Naar de inhoud

Het leven zoals het is

Doen wat we zeggen, zeggen wat we doen
akke.beakke.be

Archief

Champagne

Jaarlijks hebben wij de gewoonte om met Opa en Oma een trip te doen: kwestie van hen nog een vakantietje te bezorgen. Zij waren gewoon veel te reizen, de jaren maakten hun mobiliteit beperkter. Na Nederland, Duitsland en Luxemburg viel de keuze dit jaar op Frankrijk. Wij zoeken een bestemming van 300 km afstand van onze streek, met een passer kom je dan in Reims en de Champagne-streek. Wij huren een gite bij Sylvie en Eric in Cramant,een dorp waar iedereen ongeveer zijn brood verdient met Champagne maken. Eric deed een poging om burgemeester te worden,Sylvie bouwde een gite uit. Met kunst en smaak.
Een plaatselijke Champagneboer ontvangt ons om een didactisch verantwoorde uitleg  over hoe en wat van Champagne maken. Bruno Ojance is een belangrijke figuur in Cramant: hij kondigt aan wanneer de druiven mogen geplukt worden aan de andere boeren: meteen de werkregeling voor iedereen in het dorp. Hij praat gedurende twee uur met passie over alle aspecten van de champagne: hoe een opstand van de champagnewerkers in  1911 ervoor zorgde dat er alleen nog met druiven uit de streek van Reims Champagne mag gemaakt worden en niet langer met druiven uit andere streken in Frankrijk, dat het glas zorgt voor de bubbles, dat champagne vier jaar oud is wanneer deze verkocht wordt,dat je champagne best drinkt op 8 graden en koelt in een ijsemmer met ijsblokjes en dat je dus beter diepvries en frigo achterwege laat... tot we zijn champagne proeven.
 Reims, de voormalige hoofdstad van het Frankenrijk en de kathedraal krijgen een bezoekje. De stad waar Clovis zich bekeerde en meteen een goddelijke statuut kreeg wordt gedomineerd door de kathedraal. Buiten de gedrochten aan de ingang en de glasramen van Chagall achteraan, eerder een toeristtrap van formaat. 
De grote Champagnemerken slaan zich blijkbaar prima door de crisis, voor de kleine boeren daalt de verkoop en moeten ze noodgedwongen hun overige hectaren aan de grote bekende merken verkopen. Misschien moet iedereen zich minder door het prestige,maar iets meer door de kwaliteit en de echtheid van de kleine champagneboer laten inspireren.
Geschreven door Lieven om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Zonder vaderfiguur

Jamal had TBC, hij overleed op 36-jarige leeftijd in het UNWRA ziekenhuis Hassan Taher van Nablus.De toestanden in het ziekenhuis waren schrijnend: overvolle kamers,lange wachttijden voor de patienten,overwerkte dokters, weinig medicijnen. Maar de behandeling en de opname waren gratis.De doodsoorzaak van Atef's vader was een gebrek aan antibiotica en vaccins. Maar ook de armoede en de slechte levensomstandigheden waarbij TBC als een schim steeds aanwezig is.Tuberculose was een zeer besmettelijke ziekte en betekende dikwijls de dood. Een beetje zoals Aids vandaag.¨Patienten werden dan ook geisoleerd en konden geen bezoek ontvangen. In het geheugen van Atef blijft het niet kunnen bezoeken van zijn stervende vader met een fles melk onuitwisbaar.
Jamal had zijn ziekte-latente TBC- voor zijn vrouw Subhyah verborgen gehouden tot na zijn huwelijk Nu bleef zij alleen met zes kinderen: Ahed ( 10 jaar) Khadiga (9 jaar) Adnan ( 8 jaar) Atef (7 jaar) Jamu ( 4 jaar) en Imad ( 3 jaar). Adnan werd geadopteerd door de broer van Jamal die naar Ramallah gevlucht was bij de Nakbah. Hij bleef bij hen voor altijd, zelfs toen hij in de jaren zestig emigreerde naar Koeweit. Deze broer had in de administratie van de Britten gewerkt en verdiende goed als boekhouder in Ramallah, zijn vrouw zette een textielhandel op en verdiende extra door te weven en kleren te maken. 
Financieel had Subhiyah het niet breed, zij weigerde opnieuw te huwen. Zo werd het gezin afhankelijk van de steun die de familie aan hen gaf, een kleine opbrengst uit het verhuren van de beenhouwerij en het amandelpellen thuis. Atef  kluste tijdens de vakantie bij op de groetenmarkt. Samen met de hulp die zij als geregistreerde vluchtelingen van de Unrwa ontvingen kwamen zij rond.
De moeder van Atef keek streng toe dat zij hun school niet verwaarloosden, want het was volgens haar de enige manier om aan de armoede te ontsnappen.  
      
Geschreven door Lieven om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Palestijns Paspoort

De grootvader van Atef kreeg van de toenmalige Britse kolonisten van Palestina in 1947 een paspoort waarop stond dat hij een Palestijnse burger was.Het paspoort is opgesteld in Arabisch,Frans en Engels.
Dit omdat het paspoort aan Palestijnen een bescherming bood in het buitenland en zijn hun rechten konden opeisen voor Franse en Britse rechtbanken.Er staat op het paspoort alleen één foto, terwijl ook de vrouw en het kind ( de vader van Atef) op het paspoort nominaal vermeld staan. Maar Arabische vrouwen lieten zich niet graag fotograferen.
Dit paspoort verbergt alle moeilijkheden die de Britten ondervonden tijdens de bezetting van Palestina.Het geheim Balfoort akkoord had immers aan de Joden een land belooft en de Joodse inwijkelingen begonnen zo langzamerhand toe te stromen. De Britten hadden in 1925 één Palestijns burgerschap in hun plannen. De Joodse inwijkelingen wilden van meet af aan een specifiek Joods burgerschap en een minderwaardige status voor de Palestijnse inwoners.De Arabische Palestijnen wilden een nationaliteitspaspoort, zoals zij bij het Ottomaanse rijk hadden en vonden de term burger nieuwlichterij die het Britse kolonialisme alleen maar rechtvaardigde.
Want een paspoort betekende voor iedere bevolkingsgroep de waarborg van een aantal rechten zoals kiesrecht, zelfbestuur, erkende landsgrenzen en politieke verkozenen. 
Toen de Britten halsoverkop Palestina verlieten bleef alleen de Israelische staat over en verdween het Palestijnse burgerschap in de vergeetput.Het recht van de sterkste. Zelfs in de Oslo-akkoorden kon Palestina geen paspoort aan zijn burgers geven...  Het enige waarover de Palestijnse inwoners beschikken is een "laisser-passer",een reisdocument waarmee ze op reis kunnen gaan. Israel weigert de Palestijnse staat te erkennen, zij heeft alleen de Palestijnse autoriteit erkend.  
Bijlagen
Geschreven door Lieven om 16:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Nablus: zwarte sneeuw

Atef werd op dinsdag 3 januari 1950 geboren in het al-ittihad ziekenhuis in Nablus. Het was koud, bitter koud en er lag zelfs sneeuw. Zijn bleke huid en zijn blonde haar beklemtoonden de barre weersomstandigheden. Toch slachtte vader Jamal een schaap: het was de derde zoon van de vier kinderen. Atef zelf weende,net als alle pasgeborenen. Officieel was Atef nu een onderdaan van het Jordaanse koninkrijk. Hij had een Jordaans paspoort. Hij zou gans zijn leven in Nablous blijven.
Op vijfjarige leeftijd moest Atef naar de kindergarten, gelegen in de nabije Abdul-Hadi herenwoning.Op het eerste en tweede verdiep was een kindergarten en een lagere school ingericht. De kindergarten was privaat onderwijs ingericht door deze steenrijke invloedrijke familie.Toch moest er voor de kindergarten 3 dinar betaald worden. Wanneer Subhiyah eens te meer zonder geld zat,betaalde ze gewoon niet. De ouders van Atef wilden zich niet als vluchteling registreren; Zij weigerden hun kinderen het UNWRA-onderwijs te laten volgen. Daar zaten alleen vluchtelingen uit de kampen.In sommige scholen moesten toen,door een gebrek aan schoolgebouwen in twee shiften les gevolgd worden.
Atef weende, hij vond de kindergarten maar niks tot hij er nieuwe vriendjes gevonden had. Maar moeder Subhiyah trok er zich weinig van aan: ze nam Atef vastberaden bij de hand en zette hem af bij de andere vijftig kleuters.
Bij de bezetting van Nablous tijdens de tweede intifada door het Israelische leger vernielden de Israeli's het prachtige palace met een welgemikte tankgranaat. Dit deden ze met bijna alle herenhuizen en overheidsgebouwen in Nablous. Zij beschadigden de gebouwen maar brandden ze niet plat tot aan de grond, net genoeg om ze onbruikbaar te maken.De familie van Abdul Hadi zou zich nadien jaren inzetten om deze archeologische ramp te herstellen.
Geschreven door Lieven om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De schapenslachter

Het schaap staat reeds eeuwenlang voor reinheid,onschuld maar ook voor volgzaamheid. In de drie boekgodsdiensten is het offeren van een schaap of lam een belangrijk gebeuren. Toen God aan Abraham vroeg om zijn zoon te offeren,nam hij genoegen met een schaap. Het jaarlijkse offerfeest blijft tot op vandaag een belangrijk feest in de Islam. Het slachten van een schaap volgens de voorschriften is een dure zaak. Eveneens wordt het schaap in drie delen verdeeld: een deel voor de familie,een deel voor de buren en een deel voor de armen.Bij de geboorte van een kind wordt eveneens een schaap geslacht en gegeten. Voor het volbrengen van de offers in de Islamitische rite wordt een ram geslacht. Daarom is het meestal een lam, eenmaal een schaap geslachtsrijp is en gedekt heeft, ontstaat het risico dat het lamsvlees stinkt omdat het sap van de teelballen in het vlees gedrongen is. 
De rol van de schapenbeenhouwer bij het slachten is belangrijk: voor het slachten moet het schaap 24 uur vasten om de kans op het springen van de gal te verkleinen, een ervaren en deskundige slachter zorgt niet alleen dat het vlees goed en juist versneden wordt, een scherp mes maakt dat het dier minimaal lijdt nadat het met een harde klap buiten bewustzijn gemept werd.Indien een schaap te ruw behandeld wordt ontstaan er blauwe plekken. Na het doden van het schaap en het bloeden wordt het schaap ontveld. Om een mooie schapenvacht te bekomen moet dit schapenvel intact zijn en met zout bestrooid worden om het goed te kunnen looien.Het schaap moet minimum een dag rijpen om het vlees eetbaar te maken, dit is ook afhankelijk van de ouderdom van het schaap.Daarna kan het schaap versneden en uitgebeend worden. Wat er met het orgaanvlees gebeurt is meestal cultureel bepaald: sommigen eten hersenen, maag,hart,longen en nieren, voor anderen is het nauwelijks goed voor dierenvoedsel.Bij zeer kieskeurige eters hou je amper de helft over van het oorspronkelijke schaap.
       
Geschreven door Lieven om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Manchester: the hidden museum

Zoe is de naam van onze tien dagen jonge kleindochter, een wolk van een baby van Sevie en Bram.Wij zijn op bezoek in Manchester en kozen voor een airb&nb-logement: vriendelijk voor de portemonnee, bij de plaatselijke bevolking, familiaal, kortom zoals we zelf graag reizen. De realiteit bleek anders:geen voorbeeld van orde en netheid,een ietwat mensenschuwe en onzekere gastvrouw,een karig ontbijt en de beloofde fietsen waren er maar het paste niet om ze te gebruiken. 
Maar dit kon de pret niet bederven: Zoe; Alain Curtis en Massive Attack met een multimedia show in een afgedankt treindepot, de tentoonstelling do-it in de Manchester Art gallery, lekker eten op restaurant.
Een dagje Liverpool,stad aan Zee die we enkel kenden van de Beatles maar verraste door de vele musea en de gerestaureerde dokken aan de haven. De harde drooglegging door Thatcher lijkt voorbij. Nu wordt veel geld geinvesteerd in de media en spectakel wereld. Op de sociale woningen staan inderdaad nog de afgedankte TV-antennes van bij ons, fel afstekend tegen de betere herenhuizen. Zoals bij oàns zijn de scheepsbouw en de scheepsherstelling naar het verre India of Pakistan verdwenen. Nu moeten laaggeschoolden zich met een of twee hamburgerjobs tevreden stellen om een inkomen te hebben. Toch floreert de restauratie,met duidelijke besparingen op personeel.
De geboorte van een prins laat de mensen koud,het is duidelijk een societygebeuren,waar kranten spectakel over maken. The show must go on.
Geschreven door Lieven om 16:31 Reageer op dit bericht Stuur door

De vlucht naar Nablus

Jamal en Subhiyah Saad, de ouders van Atef, woonden na hun officiële huwelijk in een herenhuis met zicht op de zee in de luxueuze wijk van Jaffa: Ajami. Ajami was eeuwen geleden gesticht door Maronitische christenen en had zijn multi-cultureel en tolerant karakter bewaard. Jamal’s vader was schapenverkoper. Hij verkocht en kocht schapen in de ganse regio, tot in Syrie en Libanon. De familie werd er rijk door.
Jamal, enige zoon, werd beenhouwer: iemand moest de schapen slachten en er voor zorgen dat de winst in het gezin bleef. Meteen een zekerheid dat de zaken zouden verder gezet worden.
Toen de situatie in Jaffa gevaarlijk werd door de aanslagen van de Israelische milities en  in een dorp nabij Jaruzalem Deir Yasin alle 610 burgers door de Irgun uitgemoord werden, vertrokken Jamal en de hoogzwangere Subhiya naar het ouderlijk huis in Nablus. Zoals iedereen dachten ze dat de incidenten na een tweetal weken voorbij zouden zijn en dat de Arabische liga en troepen uit Egypte, Jordanië en Libanon op korte termijn de vrede zouden terug brengen. Alle meubels huisgerief en zelfs hun geld lieten ze in Jaffa. De voorbije dagen waren zo veel mensen hun geld in de bank gaan opvragen,dat er in de banken geen geld meer voorradig was. Veel families uit hun buurt vertrokken per boot naar Libanon of Egypte omdat de normale spoorweglijnen onderbroken waren. De familie Saad vertrok naar de familie in Nablous. De meeste vluchtelingen in Nablous kwamen terecht in een vluchtelingenkamp van de UNWRA- de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties . 
De fiere familie Saad weigerde aanvankelijk het statuut van vluchteling. Zij wisten niet hoe snel hun reserves zouden opdrogen. De vreugde om de geboorte van Ahed was van korte duur: het nijpend geldgebrek, het te kleine ouderlijke huis, het gebrek aan geld waren dagelijkse zorgen. Toen niet minder dan zes families samenhokten in het huis in Nablous,verhuisde Jamal naar de armoedige Yasmena-buurt in de souk van Nablous. Jamal vond uiteindelijk opnieuw werk als beenhouwer in samenwerking met een andere beenhouwer van Nablous: maar veel geld verdiende hij er niet mee. Jaren later zou Subhiyah het huis in Jaffa samen met een neef nogmaals bezoeken. Toen ze aanbelden deed een vrouw verwonderd op. Subhiyah stelde zich voor en vroeg beschaamd om het huis nog een maal te kunnen zien. De Roemeense vrouw vertelde dat ze het huis huurden van de regering. Na een blik op de tuin geworpen te hebben vertrokken ze snel Subhyah verwenste iedereen: zichzelf , haar grootvader,de Palestijnse politici en natuurlijk Haj Amin Al-Hu, de toenmalige Mufti van Jeruzalem die alleen haat en vernieling gepredikt had. Zij nam afscheid van de zee: “ Ah geliefde zee, vorige keer hebben we geen afscheid kunnen nemen… ween niet langer om je geliefde Palestijnen”. Wij zijn gevlucht, jij bleef.
Geschreven door Lieven om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Jaffa 1947

Bloedsinaasappelen zonder pit. De westerse beeldvorming over luie Palestijnen en de joodse kolonisten die de dorre woestijn vruchtbaar maakten. De realiteit en de geschiedenis zoals altijd herschreven door de overwinnaars en de veroveraars. Vol van leugens en halve waarheden. De Nakbah is er zo een. 
Jaffa was de belangrijkste Arabische stad van Palestina, naast Jeruzalem. De stad, de bruid van de Zee, met de meeste kranten, veel scholen en een bloeiende citrusindustrie. Een haven, waaruit de sinaasappelen geëxporteerd werden naar Europa. Taxis vertrokken naar Beirut en Damascus,treins verbonden Jaffa met Jeruzalem en Haifa. Maar Jaffa trok door zijn handel en rijkdom ook veel immigranten aan: niet alleen uit andere Arabische landen, maar ook de Zionistische joden, op zoek naar het “beloofde” land. De buitenwijken van Jaffa, zoals Tel Aviv groeiden uit tot hechte joodse gemeenschappen. Met eigen ondergrondse verdedigingsmilities zoals Haganah zouden ze een belangrijke rol spelen in het verdrijven van de Palestijnen uit Jaffa. Het hart van het Zionisme klopte hier: "alleen zonder andere godsdiensten kunnen we onze eigen staat uitbouwen, een staat gebaseerd op uitsluiting. "
Toen de VN op 29 november 1947 een plan voor de verdeling van Palestina tussen Israeli’s en Palestijnen voorlegden, voelden de Palestijnen zich verongelijkt. Jaffa werd een kleine Palestijnse enclave,omringd door Israeli's grondgebied.Jeruzalem zou onder Internationale bevoegdheid blijven.Op 30 november begonnen de eerste onlusten in Jaffa. Snipers vuurden vanop de daken op iedereen die bewoog, de eerste bomaanslagen op de markt maakten iedere handel onveilig, privémilities vernielden wijken en straten. 
De Haganah was beter georganiseerd en talrijker dan de verspreidde Palestijnse groupuscules. De joodse Irgun bedacht een nieuwe tactiek om de Palestijnse verdedigers te misleiden: ze boorden gaten en kwamen via de huizen binnenin  de Palestijnse verdedigingsgordel. 
De slag om Jaffa was gewonnen voor hij goed begonnen was, de voorbode van wat met de rest van Palestina te gebeuren stond. Na een bomaanslag met 47 doden was de Internationale publieke opinie gealarmeerd en kwamen de Britse troepen op het terrein om nog meer bloedvergieten te voorkomen. Ondertussen was Jaffa een spookstad, de 50.000 Palestijnen waren gevlucht.Vooral de rijke middenklasse vertrok naar hun vakantiehuizen in Beirout en Kairo. Zij dachten na een paar weken terug te komen,maar zij vergisten zich.Zij zouden hun ganse leven in vluchtelingenkampen blijven verspreid over het Midden-Oosten,verspreid over de wereld. Met een huissleutel als ijdele hoop ooit het recht op terugkeer te kunnen hard maken.
Geschreven door Lieven om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Over kuise Suzanna

Suzanna stond krampachtig te kijken naar de overkant van de Leie. In de Wikings, een oud sportterrein waren enkele nieuwe barakken gebouwd om de verdachten van de collaboratie voorlopig  onder te brengen, tot een speciale rechtbank zou oordelen over schuld en onschuld. Suzanna had lang getwijfeld of ze wel zou komen, maar de vlinders in haar buik waren sterker dan haar redelijke overwegingen. Marcel was in de na-oorlogse verwarring en het tumult snel opgepakt. Het feit dat de terugtrekkende Duitsers een paar Waregemnaars neerschoten, die iets te vroeg de Belgische vlag hadden gehesen, gaf de witte brigade volmacht om iedereen die verdacht was van collaboratie aan te houden. Ook onschuldigen. Of sympathisanten van de Duitse bezetters of de Vlaamse zaak. In de verte zag  Suzanna een jonge man verlangend naar de overkant dromen. Was het Marcel of een andere man? Ze greep haar witte zakdoek en wuifde heen en weer, de man wuifde terug, alle mannen wuifden terug. Een hilarische situatie. Een beetje ontgoocheld keerde Suzanna op haar stappen terug, dit was geen leuke ervaring.

 

Aan tafel bij pastoor Tanghe

De wijn was voortreffelijk. Kalfslapjes, bloemkool en aardappelen. De meid van pastoor Tanghe was een voortreffelijke kokkin. Niks speciaals, geen haute cuisine, maar echte boerenkost. Tony Herbert sprak tussen de verschillende eetbedrijven tot de pastoor:” Meneer pastoor, het wordt stilaan tijd om de komende verkiezingen eens aan te kaarten in uw zondagspreek. De gemeenteraadsverkiezingen hebben de Christelijke werkervereniging aan de macht gebracht. Dank zij onze steun, de Christelijke werkgevers werd Majeur burgemeester van Kortrijk. Maar ook de goddeloze socialisten deden het goed en behaalden zes zetels. We moeten de parochianen waarschuwen voor die atheïsten. We mogen de weg van Menen niet op gaan waar de socialisten met Debunne baas zijn. Voor het te laat is, moeten we alles in het werk stellen om de katholieken de verkiezingen te laten winnen. Als het nodig is moeten we zelfs als één katholiek blok,arbeiders,boeren,middenstanders en patroons  samen in een partij opkomen bij de verkiezingen.”

Marcel Vandekerkhove ziet het op dezelfde manier: “ Eerwaarde, U kent toch ongetwijfeld ook de moeilijke situatie waarin we nog steeds verkeren. We staan aan de vooravond van belangrijke gebeurtenissen. Het is nog steeds crisis en internationaal nemen de spanningen alsmaar toe. Ook in Kortrijk organiseren de Vlaamsnationalisten zich. Een deel van onze beminde parochianen bezwijkt voor de lokroep van de flaminganten. Zij keren zich af van ons geloof ”

Pastoor Tanghe kijkt peinzend en stuurs voor zich uit. Hij ontvangt niet zo graag richtlijnen voor de zondaagse preek. Maar hij bedenkt dat hij misschien handig van de situatie kan profiteren en laat nog een flesje wijn opentrekken. Veel praten zal niet helpen, zegt hij. We moeten iets doen om het vertrouwen terug te winnen. Moesten we nu een fonds voor de arme, meest begaafde kinderen oprichten zodat ze verder kunnen studeren? Met jullie hulp en financiering. Het bestaande fonds van de stad is een druppel op de hete plaat en ondersteunt de studerende kinderen slechts met een kleine som,zelfs niet genoeg om de studieboeken te betalen. Herbert en Vandekerkchove zien het zitten. Aan wie had meneer pastoor gedacht ?

Pastoor Tanghe had aan zuster Geraldine de resultaten van de meisjes uit het 8°studiejaar opgevraagd. Op de eerste plaats stond Suzanna met 98%, een meisje uit het arbeiderskwartier. In het voorbereidend jaar van de normaalschool van Tielt was er nog plaats. De tafel werd afgediend, dikke sigarenwolken vulden de pastorij. In de verte weerklonken de eerste mortierschoten. De tweede wereldoorlog was op komst.

 

De normaalschool

Vol hoop en verwachting stond Suzanna voor de grote poort van de normaalschool te Tielt. Hier kwam haar kans om uit de armmoedige wereld van thuis te ontsnappen. De wereld zal vol vuur en vlam,spannend te wachten op nieuwe en betere tijden. De poort van de normaalschool sloot en de inwonenden hoorden niks van het verre oorlogsgedruis. Woekerhandel en gesjacher met boter over en weer de grens hielpen de Kortrijkzanen overleven. In de normaalschool brachten boerenmeisjes-studenten de voeding in manden van thuis mee. Het leek of het geen oorlog was. Suzanna bracht om de drie maand de schoolrekening en haar resultaten bij pastoor Tanghe. Hij lachte tevreden, Suzanna zou het ongetwijfeld tot moeder overste in een klooster schoppen en haar hart aan de Heer schenken. Zijn investering en de investering van de rijke kortrijkzanen was een goede zet: die onderwijzeres zou het schooltje van de parochie gratis en kosteloos groot maken. Suzanna was begaafd, enthousiast en een beetje naïef-idealistisch. Allemaal eigenschappen waarmee je een mooie loopbaan in het onderwijs kan maken. Suzanna was zo ijverig dat ze tijdens de vakantie leergangen volgde om een tweede diploma lichamelijke opvoeding te behalen. In de gouden kooi van de normaalschool was de oorlog ver weg. Een hartsvriendin Clara zorgde voor de eerste contacten met de georganiseerde kajotstersbeweging. Het was een uitvlucht om niet regelrecht naar een nonnenbestaan gevoerd te worden. De twijfel om de bruid van de heer te worden was meteen gezaaid: Cardijn inspireerde de arbeidersjeugd tot inzet voor de aarde, niet voor de hemel. En dat was geen zonde….

 Waregem

Suzanna was 21 en pas afgestudeerde onderwijzeres. Haar opdracht bij de zusters Toeloose nam haar volledig in beslag. Het was haar eerste job, ze wou het dus super goed doen. De zusters Toeloose hadden vanuit een klein borduurwinkeltje de eerste technische school voor meisjes opgericht. De borduurschool groeide uit tot een naaischool met de hulp van deken en bisschop. Suzanna moest bij juffrouw Toeloose slapen, zij had hartstoornissen en was bang eenzaam te sterven. De weekdagen waren gevuld met godsdienstrituelen van de ochtendmis tot het avondgebed. Suzanna zat in een semiklooster, een poging om haar alsnog binnen te rijven als non en religieuze. Zo was er ook begeleiding voorzien door een geestelijke. De paters Oblaten in Waregem vervulden de functie van geestelijke begeleider. Jarenlang zou Suzanna bijna eenmaal per maand in een persoonlijk gesprek haar vragen, haar twijfels voorleggen aan een pater Oblaat. Deze begeleider nam haar figuurlijk bij de hand en loste alle mysterieuze en gevoelsproblemen op.

Gevoelens,  zoals elk jong meisje bruiste het van binnen bij Suzanna. Op zondagnamiddag speelde een accordeon in een verlaten garage. Een paar meisjes dansen het einde van de oorlog in,.in de armen van pretmakende jongeren, die aan de mobilisatie hadden kunnen  ontsnappen. Daar leerde Suzanna Marcel kennen op een mooie zondagnamiddag in de weinige vrije tijd waarover ze beschikte. Dansen was Suzanna haar regel niet, wel urenlang praten over de ernstige dingen in het leven. Marcel zag het zitten, een onderwijzeres was goed voor de opvoeding van de kinderen. Alleen, hij had een klein beetje zijn voorbije Vlaams idealisme tegen. Nog voor het echt aan was met Suzanna werd hij opgepakt. Voor en tijdens de oorlog had hij in zijn jeugdige overmoed gedweept met de Vlaamse zaak, met de Vlaamse idealen. Een paar cafédiscussies aan de toog, geen echt engagement. Maar genoeg voor de Waregemse witte brigade om hem manu militari naar de Wikings te brengen.

 

 

Toen viel een bom

Bij de bevrijding van Kortrijk bombardeerden de geallieerden nogal fors, waarbij er heel wat bommen op verkeerde plaatsen en burgerdoelwitten terechtkwamen. Een Kortrijkse school in de Recolettenstraat werd getroffen en acht zusters verloren het leven en belandden regelrecht in de hemel. Bij gebrek aan onderwijzend personeel werd Suzanna een plaats aangeboden door pastoor Tanghe. Voor Suzanna het einde van een Waregemse periode en de terugkeer naar het ouderlijk huis. De afspraken met Marcel werden vervangen door Kajotsteractiviteiten op zaterdag en zondag. Via een toekomstige kloosterzuster werd ze gekoppeld aan haar nieuwe man. Een huwelijk dat niet meteen de vurige liefde bracht waar ze naar smachtte.

Maar Marcel is niet vergeten. Op 88-jarige leeftijd droomt Suzanna nog steeds van Marcel. Zij discussieert met hem in haar hart: “ Ja Marcel. Je koos er voor om verder in de politiek te gaan. Welwaar in de CVP en als burgemeester van Ruislede. Nee, je had niet de moed om mij een tweede keer ten huwelijk te vragen. Je hebt me al die jaren niet opgezocht. Toch werd het warm in mijn hart als ik aan je dacht. Spijtig, ik had je moeten zoenen, je in mijn armen moeten nemen. Dan had ik een ander leven gehad, met minder zorgen en wellicht met meer liefde…”

 

Geschreven door Lieven om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Onderwijstoekomst

De Vlaamse regering had zich tot doel gesteld om het onderwijs grondig te hervormen in zijn regeerperiode. Niet slecht: onderwijs moet nu en dan eens veranderd worden,want doelstellingen, eindtermen en al wat ze ondertussen hebben uitgevonden moet nu en dan eens getoetst worden aan wat er in de werkelijke schoolrealiteit gebeurd. Voila, dat is wat we de laatste dagen op onze nieuwssites geserveerd kregen. Een beetje in tegenstelling tot het protest tegen de Gas-boetes,op facebook.
De discussie over een nieuwe onderwijsmatrix werd plots een discussie tussen conservatieven en progressieven of een discussie tussen private (lees elitaire) en gemeenschapsscholen (lees gemeenschapsonderwijs) waarbij het woord kwaliteit plots niet meer sloeg op het onderwijs, maar op de leerlingen en hun resultaten. De journalisten droomden meteen over een nieuwe schoolstrijd, waarbij de sossen definitief van het politieke landschap zouden verdwijnen bij de volgende verkiezingen. Zonder na te denken over wat de verschillende experten;universitaire studies incluis, de laatste jaren over het onderwijs gepubliceerd hadden. Notabene op vraag van alle betrokkenen: overheid,politieke partijen,vakbonden, onderwijskoepels.Hoe kun je zo blind zijn ? 
Onderwijs moet onze kinderen een toekomst geven waar ze klaar zijn voor een job, maar ook gelukkig zijn.Daarbij is het ontstellend te zien hoe snel onze politici het eens waren over de GAS-boetes en hoe onnozel zij discussieerden over de hervorming van het secundair onderwijs. Het resultaat is een compromis waarbij iedereen zijn gezicht probeert te redden.Jammer voor de jongeren: het vrij onderwijs weigerde vroeger om het ASO in te voeren, het gemeenschapsonderwijs was verplicht het ASO, het TSO en het BSO in te voeren. Blijkbaar is het compromis nu opnieuw hetzelfde: het gemeenschapsonderwijs moet zich aanpassen, het katholiek onderwijs blijft elitair en doet zijn zin, met overheidssubsidies ! 
Geschreven door Lieven om 20:31 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Het leven zoals het is

↑ Terug naar de berichten