Maandag 11 juli 2005
Wit blad.
Dit witte blad is een uitgestoken hand die
tergend langzaam wegvloeit in de nevel
als je haar grijpen wil.
Het is de lokroep van de wentelende zee
bij valavond met ruisend zilveren golven
die het strand van je hart strelen
en telkens terugrollen naar een vreemde,
onbereikhare horizon.
Dit blad is een wuivende boom in de wind;
hij zingt een zorgeloos lied
en doet je vingers verstijven als je mee wil zingen.
Soms breekt de zon toch
door de takken in juichende stralen...
dan heb je alleen maar heimwee,
omdat je eigen zang
zo oneindig vals klinkt en ontoereikend.
Altijd opnieuw wil je dit blad bevruchten
met je rusteloze levensadem
en je weet dat je het niet kunt.
Want deze onbeholpen woorden
zijn slechts de verre echo van wat je écht hoort.
Toch laat het je nooit los...
en je wordt de hopeloze minaar
van steeds glimlachende ogen
die in je ziel kijken.
Is dit het mysterie van wat je doet leven?
Dit nooit aflatend verlangen naar een hemel
binnen het bereik van je handen?
Je beseft immers dat je nooit
gelukkig zult zijn wanneer dit blad
je geen vragen meer stelt.
Dit witte blad is een oproep
waarin je luistert naar je eigen pijn,
maar met een glimlach van hoop,
die je doet schrijven en
waarvoor je nooit de woorden zult vinden.
Het is een zang van vreugde
om wat je ziet door je tranen heen.
tergend langzaam wegvloeit in de nevel
als je haar grijpen wil.
Het is de lokroep van de wentelende zee
bij valavond met ruisend zilveren golven
die het strand van je hart strelen
en telkens terugrollen naar een vreemde,
onbereikhare horizon.
Dit blad is een wuivende boom in de wind;
hij zingt een zorgeloos lied
en doet je vingers verstijven als je mee wil zingen.
Soms breekt de zon toch
door de takken in juichende stralen...
dan heb je alleen maar heimwee,
omdat je eigen zang
zo oneindig vals klinkt en ontoereikend.
Altijd opnieuw wil je dit blad bevruchten
met je rusteloze levensadem
en je weet dat je het niet kunt.
Want deze onbeholpen woorden
zijn slechts de verre echo van wat je écht hoort.
Toch laat het je nooit los...
en je wordt de hopeloze minaar
van steeds glimlachende ogen
die in je ziel kijken.
Is dit het mysterie van wat je doet leven?
Dit nooit aflatend verlangen naar een hemel
binnen het bereik van je handen?
Je beseft immers dat je nooit
gelukkig zult zijn wanneer dit blad
je geen vragen meer stelt.
Dit witte blad is een oproep
waarin je luistert naar je eigen pijn,
maar met een glimlach van hoop,
die je doet schrijven en
waarvoor je nooit de woorden zult vinden.
Het is een zang van vreugde
om wat je ziet door je tranen heen.
Geschreven door lelie om 15:35
Reageer op dit bericht

