Schoolreis op zijn 1952...............


Het was de gewoonte van ieder jaar.
in de zomer op schoolreis te gaan.
Niet naar de sneeuw of verre landen.
Geen cultuur of andere banden.
Neen, wij gingen netjes in het gelid.
ieder op zijn plaatsje zo was beslist.
Te voet en soms biddend naar de grot.
Van Timkesberg daar hielden we stop.
Heel mooi gelegen in het diepste punt.
vele banken die je nu niet meer vind.
Daar rammelden wij allen te samen.
waren heel blij bij het laatste amen.
Dan kwam voor ons de grote pret.
Zie me hier vlug glijden... opgelet!
Van boven naar onder altijd weer.
Wees zeker \'t plezier telkens weer.
Van dat spelen kreeg ik heel warm .
Hing mijn jasje aan een boom z\'n arm.
Dan....klonk het fluitje ,riep ons terug.
Wij moesten dan heel vlug naar de juf.
Ik stond in de rij en merkte algauw.
Werd overal rillig van de plotse kou.
Mijn mooie jasje ,o jeekes vergeten.
Ik kon gaan zoeken in die bergketen.
7 Jaar oud ik weet het nog heel goed.
Ik maar op zoek en toen zelf zoek.
Hoorde de kinderstemmen in de verte.
werd heel bang... voelde me verlaten.
Tranen met tuiten liepen over mijn wangen.
En mijn gele jasje zag ik nergens hangen.
Wat moest ik doen voelde me heel erg klein.
Had het gevoel ,alleen op de wereld te zijn.
Drie lieve mensen kwam ik toen tegen.
wat doe jij hier ,lieve schat ,zo in je eentje.
Na mijn snikkend verhaal zochten zij met mij.
Maar mijn pas verworven jas ,dat bleef kwijt.
Na een hele poos ,zeiden ze \'t heeft geen zin.
Kom jij met ons maar die chicke auto in.
Ik voelde me toen een princes eerste klas.
Blij dat ik op weg naar de school toe was.
Het eind van \'t verhaal vond ik niet fijn.
Juf was boos \'je had ontvoerd kunnen zijn\'.
Dus mocht ik braafjes veel lijntjes schrijven.
Daardoor kon ik een ganse dag binnen blijven.
Zelfs vandaag voelt dat nog als onrecht aan.
Had die jufrouw niet met me mee moeten gaan.
Je laat in een bos, toch geen kind van zeven.
Achter waar ze angstig zit te beven











































