1962 – 1 februari – G.v.M. : Fietsdiefstal te Leest
Het rijwiel van Louis Huysmans uit Kapelle-op-den-Bos dat geparkeerd stond aan de gevel van een herberg in de Juniorslaan werd door onbekenden gestolen.
1962 – 4 februari : Soldatenbrieven van Walter STUYCK
“Tot hier hoor ik u al zeggen : EINDELIJK ook eens een briefje van Walter, en de Band, die nu al een volledige maand en enkele dagen bij den troep is. In Turnhout heb ik zeer weinig tijd gehad om u te schrijven, en ik denk dat dit met elke soldaat die zijn opleiding doet, zo is. Wel in Turnhout ben ik de ganse maand geweest en ik moet eerlijk zeggen, het heeft me goed gedaan, want ik was zo stilaan maar zeker een stijve mens aan het worden. Ik heb me daar goed vermaakt in en buiten de kazerne en toch ben ik blij dat ik daar buiten ben want in Euskirchen is het stukken beter. We zijn verleden dinsdag om 18 u 15 vertrokken in Turnhout met zowat 300 soldaten, allemaal naar Duitsland. Op de trein was het zeer triestig, we hadden geen plaats om gemakkelijk te zitten, van slapen kwam er zeker niets in huis. Om 2 uur waren we in Düren, daar moesten we uitstappen om naar Euskirchen gevoerd te worden met vrachtwagens ; het was die nacht erg koud. De meeste jongens moesten naar Kassel, dit ligt op plus minus 10 km van de Oostzone, wij zouden er aankomen woensdag avond als alles goed liep. Om 3 u. waren we in de kazerne, veel konden we niet zien, we maakten dat we in ons bed lagen. Op iedere kamer werd er een deken bijgelegd, en de bedden waren al gemaakt, daar hadden de kameraden voor gezorgd, dat was fijn. Maar om 6 u. moesten we er terug uit, net zoals de anderen. Die dag hebben we niets moeten doen, alleen maar slapen. We krijgen hier nog een maand opleiding maar niet zo streng als in Turnhout, daarna moeten we gaan werken in de garage, ikzelf moet in de optiek gaan werken. De kazerne bestaat hoofdzakelijk uit Lanciers, dat zijn degenen die met de tank rijden, er zijn dan ook nog gidsen en de artillerie. Met al deze soldaten hebben we geen contact, alleen in de kantien. De ordonnance en daar ben ik bij, moet zorgen voor het onderhoud van de tanks maar onze kazerne of beter onze blok staat helemaal achteraan en we hebben hier een gemakkelijk leven. Onze compagnie bestaat uit een 60-tal man, het zijn bijna allemaal specialisten. Na deze maand opleiding moeten we dus gewoon gaan werken van 8 – 12 en van 1 – 5 u en daarmee is onze dag voorbij. Marcel De Prins slaapt een kamer naast mij of beter ik slaap een kamer naast Marcel, dus we zijn hier met twee van hetzelfde dorp hetgeen toch plezanter is dan zo gans alleen. Ik groet langs De Band om al mijn vrienden, de mensen van Leest en andere kennissen, maar vooral al de Leestse lotgenoten, ik hoop dat ze het zo goed stellen als ik, de beste groeten aan de medewerkers van De Band en de Redactie.”
-Walter Stuyck vanuit Euskirchen, 17/3/62 : “Het is vandaag zaterdag en dan heb ik tijd om een briefje te schrijven en nu is het de beurt aan De Band. Vooreerst moet ik u hartelijk danken om De Band die u me gestuurd hebt. Het doet zo oneindig goed aan een soldatenhartje (en het is geen stenen hoor!) om wat nieuws te ontvangen over de ganse gemeente en dit allemaal samen in een boekje “De Band”. Nu mijn derde maand begonnen is, kan ik al wat meer klappen over het leven van een soldaat. Op het einde van vorige maand ben ik een week thuis geweest nadat ik hier mijn opleiding voor altijd beëindigd had. Zoals gewoonlijk in het leger gaan de aangename dagen veel sneller dan de andere, de eerste soort zijn veel minder in aantal dan de tweede, dit is een van de redenen. De reis verliep heel vlot tot in Düren, daar moesten we van de trein en konden we een uurtje wachten op een speciale bus om naar de kazerne te rijden. Om 6 uur kwamen we ter plaatse ; we moesten al direct beginnen met te eten en dat was niet slecht en dan met onze boel uit te pakken. De volgende dag werd er gemeld dat we voor 3 dagen op bivak zouden gaan, ja en dan moesten we alles terug maar inpakken. Ik moest voor de middag vertrekken om de plaats van vrachtwagens aan te duiden, de anderen kwamen om 2 uur toe. Om 6 uur terug te eten, de ganse namiddag heb ik deftig op mijn kin geklopt. Het eten was de rest van hetgeen ze in de kazerne ’s middags gegeten hadden maar toch smaakte het lekker. Gans het bivak hebben we niets moeten doen dan op wacht staan. Het eten bestond uitsluitend uit speciale rantsoenen zoals in de oorlog, met koeken, koffie die ge zelf moest maken, soep en bonen, sardines, enz. Slapen moesten we in de vrachtwagen en sommigen moesten in een tent slapen op de grond zonder strozak, dat is niet alles. Onze vrachtwagen is een speciale met verschillende gereedschappen om in de oorlog te kunnen werken, er is ook een verwarming en dat viel erg mee ; de vloer van de vrachtwagen is wel hard maar het was toch beter dan in een tent. De organisatie van dit bivak was slecht en zelfs onmenselijk voor sommige jongens. Zo hebben we dan drie dagen doorgebracht voor de strijd aan te vangen (hm…). Ik was zeer gelukkig toen we terug in de kazerne waren…en ik was niet alleen. Verleden week zijn er verschillende van onze compagnie vertrokken naar Höhne op maneuvers. Er waren nog verschillende tanks in orde te brengen voor die maneuvers. We moesten met onze sectie een ganse dag buiten werken in de sneeuw, telemeters demonteren en monteren. Een telemeter is een instrument dat dient om de loop van een kanon automatisch te richten op de vijand door middel van een knop. Als het goed geregeld is dan schiet men altijd roos, het is geweldig knap gevonden. Zo’n telemeter weegt 120 kg en dan komt er nog een deksel op van 300 kg ; de prijs ervan is ongeveer 1 miljoen frank. Een ganse tank kost eventjes 15 miljoen en weegt geladen plus minus 52 ton. De bemanning bestaat uit 5 man, 1 bestuurder die zit vooraan links gelijk in een auto, naast hem zit er een die niets doet dan schieten en het stuur overnemen als het nodig is. In de koepel zitten 3 man : 1 commandant die dus beveelt, 1 kanonnier die het kanon regelt met de telemeter, de commandant kan ook het kanon regelen maar allebei kunnen ze het niet terzelfdertijd, dan is er nog een man om het kanon te laden. In een tank gaan ongeveer 80 obussen in. Tot hier deze gegevens voor hen die er zich aan interesseren. In de werkplaats moet ik me bezighouden met het herstellen en het op punt stellen van optische instrumenten, het is knap werk. Deze maand had onze compagnie piket en moesten we dus patatten jassen, dat is nu al gedaan omdat onze tenten mee naar Höhne zijn en dus is Marcel De Prins ook mee. Op 24 maart moet ik wacht doen maar dat is hier ook iets speciaal. Men mag een ganse nacht in een speciaal wachtkotje zitten of slapen. De wacht loopt van 6 uur ’s avonds tot 8 uur ’s morgens. Mijn volgend verlof zal juist na Pasen zijn, dat is natuurlijk niet prettig. Ik zal dit briefje maar sluiten want ik heb geen nieuws meer ; ik doe nog de beste groeten aan al mijn wapenbroeders uit Leest en hoop dat ze het zo goed als mezelf stellen ; aan alle Leestenaren en aan de redactie van De Band.”
-Walter Stuyck vanuit Soest, 14/5/1962 : “Wanneer ik in De Band kijk en bemerk dat mijn laatste brief al van de 17e maart dateert dan is het wel hoogtijd om nog een beetje nieuws te schrijven. Eerst en vooral moet ik Milac bedanken om het prachtige paasgeschenk. In die 2 maand is het leven hier gans veranderd op alle gebied. De natuur is terug wakker geworden , alhoewel de mooie zonnedagen die de lente ons soms brengt dit jaar niet zullen komen en het landschap is nu prachtig. Kleine zachte heuvels met tientallen tinten van groen bedekt. Als het mooi wordt, misschien in de zomer, dan zal het aangenaam zijn om te gaan wandelen. Wat nu het gewone leven betreft, wel het is hier zeer erg verstrengd niet alleen bij ons maar naar horen vertellen in gans Duitsland en al de kazernes. Het is van 1 april hier zomer en dat wil wat zeggen, om 5 u 30 opstaan, om 5 u 40 ochtendcross, 10 minuten lang. Om 6 u 45 eerste eetmaal, daarna karweien , om 7 u 30 dril tot 7 u 50, dan 2de appel. Om 8 u werken tot 12 u, om 12 u 15 tweede eetmaal, om 13 u 30 werken tot 17 u 30, om 18 u derde eetmaal en dan zijn we vrij tot 22 u. Zoals ge zelf zult zien is onze dag goed gevuld. Met Pasen heb ik wacht moeten doen en dat valt niet mee, maar ik had een grote troost, met de 3de Paasdag vertrok ik in verlof tot 1 mei. Mijn volgend verlof zal in juni zijn en wel juist met Sinksen, een week na Sinksen denk ik. Intussen ga ik nog eens mee naar Lourdes op bedevaart, dat zal wel zeer interessant zijn. Deze bedevaart gaat uit van de NATO-legers te samen. Ze verwachten 40.000 soldaten van alle Nato-legers bijeen. Het vertrek is op 30 mei en de terugkeer op 6 juni. Gisteren of beter eergisteren hebben we nachtoefening gehad, deze bestond in een mars van ongeveer 20 km in gevechtskledij, dat is geen klein bier, om half twaalf kwamen we doodmoe terug en om 5 u 30 terug het bed uit.”
-Walter Stuyck vanuit Euskirchen, 1962 : “Voor het einde van het jaar , de schoonste tijd denk ik, nadert, wil ik u mijn dank betuigen voor al hetgeen u me regelmatig toegezonden hebt. Wanneer ik juist afzwaai weet ik nog niet, waarschijnlijk is het den 28 december, maar ik denk wanneer deze brief in De Band staat, mijn burgerpakje al uit de kast is genomen en mijn soldatenpak deftig gevuld met de nodige motbollen veilig op de zolder zal geborgen zijn. Ge moogt gerust aannemen dat dit niet tegen mijn zin is integendeel. Wanneer men zo de 3 à 2 laatste maanden van zijn term doormaakt wel dan begint men het leger te kennen en de laatste maand als men ‘ancien’ is dan is het aangenaam als men de bleukes ziet binnenkomen, ge kunt dat goed merken, die gastjes durven nog niet veel en ge denkt, want zeggen doet men dat niet : toen ik 2 maanden bij ’t leger was deed ik net hetzelfde. Soms was het hier niet plezant vooral gedurende de nachtoefeningen en andere karweien, maar als g’het achteraf beschouwt dan is het toch een schone tijd geweest. In ‘het leger’ leert elke jongen iets bij. Het hangt natuurlijk veel af van de aard van die jongen want er zijn altijd uitzonderingen. Verleden zaterdag was het St Elooi en dat is de patroon van de ordonnance Cie. Om 10 uur hadden we een plechtige mis, daar mochten de bezoekers vrij in de werkplaatsen wandelen en onze sectie, de sectie instrumenten had veel bijval. Er zijn verschillende kolonels op bezoek geweest en deze gasten waren erg vriendelijk en moesten over alles en nog een uitleg hebben. Ik was juist bezig met het herstellen van een verrekijker 7 L 50. Om 1 u kregen we een goed feestmaal en ’s namiddags was er een voetbalmatch van de korporaals B.V. tegen de o/officieren B.V.. Ik verzeker u dat daar een stukje gelachen is geweest, al was de temperatuur iets boven de nul graden. ’s Avonds hadden al de miliciens nachtvergunning. Veel plezier is er anders in de stad niet te maken. Nu zaterdag kom ik in verlof tot zaterdag en acht dagen, dat zal waarschijnlijk mijn laatste verlof zijn. Al het nieuws is nu geschreven en ik ga mijn laatste brief aan De Band eindigen met al mijn vrienden te groeten en vooral mijn wapenbroeders, ik wens hen een goede demobilisatie en veel moed met een ‘d’ en een ‘t’. Nogmaals dank ik de mensen van De Band voor hun inspanningen om de soldaten het laatste nieuws van hun parochie te brengen, hartelijk dank.”
Talrijke opkomst voor het komisch detectivespel van Jef Heirband “Zes meisjes op een eiland”. In de rolverdeling : o.a. Jeanne Beullens, Hilda Silverans, Elza Lambrechts en Jeanne Van de Poel. Het verslag uit “De Band” van januari 1962 : “Op zondag 14 januari konden wij een toneelavond bijwonen gegeven door de B.J.B.-meisjes van Leest. Niemand zal het durven tegen te spreken, wanneer van meet af onderlijnd wordt dat deze avond in alle opzichten als zeer geslaagd mag aangezien worden, niet alleen in verband met de zeer talrijke opkomst, maar voornamelijk omwille van de puike opvoering van het aangekondigde stuk “Zes meisjes op een eiland”, een komisch detectivespel in 3 bedrijven van Jef Heirband. Van wanneer het doek weggeschoven werd onderging men reeds een eerste indruk, namelijk “het decor”, zeer puik, welgekozen, fris en één ensemble vormend. Terwijl Juliette Romers (Beullens Jeanne) neergestreken lag op het divan, werd de “proloog” gehouden, waarvan maar zeer weinig kon verstaan worden door het rumoer in de zaal. Een zogezegde eenzaamheid werd gebroken door de intrede van Mia Stuwaert (Hilde Silverans) en menige komische toneeltjes tijdens dit dialoog gaf onmiddellijk de overtuiging dat men voor een raadselachtige zaak kwam te staan; situatie die nog ingewikkelder werd wanneer zich Anna Crawton (Elza Lambrechts) en daarna Lilly Moonlight het mengelmoes kwamen aandikken. Van wie was nu Francis de geliefde ? Dat zou maar eerst naar de ontknoping leiden door de speurderszin van Chaty Maisman (Jeanne Van de Poel) die met het daartoe nodige nonchalante masker het geheel nog meer wist te boeien, tot wanneer dan Anna Crawton ontmaskerd werd als de enige plichtige. Deze wending hadden wellicht maar weinigen verwacht, juist omdat men van de proloog niets had gehoord, en daardoor werd dan ook de spanning tot het uiterste gedreven. Een beoordeling geven over elk der speelsters ware moeilijk, want allen zonder onderscheid waren vast inzake rolkennis, zuivere uitspraak en ongedwongen in spel en mimiek, én houding. Het tweede stukje was een toemaatje, én voor de lachspieren. Als opgeefster mag hier zeker vernoemd worden Raf Selleslagh,(foto onderaan) van wie geen enkel woord van uit de zaal kon opgevangen worden, wat een prestatie mag genoemd worden. De heer L. Van den Heuvel, regisseur mag van harte gelukgewenst worden voor de bekomen uitslag. Zoals de Voorzitster Mariette De Prins (foto onderaan) in haar inleidend woord zegde, dat buiten spel en dans, het toneel een plaats innam van culturele actie van de B.J.B., werd op deze avond voldoende bewezen. De reidansen en ritmiek verdienden de ovatie te over vanwege de aanwezigen, buiten deze van de geamerikaniseerde fluitjesovatie. Wij kunnen dan ook gerust besluiten met te zeggen dat de ouders intenser zouden moeten medewerken, met bijv. hun dochters de rangen van de B.J.B. te laten vervoegen, waar aan gezonde ontspanning wordt gedaan, maar ook aan ontwikkeling. Proficiat, bestuur en leden-meisjes, doe zo voort, het strekt u allen ter ere ! Een toeschouwer.” (“DB”, januari ’62)
1962 – Zondag 14 januari : Chironieuws
“…Op zondag 14 januari werden heel wat veranderingen in onze groep doorgevoerd. Zeven jongens van de burchtknapen gingen over naar de knapen en 5 knapen gingen over naar de kerels, tevens werden enkele leiders naar een andere afdeling overgeplaatst en een nieuwe leider werd aangesteld, dus een gehele hervorming en vernieuwing. Door deze overschakeling stonden de burchtknapen met weinig in getal, vergeleken met de vorige zondagen, doch dit tekort wordt stilaan terug aangevuld en hopelijk nog verbeterd. Beste lezers, KENT ge jongens of hebt ge ZELF jongens die nog geen lid zijn van de Chiro, zet ze dan aan om er bij te komen, er zijn echt nog te veel jongens op onze parochie die hun zondag op de straat doorbrengen, voor hen is de Chiro HET grote middel, voor hen is de Chiro DE plaats waar ze beters leren kennen. We mogen de Chiro niet blijven zien als een vereniging waar men de jongens naartoe zendt om hun zondag door te krijgen, neen, al hun activiteiten, spel, beleving van het wachtwoord, hetgeen dikwijls niet gemakkelijk is, enz., hebben een opvoedende waarde. Daarom durven we er gerust voor uitkomen dat wij van uw kinderen echte kranige jongens maken, die tegen veel bestand zijn…” (DB, februari ’62)
1962 – 15 januari : Jaarlijks Teerfeest Boerengilde
Een traditioneel feest met een mis voor de afgestorvenen van de Gilde, een welkomstwoord door voorzitter en proost. Laatstgenoemde bood de ontslagnemende voorzitter het erevoorzitterschap aan. Dhr Stuyck (Foto onderaan) kwam spreken over “Landbouwinvesteringsfonds”. A. Van den Brande werd gekozen tot nieuwe voorzitter en A. Verbruggen tot ondervoorzitter. (DB)
1962 – Woensdag 17 en donderdag 18 januari : Uitreiking taksplaten 1962
Telkens tussen 9 en 12 uur werden de taksplaten 1962 in het gemeentehuis uitgereikt. De prijzen bleven onveranderd tegenover vorig jaar : fiets 100 frank, bromfiets 135, handkar 105, handelsvoertuig 420 en hond 200. (GvA, 13/1/1962)
1962 – 25 januari – G.v.M. : Ongeval
“Op de Battelsesteenweg te Mechelen had een ongeval plaats tussen de personenauto van Willy De Boeck uit Leest en de vrachtauto met aanhangwagen bestuurd door Lodewijk Sels uit Berlaar.”
1962 – 25 januari : Faillissement
G.v.M., 30/1/1962 : “Bij vonnis van 25 januari 1962 werd op bekentenis in staat van faillissement gesteld dhr De Reydt Isidoor, handelaar in Televisies, gewoond en handel gedreven te Leest, Juniorslaan 56, thans wonende te Walem, Koningin Astridlaan 179. Rechter-Commissaris : dhr Rechter A. Van Hoogenbemt. Curator : dhr Luc Van de Velde, advokaat te Mechelen, Fr. De Merodestraat 29. Indiening der schuldvorderingen tot 14 februari 1962. Nazicht der schuldvorderingen op 22 februari 1962. Debatten op 8 maart 1962. Voor eensluitend afschrift, de curator LUC VAN DE VELDE.”
1962 – 27 januari : Dansfeest Boerenfront
“Op zondag 27 januari l.l., werd in de zaal Van den Eede een dansfeest gegeven voor leden en sympatisanten. De “Boerenkapel” van Leest verzorgde het muzikaal gedeelte, en na heel wat lustige deuntjes te hebben afgedanst ging iedereen zeer voldaan huiswaarts. Anderzijds werd het jaarljks teerfeest gegeven op zondag 11 februari. Ook dat was een zeer geslaagd samenzijn..” (DB,1962)
1962 – 27 januari : Een hond in de kerk
“Tijdens de H. Mis van 8 uur op zondag 27 januari l.l., werd meer dan waarschijnlijk, en dit opzettelijk, een hond de kerk ingeloodst. Het is meer dan begrijpelijk dat de Z.E.H. Pastoor resoluut de aandacht vestigde op het strafbare van deze daad, een uitlating die wel zal ingeslagen zijn. Inderdaad, sancties zijn voorzien door het strafwetboek, Boek II, titel II, en wel Artikel 143 betreffende “Stoornissen”. Langs deze weg is er reeds een paar keer op gewezen dat “stoornissen” tijdens het godsdienst-onderricht volledig uit den boze zijn. Het spreekt vanzelf dat het voorgevallene door iedereen ten zeerste wordt afgekeurd.” (DB)
Foto’s :
-Raf Selleslagh kreeg een pluim voor haar uitstekend souffleurswerk. -B.J.B.-voorzitster Mariette De Prins zorgde voor het inleidend woord tijdens de toneelvoorstelling. -Dokter Marcel Stuyck kwam spreken op het teerfeest van de Boerengilde. -Café “Boerenhandel” van Pirreke Van den Eede in de Juniorslaan. -Pastoor Coosemans kon er niet mee lachen, een hond in zijn kerk.
Niet-gedateerde brief van de B.S.P.-afdeling Leest : “Waarde Medeburgers. Met genoegen hebben wij kunnen vaststellen dat de laatste jaren talrijke inwoners van onze gemeente toegetreden zijn tot onze socialistische organisaties, zoals ziekenbond, vakbond, partij, enz. Herhaalde malen bij Parlementsverkiezingen werden wij getroffen door het groot aantal Leestenaars die hun stem hebben uitgebracht op onze lijsten voor Kamer, Senaat of Provincie. Teneinde de socialistische actie en gedachte in onze gemeente nog beter te doen doordringen, werd besloten een plaatselijke afdeling van de B.S.P. op te richten. De bestuursleden, en speciaal de voorzitter LAUWERS Louis, (Noot : “’Lowieke van Sanders) Scheerstraat 34, Leest, de secretaris DE SMEDT Albert, Kouter 30, Leest, de Penningmeester, DE SCHOUWER Alfons, Juniorslaan 29, Leest, houden zich ter beschikking van de bevolking voor alle mogelijke inlichtingen, hulp in sociale gevallen, enz. Wij vestigen tevens de aandacht op het feit, dat een Kabinetsattaché van minister A. SPINOY, zitting uur houdt in onze gemeente, in het café “De Zwaan”, Dorp, elke derde maandag van de maand te 19 uur. Wij drukken er nogmaals op dat iedereen welkom is, en in de mate van het mogelijke zal geholpen worden. Het bestuur van de B.S.P. afdeling LEEST. (Foto’s bestuursleden onderaan)
“Een gebeurtenis die voor eenieder voorbij is gegaan en in alle intimiteit plaats had, is het Zilver Kloosterjubileum van eerwaarde Zuster Annunciata. Omwille van het privé-karakter dezer viering door de Communiteit, is het ons onmogelijk hierover een omstandig verslag te geven. Evenwel willen wij toch de aandacht vestigen van onze lezers dat de gevierde reeds een twintigtal jaren onverdroten haar beste krachten ten dienste heeft gesteld van het vrij onderwijs, en inzonderheid van de kleinsten onzer schoolgaande jeugd van de gemeente Leest. Wij bieden eerbiedig onze welgemeende gelukwensen aan Zuster Annunciata en drukken de vurige hoop uit haar nog vele jaren in onze gemeente te mogen begroeten". (DB,1962) Meer over de Zusters Annunciaden in deze Kronieken : 6/1/1938.
1962 – Nieuwe Muziekbestuurder bij Arbeid Adelt
De heer Van der Taelen, die als muziekbestuurder zijn ontslag had genomen, werd opgevolgd door de heer Geets, afkomstig van Leest. (DB)
1962 – Jaarprogramma 1962 Vrouwengilde
Godsdienstige Verwezenlijkingen:
Gezinsretraite per briefwisseling van 4 tot 11 februari. Retraite voor gildeleden in Gooreind van 19 tot 22 februari. Plaatselijke lenterecollectie : zondag 11 maart. Kapellekenshulde in de meimaand. Plaatselijke herfstrecollectie : zondag 23 september. Bedevaart naar Scherpenheuvel en Leuven : donderdag 4 oktober.
Algemene Vergaderingen :
Zondag 11 februari : voordracht : “Rust, een levensnoodzakelijkheid”. Zondag 8 april : voordracht : “Is onze menselijke omgang fijn en voornaam ?” Zondag 1 juli : voordracht : “Levenskunst”. Zondag 9 september : voordracht : “Film en TV een modern probleem”. Zondag 14 oktober : voordracht : “Meer vrije tijd-betere geldbesteding”.
Lesnamiddagen:
Op donderdag 15 februari : vergadering voor moeders van Eerste Communiecantjes. Op 21 februari : nieuwe kaasbereidingen. Woensdag 14 maart : “Ben ik een goede gastvrouw ?” Woensdag 24 oktober : Fruitbereidingen met inlands fruit. Woensdag 21 november : opknappen van manskledij.
Uitstappen:
In april naar de provinciale gildedag en einde juni bedevaart : een uitstap naar Banneux, Spa en omgeving. Augustus : uitstap voor moeders en kinderen en op 13 september een bezoek aan een inrichting.
1962 – Januari : Storingen
“Nu de auto’s en bromfietsen verplicht werden “een ontstoring” aan te brengen ten einde de televisiekijkers niet langer meer te “ambeteren”, mag er toch eens op gewezen worden, dat tijdens het godsdienstonderricht, gedurende de H. Mis des ’s zondags, de storing zou dienen uitgeschakeld, veroorzaakt door het omhalen van stoelgeld onder de bedoelde predicatie. Het vergt geen uitgaven, neen...slechts wat goeden wil.” (DB, januari 1962) (zie ook maart 1961, waar dezelfde klacht geformuleerd werd)
1962 – 4 januari : Soldaat Milicien A. MOONS vanuit Turnhout
“Verheugd over het geschenk dat ik van u mocht ontvangen, dank ik u, en wens u tevens een zalig en gelukkig Nieuwjaar. Daar de Milac graag verneemt hoe het met de soldaten gaat, wil ik wel mijn ervaring schrijven. Ik stel het hier goed, het eten en de opleiding zijn redelijk, ik geniet de chauffeursopleiding, nog 1 maand verblijf ik in Turnhout, dan ga ik naar een mij tot nog toe onbekende eenheid. Ten zeerste ben ik u dankbaar voor de gehechtheid aan uw soldaten van Leest. Ik hoop van met u in contact te blijven.”
-A. Moons uit Heverlee, niet gedateerd (DB, december ’62) : “Nu mijn laatste dagen traag voortschuiven wil ik er nog wat verlichting in brengen, door u mijn oprechte en beste dank te betuigen voor uw moeite die u getroost hebt, tijdens mijn verblijf in het leger. Ik wens dat Milac-Leest nog veel moed zal ingeven aan de jonge militairen, omdat ze dit jaar glansrijk zouden doormaken. Nogmaals mijn oprechte en vurige wensen en nog vele jaren Milac-jaren in het vooruitzicht.”
1962 – 5 januari – G.v.M. : Aanrijding door bromfietser te Lier. Leestenaar slachtoffer
“Op de Mechelsesteenweg te Lier werd de voetganger Jozef Vetten uit Lier aangereden door de bromfietser Willy Kellen uit Duffel. Beide betrokkenen alsmede de duozitter Fr. Van Linden uit Leest, werden hierbij licht gewond.”
Foto’s :
-De voorzitter van de Leestse afdeling van de B.S.P Louis Lauwers uit de Scheerstraat. -De secretaris van de partij Albert “Beire” De Smedt. -Penningmeester Alfons De Schouwer. -Zuster Annunciata vierde haar zilveren kloosterjubileum.
1961 – 28 december – G.v.M. : Zware aanrijding te Bonheiden
“Op de Putse steenweg, ter hoogte van de Waversteenweg, deed er zich een botsing voor tussen twee personenauto’s, respectievelijk bestuurd door Henriette De Prins uit Leest en Maria Rombauts uit Bonheiden. Laatstgenoemde werd hierbij tamelijk erg gewond naar het O.L. Vrouwgasthuis te Mechelen overgebracht. De andere autobestuurster alsmede de inzittende Van den Brande, kwamen er met lichte kwetsuren vanaf.”
1961 – 29 december – G.v.M. : B.J.B.-TONEEL te Leest
“De B.J.B.-afdeling Leest bracht in de parochiezaal onder leiding van Louis Van den Heuvel uit Hombeek, haar jaarlijks toneelspel “Het Rechte Spoor”, drama in drie bedrijven en geschreven door Jan Fabricius en bewerkt door C.J. Staes voor het voetlicht. Een foto onderaan.
1961 – Zondag 31 december : De Chiro vierde kerstfeest
“De laatste zondag van het voorbije jaar hadden de knapen en de burchtknapen hun kerstfeest, terwijl de kerels dit gevierd hebben op kerstmisnacht zelf, met na de nachtmis nog een klein feestje.” (DB, februari ’62)
1961 – 31 december : Inwoners en woningen
Op 31 december telde Leest 1862 inwoners en 447 woningen. Daarvan waren 141 landbouwexploitaties en 36 handelshuizen.
Bouwdatum :
-35,12% of 157 van de woningen dateerde van de periode tussen 1919 en 1945. -19,5% of 87 woningen van na 1945. -17,67% of 79 huizen waren gebouwd voor 1850. -34,22% of 153 woningen waren gezonde woningen. De rest was weinig comfort biedend tot ongezond en zeer slecht. -71 woningen werden bewoond door twee gezinnen, 1 door 3 gezinnen. -210 woningen of 47% had te kampen met voortdurende vochtigheid.
Uitrusting van de woningen:
Water Open waterput : 152 Pomp met slecht water : 202 Aantal woningen die waterput of pomp met andere woningen deelden : 48. Goed water : 93.
Sanitaire installatie : Houten bril boven aalput : 331 waarvan 12 in woningen na 1945 gebouwd. Engelse WC zonder spoeling : 99. WC met spoeling : 13. Onbekend : 4. Geen eigen WC : 10. Electriciteit : alle woningen. Aantal eigenaars : 373. Aantal huurders: 74. (De Band-1961)
Foto’s :
-De B.J.B.-afdeling Leest speelde toneel. Rechts de nieuwe onderpastoor Pater Verbist, een neef van de oud-minister Verbist.
-Enkele foto’s van 1961 geschonken door Gerda De Laet : De familie De Laet van café ‘In den Bareel’ geniet van een vrij moment in de tuin. V.l.n.r. : Ludo, Victoire, Vera en Gerda.
-Sfeerfoto van café ‘In den Bareel’ met v.l.n.r. Vicky Vloebergh, Gerda De Laet, moeder Victoire Van Dam en vader Frans De Laet.
Op de Putsesteenweg te Mechelen aan de Kroon kwamen twee wagens in aanrijding. De eerste werd bestuurd door mevr. wed. Pateet-Rombouts uit Bonheiden, de tweede wagen door mevr. Menz-Van den Brande uit Leest. De dames werden gekwetst en naar het O.L.Vrouwgasthuis overgebracht.
1961 – 26 december : Soldaat Milicien Herman SOMERS vanuit Kassel
“Hier eindelijk wat nieuws uit Kassel . Ik ben op 3 november in Turnhout binnen gegaan, maar na 5 dagen zijn we reeds naar Duitsland verhuisd. Het is hier ver van slecht, en het is alleen maar de koude die ons af en toe eens wat minder aangename dagen bezorgd. Langs deze weg wens ik aan alle Leestenaren nog een zalig en gelukkig Nieuwjaar en in het bijzonder aan al de soldaten van Leest.”
-Herman Somers vanuit Kassel (niet gedateerd) : “Hier eindelijk nog wat nieuws uit de verste kazerne van Duitsland, die door Belgische militairen bezet wordt. Eerst en vooral moet ik de redactie danken voor De Band, het Parochieblad en de Zondagsvriend welke ik hier regelmatig ontvangen heb. Nog acht dagen en mijn jaarke soldatenleven is achter de rug. Ik ben in Turnhout aan mijn militaire dienst begonnen, na vijf dagen werd ik al verplaatst naar Kassel, waar ik nu nog mijn vaderland dien bij de genie-troepen. Alvorens te sluiten, dank ik Milac nog voor de geschenken die ik ontvangen heb, alsook nogmaals voor de tijdschriften. Nog de beste groeten aan de redactie en langs De Band de beste wensen aan alle soldaten en vrienden van Leest.” (“DB”, december 1962, hier stond als auteur van deze brief : “Somers F.)
Meester Constant Huysmans putte soms uit zijn verzameling opstellen om ze in “De Band” te publiceren, via zijn rubriek “Leestenaars traden zo uit de oude doos”. In september 1983 was het de beurt aan Herman Somers met een opstel van 12 november 1953 :
Het Zegevierend Haasje
Nota vooraf : Deze mooie vertelling voor kinderen : ‘Het zegevierend haasje’, geschreven door Felix Timmermans, is verschenen in zijn boek ‘Pijp en Toebak’. De leerlingen van het 7de leerjaar hadden die vertelling ter stil-lezing gekregen. Kwam daarna de opdracht : vertel zelf dit verhaal 1. Vrij en 2. Bondig. Hierna dan het opstel van Herman : “
De grote dieren streden tegen malkander, altijd grote ruzie en oorlog. Tot op zekere dag de vos zegde dat ze malkanders schoon geslacht aan ’t uitmoorden waren, en dat de KLEINE dieren daardoor weldra meester zouden worden over hen. Daarom besloten ze eindelijk tot vrede. Maar voor de kleine dieren brak er dan een erg droevige tijd aan. Op zekere dag nu was het bij de vos in ’t kasteel feest, en terwijl konden de kleine dieren toch weer eens gerust wat buiten komen. Het eekhoorntje en de haas waren ook bijeen geraakt en zouden weleens graag naar dat grote feest gaan kijken. Het eekhoorntje stelde voor de hoge muren van het kasteel te beklimmen en de haas zou den aan zijn staart mogen hangen om mee te kunnen zien. ‘En als het verraad is, en we moeten gaan lopen, moogt gij op mijn rug zitten,’ zei de haas. Ze hadden al de knagers en al de zagers en al de vijlers van de kleine dieren bijeengeroepen, die de houten brug over de wal van ’t kasteel bijna, ja bijna, moesten doorknagen. Dan wierp het eekhoorntje een steen door het venster, goed gemikt juist op de vos zijn neus. Toen kwamen de grote dieren, kwaad en brullend buiten gelopen om de kleine ‘deugnieten’ te grijpen en ze sprongen allen met hun volgevreten lijven, wild en lomp, op de brug, die in tweeën doorbrak en alle grote dieren verdronken vreselijk of stikten in ’t slijk.”
De schrijver : Herman Somers. -Tijdens het schooljaar 1953-’54 leerling in het 7de leerjaar. -Geboren te Leest op 20-10-1942. -Tweede zoon van Viktor Somers (+) en van Van Steenwinkel Cecile, Kouter 36 (gezin met vier kinderen) -Gehuwd met CHRISTIAENS Josee (Blaasveld), verpleegster in het St. Elisabeth ziekenhuis te Mechelen. -Wonende Maalderijstraat 15 te Willebroek. -Beroep : bediende-verkoper in Handelszaak Radio-, TV- en Elektrische toestellen Eltra te Wilrijk. -Kinderen : Gunter (13) en Kurt (12). -Studies na de 4de graad : elektriciteit, Technische Scholen Melaan Mechelen. 3 jaar dagschool, 1 jaar avondonderwijs B2, 3 jaar avondonderwijs voor B2 (getuigschrift). -Hobby’s : geen, ja, wat klein knutselwerk in huis en tuin. Zeker geen straffe hobby, neen. Gaan sommigen haast niet ten onder aan een overdreven hobby ? Voor mij niet nodig, zegt Herman, gewoon mezelf zijn, zorgen voor zon in huis, en mekaar veilig geborgen weten. De huiselijke warmte als een streling voelen, als ge me begrijpt. Ik reserveer graag en breed mijn vrije tijd voor de mens in mijn gezin. Nooit bekeken, Herman, menselijke warmte is belangrijker dan veel ander kunnen. Ieder gelukkig echtpaar heeft een eigen recept voor hun geslaagd huwelijk. Dit recept cultiveren is zeker de mooiste hobby waard. Hier hebt gij ’t beste deel verkozen. Herman heeft nog goede herinneringen aan het klasleven 7de leerjaar en aan Raymond De Prins, Willy Van den Heuvel, Herman Verhoeven e.a., bijzonder aan Andre Moons, echt zijn schaduw toen, haast altijd bij elkaar, die hem dagelijks, langs binnendoor, thuis kwam afhalen voor de school en hem dan ook weer terug thuis bracht (weer die omweg), en zij maar praten dan, overleggen en plannen maken, of gewoon wat lachen onderwege…Ja-ja, Leest trekt me nog wel aan, zegt Herman, maar eens gehuwd, en uit Leest verspreid, het leven in gegooid, ieder met zijn job, komt er onvermijdelijk een kloof tussen, alsmaar breder en dieper met de jaren…maar de goeie herinnering blijft gegrift…O, die mooie tijd van toen… Stan Huysmans.
Foto’s :
-De Noordvaartkazerne in Kassel, toen het verst verwijderde garnizoen van het 6de Geniebataljon, gestationeerd op zo’n 35 km van de toenmalige Oost-Duitse grens, het “IJzeren Gordijn”. -De ouderlijke woning van de familie Somers in de Kouterweg. -Meester Constant Huysmans.
1961 – 12 december : Soldaat Julien DE PRINS vanuit Schaffen
“Hier ben ik dan eindelijk met een klein briefje van uit Schaffen. Met mij gaat alles goed en ik hoop hetzelfde voor al de soldaten van Leest. Ik ben nu al 6 maanden binnen en het ergste is voorbij, we hebben wel wat afgezien maar dat was van het minste. Ik ben binnen gegaan in …(onleesbaar) en vandaar zijn we naar Flawinne gegaan omdat de kazerne ongeschikt is. We zijn al in Marche-les-Dames geweest voor ons kamp en in Schaffen waar we zijn om te springen; tot nu toe is alles goed verlopen en ik hoop dat het zo zal mogen verder gaan. Meer nieuws weet ik niet en ga nu sluiten met een Zalig Kerstmis en Gelukkig Nieuwjaar aan al de lezers van De Band en zeker aan al de soldaten van Leest.”
Vanuit Kigali 1/3/1962 : “Hier ben ik dan met mijn tweede briefje, dat komt van 6.000 km van het goede België. Met mij alles ok, en denk ook hetzelfde van al de andere soldaten van Leest. Het is hier juist wat te warm en ik denk dat wat hier te veel is er wat van op te sturen want het moet in België niet te best zijn heb ik vernomen. Het eten is niet te best hier maar toch zullen we er niet van sterven en het drinken dat gaat want een fles van ½ liter kost 20 fr en hij is 2 maal zo sterk als in België, ge moet niet vragen. Het werk dat we hier doen is niet te dik, juist maar wat bewaken, ook het vliegveld en tevens de verblijfplaats waar we zijn, want ze gaan van hier naar daar en als we een huis zien leegstaan dan wordt dat onze verblijfplaats, en van het ene naar het andere is niet zoals in België, van Leest naar Mechelen, maar wel 30 maal zo ver. De wegen zijn hier allen zo goed als in de Battelse bergen en dan nog erger. Ik denk toch nog van naar Leest terug te komen, want ze zijn hier allemaal te zw…(onleesbaar) dat dan tot binnen zes maanden. Ik hoop van De Band hier te ontvangen, en zo weet ik wat nieuws van Leest en andere soldaten.”
1961 – 17 december : Teerfeest “Arbeid Adelt”
Naar jaarlijkse gewoonte vond het teerfeest van de K.F. Arbeid Adelt plaats. Het werd voorafgegaan door een muzikale optocht door het dorp. (DB)
1961 – 19 december : Broeder Romanus (Karel De Laet) vanuit Huberdeau, Argenteuil
“Beste vrienden, ‘k denk nog dikwijls aan die dagen vol genot en zoete vreugd. Woorden van een oud lied die ik nog dikwijls herhaal hier in Canada, na mijn bezoek te Leest, verleden zomer. Nog altijd het gerust dorp met zijn brave, christelijke mensen. De deur staat wagenwijd open voor de verre bezoeker en de glimlach op de lippen duidt aan dat het hart rapper klopt. Dank u allemaal. We hebben reeds een voorsmaak van de winter, reeds 25 onder nul gehad. Nog niet veel sneeuw waar de houthakkers naar wachten om de bomen gemakkelijker naar de wegen in de bossen te slepen. We zitten hier geplaagd met de razernij tussen de vossen. Moesten ze zich kapot maken onder hun, ware dat een goede zaak maar ze vallen het vee aan. In vollen dag kwam er een de groep van 15 grote zeugen bijten. We moesten die slachten binnen de acht dagen om nog het vlees te kunnen gebruiken. Een onzer bedienden kon de razende vos doden met hem te overrijden met een vrachtwagen tijdens de klopjacht die volgde. Gelukkig waren de koeien in de stal anders waren we er nog erger aan toe geweest. Ik bid de goede God dat hij u allen zegene gedurende het nieuwe jaar en u behoede ten allen tijd. Uw gans toegenegen oude Leestenaar Broeder Romanus (Charel De Laet).”
En we geven graag het ons toegezonden gedicht :
“Ik ging de vreugde zoeken, Geen moeite werd gespaard. Ik zocht in alle hoeken, ’t geheim was goed bewaard. Maar op een mooie morgen, Stond ze naast mij te koop. Ze had zich goed verborgen In ’t kleedje van de hoop.
Ik heb de hoop bekeken, En dan gezegd : “Kom in”. ’t Verdriet is dan geweken. Ik steun op mijn vriendin. We zingen een mooi wijsje, Al gaande hand in hand. God zegent vast dat reisje, Naar het Beloofde Land.
De hoop is in het leven, Als ene warme zon ; Dat alles doet herleven, Een echte vreugdebron. Ik lach als nooit tevoren, Ik voel geen hartepijn. Ik werd zo juist herboren ; Wat is het leven fijn !” (DB, januari 1962)
1961 – 24 december : Kinderkerstfeest Sint Cecilia
Op zondag 24/12/1961 werd aan de kinderen van de Sint Cecilialeden een groot Kerstfeest aangeboden. Ruim 100 kinderen werden vergast op een mooi geschenk, lekkernijen en speelgoed. Ettelijke smaakvolle nummertjes werden opgevoerd, ze werden aangeleerd door de Juffers Godelieve en Paula Bradt. De jongens stonden onder de leiding van meester Hendrickx.
Foto’s :
-Karel De Laet (Broeder Romanus). -Godelieve Bradt anno 2022. -Paula Bradt in 1961. -Aloïs Hendrickx in 1983.
Zondag kampioen Van Kerrebroeck in de internationale veldrit te Leest.
“Zondag a.s. beleven de Gebr. Piessens hun zoveelste veldrit. We herinneren ons nog heel goed, de grote fiasco die zij verleden jaar te incasseren kregen, toen welgeteld 157 toeschouwers kwamen opdagen voor hun internationale veldrit, waarin o.m. wereldkampioen Wolfshohl van start ging. Ondanks al die tegenslagen weten Jan en Julien (foto’s onderaan) van geen afgeven en verwachten zondag opnieuw de grote massa voor hun jaarlijkse veldrit. Benevens al de crossers uit het Mechelse, wisten zij de nationale kampioen Firmin Van Kerrebroeck (foto onderaan) onder de vertrekkers te krijgen, nevens Roger De Clercq en André Tempelaere, nieuwe aanwinst in de nationale veldritstal. Start van deze cyclo-cross te 15 uur in het Dorp, terwijl er 9 ronden dienen afgelegd.”
Het vertrek was bepaald om 14u30, de afstand bedroeg 27 km en er was voor 10.000 frank aan prijzen voorzien. De inschrijving en de uitdeling der rugnummers : Frans De Laet, Dorp, te Leest van 13u15 tot 14u15.
In dezelfde krant van 4 december verscheen een verslag van de koers en de uitslag :
Daniël Van Damme afgescheiden te Leest
“De veldrit te Leest kende ondanks het koude weder een betrekkelijk grote belangstelling. De omloop lag goed, hoewel zwaar, doch de aanhoudende regenvlagen van de laatste dagen hadden geen grote invloed uitgeoefend. 51 renners boden zich aan voor de negen ronden, een totale afstand van 24 km. Zeer vroeg reeds zou de beslissing worden uitgelokt toen Van Damme reeds in de eerste ronde tot de aanval overging en 10” nam op De Rey en Scheirs. Uit de achtergrond kwamen dan Matheusen en Verschueren opdagen om tot op 30” te naderen, terwijl Matheussen in de derde rond tot 5” oprukte en bij de volgende doortocht Van Damme aan de leiding vervoegde. Lang duurde het echter niet voordat Van Damme de uiteindelijke beslissing zou uitlokken en met een scherpe demarrage spoedig tot 20” uitliep op Matheussen, terwijl De Rey en Scheirs op 1 minuut en meer volgden… In de laatste ronden kwam er geen wijziging meer in deze stand, alleen dan dat Van Damme zijn voorsprong tot 1’10” opdreef en Scheirs in de voorlaatste ronde bij De Rey aaanpikte om deze in de spurt voor de derde plaats te kloppen. Firmin Van Kerrebroeck die te Meerbeke een zware val deed kon wegens een inwendige bloedstorting niet starten.
De Uitslag : 1.Van Damme Daniël, de 24 km in 1u13’. 2. Jos Matheussen op 1’10”, 3.Scheirs, 4.René De Rey, 5. René Verschueren, 6. Viktor Philips, 7. Loyen, 8. René Vermaelen, 9. Henri Simoens, 10. Lode Vandenbosch, 11.Rik Harinckx, 12. Sol, 13.André Tempelaere, 14. J.B. Blavier, 15. Jos Heylen, 16. René Vanhoecke…
1961 – 6 december – G.v.M. : Verkeersongeval.
Op de Antwerpsesteenweg te Mechelen had een verkeersongeval plaats tussen de personenwagens van P. Peeters van Lepecq, van Frans De Clercq uit Antwerpen en de vrachtauto van Fr. Sollie uit Leest.
1961 – Zondag 10 december : “De Luxe-Duif” vierde haar veertigjarig bestaan
Deze viering stond in het teken van de opening van de 36ste tentoonstelling met een plechtige ontvangst door schepen Neefs in het Mechelse stadhuis. Het toenmalige voorzitterschap van deze vereniging werd waargenomen door de Leestenaar Alfons “Meester” Hellemans. In zijn welkomstwoord dankte deze laatste alle genodigden en inzonderheid de genodigden van het Ministerie van Landbouw en de stad Mechelen voor de steun waarop de inrichters mochten rekenen. Namens de stad Mechelen feliciteerde schepen Cornelis de onderscheidene bestuursleden. Hij zei fier te wezen op een zo actieve club als de “Luxe-Duif”, welke Mechelen binnen haar poorten kent. Na een rondgang door de mooi versierde feestzaal, waar niet minder dan 700 sierduiven stonden tentoongesteld, werd de erewijn geschonken. Vervolgens schetste de voorzitter de stichting en de opkomst van zijn vereniging welke 6 verschillende voorzitters heeft gekend en hij drukte zijn genoegen uit dat de “Luxe-Duif” de consideraties wegdraagt van de hogere instanties en besloot met de hoop zijn vereniging eerlang bevorderd te zien tot Koninklijke Vereniging. Tot slot nam dhr Neefs het woord en reikte aan voorzitter Hellemans de zilveren herinneringsmedaille van de stad Mechelen over waarvoor deze laatste zijn dank betuigde. (Samengevat uit een verslag in G.v.M. van 11 december)
Foto’s :
-De broers Jan en Juliaan Piessens organiseerden opnieuw een veldrit te Leest.
-Firmin Van Kerrebroeck nam uiteindelijk niet deel aan de wedstrijd, hij zat met een kwetsuur na een zware val in Meerbeke.
-Daniël Van Damme won afgescheiden te Leest.
-De voorzitter van “De Luxe-Duif”, Leestenaar meester Alfons Hellemans.
“Wie is er ’s morgens vrij ? Kleine DAGBLADRONDE over te nemen. Leest en Tisselt. Inlichtingen Agentschap Leemans & De Rycke, Willem Geetsstraat 2 Mechelen. Tel.12619.”
1961 – 23 november : Verkeersongeval
Op de Gentsesteenweg te Mechelen had een aanrijding plaats tussen de wielrijder Jan Hendrickx uit Tisselt en de personenauto van Petrus Van Asch uit Leest. Hendrickx werd licht gewond.
1961 – 25 en 26 november : Teerfeest K. Fanfare Sint Cecilia
Dit jaar ook opgeluisterd met een familiebal met het orkest van Dany Rivers. (“DB”, december ’61)
1961 – 28 november : Zuster Maria Dominika (Melanie DE WIT) vanuit Coquilhatville (thans Mbandaka).
“…Valt er nu over Kongo nog veel te vertellen ? Er is wellicht nog nooit zoveel over Kongo gezegd en geschreven geweest als nu dit laatste jaar in radio en dagblad. Moest ‘met praten en plan trekken’ de toestand te redden zijn, dan was iedere Kongolees daartoe in staat, want achter woorden moet een neger niet zoeken. En zijn plan trekken kan die beter dan wie ook, zelfs aan de kinderen is dat ingeboren. Hier een klein staaltje : een lief, leergierig meisje wou de eerste zijn om haar les goed te kennen. Maar ja in de klas gaan voor de bel gaat, om rap de les af te schrijven dat mag niet. Tafel of bank buiten om haar boek op te leggen is er niet. En met het boek in de hand schrijven voor een kind van het eerste studiejaar ging al evenmin. Dan er maar wat anders op gevonden. Ze ging een ander meisje zoeken die heel bereidwillig wou helpen en gebukt ging staan zodat de andere met alle gemak haar schrijfboek op de rug kon leggen even goed en gemakkelijk als in de klas op haar lessenaar. Zo door het open venster had ze een beste gelegenheid om netjes de nieuwe les van het bord af te schrijven. Wie doet dit na ? Jammer genoeg zijn niet allen even leergierig en heb ik onder mijn 42 leerlingen ook een paar waar niets in te krijgen is. Als ik hen dan in het Vlaams eens zeg ‘Kom hier mijn dommerikske’ dan hebben de anderen al heel wat plezier. Zelfs al verstaan ze niet wat er gezegd wordt toch voelen ze heel goed aan dat het nu wel precies geen complimentje is. Al zijn ze niet allen even slim toch beleef ik nog veel vreugde aan die kinderen. En laat ons hopen, dat zij die de toekomst van Kongo zijn, mogen helpen aan de heropleving van dat schone en zonnige land. Zuster M.Dominika (Melanie De Wit).” (DB, januari 1962)
1961 – 29 november : Bromfiets gestolen
De bromfiets van Fr. Van Riet uit Leest die geparkeerd stond aan de herberg Kreiss in de D. Boucherystraat werd door een onbekende gestolen.
1961 – Decembernummer “De Band” : Nieuws van de K.W.B.
“Beste mensen, het heeft er gespannen in de KWB, beter gezegd, hoog gespannen ; dat was best te bespeuren dat het er spannen zou aan hen die naar het jaarlijkse teerfeest kwamen, feest dat een aanvang nam met een vertraging van ¾ uur ; spijtig ’t was te veel ! De beentjes werden onder tafel gezet en de spanning kwam dan maar eerst goed zichtbaar tot uiting wanneer de warme en lekkere soep werd opgediend. Het plantaardig mensenvoedsel, alias patatten, kwam aan de beurt, met het daarbij horende vlees en saus en tussen beiden in gaf de Voorzitter een klein pleidooi ten beste, en dan wel inzonderheid wat de studiekringen aanging met de reeds aangekondigde onderwerpen : a) de wegcode, b) de televisie en onze kinderen (zeer waarschijnlijk door Liesje Moerlandt). Wat dan gebeurde was wel zeer interessant voor de deelnemers, nl. de kennisgeving over de krotwoningen te Leest enz. Wat niet zo “krot” was, was wel de kip die bijzonderlijk in de smaak viel en dan zo piekfijn bereid door de kooksters. En hoe zou een “souper” beter besloten worden dan met een “pateeke” overgoten met een sauske, ja maar…pas op…met een sauske te dezer gelegenheid bereid en opgediend door de E.H. Proost, die als onderwerp voorzeker geen betere keuze kon doen dan te spreken over de “NAASTENLIEFDE” en meteen allen overwonnen en gewonnen had door de zaakrijke en klare behandeling ervan. Of dat er de oorzaak van geweest is, kan moeilijk achterhaald of ontsluierd worden, maar één ding staat vast, dat nog menig glaasje werd geschonken, geklonken en gedronken en met een ferme dans en een gulle lach werd deze welgeslaagde feestavond besloten even voor een nieuwe dag was aangebroken. Het was voor de zoveelste maal een uitdrukking van samenhorigheid, kenmerk van de KWB. E.P.”
1961 – Vrijdag 1 en zaterdag 2 december : Sinterklaas bezocht de kinderen van Leest
Door de zorgen van de KWB bracht Sinter Klaas een bezoek aan de Leestse kinderen. (DB)
1961 – 3 december : Toneel Rust Roest. Opvoering van “Sloep zonder Visser”
Een stuk in drie bedrijven van Alejandro Casona. Met gastoptreden van de Mechelse Berta Willems. Regie : Alfons Hellemans. Gazet van Mechelen (van 8/12/1961) : “…De toneelkring “Rust Roest” dient geluk gewenst met de keuze van dit stuk en voor de wijze waarop het werd opgevoerd. Regisseur A. Hellemans had zijn medewerkers stevig in de hand. Aan de flinke leiding te danken dat een hoogst voortreffelijk geheel bekomen werd. De grootmoeder (Berta Willems) was het gedroomde type. Haar dictie, haar mimiek, haar stijlvolle doch volkse houding maakten een diepe indruk. Beschouwen we dan in één adem de gezusters Frieda (Agnes Polfliet) en Stella (Lutgarde Hellemans). Beiden brachten het er niet slecht vanaf met hun zware opgave. Van Stella hadden wij ietwat meer gevoel en charge gewild doch allebei dienen geprezen om hun vertolking die belooft voor de toekomst. De zakenman Richard Jordan (Leo Hellemans) was de geknipte figuur voor deze rol. Zijn mimiek en stijlvolle interpretatie waren daarvan getuige. Prachtige dictie. Marko, de echtgenoot van Frieda (Fr. Van Neck) was het zeer geslaagde type van de ruwe zeeman…Vlot spel. Als procuratiehouder zagen wij hem minder graag als type. De heer in ’t zwart (Eddy Beterams), goed getypeerd. Vlot type en prachtige dictie. Noemen wij dan nog de directeur van de bank (Hubert Selleslagh), Henriette (Denise Leukemans) en Jean (Frans Teughels), die door hun bijdrage geen mis figuur sloegen bij deze zeer geslaagde opvoering. Het decor in het eerste bedrijf vonden wij te simplistisch, in 2 en 3 daarentegen was het ten zeerste verantwoord. De belichting was wel het zwakste punt in deze opvoering en dient beter verzorgd. Wij wensen “Rust Roest” veel succes in de toekomst, daartoe zijn zij in staat. (R.N.)”
Afbeeldingen :
-Zuster Maria Dominika (Melanie De Wit) schreef vanuit Coquilhatville (Kongo).
-De bezetting van “Sloep zonder visser”, v.l.n.r. : Eddy Beterams, Hubert Selleslagh, Lutgard Hellemans, Frans Van Neck, Frans Teughels, Alfons Hellemans, Agnes Polfliet, Rafaël Selleslagh en Denise Leukemans. Onder : Leo Hellemans.
“Lenteparade”, deze kleurenfilm werd vertoond in “Ons Parochiehuis” om 19u30. Korte inhoud : “Stanzi komt te Wenen werken in de bakkerij van haar tante. Zij wordt verliefd op een van de muzikanten van het korps Grenadiers. Hij componeert voor haar een heerlijke melodie en Stanzi legt het manuscript ervan tussen een van de broodjes die haar tante aan de keizer levert. De Keizer is voor de zaak gewonnen, de jonge toondichter wordt aan hem voorgesteld en zal zijn geliefde huwen…” (DB, november ’61)
1961 – 1 november : Dodenhulde
Woensdag 1 november had naar jaarlijkse gewoonte de dodenhulde plaats. Onder het spelen van een treurmars, dit jaar door de Koninklijke fanfare Sint Cecilia, ging het naar het gemeentekerkhof alwaar een redevoering werd gehouden door een afgevaardigde van de Oudstrijders. De dodenhulde werd door een talrijk publiek bijgewoond, evenals het lof. (DB)
1961 – 4 november : Chinees Bal van St.-Cecilia
Op zaterdag 4/11/61 organiseerde de Koninklijke Fanfare Sint Cecilia in de zaal bij de weduwe Huybrechts een Chinees Bal. Toegangsprijs : 50 fr. Het orkest “Bavaria” zorgde voor de leute.
In openbare zitting vergaderde de gemeenteraad van Heffen onder voorzitterschap van burgemeester Arthur Huys. Goedkeuring kwam er voor het ontwerp verbouwing steenweg op Leest. Dit ontwerp beoogde de verbreding en rechttrekking van de steenweg op Leest. De werken zijn gemeenschappelijk uit te voeren met de gemeente Leest. Heffen zal de leiding van de werken op zich nemen.
1961 – 11 november : Diefstal draadaanspanners voor weideafsluiting
Langs het spruitenveld in de Hertstraat van landbouwer Ludovicus Polspoel (°Heffen,10/6/1908, wonende Blaasveldstraat 1) waren 10 draadaanspanners voor zijn weideafsluiting gestolen, alle doorgeknipt en verdwenen. Ze hadden een waarde van 32,5 frank per stuk. (VVH)
1961 – 11 november : Soldaat Paul POLSPOEL vanuit Euskirchen
“Ik ben dus in Transit op 3 november in Turnhout binnengekomen, dit betekent dat we na een dag verlof thuis op 8 november naar Duitsland vertrokken zijn. Ik lig hier dus bij de schoolbatterij van de Artillerie in Euskirchen. Tot nu toe hebben we van niets te klagen, zeker niet van het eten. De slaapgelegenheid is wat minder omdat we met 40 man in een zaal liggen, maar het is toch gezellig. We zitten hier voor het ogenblik met een stijve rug en schouders, wegens de 2 eerste pikuren, die we vanmorgen ontvingen. De kazerne is zeer modern ingericht. In de meeste kamers staan maar zes bedden. Onze zaal is maar iets voorlopig, tot er een deel afzwaaien. De beste groeten aan Milac, alle kennissen en Leestse soldaten”.
-Paul Polspoel vanuit Euskirchen, 6/3/1962 : “Eerst en vooral wil ik Milac danken voor het zeer nuttige geschenk dat ik mocht in ontvangst nemen. Wat heeft een soldaat al weer meer nodig dan papier, omslagen en een stylo (geld buiten beschouwing gelaten natuurlijk). Na het verstrijken van twee maanden opleiding ben ik terecht gekomen bij de Batterij Commandant als batterijbediende. Terwijl de anderen buiten op oefening zijn in sneeuw, regen en vrieskou zit ik hier achter mijn schrijftafel, soms te werken, maar meestal niets te doen. Maar gezegd zoals het is, bij het leger is er toch nog geen enkele gestorven van hard werken geloof ik. Ik heb hier dus van niets te klagen. Ik zit hier goed warm, het eten is uitstekend en van vervelende wachtmeesters en ander ongedierte heb ik geen last. Wat moet ge nog meer hebben. Ik neem nu afscheid met mijn beste groeten aan heel het Milac bestuur en aan al mijn Leestse vrienden.”
-Paul Polspoel (DB, december ’62) : “Langs deze weg bedank ik voor de laatste keer “Milac” voor de tijdschriften en het Parochieblad dat ik regelmatig ontving tijdens dit afgelopen jaar. Mijn legerdienst is de 27ste oktober versleten, het burgerleven zal dan nu beginnen. Nogmaals een hartelijk dankwoord.”
Paul Polspoel is een zoon van Frans en van Stefanie Maes uit de Vinkstraat en een broer van de schepene Edmond. Hij werd te Leest geboren op 24 september 1941 en huwde met Victoire Maes. Paul overleed onverwacht thuis te Leest op 17 november 2020.
1961 – 15 september : Overlijden van Lodewijk Maria BETERAMS
Hij was te Mechelen geboren op 5 maart 1871 en de weduwnaar van Maria-Elisa Wolf. Hij overleed te Leest op 15 september 1961. De plechtige koorlijkdienst vond plaats op maandag 18 september te 10 uur in de parochiekerk van Leest. De begrafenis op het stedelijk kerkhof van Mechelen. Vereniging aan het sterfhuis, Dorpstraat 34 Leest te 09u30. (Advertentie in GvM, 18/9)
1961 – 19 september – G.V.M. : Auto geslipt
“In de tunnel op de Leuvensesteenweg te Mechelen slipte de auto van Van den Broeck, wonende Juniorslaan, Leest, en kwam tegen een afsluiting terecht. De voerder werd met kwetsuren aan de schouders naar het O.L. Vrouwhospitaal overgebracht.”
1961 – 23 september – G.V.M. : Het Mechelse goed voorzien van veldritten
“De B.W.B. maakte een eerste lijst bekend van de veldritten voor het seizoen 1961-1962. Wat de crossen met internationale deelname betreft werd Leest vermeld waar de gebroeders Piessens, ondanks het zware financiële verlies van vorig jaar (herinner u maar het noodweer van verleden jaar, toen er welgeteld 400 betalende toeschouwers René De Rey zagen winnen tegen wereldkampioen Rolf Wolfshohl) dit jaar opnieuw met de ’internationalen’ spelen en dit op 3 december.”
1961 – 24 september : Pastoor J.K. Peeters overleden en begraven te Leest
Pastoor Emeritus Jozef K. Peeters van Melsbroek overleed op 24 september te Mechelen. Hij was aldaar geboren op 28 april 1883. De plechtige uitvaartmis -met gelegenheid tot communiceren en gevolgd van de bijzetting op het kerkhof van Leest- werd gecelebreerd in de metropolitaankerk van Sint-Rombouts te Mechelen op donderdag 28 september 1961 te 11 uur. Bijeenkomst in de kerk Lange Schipstraat 47 Mechelen. (Advertentie GvM, 26/9)
Zijn vader, Joannes Peeters x Joanna Catharina De Maeyer, was een broer van Anna Francisca x Joannes Franciscus Van Moer uit het Brughuis in Leest.
1961 – 3 oktober : Grote Vee- en Paardenjaarmarkt te Mechelen
De stad Mechelen steunde deze jaarmarkt met bekers, medailles en voor 35.000 frank aan prijzen. Onder de juryleden vonden we de naam terug van Victor De Laet uit Leest. (Foto onderaan) In de 4de categorie stieren met tanden was er een eerste prijs weggelegd met zilveren eremetaal voor V. Schaerlaeckens uit Leest. (Eveneens foto onderaan) V. Schaerlaeckens won ook de ereprijs van de stad Mechelen voor de schoonste stier in de categorieën 5 en 6. (G.v.M., 4/10)
1961 – 4 oktober – G.v.M. : Inbreker verjaagd
Tijdens een der vorige nachten poogde een onbekende zich toegang te verschaffen tot de woning van Jan De Boeck, Winkelstraat 8 te Leest. De dader werd in zijn bezigheid gestoord en moest onverrichterzake de vlucht nemen.
1961 – 15 oktober : Kleine Landeigendom
Op zondag 15/10/1961 had om 10u30 een vergadering plaats in de zaal St.-Cecilia. Deze bijeenkomst werd belegd met het doel alle belangstellenden op de hoogte te brengen inzake “opruiming” krotwoningen, “bouwen of kopen” van kleine landeigendommen, “bouwpremiën” e.a. en ook de “drinkwatervoorziening” in de gemeente. Het initiatief was genomen door het gemeentebestuur. (GA)
1961 – 26 oktober – G.v.M. : Erg werkongeval te Battel
“Een werkongeval dat ten slotte nog tamelijk goed afliep had gisteren even voor de middag plaats op de bouwwerf bij de firma Teughels aan de Battelberg waar momenteel vergrotingswerken aan de gang zijn. Op zeker ogenblik begaf de stelling waarop 3 mannen hadden post gevat. Het betreft hier Maurits Teughels zoon van de uitbater, Marcel Spinnael uit Leest en Alfons Huys uit Hemiksem. Alle drie stortten met de stelling naar beneden en liepen kwetsuren op. Zij werden ter verpleging naar het O.L. Vrouwgasthuis overgebracht vanwaar ze echter na een eerste verzorging huiswaarts keerden.”
1961 – 29 oktober : Viering Kristus Koning
“Naar jaarlijkse gewoonte viert de Chiro het Feest van Kristus-Koning. Terzelfdertijd wordt het ook het Oudersfeest, want op die dag nadat openlijk hulde wordt gebracht aan de Koning der koningen, worden de ouders uitgenodigd om een verbroederingsfeest bij te wonen. Door deze praktische contactname met de ORGANISATIE ZELF, zullen zij kunnen vaststellen wat de Chiro voor hun jongens te betekenen heeft, en meteen het stilzwijgend antwoord vinden op de vraag die door onwetenden-misschien-zo-vaak gesteld wordt “waarom zouden w’er onze jongens er heen sturen” en meteen zelf uitmaken dat de Chiro de enige, werkelijke jeugdbeweging op onze gemeente is, waaraan de jongens met gerust gemoed mogen toevertrouwd worden. Het heeft heel wat inspanning gevraagd om van dat feest, want dat is het dan toch, gestalte te geven en zo aangenaam mogelijk te maken, en zulks met de dikwijls beperkte middelen waarover kan beschikt worden. De verzekering kan echter gegeven worden dat men achteraf zal terugdenken aan wat in een minimum van tijd verwezenlijkt geworden is, en dat dan ook, dank zij eenieders medewerking. Voor elk der afdelingen Chirojongens is een taak opgelegd, en ieder van hen zal er fier op gaan eens te hebben mogen bewijzen wat kan bereikt worden, in een beweging waar allen één zijn. Ouders en Chirojongens zullen ook het innerlijke wat kunnen versterken, ook daarvoor is gezorgd, en wie de gelukkige winnaars van de voorhanden zijnde prijzen zullen worden, kan slechts overgelaten worden aan de nummertrekking van de tombola-biljetten, want ja, zonder tombola zou het alleszins niet gaan,…en de prijzen moeten weg. De Chiroleiding en uw jongens verwachten u allen op hun Kristus-Koningsfeest op zondag 29 oktober a.s., feest dat doorgaat in het “Parochiaal huis”. Viert allen mee het Kristus-Koningsfeest, de Koning van het Heelal ! Wij zijn een zingend volk ! Wij zijn een Vlaams volk, maar wij zijn boven alles een KRISTEN VOLK ! L.V.”
Het verslag verscheen in “De Band” van november : “Op zondag 29 oktober kwamen alle bestaande organisaties samen aan het kapelleke van de Juniorslaan en begaven zich in optocht langs de Dorpstraat en het Dorp naar de kerk. Voorafgegaan door de Oudstrijders met vaandel en de Koninklijke Fanfare Sint Cecilia volgden dan de kinderen van de gemeenteschool, de B.J.B., K.W.B., Kruistochters, Landelijke Jeugd, Vrouwengilde en Chiro om de stoet te laten besluiten door de Koninklijke Fanfare Arbeid Adelt. Tijdens de optocht werden om beurten marsen uitgevoerd door beide muziekkorpsen. Onder het lof had de toewijding aan Kristus Koning plaats en werd door de Chiro een feestnamiddag gegeven in het parochiehuis.”
Foto’s :
-Gewezen burgemeester Victor De Laet was jurylid op de grote Vee- en Paardenjaarmarkt te Mechelen.
-Twee prijzen waren er weggelegd voor Victor Schaerlaeckens.
1961 – 14 september : Overlijden van Johanna DIDDENS begijntje uit Leest
Johanna Diddens was te Leest geboren op 8 oktober 1872 als dochter van Joannes Franciscus (°1825, +1906) en van Joanna Catharina De Maeyer (°1942 +1916) uit de Kleine Heide. Ze had een zus, Melanie Diddens (°Leest 21/8/1868, +Leest 21/10/1907) die gehuwd was met Charel Van Praet (eerste echtgenote). Ze trad in ’t Convent St.-Sophia op 29 mei 1919, werd gekleed op 7 juni 1920 en gesteed op 16 januari 1921 in het Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg. “Ik heb U gezocht, o Heer, en ik ontmoete U in alles wat U me schonk : Het leven, mijn roeping, uw genade en uw liefde en uw verblijf in mijn ziel vooral door de H. Communie. Ik verlang het besef en behoud van dit alles, tot Gij me roepen zult”. Dit was de bede van onze duurbare Zuster-Begijntje Diedens. Dit was de uitdrukking van haar stemming tegenover haar Jezus. Ook Onze Lieve Vrouwke was haar bestendige bron van hulp en troost. Ze was in de loop van haar gezond leven steeds blijmoedig, eenvoudig, wel geaard en was aldus een goede zuster midden haar medezusters. Ze leefde oprecht voor God en het welzijn van velen. Indien de ziekte der laatste tijden haar niet altijd toeliet juist te oordelen over ’t vergankelijke van dit tijdelijk leven, bleef ze toch immer ten volle aan haar God, aan wie ze alles had geofferd. Met het overlijden van deze duurbare Zuster verliezen we weer een goed begijntje dat ons evenwel niet verlaat, vermits ze voortdurend bij God voor ons zal bidden uit dankbaarheid voor alles wat we voor haar hebben gedaan.Vergeten we haar ook niet in onze gebeden. H. Hart van Jezus en van Maria schenk haar de Eeuwige Vrede der kinderen Gods. (Uit haar gedachtenisprentje)
Het Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg Het Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg is een begijnhof in de gelijknamige gemeente nabij de stad Gent. Het begijnhof werd net buiten het centrum opgetrokken in 1873-74 toen het Oud Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in het centrum van Gent werd verlaten. Moeilijkheden met de stedelijke overheid lagen aan de basis. Hertog Engelbert August van Arenberg kocht een terrein op de Sint-Baafskouter waar men in 1873 begon met de bouw van een volledig nieuw begijnhof. Het werd volledig planmatig aangelegd, ontworpen door architect Arthur Verhaegen en baron Jean-Baptiste de Bethune ontwierp de begijnhofkerk. In een tijdspanne van twee jaar werd het begijnhof opgetrokken. Het is het enige neogotische begijnhof in Vlaanderen. Het totaalbeeld doet denken aan een middeleeuws stadje. Achttien ondernemers en 600 arbeiders werkten er gelijktijdig aan. Op 29 september 1874 werd het begijnhof met een groots feest in gebruik genomen. De kerk was klaar op 28 september 1875 en werd de volgende jaren verder ingericht. Ongeveer 600 begijnen en een honderdtal dames namen er hun intrek. Het begijnhof werd aangelegd op een terrein van acht hectare. Het telde drie pleinen met er rond acht straten waarlangs tachtig huizen en veertien conventen werden gebouwd. Daarnaast bezat het begijnhof nog een groothuis, een infirmerie, een kapel gewijd aan Sint-Antonius van Padua en centraal een grote neogotische driebeukige kerk, gewijd aan de Heilige Elisabeth, Heilige Michael en de Heilige Engelen. Het begijnhof was ommuurd en had twee toegangspoorten. Alle huizen en conventen, met uitzondering van het groothuis, beschikten over een voortuin en waren omsloten door een muur. In nissen boven of naast de poortjes in deze tuinmuren stonden heiligenbeelden. Vanaf de oprichting in 1234 in Gent tot in 1796 was de begijnengemeenschap eigenares van het Hof. Daarna kwam het in handen van de commissie van Burgerlijke Godshuizen. Na de verhuizing naar Sint-Amandsberg in 1874 werden de hertogen van Arenberg, als belangrijkste geldschieters, de nieuwe eigenaars tot na de eerste wereldoorlog, toen de staat al hun Belgische goederen in beslag nam. Op 15 januari 1924 werd de vzw Begijnhof Sinte-Elisabeth opgericht voor Charles Van Goethem, notaris te Sint-Amandsberg. De oprichters waren de pater Désiré-Joseph Boen, dominicaan en directeur van het Groot Begijnhof en samen met hem achttien begijnen waaronder Juffrouw Constancia-Philomena Raes, de toenmalige Grootjuffer van het Begijnhof. De negentien stichtende leden formuleerden het doel van de vereniging als volgt: -het betrachten en beoefenen der christelijke volmaaktheid door het gemeenschappelijk of afzonderlijk leven volgens de statuten en gebruiken van het Groot Begijnhof; -het uitoefenen van alle werken van barmhartigheid binnen of buiten het Begijnhof; -binnen en volgens de gewoonten van het Begijnhof goedkope woning of inwoning bezorgen aan christelijke vrouwspersonen. De vzw werd in 1925, een jaar na de oprichting, eigenares van het Groot Begijnhof. Dat is ze tot vandaag gebleven ook al zijn er geen begijnen meer die in de raad van bestuur zetelen of lid zijn van de algemene vergadering. Vanaf de jaren 1930 begon het aantal begijnen sterk terug te lopen. In 1950 trad Margriet Schaeck in, ze zal de laatste zijn. In 1965 waren er nog 75 begijnen, in 1972 waren ze met 45 en in 1987 restten er nog 10. De laatste Grootjuffrouw trok zich op 1 november 2002, na 40 jaar aan de leiding, terug in een home, ze stierf op 20 januari 2003. De allerlaatste begijn van het Hof, Alice Maenhout, verbleef al geruime tijd in een rusthuis en stierf er op 25 augustus 2003. In 1994 werd het begijnhof als monument en als stadsgezicht beschermd en in 1998 werd het een van de begijnhoven van Vlaanderen op de werelderfgoedlijst van Unesco. Nadat de laatste begijnen gestorven waren kregen de gebouwen geleidelijk aan andere functies bij particulieren. Zo vinden er thans ook diverse verenigingen en instellingen, vooral uit de maatschappelijke sector, een onderkomen.
Iets over Begijnen
De novice begon haar opleiding met de opname in een convent; de minimumleeftijd was 16 jaar. Ze droeg een novicekleed (in ‘tswaerte). De novicemeesteres zorgde samen met de conventoverste voor het aanleren van de Regel van de Begijnen: een geest van gebed en naastenliefde, nederigheid, versterving en werkzaamheid. Na minstens één jaar kon de novice toestemming vragen tot het “Kleedsel”. Tijdens een plechtigheid in haar convent ontving ze het begijnenkleed. Zes maand later kon ze tot het “Steedsel” aanvaard worden. De Grootjuffrouw had hierin altijd de beslissende stem. Bij het Steedsel, te vergelijken met de ‘professie’ van een religieuze, beloofde zij de Regel en de Gebruiken van het Hof te onderhouden. Het Steedsel gaf haar het recht om te wonen in het Hof (haar ‘stad’). Nu was ze pas volledig begijn. Bij deze plechtige viering, eerst in de kapittelzaal van het Groothuis, gevolgd door een dienst in de kerk, droeg de begijn een steedselkroon. Een begijn legde een gelofte van gehoorzaamheid aan de Regel en Gebruiken van het Hof af, tegenover de Grootjuffer. De bevraging van de kandidaat begijn luidde als volgt : Grootjuffer: “ gij verzoekt dus de gunst in dit Hof als begijn te leven. Weet dus dochter dat wij u aanvaarden tot de steding in dit Hof, mits de volgende voorwaarden : wees stipt gehoorzaam, leeft in maagdelijke zuiverheid; blijf getrouw aan Regel en gebruiken van ons Begijnhof. Dochter zeg mij of gij voornemens zijt zoolang gij van de steding in dit Hof geniet, dit alles getrouw te onderhouden Antwoord: “ Ja Grootjuffer met Gods genade “. In tegenstelling tot kloosterlingen legden ze geen eeuwige gelofte af, enkel de gelofte van gehoorzaamheid en zuiverheid, niet van armoede want het leven van een begijn was “kerken en werken”. Mits toestemming van de Grootjuffer kon iedere begijn na minstens zes jaar in een convent gewoond te hebben een huis huren of kopen en vaak bracht ze daar haar hele leven door. Toen er nog uitsluitend begijnen en vrome dames het Hof bewoonden, was er reeds een beperkte Hofgids in omloop deels getypt, deels handgeschreven. Elk huis had twee tot vier bewoonsters met welomschreven taken voor het onderhoud. Het algemeen reglement was erg streng wat het uitzicht van de woningen betrof, stipuleerde dat elkeen in huis bleef na 21 uur en waarschuwde de wereldlijke bewoonsters tegen het gevaar van manspersonen. Na 21 uur werden de Begijnhofpoorten op nachtslot gedaan. Na dit uur ging niemand meer buiten noch binnen. Hoe de Leestse Johanna Diddens daar is terechtgekomen blijft voorlopig een raadsel. Nog meer raadsels rijzen er op na het lezen van haar gedachtenisprentje. (Bronnen : de officiële site van het Grootbegijnhof Sint Amandsberg, Wikipedia en Lieve Huysmans.)
Bijgevoegd : -Het gedachtenisprentje van de Leestse begijn Johanna Diedens. -Het groot Begijnhof van Sint-Amandsberg op een oude postkaart. -Recenter beeld van het Begijnhof van Sint-Amandsberg. -Een Begijnhofreglement.
1961 – 29 augustus : Dronken bestuurder bedreigt garde met mes
Midden in de Kouter versperde rond 22u30 een lichte vrachtwagen alle verkeer. De bijgeroepen veldwachter, Victor Van Hoof, vond de bestuurder dronken en ruggelings uitgestrekt op de bank in zijn onverlichte voertuig. De bestuurder weigerde zijn voertuig te verlaten en toen de garde hem wou dwingen greep hij naar een mes, onderwijl bedreigingen uitend. De garde riep de hulp in van zijn collega Mampaey uit Heffen en samen slaagden ze er in hem naar de “gemeentelijke veiligheidskamer” over te brengen. De man, een opkoper van oude metalen uit Willebroek, weigerde de bijgeroepen dokter Stuyck bloed te laten afnemen. Hij bleef een nachtje ontnuchteren in “den amigo”. Zijn voertuig werd door garagehouder Ceuppens naar het gemeenteplein overgebracht, zijn (zak)mes in beslag genomen en proces verbaal opgemaakt. (VVH) ( Foto’s onderaan)
1961 – 29 augustus – G.v.M. : Leest zendt zijn zonen en dochters uit
“Op vrijdag 25 augustus ll. vertrok onze dorpsgenoot Jan Verbruggen naar het noviciaat van Witte Paters van Afrika te Varsenare bij Brugge. Eerw. Zuster Marie Rombout reist, na een kort verlof, voor de tweede maal af naar haar Kongomissies op dinsdag 29 augustus a.s. Te dier gelegenheid deed zij een omhaling in de kerk, die de schone som van 12.045 frank opbracht. Donderdag 31 augustus a.s. vertrekt eerw. broeder Romain, geboren te Leest en vergrijsd in de missies, in zijn 65ste levensjaar opnieuw naar zijn missiegebied in Canada. Op 8 sept. a.s. doet een andere dorpsgenote, nl. Georgette Daelemans, haar intrede in het klooster van de Eerw. Zusters Norbertinessen te Duffel. Hierbij mogen we nog vermelden dat onze parochie ook een kandidaat heeft voor het St.-Jozefsseminarie, die hoopt op 15 sept. a.s. te kunnen binnengaan. Leest is fier op die vijf door God uitverkozenen evenals op de 17 andere priesters en zusters van onze parochie die op verschillende terreinen zich gans wegschenken aan God en de zielen. Aan eerw. zuster Marie-Rombout en Eerw. Broeder Romain, wensen wij een voorspoedige reis en een rijkgezegend en vruchtbaar apostolaat. Aan onze drie dorpsgenoten die nu hun intrede doen, wensen wij een moedig begin en een trouwe volharding op de heilige levensweg die zij gaan betreden. Aan alle 22, de besten onder ons, zeggen wij heel oprecht de steun toe van een vurig gebed en we durven hen ook vragen, dat zij af en toe, in hun gebed en offer, ook eens aan ons dorp zouden denken om te bidden opdat Leest altijd zijn schoonste kinderen waardig zou blijven, zodag het nog veel de zieken zou mogen schenken.” (Foto’s onderaan)
1961 – September – “De Band” : Nieuws van de Landelijke Jeugd
“Met het nieuwe schooljaar, beste lezers, werd ook in de jeugdbeweging een nieuw werkjaar ingezet. Het vorige is afgesloten, het kamp was er een bekroning van. En als we alles eens goed overwegen, dan werd er in de loop van dat jaar zeker goed gewerkt aan het jonge boompje van twee lentes dat “Landelijke Jeugd” gedoopt werd. Maar wat zijn we met een stijlvolle groep, met prachtige lokalen en kostelijke spelen, als we op het einde van zo’n jaar niet allemaal een beetje meer mens zijn geworden, een beetje beter van hart en schoner naar ziel; meer bekommerd om het geluk van anderen, en meer bewust van onze grootse taak in katholieke actie ? En we vragen ons nu af, hebben we ook dàt bereikt ? Hebben onze Zonnebloempjes en Madeliefjes gesnapt waar we naartoe willen, en hebben ze er allemaal, in alle eerlijkheid hun best voor gedaan ? …Misschien wel, maar waarschijnlijk niet genoeg, en daarom wordt het deze maand weer een moedige start naar hogere toppen. Doch alleen gaat het niet, met weinigen ook niet, maar SAMEN zullen we heel veel bereiken. Samen hebben we deze maand voor nieuwe leden gezorgd en samen hebben we onze hartelijkste welkomstgroet gezongen. Samen zijn we op tocht gegaan. Waar naartoe ? Naar de bloemenstoet te Mechelen. De beklimming van de St. Romboutstoren kwam er tenslotte ook bij te pas. Hemeltje, meer dan 500 trappen, was dat corvé. Maar het loonde werkelijk de moeite. Het panorama beneden ons werd een grappig zoekprentje. Ja, u kunt het geloven of niet, maar we vonden echt de toren van Leest, en heel ver, zelfs het atomium. Heerlijk was het daarboven hé mannen ! Maar kom, we moeten weer naar beneden, want naast ontspanning, is er eveneens de inspanning. Je weet wel, er is de zang van de Jeugdcommuniebond die moet ingeoefend worden en ons lokaal heeft een duchtige schrobbing nodig, en nog meer van die karweitjes. Zeg, gaan we dat eens dapper aanpakken ? Natuurlijk. WIJ DOEN HET SAMEN !! H.S.”
Foto’s : -Veldwachter Vic Van Hoof werd bedreigd met een mes. -De garde van Leest (rechts vooraan) met zijn Heffense collega Staf Mampaey (links vooraan) die hem ter hulp schoot. -Zuster Marie-Rombout (Marie Verbruggen) vertrok weer naar Kongo. -Broeder Romain (Karel De Laet) vertrok naar zijn missiegebied in Canada. -Zuster Karisia (Georgette Daelemans) deed haar intrede bij de Norbertinessen in Duffel.
Via Leest, Mechelen, Leuven, Tienen, St Truiden, Loncin, Luik, Herve, Aken, Eupen, Verviers, Pepinster, Chaudfontaine… (DB, juni ’61) Het verslag verscheen in De Band nr. 7 : “Begunstigd door een grijze overtrokken hemel werd precies om 4u55, met al de reislustigen, de motor aangezet en weg was de autobus, waarin ook een radioreporter had plaats genomen, speaker bereidwillig afgestaan door de gewestelijke zender “Winkelrois”. Pas een 10-tal minuten op weg werd door deze commentator een beeld opgehangen van de mooie landschappen, de weelderige bossen die een tapijt vormen over bergen en langs de dalen heen. Doorheen dit afwisselend natuurschoon ging het dan over de wiegende kasseien der “Battelse bergen” naar Mechelen toe. De stad van het “Pallieterbier” werd alras bereikt en het ging door Tienen –la ville sucréé-naar de fruitstad St Truiden waar de eerste halte werd gehouden om het innerlijke te bevoorraden, het was 6u40. Er werd dus afgestapt aan het “Café In de Safir” waar voor het vertrek het aldaar te bewonderen “Zandtapijt” kon bezichtigd worden. Of het interessant was, luister even : daar bevonden zich wandtapijten voorstellende “O.L.Vrouw en Bernadette”, “Genoveva van Brabant in het Woud”, “Prinses Josephine Charlotte”, “de H. Christoffel” en op de grond in groot formaat “Het Doopsel van Christus”, dat alles met kleurenzand vervaardigd, in één woord, buitengewoon, als men dan daarbij weet dat de maakster van het grondtapijt vier weken werkt om het klaar te krijgen en ze deze stiel reeds 30 jaar doet ! 7u25 naar Luik, over Loncin waar men nog de resten van het bekende Fort kan zien, en hoe dichter men Luik benadert kan men reeds de koolmijnen ontwaren met in de onmiddellijke omgeving de koolmijnwerkers-huizen, allen in dezelfde trant gebouwd; en ja, men bereikte Luik langs de Place St Lambert, om dan bergaf te gaan met voor zich een uitzonderlijk panorama, rondom in de hoogte gelegen en zo naar de Maas toe en de Ourthe waar deze laatste in de Maas vloeit. Volgende bestemming CHAUDFONTAINE langsheen het woud van “DE DODE PIJP”benaming ontstaan aan het feit dat destijds slachtoffers vielen door giftige uitwasemingen veroorzaakt door het wassen van wol ; verder op naar Verviers en dan ging het naar de “Afdamming van de Vesdre”, bezienswaardig, maar evenwel tijdsgebrek om de verschillende mooie wandelingen te kunnen maken gans beneden tussen beboste wegen. Steeds maar de baan 258 volgen en dwars door de eenmaal beroemde Siegfriedlinie-de anti-tankversperring, waarvan men vele resten ziet staan…naar Monchau !! (Foto onderaan) Een der schoonste natuurplekjes die men te bewonderen krijgt ! Gans in de diepte verheft zich boven de ingesloten huisjes, het kerktorentje, gesticht door de Paters Minderbroeders, en het interieur zelf enig, sober en overweldigend aan schoonheid met de kansel vlak boven een klein altaar. Monchau, het bijzonder druk bezochte stadje in het dal aan de Ruhr, ontzettend druk aan auto’s, autobussen en anderen die soms het verkeer voor lange tijd hinderen. De huisjes hebben grauwe daken ; ook bevindt er zich een kasteelruïne ; bossen stijgen uit de z.g. Haller uit en men ziet er een vervallen wachttoren en oude patriciërshuizen. Wat op te merken valt is, dat sommige huizen in de Laufenstrasse, uiterlijk de indruk verwekken dat de gevel scheef staat, maar zulks komt omdat de rechthoekige vlakken schuins af geverfd werden. Hier werd een ferme halt gehouden van 11u45 tot 14u30, eten en de ogen konden zich aan van alles gretig verzadigen ; hieraan moet ook een einde komen en het ging langs de baan naar Aken toe waar respijt gegeven werd tot 16u45. Aken is de meest westelijke stad van Duitsland. Zij is een kuurplaats met zwavelbronnen, en zij was de meest geliefde stad van Karel de Grote, die er in 814 stierf. De monumenten liggen er dicht bijeen. Op de Marktplaats staat het Stadhuis, gebouwd in de 14de eeuw. Nevens de Granusturm heeft men het restaurant “De Postkoets”. Langs de Krämerstrasse bereikte men de Domkerk waarvan het binnenste uit een koorgedeelte in gotische stijl bestaat alsmede een koepelgebouw voltooid in 805. Het binnenste van het koepelgebouw bestaat uit vier verdiepingen. Buiten de kerkschat heeft men de prachtige Karelschrijn ; het is een der beste werken van edelsmeedkunst. De rondgang der kerk was verboden daar er biecht werd gehoord en men kon slechts een vluchtige blik werpen in de “Scahtkamer” waarin men schrijnen zag staan. In groep ging het dan naar ja, ja…raad eens ? Naar de “Postkoets” langs draaiende trappen naar boven, en op die tweede verdieping werd een welverdiende “pot” gepakt, onder de strenge ogen van een stroeve kelner die wel onbehaaglijk aandeed, maar met de tijd wat soepeler begon te worden en al een “bitte schön” kon zeggen. En dan naar de afreis begonnen naar Luik toe, met een halte op de “Place du Marché” niet lang echter en direct naar St Truiden tot aan “De Sportwereld” als “interlude” en ja, ’t moest er van komen, over Leuven om een laatste verfrissing te nemen in “het Witte Huis” waar de laatste nieuwigheid kon aanhoord worden, maar dat alles belette niet dat tijdig de aftocht geblazen werd naar Leest, waar de doodvermoeide reporter iedereen dankte voor de geschonken aandacht tijdens zijn reportages gegeven..” 1961 – Zondag 6 augustus : N.C.M.V.-afdeling Tisselt-Leest ging op reis. Per autocar ging het naar de Kempen via Lier, Zandhoven, Westmalle, Turnhout, Retie, Mol (met noenmaal aan het Zilvermeer), Leopoldstad (door de koolmijnstreek), Beringen, Zonhoven, Bokrijk (domein), Hasselt, Diest, Scherpenheuvel, Averbode, Westerlo, Heist-op-den-Bergv en Mechelen. De prijs per persoon bedroeg 100 frank. (GvM, 8/7/1961)
Wij beperken ons tot die uit Leest : “1792 in ’t dorp ‘Den Keizer’, ‘Den Rooselaer’ en ‘Het Hoefijzer’, 1802 ‘Sint Sebastiaan’, 1892 ‘De Drij Koningen’ op de Heide.”
1961 – Zondag 27 augustus : Reis K. Fanfare Ste Cecilia naar Virelle
Verslag uit “De Band” van september 1961 : “Wanneer de mensen ter kerke togen, stonden groepjes deelnemers-sters vertrekkensklaar aan de dorpskom, wachtende op hen die door andere autobussen werden opgehaald om dan de vier genummerden in karavaan te plaatsen en de reis aan te vatten. ’t Was 7 u 10 en het ging naar Battel, eerst de Marcel (Noot : Verschuren, foto onderaan) en vrouw opgepikt, en weg over Mechelen naar Leuven. Op de weg alles stil, niet veel te noteren en van Leuven, na de afdaling van de beroemde Bullenberg rechts af naar Namen. Eens in de nabijheid van de hoofdstad der provincie Namen kon men vaststellen en aanvoelen dat men zijn intrede deed in hoog België, en de wonderen van de natuur zich meer en meer openbaarden aan ’s mensen oog, en dat ging mooier en mooier tot Dinant en daar was het “halt stoppen chauffeur”. ’t Was tijd ook, want, bij sommigen was er een innerlijk onweer hoorbaar, zodat verdere uitbarstingen moesten vermeden worden, en menig hapje werd verzet…en dan opgemonterd naar MAREDSOUS of reeds een afstand van plus minus 120 km van de Zenne ! Iedereen had hier de gelegenheid om de H. Mis bij te wonen, wat ook gedaan werd. De Hoogmis had plaats in de Abdijkerk der Paters Franciscanen, een groots gebouw met als ingang een ietwat Middeleeuwse stenen poort, en links op de koer een enorme Abdij. Over de kerk zelf is wel wat merkwaardigs te zeggen : vooreerst achteraan in de kerk stond een tafel overdekt met een witte doek, en daar stonden een paar rieten mandjes en een zilveren schotel, op deze laatste lagen hosties, en dan een aanduiding “leg uw hostie daarin”. Op dat ogenblik kon niet meer uitleg gegeven worden, maar zulks zou nadien wel tot iedereen doordringen. Na de Nutting werden deze hosties naar voren gebracht en voor de Priester op het Altaar neergelegd, zij werden gewijd en dan werden zij uitgereikt als Communie aan hen die hun hostie in het rieten mandje hadden gereserveerd. Anderzijds was er nog wat anders. In de kerken die wij tot nog toe bezochten stond de priester bij het H. Misoffer met de rug naar de aanwezigen ; hier stond hij met het aangezicht naar de gelovigen en nog meer, het altaar, gans in arduin, stond vooraan op het koor en daarachter het gestoelte waar de kloosterlingen hadden plaats genomen. Na deze kerkelijke dienst heeft men kunnen vaststellen hoe sociaalvoelend die mensen daar zijn ten overstaan van noodlijdenden, hoe spontaan zij hun penning toewierpen aan een noodlijdende die hen zeer dankbaar zal geweest zijn ! Bij het doorrijden der onderscheiden Waalse gemeenten wuifden de landslieden ons vriendelijk toe, alsof zij wilden zeggen “goede reis”. Zelfs de koeien genoten van een zalige rust in de weide en ’t werkte zo intens op het menselijk gemoed dat een reizigster aan de ontboezeming niet kon weerstaan en overtuigend zegde : “ik wou dat ik mij bij die koeien kon gaan neervleien !” De tijd stond niet stil en dan weer verder “non stop, recht door” naar Virelle doel der reis. Een brede ingang door een dreef met links het “meer”, een weinig bergop, rechts bossen…en dan een plein met in de achtergrond een “kiosk” en in rotsen heel in de hoogte een restaurant. Daar werd in samenwerking met het Gemengde Zangkoor een concert gegeven dat de meeste bijval mocht genieten van al de toeristen die daar van het heerlijke zonnetje kwamen genieten. Na het muzikale gedeelte was er vrijaf tot 18 uur. Het “MEER” waarvan hoger sprake is een plasje water dat amper “122 hectaren” oppervlakte heeft. Motor-, zeil- en roeiboten kruisten er door mekaar en weldra was de Leestse gemeente bezitster geworden van deze watervlek ! (Foto onderaan) Om er wat pracht bij te zetten bracht Antoine er een unieke serenade met zijn koperen pierement ; het klonk werkelijk schoon, het was of de tonen over het water gleden en de oren streelden, en alsmaar door wemelden de Leestenaren rond in de wiegende deining van hun bootje ! Spijtig…18 uur en het ging terug de baan op naar…Charleroi en dan de richting Waterlo…maar…te Gosselies, heel onverwacht, stapte men er af om daar de dansende “Gilles” te kunnen bewonderen en zo werd de aftocht geblazen om 20u15 naar Waterlo toe waar een verfrissing werd genomen, en waar de Juul en de Frans hun beste taalkennis ten beste gaven. Daar kon men nog nauwelijks de Leeuw van Waterlo door de duisternis ontwaren. Met weemoed verliet iedereen de grote plek van het café en in weinig tijd kwamen we terug toe in de Battelse bergen, waar ons de bus voorbijreed van andere dorpsgenoten, eveneens het einde van hun reis, zodat Leest terug compleet op het appel kon verschijnen, na een rit van plus minus 300 km. En wat nu over de reis zelve : heel eenvoudig, het was een schone reis, zij die iets wilden zien, hadden daartoe gelegenheid te over, en dat voorzeker de inrichters mogen gefeliciteerd worden voor het genomen initiatief. Vergeten we Armand Pien niet, die zorgde voor het goede weer, en werd als beloning benoemd tot…bestendig weermaker voor toekomstige reizen.”
Foto’s -Een blik op het prachtige Monchau. -Marcel Verschuren en zijn echtgenote Maria Van den Branden waren ook van de partij op de reis van de fanfare. -“Het meer van Virelle”.