In het lokaal van Rik Verschuren op de Juniorslaan had een wipschutting plaats. Rene Put schoot zich koning. Er namen 45 schutters deel. De club van Rik Verschuren telde 15 leden die regelmatig aan schuttingen deelnamen. Op 29 juli was er een nieuwe schutting in dit lokaal met voor 2.500 fr aan prijzen. (DB)
1956 – Van 24 tot 27 mei : Retraiten voor toekomstige soldaten.
“De jongens die dit jaar zullen opgeroepen worden, zullen er goed bij varen, vooraf een retraite te volgen te LIER; Onkosten : 180 fr. ; hiervan wordt 80 fr. vergoed door MILAC. Begin : 18u30. Men kan zich laten inschrijven bij Jan De Decker. Andere perioden waren ook : 24 tot 27 september en 22 tot 25 november.” (DB)
1956 – 28 mei : Aanvang der werken aan de Kapellebaan.
Herkasseiing. (DB)
1956 – 31 mei : Vergadering B.J.B.-meisjes.
De vergadering werd ingezet met een formatie waarna een korte Mariahulde volgde, daar zorgde Lutgard Hellemans (foto onderaan) voor. José De Smet bracht verslag uit over de belevenissen te Lourdes. De proost handelde over “Ons apostolaat steunt op kracht van de Eucharistie” waarna er duchtig werd gezongen. Dan volgde het leiderswoord en de beroepsles van Mariette De Prins handelde over “Onderhoud van nylon en wol”. José De Smet had ook nog iets meegebracht uit Lourdes. “Het” werd verloot en gewonnen door Maria Somers. (DB, nr.7)
1956 – Juninummer “De Band” : Erg gekwetst.
“Constant De Prins (foto onderaan), Dorp, liep een erge diepe snijwonde op in de onderbuik bij het uitbenen van vlees in de beenhouwerij.”
Edmond De Prins, Rennekouter. Albert De Prins, Kleine Heide. Frans De Prins, Kleine Heide. Louis Lauwers, Scheerstraat. Neutiens Frans, Scheerstraat. Louis Vloeberghen, Scheerstraat. Louis De Croes, Dorp. Jan De Smedt, Dorp. Jozef De Decker, Tiendeschuurstraat.
1956 – Juninummer “De Band” : Perskaart voor Jan De Decker (afbeelding onderaan).
“De Vereniging der Uitgevers van de Katholieke Periodieke Pers liet ons weten dat onze hoofdredacteur in hun vereniging werd opgenomen ! Een speciale perskaart werd hem overhandigd.”
1956 – 1 juni : Onder de wapens.
Die dag werden verwacht in hun kazernes : -Marcel Van Hoof (foto onderaan), Blaasveldstraat, naar het Opleidingscentrum der Transmissietroepen te Mechelen (Noot : de oom en naamgenoot van de samensteller van deze Kronieken). -Léon Van de Sande, Grote Heide, naar het Opleidingscentrum Kwartiermeester en Vervoer te Leuven. -Jan Van de Sande, Grote Heide, naar het Opleidingscentrum Kwartiermeester en Vervoer te Leuven. (“DB”)
1956 – Maandag 4 juni : Vergadering Gemeenteraad.
Om 20 uur vergaderde de voltallige Gemeenteraad met als dagorde : 1. Rekening der C.O.O., dienstjaar 1955. 2. Goedkeuring lastboek van de ruimingswerken Dorpelpoelloop. 3. Herziening gemeentebelasting op het leuren. 4. Rioleringswerken in de Kouter en Dorpstraat. De ruimingswerken aan de Dorpelpoelloop worden geraamd op 45.900 frank. De riolering in de Dorpstraat tussen Meisjesschool en A. Van Steen. Hierna zal de Kouter aan de beurt komen. De éénvormige belasting op het leuren, namelijk 50 fr. per leurder, vastgesteld op de zitting van 18 februari, werd door de Provincie als “niet verantwoord” beschouwd. Men dient onderscheid te maken. Volgende bedragen werden dan bepaald : -leuren bij middel van velo : 15 fr. -Idem voor kruiwagen. -met triporteur of stootwagen : 100 fr per maand. -per auto : 50 fr per dag. Tot slot van deze zitting vroeg Frans Muysoms verkeersplaten in de Bist. De kwestie van de verkeersplaten in ’t algemeen wordt nader onderzocht. Men stelde voor, de snelheid van de auto’s te beperken bij het doorrijden van de dorpsplaats. Platen ad hoc zullen aangebracht worden. (DB, nr.7 van ’56)
1956 – 6 juni : Aanrijding.
Die dag deed zich een aanrijding voor op de Guido Gezellelaan te Mechelen tussen een vrachtauto, bestuurd door Frans De Nijs uit Leest, en een lichte bestelwagen, bestuurd door P. Gervais uit Schaarbeek. Louter stoffelijke schade. (DB)
1956 – Zondag 10 juni : Raffeisenkas.
“Op zondag 10 juni ging de jaarlijkse algemene vergadering door van de Raffeisenkas. De heer Wijnants, opziener van de Belgische Boerenbond, wenste inleidend Victor De Laet, (foto onderaan) kassier, geluk om zijn toewijding en stipte het feit aan dat V. De Laet voor de veertigste maal de jaarvergadering voorzat. Spreker zei verder dat de boeren niet voldoende hun organisatie kennen. Hij bracht verslag uit over de financiële toestand van de kas. De Raffeisenkas telde op 31/12/1955 220 spaarders. Het spaargeld op zicht bedroeg 7.795.000 fr en dat op termijn 2.000.000 fr. Uitstaande leningen met borg : 547.000 fr, idem grondkrediet : 1.600.000 fr. Winst 1955 : 8.130 fr. Vroegere reserven : 137.000 fr. Uitbetaalde intresten op spaarboekjes: 217.000 fr.” (DB, nr.7)
Afbeeldingen :
-Godelieve Bradt, Lutgard Hellemans en Paula Bradt. De naam van het meisje rechts heb ik niet kunnen achterhalen.
-Constant “Stanne” De Prins was ook een verdienstelijk wielrenner.
In “Leest in Feest” schreef Stan Gobien hoe de concurrerende Leestse fanfares met de processies omgingen tijdens de verkiezingen :
De processie voor de verkiezingen.
“De kopmannen van de Blekken en de Sussen voerden de strijd om de kiezers niet alleen. Ze werden bijgestaan door de muzikanten en de ereleden. Wanneer er verkiezingen waren, mochten ze niet ontbreken op de processies. Omdat zo goed als alle Leestenaars ofwel opstapten in de processie ofwel kwamen kijken, was het belangrijk dat ze met zo veel mogelijk aanwezig waren. De tegenpartij moest overtuigd worden van de sterkte en de neutralen moesten kunnen zien dat hun stem verloren ging als ze voor de minst talrijke groep stemden. Het bestuur, zowel bij de Blekken als de Sussen, deed een speciale oproep. Er werd van de muzikanten van de Blekken gevraagd dat ze zich godsvruchtig zouden gedragen en dat ze niet zouden praten in de processie. Bij de Sussen ging het nog verder. Hun dirigent vroeg een paternoster mee te nemen om devoot te bidden als de Blekken hun processiemarsen speelden… De jonge muzikanten van de Blekken die voor ’t eerst zouden optreden in de processie kregen een speciale voorbereiding. Ze moesten leren stappen en dat viel niet mee tegen zo’n traag en in slaap wiegend tempo. Om de houterigen en onervaren muzikanten het stappen te leren werd aan twee touwen een aantal lussen gemaakt, aan beide kanten evenveel. De jongeren staken hun voeten door de lussen en de instructeur deed dat in het voorste lussenpaar. En dan werd er geoefend. Het was net een rij galeiboeven. De grootste miserie was het, want de een na de ander sloeg tegen de grond omdat het geheel niet synchroon liep. Na een halve dag oefenen en een pak blauwe plekken waren de jonge Blekken klaar voor de vuurdoop. De Blekken speelden “Te Lourdes op de bergen”, in ’t Latijn heette die processiemars “Vox Populi, vox Dei”. Weinigen van de Blekken konden dat vertalen en sommigen konden het zelfs niet uitspreken, maar ’t was een processiemars die populair was, die goed in de oren klonk en die door de omstaanders werd meegezongen. Op het processierepertorium van de Blekken stonden ook “Saint Joan” en nog een trage mars die aan een andere heilige was gewijd. De Blekken vonden de marsen van de Sussen maar zus en zo en in plaats van te bidden telden ze de keren dat de bugels en de tuba’s de bemols of de kruisen vergaten te spelen.
Er werd geredetwist waar de fanfares zouden opstappen in de processie. Ze moesten natuurlijk ver genoeg uit elkaar gehouden worden en eigenlijk wilden ze niet in elkaars buurt marcheren. ’t Liefst van al liepen ze dicht bij het Heilig Sacrament, want hoe dichter ze erbij liepen des te meer kans ze hadden om de volgende verkiezingen te winnen. Dat dachten de diepgelovigen van de beide maatschappijen toch. De plaats in de processie was volgens hen even belangrijk en misschien nog belangrijker dan het lijstnummer met de verkiezingen. De Sussen mochten altijd het dichtst bij het Heilig Sacrament gaan…
Er werd om beurten gespeeld. Het werd een tactisch spelletje want elk van de twee fanfares wilde zijn muzikale kunsten tonen toen ze terug op het Dorpsplein kwam. Daar stond het meeste volk. De Blekken wachtten altijd zo lang om in te zetten dat de Sussen geen kans meer hadden om te spelen. Ondertussen liepen ze daar met hun paternoster in de hand en deden ze hun schietgebeden. Na de processie kwam een “strijder” van de Blekken aan de voorzitter vertellen dat hij een paar Sussen hardop had horen bidden : “Van de Blekken, verlos ons Heer !” De Blekken speelden de laatste processiemars twee keer en zonder rusten. De Sussen werden zenuwachtig. Er waren erbij die het zodanig op de heupen kregen dat ze de paternosterbolletjes lospeuterden. Direct vuurden de dirigent en de bestuursleden vlammende blikken naar de onhandige kerel die dat aangedurfd had. Vlak voor de kerk konden de Sussen hun laatste processiemars inzetten. Sommige muzikanten speelden met de paternoster in de hand en ze trokken daarbij zo’n vroom gezicht dat ze er als driekwart heiligen uitzagen. Veel effect had dat niet want het meeste volk was al de kerk binnengegaan. Daarbij werden de klokken geluid en het was voor de Sussen verdraaid moeilijk om de juiste cadans te houden. De Blekken waren ondertussen allang binnen in de kerk. Toen de Sussen ook binnenkwamen, hoorden ze zeggen dat er bij de Blekken een muzikant was die uit zijn beide broekzakken een rozenkrans met een heel groot kruis had hangen opdat iedereen zou zien hoe christelijk hij wel was. “En in de hand had hij nog een paternoster, de schijnheiligaard !” opperde een bestuurslid van de Sussen.
De verkiezingsstrijd barstte los in de dagen na de processie. De Blekken maakten de Sussen uit en omgekeerd. Al wat geschreven en gedrukt werd, stak niet zo nauw. Het was allemaal geheim en het kwam meestal van dezelfde drukpers. Er werd geschreven over mannen- en vrouwenkwesties, over dieven en profiteurs, over percentenpakkers en over zuiplappen. De Blekken beweerden dat de Sussen allemaal zwart geweest waren in de oorlog en zij allemaal patriotten. De Sussen schreven dat alle incivieken bij de Blekken zaten en zij allemaal vaderlandslievende mensen waren. Wie de lijsten nakeek en de pamfletten had gelezen, zou gezworen hebben dat iedere partij haar best had gedaan om zijn kandidaten speciaal te selecteren. Hoe dichter ze bij de kop stonden, hoe slechter en onbetrouwbaar ze waren volgens het drukwerk van de tegenpartij. Alles bij elkaar genomen zou een goedgelovig mens hebben kunnen concluderen dat er in Leest geen enkele goede mens op de kieslijsten te vinden was. Hoe dichter de keus kwam, hoe meer pamfletten er werden geschreven. De tegenpartij werd hoe langer hoe verderfelijker afgeschilderd…”
Foto’s :
-Oude foto van de fanfare van de “Sussen” “Arbeid Adelt”.
-De fanfare van de Blekken in een processie uit 1939.
-Agnes Piessens in een processie van 1953.
-Begin jaren ’60 : de Chirojongens passeren de Scheerstraat (Ten Moortele).
-De processie werd afgesloten door de leden van de gemeenteraad, de leden van de kerkfabriek en door de veldwachter. Op de foto uit 1960 herkennen we garde Vic Van Hoof, schepen Frans De Prins en rechts burgemeester Emiel Verschueren.