Maandag 18 april 2005
Nutteloze psalm voor onbelangrijke mensen.
Je kent me niet. Vroeger zou ik de 'dorpsidioot' geweest zijn of de 'filosoof'. Nu ben ik de dwaze, hopeloos onaangepast. Ik ben verliefd op denkers en dichters op rusteloze wolken aan de hemel op vogels en op kabbelende beekjes. Mijn woorden en mijn blik kunnen bezielen, maar als ze me uitroepen tot revolutionair en voorvechter van nieuwe ideeën, word ik sentimenteel van heimwee en speel ik met kleine kinderen.
Soms zou ik iedereen kunnen omhelzen, dan weer wens ik mezelf op een godverlaten eiland, omdat de mensen me bekoren... en vervelen. Ze noemen me hard en meedogenloos, maar ik ben teer en kwetsbaar als een vogel in zijn eerste, hulpeloze dons. Wie mijn ontroering ziet en mijn stamelende woorden hoort over stilte en verwondering, die schudt het hoofd en zegt dat ik nog véél moet leren vooraleer ik eindelijk volwassen ben. Met mij kun je niets behoorlijks beginnen. Ik ben volkomen onbruikbaar met mijn twee linkerhanden en mijn domme vragen.
"Zij staat niet met haar voeten op de grond" zeggen de wijze, volwassen mensen. Zij wel. Al eeuwen. Ze krioelen op hetzelfde stukje grond en overtroeven elkaar in lawaai en eigenbelang. Ik ben wereldvreemd. Daarom is mijn blik zo eindeloos. Ik had het heelal en de sterren al lang ontdekt voor de wetenschap zich ermee inliet. Ik houd van uitgestrekte vlakten, waar de horizon steeds verder vlucht.
Nooit zal ik me thuis voelen bij mensen die geen raad weten met hun afval en rondabele bouwgrond en betalen voor zuiver vruchtesap in gespecialiseerde winkels. De laatste bossen versnipperen tot 'gemeentelijke wandelparken' met vuilbakjes aan de bomen en helgekleurde rustbanken. Groene zones worden therapeutisch verantwoord en de farmaceutica verkankert tot een eigen industrie.
In zo'n wereld zal ik 'maanziek' blijven en onaangepast. Zolang ze me
niet onderbrengen in een 'asiel voor zonderlingen', zal ik de dromer zijn, de zotskap en de nar, de spotvogel die zingt om niet te huilen, de minstreel en de domme sprookjesidioot. Je kent me niet, ik dwaal van horizon tot horizon. Maar als ik wakker wordt met een vreemde onrust en je hoort een droevig geluid dat je gelukkig maakt, ontwaak dan met een adelaarsblik. Dan zullen onze ogen elkaar ontmoeten en zijn we lotgenoten. Dan zal je weten dat je me altijd gekend hebt.
Geschreven door lelie om 18:47
Reageer op dit bericht

