Matteüs
Matteüs
18, 12-14
Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af,
zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om
het afgedwaalde dier te zoeken? Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij
zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de
negenennegentig andere die niet afgedwaald waren.
Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze
geringen verloren gaat.'
God is met ons begaan zoals een herder bezorgd is voor zijn schapen. Eén verdwaald schaap is het risico waard om de rest van de kudde alleen te laten. God wil niet dat één van ons verloren gaat
Misschien denken we al te vlug dat we
bij de negenennegentig schapen behoren die altijd bij hun herder zijn gebleven.
Zijn we niet soms dat ene schaap ?
Zo ja... dan is het misschien goed dat
we eens naar de dokter gaan, om te weten hoe het komt dat we zijn afgedwaald
van de Heer, en van de kudde.
Laten we een oefening doen.
Stel dus, we zijn dat ene schaap, en we gaan naar de dokter, de Grote Architect
van het Heelal. Gewoon, voor een routineonderzoek.
Misschien geeft de meet druk van onze
bloeddruk wel aan dat onze 'tederheid' te laag staat.
Of dat na een elektrocardiogram het aangeraden zou zijn verschillende
transfusies van liefde te krijgen. Onze aders waren misschien verstopt door
angst of verbittering. Ze vulden ons hart niet meer zoals het hoorde.
Een orthopedisch onderzoek zou misschien moeten vaststellen dat het ons
moeilijk valt om naast onze broeder/zuster te lopen. Misschien waren we wel gestruikeld
over mogelijke jaloersheid en hadden daardoor een soort breuk opgelopen.
Na een myopie zou misschien blijken dat we nog moeilijk over de negatieve
kanten van onze broeder/zuster konden kijken.
Na een onderzoek van onze oren zal er misschien een zekere doofheid worden
vastgesteld, omdat we het luisteren naar de stem van de Grote Architect
misschien hadden verwaarloosd.
God zou het volgende kunnen
voorstellen:
's Morgens bij het verlaten van het bed een stevig glas 'gebed' drinken. En
belangrijk: het traag drinken! Laten we hierbij vooral niet zijn boek vergeten
vol goede raden om te kunnen doen wat Hij vraagt.
Vooraleer we onze dagtaak aangaan, zou het goed zijn een paar lepels van zijn
vrede in te nemen.
Ieder uur moeten we onze wonden verzorgen met een verband van 'geduld'.
En ons niet druk maken, om niets; dat is niet goed voor het hart. Gewoon rustig
de liefde in en uit ademen.
En veel veel drinken van dat glas gebed; veel drinken zuivert immers de
binnenkant.
En voor we gaan slapen: nog even op de knieën; je zult merken dat dat een
zekere vreugde geeft aan de genezing.
En
zo komt de herder, Christus zelf, tot ons, wanneer we mogelijk afgedwaald zijn.
Laat ons zijn hulp niet weigeren. Hij komt enkel uit liefde.


