Naar de inhoud

Dagboek

akke.beakke.be

Berichten van 4 juli 2005 tot 10 juli 2005

Schoonheid

In heel kleine dingen heb ik u ontmoet;
het groen van de bomen, vogelzang,
 adem en aarde, zonsondergang.
 In heel kleine schoonheid heb ik u ontmoet:
een lelie op het water, een schelp op het strand,
 bloemen op tafel, een ring aan je hand.
In heel kleine vreugde heb ik u ontmoet:
een heldere hemel, een warme wind,
een tedere moede, een trouwe vriend.
 In heel kleine daden heb ik u ontmoet:
vragende ogen, een hand door je haar,
zoenende lippen, een zegenend gebaar.
In eenvoudige mensen heb ik u ontmoet:
spelende kinderen, jeugd die zich geeft,
een man die kan knielen, een vrouw die vergeeft.
 In al deze gaven kwam ik u tegemoet.
 Wees nu de brug waardoor ik anderen ontmoet.
Hoe vind je dit bericht? 102 stemmen
Geschreven door lelie om 15:17 Reageer op dit bericht

Afkomst;

Ik heb al zolang geschreven,
 alsof het licht buiten mij was
en ik half in het donker zat
maar voor me uit te praten,
 terwijl ik veel langer al weet
( en dat ik dat niet wou toegeven doet minder terzake):
ik ben van binnenin het licht,
en ben het in de kleuren waarmee
het hier op adem komt
 en het ogenblik dat ik zie
 hoe het danst en golft en straalt
 in niet meer wat of wie.
Hoe vind je dit bericht? 104 stemmen
Geschreven door lelie om 11:16 Reageer op dit bericht

Feesten.

Ik lach. Het land wil feest gaan vieren. het licht hangt gouden vlaggen uit. Het leven zingt. Bloemen en dieren komen hun diepste schuilplaats uit. Het water, onder licht bedolven, keert uit de nacht en weet zich vrij, en danst met snelle, jonge golven de groene oeverrand voorbij. Daar zingen vogels onbevangen liederen in een nieuwe taal, en slaat, pril als het eerst verlangen en onverwacht, de nachtegaal. Nu gaat de hemel het land omarmen in een ontzaggelijk gebaar van stralend blauw en licht en warmte, waarin God zelf zich openbaart. Heel dit land zal nu feest gaan vieren de dag is groter dan de nacht, want rank tussen de bloemen en dieren, sta ik daar stil, rek me, en lach.
Hoe vind je dit bericht? 103 stemmen
Geschreven door lelie om 11:07 Reageer op dit bericht

Onder de appelboom.

Ik kwam thuis, het was een uur of acht en zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar, de tuinbank stond klaar onder de appelboom Ik ging zitten en ik zat te kijken hoe de buurman in zijn tuin nog aan het spitten was, de nacht kwam uit de aarde een blauwer wordend licht hing in de appelboom toen werd het langzaam weer te mooi om waar te zijn, de dingen van de dag verdwenen voor de geur van hooi, er lag weer speelgoed in het gras en verweg in het huis lachten de kinderen in het bad tot waar ik zat, tot onder de appelboom en later hoorde ik de vleugels van ganzen in de hemel hoorde ik hoe stil en leeg het aan het worden was gelukkig kwam er iemand naast mij zitten, om precies te zijn jij was het die naast mij kwam onder de appelboom, zeldzaam zacht en dichtbij voor onze leeftijd.
Hoe vind je dit bericht? 109 stemmen
Geschreven door lelie om 22:03 Reageer op dit bericht

Twee ijle vlammetjes

Soms komt de zon in ’t oosten op in vale Rossige nevels die haar glans bedekken. En als de maan omfloerst is en vol vlekken, Blijkt hij veel minder klaarheid uit te stralen. De sterren aan de hemeltrans verschralen Als wolkenflarden hen aan ’t oog onttrekken. En de olielampen die ons licht verstrekken Zijn door een zuchtje wind al neer te halen. Maar och, die stralende ogen, in wier kiemen De liefdegod de pijlen smeedt die reeds Zo lang dag in dag uit mijn hart doorpriemen, Die voelen wind noch damp, maar blijven steeds Twee ijle vlammetjes, die nooit verdwijnen En sterker dan welk licht ook blijven schijnen.
Hoe vind je dit bericht? 106 stemmen
Geschreven door lelie om 17:07 Reageer op dit bericht

Alleen met de liefde

Alleen en peinzend en met trage tred
Zoek ik mijn weg door de eenzaamste gebieden,
Terwijl ik steeds mijn ogen scherp laat spieden
Naar plaatsen waar geen mens zijn schreden zet.

Ik ken geen ander middel dat mij redt
Van ’t oog der mensen dat ik wil ontvlieden.
Want dat een laaiend vuur mijn bloed doet zieden,
 Merkt ieder die maar éven op mij let.
 
Ik denk dat berg en bos, rivier en veld
En zij alleen, al zien in welke mate
Het knagen van de eenzaamheid mij kwelt.

Maar toch vind ik geen plaatsen zó verlaten
Dat liefde mij erheen niet vergezelt
Om steeds met mij – en ik met haar – te praten.
Hoe vind je dit bericht? 107 stemmen
Geschreven door lelie om 17:00 Reageer op dit bericht

Meer van Dagboek

↑ Terug naar de berichten