De merel.
Er zit een merel in 't plantsoen
en elke morgen op gezette tijden
verschijnt zij aan mijn raam en wacht bescheiden
op het door mij verstrekte sobere rantsoen.
Wat mij daarbij opvalt, dat is hoe
ik elke morgen omstreeks kwart voor achten
weer toegeef aan 't vertrouwensvol verwachten
en steeds opnieuw het venster opendoe.
Is niet die kleine vogel net als ik,
die aan de achterdeur des levens schooide,
geduldig wachtend tot een hand wat kruimels strooide;
zoveel verwachting voor één ogenblik....


