Rozen.
Vanmorgen wilde ik met rozen naar je komen
maar in mijn kleed had ik er zoveel meegenomen
dat mijn te strak gespannen gordel openging.
De knoppen sprongen los. De rozen gingen zweven
en werden met de wind mee naar de zee gedreven
waar hun vlucht op het water voor altijd verging.
De golven kleurden rood, zodat ze vlammen leken:
vanavond blijft een balsemlucht mijn kleed doorweken,
ruik hier op mij, hun geurige herinnering.

