Ik wens jullie vrede.
Ik wens jullie vrede.
TWEEDE PAASDAG
Bang voor de Joden, weggekropen achter gesloten deuren, zitten de leerlingen van Jezus bedrukt bij elkaar. Je kunt niet tegelijk bang zijn én vrede hebben. Het één sluit het ander uit. Wanneer de Heer bij binnenkomst hun 'vrede' wenst, dan is dat heel iets anders dan wanneer wij iemand een fijne vakantie 'wensen'. Wij kunnen geen invloed op hun vakantie uitoefenen. Maar de Heer Jezus zegt hier feitelijk: 'Ik gebied dat er vrede in je hart is.' Zo gebood Hij bijvoorbeeld ook de wind toen Hij sprak: 'Zwijg stil', waarop de wind ging liggen. Hier stroomt de blijdschap meteen royaal naar binnen.
19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ 20 Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
24 Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, 27 en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.
Joh.20:19-31
Christus is degene die vrede gééft. De 'vrede' (sjaloom) die Hij geeft, is veel meer dan afwezigheid van oorlog of wat voor miserabele levensomstandigheden ook. De omstandigheden veranderden niet voor de leerlingen. De haat van de Joden voelden ze dwars door de deuren heen, die zij uit vrees voor de Joden hadden gesloten. Dát veranderde niet, maar zijzelf veranderden toen zij de Heer zagen verschijnen en zijn vredegroet hoorden. Tot tweemaal toe sprak hun Meester: 'Ik wens jullie vrede!' Maar bij de tweede groet laat Hij er meteen op volgen dat het niet zijn bedoeling is dat zij thuis bang bij de pakken zullen blijven neerzitten, maar dat ze de deuren wijd open moeten gooien om daarbuiten zijn werk voort te zetten in de kracht van de heilige Geest, die Hij op hen blaast, als een voorproef van de uitstorting van de heilige Geest op de Pinksterdag. En zo is het inderdaad gegaan. Hij heeft hen uitgezonden in de wereld met zijn vrede in hun harten. Die vrede hebben ze steeds - in leven en in sterven, ook toen ze doodgemarteld werden - op de juiste tijd ervaren.










