Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast.
Een krijgsman als David, die zijn volk bescherming moest bieden voor de vijanden, heeft uiteraard heel wat hachelijke situaties meegemaakt. Zoiets zoek je niet op, integendeel, je doet er alles aan om het te voorkomen. Ook al zijn we geen krijgsman, als christen worden we wel aangemoedigd te strijden en deel te hebben in het lijden als een goed soldaat van Christus Jezus. En ook voor ons geldt dat we ons niet moeten laten afleiden door iets anders, want onze Bevelhebber moet tevreden over ons kunnen zijn. Een christen is per definitie een strijder in dienst van een onoverwinnelijke Overwinnaar!
Ik heb u lief, HEER, mijn sterkte,
3 HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,
God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.
4 Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER,’
want ik ben van mijn vijanden verlost.
5 Mij omsloten de banden van de dood,
de kolkende afgrond joeg mij angst aan,
6 de banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.
7 In mijn nood riep ik tot de HEER,
ik schreeuwde naar mijn God om hulp.
In zijn paleis hoorde hij mijn stem,
mijn roepen bereikte zijn oren.
8 Toen schudde en schokte de aarde,
de bergen trilden op hun grondvesten,
beefden omdat hij vlamde van woede,
9 rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam uit zijn mond,
hij spuwde hete as.
10 Hij schoof de hemel open en daalde af,
duisternis onder zijn voeten,
11 hij besteeg de cherub en vloog,
zwevend op de vleugels van de wind.
12 Hij maakte van het donker zijn schuilplaats,
trok een tent om zich heen
van duister water, dichte wolken.
13 Een vuurgloed ging voor hem uit,
wolken joegen voort, hagel en gloeiende as.
14 De donder van de HEER klonk aan de hemel,
de Allerhoogste verhief zijn stem:
hagel en gloeiende as.
15 Hij schoot zijn pijlen en sloeg de vijanden uiteen,
wierp zijn bliksemschichten en verdreef hen.
16 De beddingen van het water werden zichtbaar,
de grondvesten van de wereld kwamen bloot
door uw dreigende blik, HEER,
door de briesende adem uit uw neus.
17 Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast
en trok mij op uit de woeste wateren,
18 ontrukte mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn haters, die sterker waren dan ik.
19 Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,
maar de HEER was mij tot steun.
20 Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,
bevrijdde mij, omdat hij mij liefhad.
Ps.18:1-20
Maar ondanks het onwankelbare geloof in de eindoverwinning, moet je toch nog vaak in uiterste nood tot de Heer roepen en naar je God om hulp schreeuwen. Hoe geweldig bemoedigend en verblijdend is het dan, wanneer je merkt dat Hij jouw hulpgeroep in zijn paleis heeft vernomen. Soms scheen het dat God niet antwoordde op Davids gebed, maar nu blijkt zonneklaar dat die geweldige machtige God opgestaan was en letterlijk hemel en aarde bewoog om hem, David, te hulp te schieten op zijn noodkreet. God bood hem hulp van omhoog, greep hem vast en trok hem op uit woeste wateren. David heeft er weet van; hij heeft het lijfelijk ervaren dat God hem redde uit de hand van zijn vijanden en uit de hand van Saul. Maar deze psalm beschrijft méér dan de lotgevallen van David. De psalm beschrijft ook wat er gebeuren ging met de zoon van David, de Heer Jezus Christus. De psalm heeft duidelijk een diepere laag. Dat blijkt vooral uit de verzen die op dit gedeelte volgen. Maar ook hier wordt de sluier al iets opgelicht, en zien we het kruis waar de golven en baren van Gods straf over Christus werden uitgegoten, maar óók de hand van God die Hem uit de dood zou verlossen.