Jesaja
Jesaja
28, 16
Dit zegt God, de Heer: Ik leg in Sion een fundament
met een uitgelezen grondsteen, een kostbare hoeksteen.
Wie zijn vertrouwen daarop grondvest, hoeft geen
andere toevlucht te zoeken.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
JesajaJesaja
28, 16
Dit zegt God, de Heer: Ik leg in Sion een fundament
met een uitgelezen grondsteen, een kostbare hoeksteen.
Wie zijn vertrouwen daarop grondvest, hoeft geen
andere toevlucht te zoeken.
LucasLucas
3, 1-6
In het vijftiende jaar
van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en
Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van
Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Annas en Kajafas
hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van
Zacharias.
Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich
moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te
verkrijgen, zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet
Jesaja:‘Luid
klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht
zijn paden! Iedere kloof zal worden gedicht, elke berg en heuvel geslecht,
kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; en al wat leeft zal zien
hoe God redding brengt.”’
Midden de geschiedenis van aardse koninkrijken en de heilsgeschiedenis van het Rijk Gods, ontvangt Johannes zijn zending. Het Woord neemt bezit van hem en hij profeteert de lang verwachte boodschap: het heil van God gaat op over de mensheid. Met deze nakende komst voor ogen wordt iedereen opgeroepen berouw te hebben over zijn zonden en zich te keren naar Hem die komen gaat.
Johannes 14:6 HTB“Ik ben de weg, de waarheid en het leven", antwoordde Jezus, "Ik ben de enige weg tot de Vader.” .
Johannes 11:25 HTB“Ik geef de doden het leven terug", zei Jezus tegen haar. "Ik ben Zelf het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij gestorven is.” Johannes 11:25 HTB
CorinthiërsCorinthiërs
10, 1-4
Broeders
en zusters,
ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal
door de wolk werden beschermd en allemaal door de
zee trokken, dat ze zich allemaal in de naam van Mozes
lieten dopen in de wolk en in de zee. En ze aten allemaal
hetzelfde geestelijke voedsel en dronken allemaal dezelfde
geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die
hen volgde en die rots was Christus.
Johannes 10:7, 9-10 HTB
Spreuken
11, 2
Hoogmoed
leidt tot schande,
wijsheid kenmerkt wie bescheiden is.
MattheüsMattheüs
8, 5-11
Toen Jezus Kafarnaüm
binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt,
U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die
onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik
tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt
hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem
volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof
gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen
en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.
Stel je eens voor dat wij een gelovige Jood zouden zijn, levend in de tijd van
Jezus. Wij zouden dus leven onder de Romeinse bezetting, en misschien
koesterden we een diepe wrok tegen al wat Romeins was. De centurio, de militair
uit het evangelie, zou ons een gevaarlijk man lijken. Hij kon best een van onze
familieleden of buren gearresteerd of misschien zelfs gedood hebben. En dat
niet alleen, hij was een heiden die valse goden vereerde. Zouden we tegen deze
man niet willen zeggen dat hij maar aan zijn eigen 'goden' om hulp moest
vragen?
Jezus was anders. Hij keek de centurio
vol mededogen aan en luisterde toen deze zijn hart luchtte. En dat niet alleen.
Hij verbaasde zich over het geloof van deze man, en deed vervolgens een
profetische uitspraak: nog veel meer heidenen zouden deel krijgen aan het
Koninkrijk van God.
Dit is een van de mooiste illustraties van de belofte dat God zijn Zoon heeft
gezonden opdat iedereen eeuwig leven kan hebben en de genezing en heelheid die
daarmee gepaard gaan.
Als Jezus zo vriendelijk was tegen deze
man, die een heiden was, hoe zal Hij dan onze vragen beantwoorden? Zal Hij ze
minachtend afwijzen en negeren? Zal Hij tegen ons zeggen dat we geen gehoor
verdienen? Zeer zeker niet!
Zijn medelijden en barmhartigheid geldt voor iedereen, ja, ook voor ons. Hij
wil ons niet alleen helpen, Hij wil ons ook zover brengen dat wij diep weten
dat wij voor alles op Hem kunnen vertrouwen.
Jezus strekt zijn armen uit om iedereen
te omhelzen; de verloren en verwarde mensen evengoed als sterke mensen vol
zelfvertrouwen. Wat we momenteel ook meemaken, waar we ook doorheen zijn
gegaan, we mogen altijd àl onze behoeften bij Hem brengen. Niets is voor Hem te
groot om er iets aan te doen. Laten we dus nooit geloven dat er geen hoop meer
is voor ons.
Kom, laten we naar Hem toegaan, met de eenvoud van het evangelie, biddend en
uitkijkend.
Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. 'Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel'. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus' wereldwijde zending.
Hebreeën 1:1-2 HTB“In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.” Hebreeën 1:1-2 HTB
Psalm 95, 1-7Psalm 95, 1-7
Kom, laten wij
jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.
Laten wij Hem naderen
met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.
De Heer is een
machtige God,
een machtige koning, boven alle goden verheven.
Hij houdt in zijn
hand de diepten der aarde,
de toppen van de bergen behoren Hem toe.
Van Hem is de zee,
door Hem gemaakt,
en ook het droge, door zijn handen gevormd.
Ga binnen, laten wij
buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
Ja, Hij is onze God
en wij zijn het volk dat Hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.
Psalm 19, 1-4abPsalm 19, 1-4ab
De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.
De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.
Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.
Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.
NumeriNumeri
6, 26
Moge de Heer u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven.
LucasLucas
21, 12-19
Jezus
sprak tot zijn leerlingen: 'Jullie zullen worden mishandeld en vervolgd en
uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis
en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. Dan
zullen jullie moeten getuigen. Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten
voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen
van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.
Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen
van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden
gehaat omwille van mijn Naam.
Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.
Red je leven door standvastigheid!'
‘Bedenk dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken’.
De wijsheid waar Jezus hier over spreekt
is de wijsheid van God, de wijsheid van de Geest; een wijsheid als gave.
Wat moeten we ons bij deze gave voorstellen? Is het een soort geheim wapen van
de christen?
We moeten ons van dat wapen het tegenovergestelde voorstellen van de gewone
menselijke wapens. De wapens van de heilige Geest doden, maar niet de
tegenstander. Ze doden het eigen moordende 'ik' dat uit is op mogelijke
vergelding en wraak. Deze laatste wil zichzelf redden, wil zijn redding niet
overlaten aan God.
Laten we standvastig zijn in de persoon waartoe we geroepen zijn.
Colossenzen 3:16 HTB“Laat uw hart vol zijn van Christus' woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover in psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. Zing zo met een dankbaar hart voor de Here.” Colossenzen 3:16 HTB
JohannesJohannes
4, 16b
God
is liefde.
Wie in de liefde blijft,
blijft in God,
en God blijft in Hem.
de koningDaniël
7,
13-14
In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.
In een droom heeft de profeet de opeenvolging gezien van de verschillende heerschappijen, die de wereld van zijn tijd zullen beheersen. Na hen zal een Mensenzoon, een Messias komen, wiens koninkrijk niet van deze wereld is. Als rechter van de eindtijd, zal Hij de wereld die Hij zal hebben gered, laten delen in zijn heerlijkheid.
Openbaring1.5-8
Genade zij u van Jezus Christus, de
betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten
van de aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd
door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt
tot priesters voor God, zijn Vader; aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in
eeuwigheid. Amen.
Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die
hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over Hem weeklagen. Ja,
amen.
‘Ik ben de alfa en de omega’, zegt God, de Heer, ‘Ik ben het die is, die was en
die komt, de Almachtige.’
De koning van Gods hart, aanwezig in de visioenen van het Oude en het Nieuwe Testament, is Christus. Als vorst van alle koningen op aarde, heeft Hij zijn volk zozeer bemind dat Hij zijn bloed vergoot om het te redden van de zonde. Door zo'n bevrijder vrijgekocht, zijn de mensen voortaan in staat aan God de lof van het heelal aan te bieden.
Johannes
18, 33b-37
Pilatus
liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’
Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij
gezegd?’
‘Ik ben toch geen Jood, ‘antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters
hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt U gedaan?
Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn
koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben
om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is
niet van hier.’
Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’
‘U zegt dat ik koning ben’, zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld
gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan,
luistert naar wat Ik zeg.’
Het koningschap van Jezus is niet van deze wereld, en als Hij al gekroond wordt, dan is het op het kruis. Daar wordt Hij verheven en wordt Hij de Redder van de mensheid. Tegenover de bangelijke en slinkse Pilatus, staat Christus, rechtop, de openbaring van de goddelijke waarheid zelf.
Openbaring:11.4-12Openbaring:11.4-12
Tot mij, Johannes, werd het volgende
gezegd:
Dit zijn de twee olijfbomen en de twee lampenstandaards die voor de Heer van de
wereld staan. Als iemand hun kwaad wil doen, komt er vuur uit hun mond, dat hun
vijanden verteert; op die manier zal iedereen die hun kwaad wil doen moeten
sterven. Zij hebben de macht om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt
zolang zij profeteren. Ook hebben ze de macht om water in bloed te veranderen.
Verder kunnen ze de aarde treffen met alle mogelijke plagen, zo vaak ze maar
willen. Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de
onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen
doden. Dan liggen hun lijken op het plein van de grote stad die in figuurlijke
zin Sodom of Egypte heet, de stad waar ook hun Heer gekruisigd is.
Gedurende drieëneenhalve dag komen er mensen uit alle landen en volken, van
elke stam en taal, om hun lijken te zien, en zij dulden niet dat ze begraven
worden.
De mensen die op aarde leven juichen om de dood van de twee profeten, en
opgetogen sturen ze elkaar geschenken, want die profeten waren een grote
kwelling voor hen geweest.’
Maar toen de drieëneenhalve dag voorbij waren, voer er een levensgeest uit God
in hen en kwamen ze weer overeind. Iedereen die hen zag werd doodsbang. Er
klonk een luide stem uit de hemel, die tegen hen zei: ‘Kom hierboven.’ Toen
stegen ze in de wolk op naar de hemel, voor het oog van hun vijanden.
psalmenpsalmen
147, 1
Hoe
goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen.
HoseaHosea
14.3
|
Kom met woorden van
berouw |
psalmenpsalmen
25, 4-5
Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Wijs mij de weg van uw waarheid
en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.