Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Uit de profeet Jesaja

Uit de profeet Jesaja
30, 19-21 + 23-26

Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want de Heer zal zich over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort. De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je leermeester zien, met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: ‘Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.’
Dan zal Hij regen geven voor het zaad waarmee je het land hebt ingezaaid. Alles wat het land voortbrengt zal mals en voedzaam zijn. Op die dag zullen je kudden op uitgestrekte weidegronden grazen. De runderen en ezels die het land bewerken, krijgen voer dat verrijkt is met zuring, nadat het met vork en zeef is gewand. Op de dag van het bloedbad, wanneer de torens vallen, zullen er beken en waterstromen neervloeien van iedere hoge berg en van elke heuvel die zich verheft.
Dan is het licht van de maan als het licht van de zon, en het zonlicht wordt verzevenvoudigd, als het licht van zeven dagen tegelijk. Op die dag verbindt de Heer de wond van zijn volk en geneest Hij de striemen die het zijn toegebracht

Het is een troost voor de mens, dat hij nooit vergeefs aanklopt bij de Heer. Wanneer wij ophouden verkeerde wegen te gaan en bereid zijn ons leven te beteren, dan vinden wij onmiddellijk gehoor bij Hem. Heel de gemeenschap zal er wel bij varen. Vestigingen zullen gesloopt worden, de aarde zelf zal overvloedig vruchtbaar zijn

Psalm 147, 1-6

Refr.: Gelukkig allen die de Heer verwachten.

Hoe goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen.

De bouwer van Jeruzalem, dat is de Heer,
Hij brengt de ballingen van Israël bijeen.

Hij geneest wie gebroken zijn,
en verzorgt hun diepe wonden.

Hij bepaalt het getal van de sterren,
Hij roept ze alle bij hun naam.

Groot is onze Heer en oppermachtig,
zijn inzicht is niet te meten.

De Heer richt de vernederden op,
en drukt de goddelozen neer.

Uit het evangelie volgens Matteüs
9, 35 - 10, 1 + 5-8

Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.
Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’
Daarop riep Hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: 'Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!'

De God van het Oude Testament is genadig voor allen die tot Hem roepen. Jezus is ook door medelijden bewogen bij het zien van de menigte, want 'ze zagen er uitgeput en hulpeloos uit, als schapen zonder herder'. Daarom zal Hij zijn leerlingen zenden als arbeiders om te oogsten en om het Koninkrijk te verkondigen.

Vandaag lezen we: 'Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.'

Laten we eens kijken naar de mensenmenigte van vandaag; wereldwijd, maar ook in onze straat, en misschien wel in eigen huis.
Velen zijn uitgeput, hulpeloos, als schapen zonder herder. Misschien ook wel wijzelf.

Als we het evangelie ernstig willen nemen (en dat willen we toch...) worden wij, net zoals de leerlingen, uitgezonden om naar deze mensen toe te gaan. Het is geen makkelijke opdracht. En wanneer je er aan begint... het zal geen einde kennen.
Want jammer genoeg is onze samenleving van vandaag getekend door vele mensen die innerlijk en/of letterlijk op de dool zijn. Niet alleen jongeren, maar ook volwassenen en mensen op hoge leeftijd (breng maar eens een bezoekje aan menig rusthuis).
Velen ontsporen, lopen verloren, kunnen de leegheid niet aan, hebben last van verveling, zijn depressief,... en ieder trachten dit te overleven op hun manier.
Gewoonlijk is dat een zeer eenzame weg... want hoe je het ook draait of keert... voor vele zogenaamde 'sterke' mensen zijn deze mensen storend in hun leven.

Jezus voelde mede-lijden met hen... Hij koos er voor om met hen mee te lijden. Hij had hen zo lief dat Hij hun lijden in hart en ziel meedroeg. Dat is ware empathie, échte broederschap.
En dan zag Hij, achter al dat lijden, de werkelijke nood van deze mensen: ze leefden als schapen zonder herder.
Daarna stuurt Hij zijn leerlingen erop uit met de boodschap: 'Ga naar deze verloren schapen en verkondig: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!'

De zending van de leerlingen is geen andere dan de onze. Ook wij worden gezonden naar hen die uitgeput en hulpeloos zijn, naar hen die - zoals Jezus het zegt - leven als schapen zonder herder.

Wat kunnen we doen ? Wat mogen we doen ?
Wel, op de eerste plaats oog hebben voor hen die uitgeput zijn. Met andere woorden: ze 'willen' zien, ons niet afkeren van hen. Dit vraagt dikwijls al een hele ommekeer.
En dan naar hen toegaan... niet makkelijk ! Maar Jezus vraagt het wel...
We kunnen al beginnen met hen onze vriendschap aan te bieden, belangeloos. 'Om niet heb je ontvangen, om niet moet je geven', zegt Jezus ons vandaag. Niet vanuit een hogere positie, maar vanuit een diep verlangen écht broederschap met hen te vormen. Niet als een meerdere, maar als een gelijke.
Onze vriendschap voor hen mogen wij beleven vanuit de Heer die ons bewoont. Dat maakt onze vriendschap niet enkel christelijk, maar ze zal vervuld zijn met de liefde van de Heer. En dan (en da's niet onbelangrijk !) zijn we niet meer alléén bezig. De Heer is door ons heen, met ons, aan het liefhebben. En we weten hoe genadevol de liefde van de Heer was, en is; ook dus op deze momenten dat wij onze vriendschap aanbieden.

Al weldoende trok de Heer rond... lezen we elders in het evangelie. Wel, dat wilt Hij nog steeds vandaag doen, en wel met ons.

Wie vanuit Gods liefde naar de ander gaat, zal de ander niet meer zien als een soort sukkelaar, maar als een kind van God, net zoals wij dat zijn. En hoe meer we zullen vaststellen dat iemand verdwaald is (hoe dan ook) hoe sterker het vuur van liefde zal aanwakkeren in ons hart. Dat is de Geest die ons in beweging wilt zetten.

Het mooiste zou zijn dat allen die verdwaald zijn bij de Heer konden gebracht worden. Dit is echter gewoonlijk niet mogelijk vanaf de eerste moment. Dit vraagt tijd, geduld, en vooral heel veel liefde, toewijding, trouw én gebed. Maar voor wie het evangelie werkelijk wil beleven, leeft in de zekerheid en het geloof dat voor God niets onmogelijk is.

Laten we in deze advent aandacht hebben voor ons eigen hart. Hoe is het daarmee gesteld ?
Is het naar ons ego gekeerd, of naar het evangelie ?
Laten we de deuren en de ramen van ons hart wijd open zetten en de wereld inkijken. Laten we naar hen toegaan die 'uitgeput' en 'hulpeloos' zijn, onze vriendschap en Gods liefde aanbiedend

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de profeet Jesaja


Uit de profeet Jesaja
29, 17-24

Nog slechts een korte tijd, dan zal de Libanon weer een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud. Op die dag zullen doven kunnen horen hoe uit een boek wordt voorgelezen, en blinden zullen met eigen ogen zien, bevrijd van duisternis en donkerheid. Dan zullen verdrukten de Heer weer loven, zwakken juichen om de Heilige van Israël.
Want het is gedaan met de geweldenaar, voorbij met de spotter. Ieder die op onrecht zint, zal vergaan: wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen.
Daarom – dit zegt de Heer, die Abraham bevrijd heeft, over de nakomelingen van Jakob: Jakob zal niet meer te schande staan, zijn gezicht niet meer van schaamte verbleken. Want wanneer zijn kinderen zien wat Ik in hun midden heb verricht, zullen zij eerbied hebben voor mijn naam, de heiligheid erkennen van de Heilige van Jakob en de God van Israël vrezen. Ieder die verward was, zal inzicht verwerven, wie altijd klaagde, is vol begrip.

Nederigen en armen zijn de eerste geroepenen. De profeet spreekt over hen als over doven, blinden en verdrukten. Zij zullen bevrijd worden van al wat hen verhindert volop mens te zijn. Hun ogen zullen opengaan, zij zijn de gelukkigen, die, op de dag van de verlossing, het echte heil zullen zien. Geen enkele aardse macht zal hen dit beletten

Psalm 27, 1 + 4 + 13 + 14

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer

Uit het evangelie volgens Matteüs
9, 27-31

Toen Jezus verderging, volgden Hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’
En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe.
Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’
Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’
Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’
En hun ogen gingen open.
Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’
Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving

Achter de twee blinden die door Jezus genezen worden staat de grote groep van gelovigen, aan wie Jezus zich laat kennen. De ontmoeting met de levende Heer Jezus is de kans van hun leven. Geloven in Jezus, zijn zending en macht erkennen of vermoeden, zijn voorwaarden om genezing te bekomen. Jezus vroeg de blinden: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En hun ogen gingen open.

Geloven is meer dan met de lippen belijden dat we geloven.
Geloven is een act van overgave; overgave aan de Heer die in ons en bij ons is.

In wezen is geloven dus een gebedshouding van voortdurende toewijding aan de Heer.

Dikwijls vraagt men: 'zijt gij gelovig?'
Spontaan zeggen we dan 'ja', en waarschijnlijk terecht.
Maar zijn we ons bewust van de inhoud van dit antwoord. Want eigenlijk zeggen we: 'Ja, ik geloof, want ik leef in overgave aan de Heer'.
Dat is nogal wat.

Maar ook al mag geloven een act zijn van de mens, het is niet louter mensenwerk.
In wezen is geloven zelfs op de eerste plaats gave; gave door God zelf gegeven. Wij kunnen maar geloven omdat God deze gave in ons legt.
Bedoeling is open te staan voor deze gave, naar haar te verlangen, om ons in haar te wentelen. Niet om in haar verstrikt te geraken, maar juist om diep bevrijd te worden van ons valse ik dat leeft met z'n eigen ego als centrum van z'n leven. Geloven zal ons juist in ons ware ik brengen waarvan God heeft gezegd dat Hij het geschapen heeft naar zijn Beeld en Gelijkenis.

Kortom, geloven is gave van God én act van de mens. Laten we dit beleven als een soort huwelijk dat ons zal brengen in het meest verhevene dat er bestaat: leven in Christus.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26

Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26

 

loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.


Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mensen.

Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,

.hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde,
en mij de overwinning gaf.

Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de Naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.

Uit het evangelie volgens Matteüs
7, 21 + 24-27

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.'

Jezus' woorden beluisteren en ze ook in praktijk brengen helpt ons vooruit. Dan bouwen wij op stevige rotsgrond. Als wij ons leven bouwen op zijn woord, dan worden wij gered op de dag van het oordeel. Voorwaarde is: zijn woorden beluisteren en ernaar handelen.

De rots waarover het evangelie spreekt, is Christus zelf. Bedoeling en roeping is ons 'huis' te bouwen op Hem. Dit 'huis' zal niet instorten, opdat Christus het fundament zal zijn van ons bestaan. De lichten in het huis kunnen misschien doven, of het kan erg bewolkt zijn, maar niets zal het huis kunnen doen instorten.

Wat niet wilt zeggen dat er tegen het huis niet gebeukt zal worden. Dat zal het zeer zeker wel. Maar het huis, de bewoners, zullen steeds de ondergrond, de rots, Christus, in herinnering houden. Op Hem mogen ze vertrouwen dat dat wat tracht in te beuken niet de macht heeft de ziel te schaden.
Oh ja, misschien wel het lichaam, en vele andere dingen. Maar niet de ziel. Want die is bewoond, en wie zich toevertrouwt aan zijn Bewoner, mag zich veilig weten.

Veilig... niet door ons te verbergen voor de wereld, met een  boekske in een hoekske. Nee, door de wil te doen van de Vader, zoals het evangelie van vandaag ons voorhoudt. Uiteraard uit keuze, maar niet door eigen krachtpatserij. Christus zelf zal ons de genade velenen gehoor te kunnen geven aan Gods wil.

Dit vraagt een groei, die we allen doorgaan, met vallen en opstaan. Je verlaten op de Heer is immers geen vanzelfsprekendheid. En toch mag dit laatste geen reden zijn om niet te willen groeien. Van belang is dat we deze groei niet al te veel in eigen handen nemen. Christus weet van ons vallen en opstaan, en in zijn grote barmhartigheid en vergevingsgezindheid zal Hij ons steeds bij de hand nemen op onze weg, om ons te leren dat de ware groei in Hem te vinden is, en niet in onszelf.

Wat we moeten doen is kiezen, heel persoonlijk kiezen. Kiezen voor Hem. En dan bidden om genade ons te kunnen schenken aan zijn aanwezigheid. Het zal niet makkelijk zijn, maar wel mogelijk. En Gods wegen zijn de onze niet !

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen
10, 9-18

Broeders en zusters,
als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered. Want de Schrift zegt: ‘Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’
En er is geen onderscheid tussen Joden en andere volken, want ze hebben allen dezelfde Heer. Hij geeft zijn rijke gaven aan allen die Hem aanroepen, want er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.’
Maar hoe kunnen ze Hem aanroepen als ze niet in Hem geloven? En hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet over Hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over Hem horen als Hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.’
Toch hebben slechts weinigen aan het evangelie gehoor gegeven, want Jesaja vraagt: ‘Heer, heeft iemand geloofd wat wij hebben gezegd?’ Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.
Maar dan is mijn vraag: hebben ze de boodschap soms niet gehoord? Natuurlijk wel, want er staat: ‘Hun roep klinkt over heel de aarde, hun woorden tot de uiteinden van de wereld.’

Het geloof ontstaat door de verkondiging, en de verkondiging geschiedt in opdracht van Christus

Psalm 19, 1-4ab

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.

De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.

Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.

Uit het evangelie volgens Matteüs
4, 18-22

Toen Jezus langs het meer liep, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers.
Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’
Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.
Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten.
Hij riep hen en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden Hem.

Terstond lieten zij hun netten in de steek om Hem te volgen

Dikwijls zeggen mensen tegen elkaar: 'Je moet doen wat je voor jezelf het beste vindt'. Men zegt dit over het algemeen goed bedoeld, maar eigenlijk is het heidens.
Een christen zou veeleer moeten zeggen: 'Je zou moeten trachten te weten komen wat God met je leven wil, en dàt trachten te doen'. Dat is evangelie.

Het is de Heer die roept. We roepen niet onszelf, we roepen ook niet anderen. Het is de Heer die roept en Hij alleen.
Het kan natuurlijk zijn dat Hij mensen gebruikt om anderen te roepen, maar in wezen blijft het ook dan een roepen van de Heer.

Vraag is: hebben we die 'roep' lief, koesteren we haar als een hoog goed, zijn we er beschikbaar voor, zeggen we er 'ja' op, zowel tijdens perioden van diepe vrede alsook wanneer het moeilijk gaat en alles dreigt weg te vallen. Hebben we de 'roep' van de Heer lief zowel in de schijnbaar meest vruchtbare perioden van ons leven alsook in de meer dorre tijden,...
Als we zijn 'roep' met een vastberaden 'ja' beminnen, als we haar liefhebben met de eenvoud van het evangelie, zijn we in goed gezelschap. We leven dan namelijk in die diepe intimiteit met de Heer zelf. Het is alsof Hij zijn 'ja' tot de Vader met ons, door ons, in ons altijd weer opnieuw uitspreekt. Wij met Hem, Hij met ons.

De roep zit 'm in de grote momenten van ons leven:, de roep om als gehuwde door het leven te gaan, de roep om te kiezen voor gemeenschapsleven,...
Maar de roep zit 'm ook in ons gewone dagelijkse leven: in het schillen van de aardappels, in het liefdevol omgaan met de medereizigers op de tram, in het vergeven, in het gebed dat we voor elkaar doen, in het stichten van vrede en verzoening, in het bijstaan van de armen, in het opzoeken van eenzamen en zieken,...

De Heer roept elke minuut van ons leven.

God is groot !

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de profeet Jesaja

Uit de profeet Jesaja
11, 1-10

Uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de Heer zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de Heer. Hij ademt eerbied voor de Heer; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de Heer vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn

Jesaja belooft een leider voor alle volkeren. Hij zal erfgenaam zijn van Davids roemrijk geslacht maar ook gehard in de beproevingen. God geeft hem bezieling en kracht. Hij zal een tijdperk van rechtvaardigheid en vrede inleiden en een eind maken aan alle geweld.

Uit het evangelie volgens Lucas
10, 21-24

Vervuld van de heilige Geest begon jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Zoals de profeet Jesaja de werking van Gods Geest erkende in de wonderen van de toekomst, zo treedt Jezus op als de gezondene van de Vader, vervuld van de heilige Geest. Niet de wijzen en de verstandigen zullen in de tekenen van de tijd de komst van de Heer erkennen, maar wie zich als een kind, fris en onbevangen openstelt

Denk eens even na over dit feit: de profetie die wij zojuist in Jesaja lazen, is bijna 700 jaar voor Jezus’ geboorte geschreven; en toch geeft ze een nauwkeurige beschrijving van Hem. Jesaja wist absoluut niet dat er een Messias zou komen, althans geen Messias zoals Jezus, die de wereld zou redden door te sterven aan een kruis. En toch bracht God Jesaja er op de een of andere manier toe om deze verrassende woorden neer te schrijven, waarin zo duidelijk werd voorspeld wie de Messias zou zijn en hoe zijn rijk eruit zou zien.

Als dit de enige profetie van dit soort in de Bijbel zou zijn, zou het nog altijd een reden tot verbazing zijn. Maar er zijn er nog veel meer! Micha profeteerde dat er uit Betlehem iemand zou komen “die over Israël gaat heersen” (Mich. 5,1). Een leerling van Jesaja zei dat de dienaar van God zou worden “doorstoken vanwege onze opstandigheid” en “vanwege onze zonden gebroken” ook al “heeft hij zijn mond niet geopend” (Jes. 53, 5+7). Zelfs David scheen het te hebben over Jezus’ verrijzenis toen hij zei: “U geeft mijn leven niet aan het dodenrijk prijs, U laat uw vrome het graf niet zien” (Ps. 16,10).

Waar gaat het hier om? Sinds de schepping van de wereld heeft God voortdurend aan zijn reddingsplan gewerkt. Door de profetieën van Jesaja, Jeremia en anderen heeft Hij de wereld dit plan meegedeeld, dat definitief vervuld zal worden wanneer Jezus komt in heerlijkheid. En bovendien: er is geen enkele historische gebeurtenis, geen enkele seconde van de tijd, en niet een enkele persoon die niet op de een of andere manier in dit uiteindelijke doel past. Hij staat erboven, en Hij laat ons dat liefdevol weten door zijn geïnspireerde Woord.

Als God zijn plan bijna drieduizend jaar geleden met zoveel zorg kon onthullen, ontvouwt Hij zijn plan ongetwijfeld ook in ons leven. Hij houdt ons in de palm van zijn hand, net zo veilig als Hij Jesaja en de oude Israëlieten vasthield. Zoals een andere profeet heeft gezegd: “Ik ken de plannen die Ik met u heb… Ze hebben uw heil op het oog, niet uw ongeluk, en een hoopvolle toekomst” (Jer. 29,11).

Laten we deze woorden van Jeremia aannemen als een persoonlijke belofte voor ons eigen leven.
En laten we ons verheugen dat we zo'n gulle, liefdevolle Vader hebben.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:03 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
8, 5-11

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel
.

Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. 'Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel'. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus' wereldwijde zending.


Stel je eens voor dat wij een gelovige Jood zouden zijn, levend in de tijd van Jezus. Wij zouden dus leven onder de Romeinse bezetting, en misschien koesterden we een diepe wrok tegen al wat Romeins was. De centurio, de militair uit het evangelie, zou ons een gevaarlijk man lijken. Hij kon best een van onze familieleden of buren gearresteerd of misschien zelfs gedood hebben. En dat niet alleen, hij was een heiden die valse goden vereerde. Zouden we tegen deze man niet willen zeggen dat hij maar aan zijn eigen 'goden' om hulp moest vragen?

Jezus was anders. Hij keek de centurio vol mededogen aan en luisterde toen deze zijn hart luchtte. En dat niet alleen. Hij verbaasde zich over het geloof van deze man, en deed vervolgens een profetische uitspraak: nog veel meer heidenen zouden deel krijgen aan het Koninkrijk van God.
Dit is een van de mooiste illustraties van de belofte dat God zijn Zoon heeft gezonden opdat iedereen eeuwig leven kan hebben en de genezing en heelheid die daarmee gepaard gaan.

Als Jezus zo vriendelijk was tegen deze man, die een heiden was, hoe zal Hij dan onze vragen beantwoorden? Zal Hij ze minachtend afwijzen en negeren? Zal Hij tegen ons zeggen dat we geen gehoor verdienen? Zeer zeker niet!
Zijn medelijden en barmhartigheid geldt voor iedereen, ja, ook voor ons. Hij wil ons niet alleen helpen, Hij wil ons ook zover brengen dat wij diep weten dat wij voor alles op Hem kunnen vertrouwen.

Jezus strekt zijn armen uit om iedereen te omhelzen; de verloren en verwarde mensen evengoed als sterke mensen vol zelfvertrouwen. Wat we momenteel ook meemaken, waar we ook doorheen zijn gegaan, we mogen altijd àl onze behoeften bij Hem brengen. Niets is voor Hem te groot om er iets aan te doen. Laten we dus nooit geloven dat er geen hoop meer is voor ons.
Laten we gewoon, in alle eenvoud, en met een diep geloof, naar Hem toegaan

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
13, 33-37

'Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden.
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ‘s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ‘s morgens vroeg. Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt.
Wat Ik tegen jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam!’

De nacht is de wereld waarin we leven. De bewakers van het huis zijn de christenen. De Heer van het huis is Christus. Hij staat altijd op het punt terug te keren; het ogenblik kennen we niet. Dit mag echter geen reden zijn tot vastgeroeste loomheid. Integendeel, het feit dat Hij ieder ogenblik kan terugkeren, geeft aan ieder moment zijn eeuwigheidswaarde.

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
1, 3-9

Broeders en zusters,
genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
Ik dank mijn God altijd voor u, omdat Hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. Door Hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest.
Hij is het ook die u tot het einde toe de zekerheid geeft dat u geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus.
God, door wie u geroepen bent om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw

Paulus zegt God dank voor de gaven die ons in Christus Jezus zijn geschonken: het Woord en de kennis van God. Niets ontbreekt ons nog om vurig uit te zien naar de wederkomst van de Heer. God zelf houdt in ons die verwachting levend. Hij is getrouw

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Daniël

Uit het boek Daniël
7, 15-27

'Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring.
Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring:
“Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden–voor eeuwig en altijd.”
Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken–de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.
Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden.
Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen Hem dienen en gehoorzamen.”

Als de Mensenzoon de heerschappij van de Allerhoogste heeft ontvangen draagt Hij die over aan zijn volk. Christus wordt dan in de volle zin van het woord de leider ervan en 'alle machten zullen Hem gehoorzamen'

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 34-36

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen.
Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen

Jezus' woorden over de eindtijd zijn een oproep tot voortdurende waakzaamheid om 'stand te mogen houden voor het aangezicht van de Mensenzoon'. Om oog te hebben voor zijn nabijheid midden onder ons.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Daniël

Uit het boek Daniël
7, 2-14

In die dagen sprak Daniël:
'Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte.
Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg.
Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.”
Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld.
Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.
Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven.
De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund.
In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan

Daniël ziet de Mensenzoon, die voor de troon van God geleid wordt. Deze mysterieuze persoon verzekert de eeuwige heerschappij van de Allerhoogste. Door Hem groeit een volk van geloofsgetuigen, die zullen delen in zijn heerlijkheid

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 29-33


'Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is.
Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt.
Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.

Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van het komend Rijk. Op het einde der tijden zal het kwaad overwonnen zijn, de doden zullen opstaan en het wordt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar het Verbond tussen God en de mens zal vervuld zijn.

"Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen." Wat Jezus in het evangelie zegt met woorden, zien we in de eerste lezing voor ons met onze ogen. Het gaat over de hemel en de aarde. Eerst over de aarde, die beheerst wordt door beesten die met hun macht tot in de hemel schijnen te heersen. Als mensen moeten leven onder zulke tirannen, hebben ze inderdaad het gevoel dat die de hemel en de aarde de baas zijn. Daniël, de profeet die dit visioen of beter gezegd deze nachtmerrie heeft gehad, leefde onder koning Antiochus Epifanes. Deze koning wordt bedoeld met "Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten." Het beheerst heel de scène: aarde én hemel, er is niets anders meer, en dat schijnt ook altijd te duren.

In de geschiedenis neemt dat steeds andere vormen aan. Ten tijde van de profeet Daniël was het deze koning Antíochus Epifanes, tijdens het Romeinse Rijk was het Nero, later Attilla de Hunnenkoning, Napoleon, sommige tsaren, waarvan één de Verschrikkelijke heette, en in onze dagen Hitler, een man met een mond vol grootspraak, brallende redevoeringen die massa's in vervoering bracht.
Maar ook in de kleine geschiedenis van je eigen hart kunnen er zulke situaties zijn, krachten losbreken, blinde instincten, hartstochten, emoties, waarbij je het gevoel hebt: er is gewoon niets anders, dat ben ik hélemaal. Maar in het diepst van mijn hart, waar ik van de heilige Geest ben, wil ik het níet. En dát zal er op een gegeven ogenblik weer uitkomen. "Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen." Dat Woord is vlees geworden en in zichzelf heeft het diezelfde geschiedenis doorgemaakt. Let maar eens op hoe het gaat in die geschiedenis: "Het hof nam plaats en de boeken werden geopend." Het is net alsof die schrikwekkende scène zich ontspant. Het gerechtshof, de eigenlijke waarheid, het vierde beest gedood, de overige dieren beroofd van hun macht. De krachten van de hemel en de aarde worden geschokt. Datgene wat alles en allen leek te beheersen, is weg, "maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen."

"In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens." In een vorige vertaling staat 'Mensenzoon'. Mensenzoon is in de taal van de profeet een individu en een heel volk tegelijk. Het is dat armzalige, door de tiran onderdrukte, gefolterde, gemartelde volk en al die andere volkeren, zoals bijvoorbeeld de Tsjetsjenen en de mensen van Oost Timor, de Joden, de Armeniërs, enzovoort. "Hij naderde (zij naderden) de oude wijze en werd (werden) voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan." Dát is de echte, de uiteindelijke, de definitieve werkelijkheid. Onder Gods koningschap zullen alle aardse machten, of ze nu buiten jezelf zijn of binnenin jezelf, het tenslotte moeten verliezen. Dat is de boodschap van de beide lezingen. Verschrikkingen zijn van tijdelijke aard.
God is Heer en Meester van heel de geschiedenis en Hij is barmhartig.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Daniël

Uit het boek Daniël
6, 12-28

In die dagen deden mannen van koning Darius een inval in het huis van Daniël, waar zij hem aantroffen terwijl hij smeekbeden richtte tot zijn God.
Ze gingen onmiddellijk naar de koning en wezen hem op het koninklijk besluit: ‘Hebt u geen verbod op schrift laten stellen dat ieder mens die de komende dertig dagen een verzoek tot een god of een mens richt in plaats van tot u, majesteit, in de leeuwenkuil zal worden geworpen?’
De koning antwoordde: ‘Die verordening ligt even vast als elke wet van de Meden en de Perzen, ze kan niet worden herroepen.’
Toen zeiden ze tegen de koning: ‘Daniël, een van de Judese ballingen, slaat geen acht op u, majesteit, noch op het besluit dat u op schrift hebt laten stellen; driemaal daags verricht hij zijn gebed.’
De koning was zeer ontstemd toen hij deze beschuldiging hoorde, en hij zon op middelen om Daniël te redden. Tot zonsondergang deed hij alles wat in zijn macht lag om Daniël te beschermen.
Maar de mannen drongen bij de koning aan en zeiden: ‘Bedenk, majesteit, dat geen verbod of besluit dat de koning heeft uitgevaardigd veranderd kan worden; het is een wet van de Meden en de Perzen.’
Hierop gaf de koning bevel Daniël te halen en hem in de leeuwenkuil te werpen. De koning zei tegen Daniël: ‘Uw God, die u zo vasthoudend dient, zal u redden!’
Er werd een steen gebracht waarmee de opening van de kuil werd afgedekt, en de koning verzegelde die met zijn zegelring en met de zegelring van zijn machthebbers, om te verhinderen dat iemand iets aan Daniëls omstandigheden zou veranderen.
Daarna keerde de koning terug naar zijn paleis en bracht de nacht door zonder iets te eten; hij kon de slaap niet vatten, maar liet niets ter afleiding brengen.
Vroeg in de ochtend, toen het licht begon te worden, stond de koning op en haastte zich naar de leeuwenkuil.
Zodra hij in de buurt van de kuil kwam, riep hij Daniël met bedroefde stem toe: ‘Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, die u zo vasthoudend dient, u van de leeuwen kunnen redden?’
En Daniël zei tegen de koning: ‘Majesteit, leef in eeuwigheid! Mijn God heeft zijn engel gezonden en de leeuwenmuilen gesloten. Ze hebben mij geen kwaad gedaan, omdat Hij mij onschuldig acht; maar ook u, majesteit, heb ik niets misdaan.’
De koning was bijzonder verheugd en hij beval Daniël uit de kuil te halen. Daniël werd uit de kuil getrokken, en hij bleek ongedeerd te zijn, want hij had op zijn God vertrouwd.
Toen gaf de koning bevel de mannen te brengen die Daniël hadden beschuldigd, en hij liet hen samen met hun kinderen en hun vrouwen in de leeuwenkuil werpen. Ze hadden de bodem van de kuil nog niet geraakt, of de leeuwen stortten zich op hen en vermorzelden al hun botten.
Daarop schreef koning Darius aan alle volken en naties, welke taal zij ook spraken en waar ter wereld zij ook woonden: ‘Moge uw voorspoed groot zijn! Hierbij beveel ik dat iedereen in het machtsgebied van mijn koninkrijk eerbiedig ontzag moet tonen voor de God van Daniël. Want Hij is de levende God die bestaat in eeuwigheid. Zijn koningschap gaat nooit te gronde en zijn heerschappij is zonder einde. Hij redt en bevrijdt, geeft tekenen en doet wonderen in de hemel en op aarde; Hij heeft Daniël uit de klauwen van de leeuwen gered.’
Zo ging het Daniël voorspoedig onder het koningschap van
Darius en onder het koningschap van Cyrus de Pers.

Het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil was een aanmoediging voor de Joden hun vetrouwen in God nooit op te geven. Hij is immers trouw en laat zijn getrouwen niet in de steek. Zelfs koning Darius was door deze wonderbare redding overtuigd van Gods almacht

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 12-19

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Jullie zullen worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. Dan zullen jullie moeten getuigen. Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.
Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam.
Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.
Red je leven door standvastigheid

Christenen die consequent leven naar hun geloof zullen de nodige tegenstand ondervinden. Zelfs binnen de kring van vrienden en verwanten zal onenigheid voorkomen. Soms zijn regelmatige vervolgingen hun deel. Toch zullen zij volhouden als zij blijven vertrouwen op Christus. Door standvastig te zijn zullen zij hun leven winnen.


Wanneer we ons op geloofsvlak bedreigd voelen, hebben we al vlug de neiging om ons te gaan verdedigen, alsof de Heer zelf bedreigd wordt. Uit liefde willen we het dan voor Hem opnemen. Willen 'we'... En daar gaan we dikwijls de fout in. 'We' willen het doen... En Jezus dan? Krijgt Hij nog ruimte om te spreken, te handelen? We eigenen ons de verdediging toe, nemen het zelf in handen, eisen zelfs het recht op.

Jezus is duidelijk: ‘Bedenk dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken’.

De wijsheid waarover Jezus hier spreekt is de wijsheid van God, de wijsheid van de Geest; een wijsheid als gave.
Wat moeten we ons bij deze gave voorstellen? Is het een soort geheim wapen van de christen?
We moeten ons van dat wapen het tegenovergestelde voorstellen van de gewone menselijke wapens. De wapens van de heilige Geest doden, maar niet de tegenstander. Ze doden het eigen moordende 'ik' dat uit is op mogelijke vergelding en wraak. Deze laatste wil zichzelf redden, wil zijn redding niet overlaten aan God.

Laat ons spreken en handelen in de Geest, in de liefde en de barmhartigheid van de Heer.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 5-11

Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Jezus: ‘Wat jullie hier zien, er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’
Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’
Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het, ”of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’
Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen

De leerlingen stellen Jezus vragen over de tekens van de eindtijd en van de verwoesting van de tempel. Maar Hij antwoordt niet onmiddellijk. Om hun geloof niet teleur te stellen, waarschuwt Hij voor valse interpretaties en voor eigen oplossingen.

Herinner je je nog elf september 2001, op die mooie zonnige nazomerdag. De wereld zal nooit meer zijn wat ze voor die tijd was. Elke mens, waar ook ter wereld, is sindsdien potentieel slachtoffer van het internationale terrorisme. De wolkenloze, warme nazomerdag van de veiligheid, de welvaart, het onbewolkte bestaan was weggevaagd.
Zo kan het gaan in het groot, maar zo kan het ook gaan in het klein. Bij het verlies van een dierbare, bij het zich manifesteren van een ziekte, het wegvallen van een contact, het zich openbaren van een ondeugd. Dan kan ook het gevoel ontstaan: er valt een wereld in elkaar.
En uiteindelijk zullen alle mensen dit meemaken, want als wij sterven, zal voor ieder van ons persoonlijk de wereld ten onder gaan.

Die wereldondergangen in het klein kunnen ons voorbereiden op de laatste wereldondergang. Het is allemaal nog niet het einde, het lijkt wel zo, maar het is nog niet zo. Je moet het allemaal zien in het licht van de laatste wereldondergang. "Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde." Deze perikoop is genomen uit het evangelie van Lucas. Bij Lucas begint zich heel duidelijk de tijd af te tekenen tegen het einde van de tijd, tegenover de jongste dag.

Hoe is dat nu met het leven in de navolging van Christus? Het gewone leven moet toch doorgaan?
Eigenlijk kan dat niet. Wij leven voortdurend in het gezicht van het einde, met onze tekorten, zwakheden, de beperkingen van het menselijk bestaan: eten, drinken. Hoe kun je dat nu volhouden?
Dat kan door telkens opnieuw je zwakheid, je grenzen, te aanvaarden, niet teruggrijpen op jezelf, je niet vastgrijpen aan het hier en nu dat toch maar voorlopig is, maar je in de beleving van die grenssituatie overgeven aan Hem die staat aan de andere kant van de grens.
Wanneer je je overgeeft aan Hem, zal Hij met zijn kracht jouw zwakte aanvullen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten