Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt.
Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt.
GOEDE VRIJDAG
Het is wis en waarachtig niet toevallig dat een van de soldaten op het idee komt over het kleed van de Heer Jezus het lot te werpen in plaats van het in stukken te scheuren. Eeuwen tevoren had God al aangekondigd dat dit zou gebeuren. En niet alleen dat. Ook het verraad van Judas en veel meer wat met de kruisiging van Gods Zoon verband houdt, is van te voren op verscheidene plaatsen door het Woord van God aangekondigd. De vervulling van alle Bijbelse profetieën zullen, achteraf, voor alle mensen die het niet wilden geloven, het verbluffende bewijs leveren dat Jezus aan het kruis gestorven is, en zij zullen zich verbijsterd afvragen waarom zij het niet hebben geloofd!
Twee keer wijst Johannes in dit hoofdstuk erop, dat de Schrift van tevoren geprofeteerd heeft van bijzondere details rondom het lijden en sterven van de Christus. Eerst in verband met het werpen van het lot over het aan-één-stuk-geweven-kleed van Jezus en daarna dat de Schrift voorzegd heeft dat er geen been van de Messias gebroken zou worden. En dat zijn lichaam doorstoken zou worden en dat mensen op Hém hun blik zouden richten. Zó is het gebeurd! Vanaf het begin van de zondeval van Adam en Eva heeft Eén de totale regie over de geschiedenis van de mensheid: God! Ook al spannen, onder Satans aanvoering, alle machten van de wereld samen om Gods plannen te verijdelen, God leidt alle dingen overeenkomstig zijn heilsplan. De vrijwillige zoendood van zijn eigen Zoon, die de zonde van de wereld wegneemt, is daarvan de grondslag en de garantie. De aarde, die door ons toedoen voor miljarden mensen een onleefbaar oord is geworden, is in barensnood. Maar Christus' kruisdood garandeert de geboorte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
|
17 hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18 Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazareth, koning van de Joden’. 20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. 23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden. 25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. 28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest. 31 Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37 Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’ 38 Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. 39 Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42 Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin. |









