Ik wil Christus kennen.
Ik wil Christus kennen.
Waarop bouwen wij onze eigenwaarde? Waarop laten wij ons voorstaan? Op onze status? Onze principes? Onze Bijbelgetrouwheid? Onze degelijkheid? Ons aanzien in de maatschappij of in de christenheid? Paulus bezat het allemaal, inclusief een succesvolle briljante carrière, maar hij schudde het van zich af als vuilnis. Om vergeving te ontvangen? Nee! Om naar de hemel te kunnen gaan? Nee! Sinds hij Christus ontmoette, was het zijn fascinatie Hém echt te leren kennen. Geen theoretische kennis, maar kennis gebaseerd op een leven met Jezus, van stap tot stap, door dik en dun.
1 Voor het overige, broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeite mee te herhalen wat ik u al geschreven heb; het is voor uw eigen bestwil. 2 Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze! 3 Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 4 hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een farizeeër 6 en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig. 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen 9 en één met hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. 10 Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, 11 in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.
Filippenzen 3:1-11










