Smaakt en ziet dat de Here goed is.
Smaakt en ziet dat de Here goed is.
Hebt u al ontdekt Wie de Here is, hoe goed en hoe trouw Hij is en hoe veilig het is om bij Hem te schuilen? Deze vragen kun je niet zuiver theoretisch benaderen. Natuurlijk, Gods Woord vertelt ons genoeg over Hem en in deze Psalm vinden we daar een voorbeeld van. Maar wat in dit loflied vooral opvalt, is dat David graag aan iedereen wil vertellen wat hij met de Here heeft meegemaakt. Ook David kende de Here uit de Bijbel (de boeken van Mozes en Jozua). Maar toen hij in de klem zat, liet de Here Zich in de praktijk kennen. En dat bracht David tot het schrijven van deze en vele andere Psalmen. Smaakt en ziet dat de Here goed is.
1 Van David, toen hij zich aan het hof van Abimelech als een krankzinnige voordeed en pas wegging toen deze hem verjoeg.
2 De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.
3 Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER,
de nederigen zullen het met vreugde horen.
4 Roem met mij de grootheid van de HEER,
sluit u aan om zijn naam te verheffen.
5 Ik zocht de HEER en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.
6 Wie naar hem opzien, stralen van vreugde,
schaamte zal hun gezicht niet kleuren.
7 In mijn verdrukking riep ik tot de HEER,
hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.
8 De engel van de HEER waakt
over wie hem vrezen, en bevrijdt hen.
9 Proef, en geniet de goedheid van de HEER,
gelukkig de mens die bij hem schuilt.
10 Vromen, heb ontzag voor de HEER:
wie hem vreest lijdt geen gebrek.
11 Jonge leeuwen lopen hongerig rond,
wie de HEER zoekt, ontbreekt het aan niets.
12 Kom, kinderen, luister naar mij,
ik leer je ontzag voor de HEER.
13 Hebben jullie het leven lief,
wil je goede jaren genieten?
14 Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.
15 Mijd het kwade, doe wat goed is,
streef naar vrede, jaag die na.
16 Het oog van de HEER rust op de rechtvaardigen,
zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.
17 Toornig ziet de HEER wie kwaad doen aan,
hij wist hun namen op aarde uit.
18 De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen,
hij bevrijdt hen uit de nood,
19 gebroken mensen is de HEER nabij,
hij redt wie zwaar wordt getroffen.
20 Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de HEER zal hem steeds weer bevrijden.
21 Hij waakt zelfs over zijn beenderen,
niet één ervan wordt verbrijzeld.
22 Een slecht mens komt om door eigen kwaad,
wie een rechtvaardige haat zal boeten,
23 de HEER redt het leven van zijn dienaren,
nooit zal boeten wie schuilt bij hem.
Ps.34





