Want U bent bij mij.
Want U bent bij mij.
Vandaag is het 'stille zaterdag', zoals we dat wel noemen. Geen officiële feestdag, en we zouden er eerlijk gezegd ook niet zo goed raad mee weten. Op vrijdag is de Heiland gestorven en in het graf gelegd. Op zondag, de eerste dag van de week, is Hij weer uit de dood opgestaan. De dag daartussenin was de sabbat, en díe hele dag bracht Hij door in het graf. De Bijbel zegt ons niets rechtstreeks over die korte periode. Maar als Hij tegen die éne moordenaar, hangend aan het kruis naast Hem, kon zeggen: 'Heden zult u met Mij in het Paradijs zijn' - dan betekent dat toch dat Hij daar óók zou zijn in de tegenwoordigheid van God. 'U bent bij Mij' - dat hield niet op toen Hij stierf. En we mogen zeggen: het houdt ook niet op voor christenen, als zij sterven.
|
57 Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. 58 Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. 59 Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen 60 en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. 61 Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. 62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ 65 Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten. Matth.27:57-66 |










