Schweppe het gecarboniseerde water gratis weg aan een paar dokters uit de stad, die het op hun beurt voor niets aan hun patiënten gaven. Zij schreven de drank voor bij het behandelen van ziekten van de blaas en van de nieren.

Toch is voor de gezondheid koolzuurhoudend water eerder neutraal, het heeft geen positieve noch negatieve effecten, ook al werd vroeger gedacht aan heilzame effecten maar daar blijkt niets van aan. De enige reden waarom bruisend water succes kende en nog steeds kent is vanwege de smaak. Het aanwezige koolzuurgas geeft een licht zurige smaak en wordt daardoor als verfrissend ervaren.

 De Londense aristocratie en bourgeoisie hoorde over deze nieuwe dranken en het "Soda Water" en het "Schweppes Water" wordt al snel in heel het Verenigd Koninkrijk bekend. In 1831 wordt Schweppes de officiële leverancier van de Engelse Koninklijke familie en in 1836 verwerft het de titel van leverancier van de Koninklijke hoogheden, de hertogin van Kent en prinses Victoria.

 Schweppes is nu de derde producent van frisdranken op de wereldmarkt.

 Coca-Cola

 Vanuit de Verenigde Staten begonnen ook gezoete koolzuurhoudende frisdranken aan hun opmars. Op 8 mei 1886 proeven de inwoners van de Amerikaanse stad Atlanta voor het eerst een frisdrank die nu dagelijks de dorst van honderden miljoenen verbruikers lest. De naam van de uitvinder is intussen bijna net zo beroemd als die van Thomas Edison en Graham Bell; John Pemberton!

 Dokter John Styth Pemberton kookte in zijn keuken een siroop van plantenextracten in een grote koperen ketel hangend over een vuurtje. In het begin wordt het spul verkocht als "tonic voor de hersenen en voor de zenuwen". Nadat een medewerker van hem per toeval de siroop heeft vermengd met koolzuurhoudend water, geschiedt het wonder: de klanten vinden het lekker en vertellen het door aan anderen. In het begin loopt de verkoop niet vlot tot Pemberton voor de verkoop van zijn uitvinding een partner aantrekt: Frank M. Robinson. Die bedenkt voor het drankje de naam: Coca-Cola! Daarbij denkt hij aan de twee hoofdingrediënten: de kolanoot en cocabladeren. De "k" van kola zet hij om commerciële redenen om naar een "c".

2157933-128935d9d4edc2a37dcb87f8bbcc9a19.jpg

Ook het vignet van Coca-Cola komt uit Robinson's pen. In zijn sierlijk handschrift wordt het een fraai en uniek logo dat niet is na te bootsen. De triomftocht van Coca-Cola in de Verenigde Staten en de rest van de wereld begint al snel.

Pemberton overlijdt in 1888.

In 1903 wordt cocaïne, als grondstof, weggelaten uit de originele formule en stopt men ook de advertentie als zou Coca-Cola goed zijn tegen hoofdpijn en andere ongemakken.

 In 1919 duikt voor het eerst de naam op van de man die Coca-Cola tot een wereldmerk zou maken: Robert W. Woodruff, bijgenaamd "mister Coke". Onder zijn impuls zou, na de Verenigde Staten, ook de rest van de wereld kennismaken met Coca-Cola. Zo werpt hij Coca-Cola gedurende de Tweede Wereldoorlog als symbolisch wapen in de strijd.

In België werd Coca-Cola voor het eerst verkocht in enkele grote steden in 1927. De huidige vorm van het Coca-Cola flesje wordt pas officieel gepatenteerd in het jaar 1960.

De naam Coca-Cola is eigenlijk een ietsje misleidend naar de samenstelling toe. De "kola" is een boom die groeit in West-Afrika, waar de noot wordt gebruikt als verkwikker en om het hongergevoel te onderdrukken.

De "coca" daarentegen is een struikachtige plant afkomstig uit Zuid-Amerika, waarvan de bladeren een euforische stof bevatten; de cocaïne! Er wordt beweerd dat Pemberton verslaafd was aan zijn drankje door de cocaïne. In 1903 wordt daarom de cocaïne vervangen door cafeïne.

Ook fosforzuur behoort tot de samenstelling van Coca-Cola. Deze toevoeging gebeurde per toeval toen Pemberton per vergissing een fles fosforzuur bij de basissiroop goot. Wel een gelukkige vergissing.

 Werd Coca-Cola uitgevonden in Spanje?

 Men vertelt dat drie vrienden, Bautista Aparici, Ricardo Sanz en Eurique Ortiz uit het Spaanse dorpje Aielo de Malferit er in 1880 een drankje wisten te maken dat zij “Nuez de Kola-Cola” noemden.

De drie vrienden hadden de drank “Nuez de Kola-Cola” weten te ontwikkelen door gebruik te maken van kolanoot en cocabladeren uit Peru. Het drankje had exact dezelfde kleur als de tegenwoordige Coca-Cola maar de smaak was iets sterker en meer geconcentreerd. Met de “Nuez de Kola-Cola” wonnen de mannen diverse prijzen en kregen zelfs medailles en onderscheidingen vanuit het Spaanse Koningshuis, aan wie zij als hofleverancier het drankje mochten leveren. Om hun “Nuez de Kola-Cola” verder te promoten trokken de mannen over de hele wereld. Ze bezochten vele beurzen in tal van landen, waaronder Amerika o.m. Philadelphia in 1885. De Spaanse "Coca-Cola" werd gepatenteerd, maar zoals destijds gebruikelijk, gold een patent alleen als bewezen was dat een product zijn populariteit ook daadwerkelijk had bewezen. Zo kon het gebeuren dat Coca-Cola in Amerika in 1893 het patent kreeg op een drank die bijzonder veel lijkt op de “Nuez de Kola-Cola” uit Spanje. Een van de nazaten van de oorspronkelijke makers beweert trouwens dat zijn oom het patent van Kola-Cola aan Amerika verkocht in 1884.

Al weten de inwoners van het stadje Aielo de Malferit in Spanje het zeker; Coca-Cola is van hen! Het enige dat rest is de herinnering aan “Nuez de Kola-Cola” in het Museum Aielo de Malferit.

 Bronnen ;

 https://www.ikhebeenvraag.be/vraag/42017/Waarom-drinken-we-bruiswater

125 Jaar Coca-Cola - Academie voor streekgastronomie.

Geschiedenis op uw bord. Dr Ir. Eric de Maerteleire.

 

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Nicolay om 08:20 Stuur door

Meer van Keukenweetjes

↑ Terug naar de berichten