Naar de inhoud

Dagboek

seniorennet.beseniorennet.be

De merel.

Er zit een merel in 't plantsoen
en elke morgen op gezette tijden
verschijnt zij aan mijn raam en wacht bescheiden
op het door mij verstrekte sobere rantsoen.

Wat mij daarbij opvalt, dat is hoe
ik elke morgen omstreeks kwart voor achten
weer toegeef aan 't vertrouwensvol verwachten
en steeds opnieuw het venster opendoe.

Is niet die kleine vogel net als ik,
die aan de achterdeur des levens schooide,
geduldig wachtend tot een hand wat kruimels strooide;
zoveel verwachting voor één ogenblik....

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door lelie om 14:36 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Leven.

Als je elke nieuwe dag
aanvangt met een gulle lach
als je met een blij gezicht
aan je werkt denkt en je plicht

zonder veel gepraat,
anderen helpt met woord en daad
en steeds naar beter streeft
dan heb je niet voor niets geleefd.

Als je in je levensstrijd
warmte om je hebt verspreid
en iemand die daar treurt
hebt getroost en opgebeurd

Als je helpt waar je dat kon
aan wat licht en aan wat zon
als je een goed voorbeeld geeft
heb je niet voor niets geleefd.

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door lelie om 14:21 Reageer op dit bericht

Nachtverpleegster;

Speciaal voor jou Jely...


Nachtverpleegster

In de gang hoor ik je dwalen,
langzaam kom je naar mijn deur.
Voor elkeen met al zijn kwalen
heb je iets, al is 't odeur.

Je geeft zieke mensen pillen,
sluit een nieuwe infuus aan.
Krijgt een tikje op je billen
van die opa aan het raam.

Snel die oude dame wassen,
een wit laken op het bed.
Dan haar buurvrouw laten plassen,
grapje en we hebben pret.

'k Hoor je bij mijn buurman stoppen
met je medicijnenkar.
'k Hoor je op zijn kussen kloppen,
met hem lachen, d' oude nar.

Dan kom je mijn kamer binnen,
jij, jij nachtverpleegster mijn.
"Binnenkort kan jij beginnen
met te stappen langs de lijn".

Zeg je en je helpt me zitten,
in de zetel naast het raam.
"Blijf jij nou maar even zitten,
'k kom meteen weer bij je aan".

Want er is iemand aan 't bellen,
die je nodig heeft gewis.
'k Wacht wel, 'k wil jou iets vertellen,
over hoe ik jou hier mis.

Over hele zachte handen,
die me heelden, d' eerste nacht.
Over lichtjes die toen brandden,
in je ogen wonderzacht.

Over hoe je met de mensen
overweg kan, iedere nacht.
Hoe je lacht, vervult de wensen,
huilt en grient tijdens de wacht.

Lieve nachtzus, wil je weten,
dat, al zie ik je nooit meer,
ik je nooit meer zal vergeten,
jij, jij altijd in de weer.

Beer (25.05.2005)

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door lelie om 14:07 Reageer op dit bericht

Woorden.

Woorden kunnen koesterend zijn
een veilig warm omarmen voor het hart
dat doodmoe van de reis,
zich bij het vuur komt warmen.

Woorden kunnen troostend zijn
schrijnende pijn verzachten van het hart
dat door verdriet verdoofd
geen dagen kent, slechts nachten.

Woorden kunnen teder zijn
vol liefdes zoet gefluister
een hart van dit gevoelen vol,
stroomt over als het luistert.

Woorden kunnen striemend zijn
een gesel fel en wreed
waarvoor een hart zich bergen wil
omdat het geen weerwoord weet.

Woorden kunnen moordend zijn
wanneer ze worden afgevuurd
op een hart dat vol vertrouwen
niet door argwaan wordt ommuurd.

Woorden kunnen zwijgend zijn
uit trots of onvermogen
een hart dat afgesloten is
spreekt enkel met de ogen.

Woorden, dagelijks gebruikt,
gesproken door zovele mensen
met een hart dat maar zo zelden spreekt
omdat het leven moet binnen enge grenzen.

Woorden, we moeten er wat meer op letten
wat meer bewust zijn van hun bereik
ons hart wat meer aan het woord laten komen
dan spreken onze mond en ons hart, tegelijk.

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door lelie om 13:57 Reageer op dit bericht

Naar elkander toe.

Langs gescheiden wegen,
door een wisselend landschap,
alleen onderweg
van het reizen wat moe,
beiden op zoek naar een plekje om te rusten,
nietsvermoedend op weg
naar de ander toe.

Op een kruispunt van wegen,
in een lieflijk landschap,
beiden alleen
van het reizen moe,
zagen we blij een plekje om te rusten,
verlieten de weg
liepen naar elkaar toe.

Langs steeds nieuwe wegen
door een wisselend landschap,
niet meer alleen
na een lange, lange tocht
reizen we verder langs plekjes waar we rusten,
hand in hand, met de reisgenoot
die elk van ons zocht.

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door lelie om 13:49 Reageer op dit bericht

Oud worden.

Ik ben oud

Mijn benen willen niet meer mee

En mijn handen beven.

Heb geduld met mij

Jullie wereld is zo snel.

Mijn oren zijn verzwakt

en doof van het lawaai

Spreek niet te zacht

Als ik met je praat

Mijn ogen zijn niet

meer zo helder

Ik zie niet alles meer.

Wees niet boos als ik mors

of ergens iets omvergooi.

Ik heb nooit veel kans

gehad om te studeren

Ik begrijp ze niet altijd.

In mijn geheugen zit de mot

en morgen ben ik weer vergeten

wat ik je vandaag heb beloofd.

Neem het me niet kwalijk

als ik eens over vroeger praat

en soms tweemaal hetzelfde zeg.

Het doet me deugd als je vriendelijk bent

en even tijd voor me maakt

ik ben daar erg gevoelig voor.

Sluit me niet uit en laat me voelen

dat ik je niet tot last ben.

Ik leef ook nog graag

en soms voel ik me erg eenzaam.

Ik moet nog leren oud te worden

met een jong hart.

Hoe vind je dit bericht? 23 stemmen
Geschreven door lelie om 00:00 Reageer op dit bericht

Bezoek

Jij was helemaal niet van streek
toen jij bij ons naar binnen reed,
je vrouwtje lief en elegant
drukte op de bel met éne hand.

Weldra ging het deurtje open
en verscheen me daar ne schone,
was het "belle en het beest"
of een engel een betoverende geest?

Net zoals een halve maan vannacht,
zo leek jij wel gister overdag,
een licht met schaduw haar omgeven
en in de ronde sterren jou omweven,

er hing geen spanning in de lucht
lichte wolken verdwenen met een zucht
d' één moment zo nuchter en spontaan
even later was j' in een droom belaan.

Er was nevel blijven hangen
van de spin in 't net gevangen
'k voelde wel 't zit hier niet pluis,
hoe verwijderen moest ik 't gruis.

Spraakzaam, open als een boek
je gevoelens, gehuld in grove doek.
Een hele opgaaf je te doorgronden.
Had je soms een sudoku gevonden.

Al bij al, ik mocht niet klagen,
jouw aanwezigheid was best te dragen,
je was beleefd, galant, een echte heer,
dank, en 'k hoop op 'n volgende keer

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door lelie om 23:13 Reageer op dit bericht


Het "waarom".


Het “waarom” dat wou ik horen.
Ik zocht de wind in de bomen
maar het antwoord lieve kind
was onvindbaar in de wind.

Ik ging op zoek naar de sterren.
Die konden mij misschien vertellen,
zij geven mij toch zoveel licht,
lag ’ t antwoord in mijn zicht?

Zij wisten met mijn vraag geen raad
en praten wat onder elkaar.
Naar wie moest ik mij richten.
Wie kon er mij berichten?

Ik wist niet meer, wat nog gedaan,
‘k zocht de wolken hier bovenaan
en vroeg hen of zij ’t wisten
van ’t leed, ik aangerichte.

Zij gleden langs mijn zicht voorbij
en schonken geen aandacht meer aan mij.
Toen verscheen dan Jan de maan
die lachte en ’t was gedaan.

Laat je zorgen dus voor morgen,
Zorgen zijn dan opgeborgen.
”Tijd brengt raad” het is wel waar.
Vragen als “waarom”….is stom.

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door lelie om 00:00 Reageer op dit bericht

Bejaarden.

Ze zijn zo mooi,
twee oudjes nog bij elkaar
op hun bankje,
iedere zomer weer, jaar na jaar.
Met de jaren mee
is de herfst gekomen.

Hij kijkt haar aan
met een blik vol dromen.
Zij neemt z’n hand en glimlacht,
samen sterk voor de winter
die hen wacht.

Ik weet niet eens wie ze zijn,
zomaar twee oudjes in de zon.
De tijd voor hen kopen
of stelen misschien,
Ik wou dat ik het kon.

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door lelie om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn moeder.

Mijn "mama" wordt nu stillekens oud.
De noorderwind waait door het najaarshout.
Wij waren al groot toen vader stierf.
Zij bleef alleen met een diep verdriet.
De jaren ontnamen haar menigen waan.
Wellicht heb ook ik haar leed gedaan.
Haar been wordt wat dik, zij gaat wat gebogen,
maar stil is haar stem en zacht zijn haar ogen.
Mijn moederken wordt nu stillekens oud
en 'k voel mij zo bang om haar verder behoud.
Wat ga ik, wat zal ik dan moeten beginnen
als zij mij niet langer zal mogen beminnen.
Hoe dieper wij zelf in het leven staan,
hoe meer behoef ik haar dapper bestaan.
Zij is als zon die schemeren gaat
en nog schoon maar weemoedig in goudglans staat

Hoe vind je dit bericht? 25 stemmen
Geschreven door lelie om 08:58 Reageer op dit bericht

Stervende.

Nog nooit zag ik een man die keek
met zulk een blik vol leed
naar 't stukje blauwe verte, dat
bij ons de hemel heet,
naar ieder wolkje, dat daarin
een weidend schaapje leek.

Hij wrong zijn handen, noch kloeg
of weende, had geen pijn.
Hij dronk de lucht alsof zij was
een goede medicijn,
met open mond dronk hij de zon
als was ze louter wijn.

En vreemd was het te zien, hoe hij
zo rust en vredig lag
en vreemd hoe hij weemoedig keek
langs 't zonnig wandelpad
en vreemd te denken dat die man
nog zo'n eind te gaan had.

Hij lag als één die slaapt en droomt
in lief'lijk weideland.
Niemand waakt, er is geen tranenloop
't ging boven ons verstand
hoe iemand sterven moest
zonder groet, zonder leidend hand.
Hoe vind je dit bericht? 23 stemmen
Geschreven door lelie om 08:07 1 reactie Reageer op dit bericht

herinnering

Heel helder herinner ik me mijn verlangen:
en jij was zo onzeker van je gevoel.
In een paradijs dat in mist is gehuld
onderscheid je niet de witte orchidee.

Ooit verlangden we zo elkaar te kennen
dat we alleen maar vrienden wilden zijn.
Een goede draad op een kapot getouw,
daaruit kan geen stof worden geweven.

Een fundament voor liefde en vrienden
is wel een basis aan vertrouwen,
maar bij jou schoot dat niet te binnen
je wou enkel nieuwe lof bezingen.

Toen je wegging werd het lentegras groen,
nu je terugkomt ligt er sneeuw in het portaal.
Weet je, als je verlangend oud wordt,
groeien tussen je donkere haren witte.

Hoe vind je dit bericht? 30 stemmen
Geschreven door lelie om 10:46 Reageer op dit bericht

Machteloos

Doodmoe en machteloos voel ik me breken
van hunkering en smart en droefenis
wachtend op hem die ik waanzinnig mis,
maar die helaas op mij lijkt uitgekeken.

Ik bid de dood, die 't mensdom doet verbleken
doordat hij met zijn zeis elk lot beslist,
dat hij mij redden zal: ondraaglijk is 't
verdriet dat op mijn hart is neergestreken.

Maar die is doof en blind en onbewogen
voor alle beden die mijn borst ontschieten,
net als diegene die mij heeft ontlopen.

En ach, door stromen tranen te vergieten
breng ik de zee hier nog tot mededogen,
maar hij zit in zijn heuvels te genieten!

18-06-2005, 16:52 Geschreven door lelie
pijl.gif Reageren (0)

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
pixel.gif
Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door lelie om 23:30 Reageer op dit bericht

Vader

Vader, wij hebben nooit gesproken

Over het leven met elkaar,

Gij had het uwe, ik het mijne

En beiden wisten wij, ’t is zwaar

Te leven met een weerloos hart…

Zo hadden we ons toegesloten

En gingen zwijgend naast elkaar:

Ik heb de weg niet kunnen vinden,

Al lag uw hand steeds voor de mijne klaar.
En nu gij heen gegaan zijt naar dat vreemde

En voor geen levende bereikbaar land,

Nu breekt mijn vuist eerst hunkerend open

En zoekt vergeefs uw trouwe hand.

Hoe vind je dit bericht? 37 stemmen
Geschreven door lelie om 17:47 1 reactie Reageer op dit bericht

Ontwaken.

Het is al vroeg licht.
De vogels weten het; je kunt ze horen bij het opklaren van de schemering, tussen sluimeren en ontwaken. De morgen heeft voor de meeste mensen zijn poëzie verloren. De metaalklank van de wekker schudt hen door elkaar, ze gieten wat hete koffie door hun keel en de dag dreunt op hen af met z'n drukke zorgen en z'n holle lawaai. Wij ontwaken niet meer: we vallen in de automatische tredmolen, die ons belet te leven. We noemen leven 'bezig zijn' en hebben geen oog meer voor de lente. Tot je toch ééns toeschouwer wordt van jezelf.
Dan ontdekt je in wat voor een schijnwereld wij elke dag rondhollen. Dan zie je hoe de natuur héél anders leeft.
Langzamer, rustiger, naar de stille diepte van licht en donker, van geurende grond en openbloeiende knoppen. Alles neemt zijn tijd...in de steeds weerkerende cyclus van leven en sterven, met de kiemende kracht van het zaad, alles neemt zijn tijd, behalve de mens. Sinds de mens zichzelf verarmde tot spanbeton en plastic en alleen nog in cijfers denkt, is hij een kunstmatig kamwieltje geworden van een naamloze machine die hij 'beschaving' noemt. Toch wordt het lente. Ook dit jaar. Voel je het niet?
Hoe vind je dit bericht? 44 stemmen
Geschreven door lelie om 18:34 Reageer op dit bericht

Einde van een idealist.

Dit is een verhaal van iemand die heel veel van de mensen heeft gehouden. Zijn ogen waren zacht en zijn mond sprak altijd woorden van vrede en begrip. Zijn handen gleden teer in de handen van andere mensen en zijn voeten brachten hem steeds naar de mensen die hem nodig hadden.
Zijn hart was zo groot als de wereld. Bij hem vonden de eenzamen een thuis en mochten de kinderen spelen. In de stille aandacht van zijn blik weenden en treurden de mensen die pijn hadden. Hij gaf brood aan hen die honger leden en gaf te drinken aan hen die steeds vroegen om 'meer'.
Hij wilde hun zwijgend antwoord zijn, als ze vroegen naar het 'waarom' van de mensen en de dingen.
Tot hij op een morgen wakker werd en zag dat er niets veranderd was. De eenzamen bleven alleen, de kinderen speelden gewoon verder mét of zónder hem, en wie pijn had, treurde en weende evenzeer als de dag te voren.
De mensen leden nog honger en hun dorst naar geluk brandde heet en onverzadigd. Ze bleven wanhopig zoeken naar het waarom en de wereld wentelde onverschillig voort om zijn koude as van bezitten en begeren.
Even wist de goede man niet wat hij zag. Hij begreep niet waarom hij van de mensen gehouden had, omdat ze in het geheel niet veranderd waren. Hij trachtte nog meer van hen te houden met een milde koorts die hem voortjoeg...tot hij uitgeput in de leegte greep.
Zijn hoop werd vertwijfeling en zijn mond beefde als hij sprak. Toen werden zijn handen langzaam harde vuisten en zijn stappen hamerslagen. Zijn ogen glansden nog, maar met een vreemd licht, als blauw glimmend staal in de middagzon.
De laatste woorden vóór hij zich van de mensen afkeerde, en zelf heel eenzaam werd, waren woorden die hij tot zichzelf sprak met een vlammend rauw verdriet:
"Mijn hart is voor altijd kil".

Hoe vind je dit bericht? 44 stemmen
Geschreven door lelie om 18:23 Reageer op dit bericht

Een verhaal.

De oude vrouw zat in de zon,
met een gekleurde gerafelde sjaal over de knieën.
Ze keek naar de spelende kinderen.
Hun gejoel lachte naar de hemel.
De struiken hingen loom en zwaar in de zomer
en de boomkruinen bewogen niet meer.
De oude vrouw noemde me het getal van haar kleinkinderen
en achterkleinkinderen. Ik schudde ongelovig het hoofd
en haar zachte open ogen straalden van pret.
Je hebt van die oude mensen met eeuwig jonge ogen.
Ze kunnen blij en speels tintelen, zonder enige bitterheid.
Ik heb alles alleen gedaan, zei ze. Vader is al twintig jaar dood.
Ze knikte weemoedig met het grijze hoofd.
Toch is het goed geweest, ging ze verder, al mijn kinderen zijn
gelukkig.
In gedachten zag ik twee jonge mensen, de handen in elkaar,
meer dan een halve eeuw geleden.
Nu liep haar weg ten einde, en haar geliefde wachtte op het kruispunt. Daarin geloofde ze, even gemakkelijk als in het licht van de volgende morgen.
Ik heb haar hand lang gedrukt, toen we afscheid namen.
Ze wuifde me nog na bij de bocht van de weg.
En de zon dook onder in de broeiende warme heide.
Die vrouw komt nog vaak in mijn gedachte staan.
Dit moest een bezoek aan mijn moeder wezen.

Hoe vind je dit bericht? 44 stemmen
Geschreven door lelie om 17:46 Reageer op dit bericht

Lange dag.

Het is een lange dag geweest, met veel zon en licht.
We hebben samen in de tuin gelegen, languit in het gras, tussen bloemen en de legpuzzels van de kinderen.
Nu is het nacht en de bomen achter het raam zijn sierlijke silhouetten met grillige armen en uitgestrekte vingers.
Ik sluimer tussen slaap en  droom. Het is heel stil in het grote huis. Ons huis is oud, met grote ruimten en gangen.
De muren ademen geschiedenis. Het behangsel is goudgeel, met oudroze bloemen en groene blaadjes.
Als je door ons huis gaat, ben je nooit alleen. Het verleden gaat met je mee. Dan komen lieve mensen weer tot leven. En je weet dat ze bij je zijn. Geruisloos, als de zware gordijnen en de gebloemde zetels waarin ze zaten.
Ik denk aan deze dingen en rust.
Dan hoor ik de piano. Als vanzelfsprekend. De muziek is als wierook in een oude kerk. Ik open de deur en glimlach in het duister. Beethoven, Chopin. De klanken vullen het huis met schoonheid. Ik moet langzaam ingeslapen zijn. Met een dankbaar hart.
Waarachtige schoonheid kan een mens zó ontroeren dat alles eenvoudig wordt en zinvol. De harde dingen worden zachter, een innige rust neemt bezit van je gedachten, je wordt milder en je ontdekt hoe rijk een mens kan zijn als hij zich verzoent met zichzelf. Mensen die geen schoonheid kennen of er de tijd niet voor nemen zijn arme mensen. Je kunt ontroerd worden en gelukkig zijn om wolken in de hemel, om ruisende bomen.
Je kunt kinderen mooi vinden en oude mensen.
Je staat in verrukking voor kleuren of vormen.  Er is zo oneindig veel..., als je leven wilt tot in de toppen van je vingers... zoals die nacht..., toen de piano het oude huis deed zingen en het mysterie van wat u en mij gelukkig maakt, héél dichtbij was.

Hoe vind je dit bericht? 48 stemmen
Geschreven door lelie om 22:27 Reageer op dit bericht

De stad.

Maandag 29/08/2005
Elke stad heeft haar gebouwen: de dienst van de bevolking, officiële ziekenhuizen, burelen van de belastingen en noem maar op.
Er staat een portier bij de ingang, er zijn fietsrekken en parkeervakken. Zo ging de oude vrouw naar de dienst van de posterijen.
Ze keek angstig rond, met de  hulpeloze blik van gewone mensen die verdwalen tussen loketten en kantoren.
De ontvangstruimte was kraakhelder, glanzend in kleuren van wit metaal en fel oranje. De rij beambten met gesteven boorden
was al even rechtlijnig opgezet als de etalagepoppen in een kledingmagazijn. De vrouw werd beleefd van A naar B verwezen en liep kreunend het hele alfabet af, ondertussen met het bewuste papiertje zwaaiend als met een witte vlag.
Toen moest ze een volgende glad betegelde ruimte door, waar heel achteraan een man wenkte vanachter stapels werkdocumenten. De witte vlag belandde op het bewuste bureel.
Maar deze man was anders. Hij stelde haar gerust, niet met een vaderlijke minachting om het 'oud sukkeltje', maar hartelijk en vol eerbied. Hij zette wat stempels en handtekeningen in de papieren jungle en praatte heel gemoedelijk, als zaten ze thuis bij een kop koffie. De vrouw drukte zijn hand en stapte glimlachend terug. Haar gezicht was ontspannen en dankbaar, dank zij deze ene mens.
Ik was even heel gelukkig.
Om deze man, die warmte en onthaal geboden had met heel eenvoudige gebaren. Hij had niet 'administratief gefunctioneerd'. Eens te meer zag ik de kracht en het wonder van kleine attenties en wat gewone menselijkheid.
Onze woestijn van nut en rendement is nog leefbaar zolang dit mogelijk blijft.

Hoe vind je dit bericht? 46 stemmen
Geschreven door lelie om 18:31 Reageer op dit bericht

De dromer en de realist.

Op een verlaten zandweg in een bos, dat nog niet tot wandelpark was bevorderd, hebben ze elkaar ontmoet: de dromer en de realist. De zon broeide in de geurende dennenaalden en de vogels waren te lui om te zingen.
-Goede middag, zei de een.
-Ook zo, zei de ander.
-Wat doe je hier? vroeg de realist.
-Niets, glimlachte de dromer.
In het huidige bestel van een maatschappijkritisch opgebouwde samenleving klonk dat doodgewone 'niets' als een openbaar zedenschaal.
De realist omvatte zijn aktentas als een drenkeling de reddingsboei.
-Hoezo niets?
-Wel ja, grinnikte de dromer, is dat zo ongewoon?
-Mijnheer, ik voel me verplicht u erop te wijzen...
-Kijk eens wat een mooie stam, zijn schors scheurt van ouderdom. Hij is taai, zie je die kronkelende takken? Als je goed luistert, kraakt hij in de wind...
-Hou nou even op met je romantiek en kom a.u.b. met je twee voeten op de grond.
-Ik doe niets anders, lachte de dromer. Ik sta op lauwe zandgrond, op m'n blote voeten. Dan voelt je de zon in de aarde gloeien.
Met afgrijzen keek de realist naar de vuile tenen van de dromer.
Hij haalde zijn schouders op en betastte in een plotse opwelling zijn uurwerk.
-Ik ben te laat, jammerde hij.
-Te laat voor wat?
-Ik moet naar een colloquium over de psychotherapeutische waarde der natuurbeleving.
De dromer knikte beleefd.
-Wij wensen een nauwkeurige analyse te maken van de menselijke gevoelens bij een contact met de vrije natuur, en de reactie daarvan in de psychische onderbouw en het relatiepatroon.
-Dat belooft boeiend te worden, mijmerde de dromer.
-Maar wat sta ik hier te praten tegen een wereldvreemde zonderling! riep de realist uit. Ik moet dringend naar het faculteitsgebouw. Mijnheer, ik heb de eer u te groeten.
Zonder verdere uitleg zwaaide de realist de aktentas onder de arm en liet de dromer alleen.
Deze keek hem na, met een onbeholpen gebaar.
Toen was het drukke, belangrijke mensje achter de heuvel verdwenen. Naar de flatgebouwen en de vergaderzalen, naar de gedocumenteerde gesprektafels met de kopjes koffie en de plastic zakjes melkpoeder.
De dromer zuchtte lang en diep.
Hij zag het zonlicht in de boomkruinen, hij hoorde de wind en de krekels en voelde het warme zand onder zijn voeten.
Hoe was het ook weer?
Een colloquium over de psychotherapeutische waarde der natuurbeleving...
Hij ging op de droge dennenaalden liggen en rook de grond.
Een dikke vlieg trippelde over zijn linkervoet.
Hij sliep de slaap der aarde.
Hoe vind je dit bericht? 49 stemmen
Geschreven door lelie om 19:07 Reageer op dit bericht

Meer van Dagboek

↑ Terug naar de berichten