PSALM 122:6

MIEKE MANTELWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
PSALM 122:6
MIEKE MANTEL
'SCHIL 'M MAAR!''SCHIL 'M MAAR!'
Een moeder liep met haar vierjarig dochtertje over de markt. Toen het kind staarde naar een grote berg sinaasappels, pakte de aardige koopman er één af en gaf die aan haar.
'Wat zeg je nou?' vroeg de moeder aan haar dochter. Het kleine meisje keek naar de sinaasappel en gooide hem toen naar de koopman en riep: 'Schil 'm maar!'
Dankbaarheid is iets waarin we vaak tekortschieten. Wat we vergoelijken bij een kind van vier, zou ondankbaar zijn bij een ouder kind.
Ja, hoe gauw kunnen we zelfs lauw reageren op Gods zegeningen door te denken: Dit is wel aardig, maar ik zou eigenlijk graag wat meer willen hebben.
Een houding van dankbaarheid tegenover God is een kenmerk van geestelijke rijpheid. Paulus schrijft aan de gelovigen in Efeze: 'Dankt te allen tijde in de Naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles' (Ef. 5:20).
Laten we vandaag dankbaar zijn, in plaats van te klagen over wat we niet hebben en meer te willen hebben.
HET IS EEN DEEL VAN HET GESCHENK
HET IS EEN DEEL VAN HET GESCHENK
Een meisje in Afrika gaf haar onderwijzeres een kerstcadeau. Het was een prachtige schelp. 'Waar heb je die vandaan?' vroeg de onderwijzeres verrast. Het kind vertelde haar dat je zulke schelpen alleen kon vinden op een strand ergens ver weg. De onderwijzeres was diep ontroerd omdat ze wist dat het meisje heel veel kilometers had moeten lopen om de schelp te vinden. 'Je had niet zo'n eind moeten lopen om een cadeau voor mij te zoeken,' zei ze. Het meisje glimlachte en antwoordde: 'Die lange wandeling is een deel van het geschenk.'
De Here Jezus geeft de geweldige gave van het eeuwige leven aan allen die in Hem geloven (Rom. 6:23). Het is een schat die ook inhoudt de vergeving van al onze zonden en Gods nooit falende liefde (Rom. 8:28-39).
Christus' gift begon ook met een reis. Hij verliet de heerlijkheid van de hemel om te komen naar onze door zonde bedorven aarde. Hij werd mens en legde de lange weg naar het kruis af. Daar droeg Hij onze zonden en onderging de straf ervoor. En als ik met diepe dankbaarheid tegen Hem zeg: 'Dat is te veel, Here Jezus! Hoe hebt U dat voor mij kunnen doen?', kan ik me voorstellen dat Hij mij aanziet met Zijn liefdevolle ogen en teder zegt: 'Die reis is een deel van de gift!'
Ik dank mijn God ... daar ik hoorIk dank mijn God ... daar ik hoor
van uw liefde.
Fmon. :4
We horen zoveel. Er wordt genoeg gepraat. 'Niet
verder vertellen hoor, maar weet je dat...' Je wordt
er meestal niet blij van, maar toch wordt het dan
nóg een keer herhaald, en wéér aan iemand door-
verteld. Als we nu eens niet de slechte dingen,
maar de goede dingen die we van elkaar horen
zouden doorvertellen? En dan niet alleen aan
andere mensen, maar vooral aan God. Hij weet
het natuurlijk wel, Hij heeft die informatie niet
nodig. Maar voor óns is het goed. Er ontstaat een
nieuwe, andere gezindheid in ons hart. Een men-
taliteit waarin wij ons trainen in het opmerken
van goede, positieve dingen, waardoor een ver-
menigvuldiging van zegeningen tot stand komt.
Het leven vab Job deel 2Job 32:1-10
'Niet de bejaarden hebben de wijsheid, en niet
de ouden verstaan wat recht is' (v. 9).
In sommige gevallen gedragen de kleintjes uit
ons gezin zich beter dan de ouderen. Het is niet
zo dat 'ouder' ook vanzelfsprekend 'wijzer' bete-
kent, ook oudere mensen kunnen nog domme
dingen doen.
Elihu was kwaad op Job omdat hij vond dat
Job er al te zeker van was dat er niets op hem
aan te merken viel. Hij was ook kwaad op de drie
oudere vrienden van Job omdat die niet in staat
bleken hem zulke raad te geven dat hij er iets aan
had.
Het is meestal niet zo verstandig iemand raad
te geven als we kwaad zijn. In zo'n geval is het
beter om eerst even af te koelen!
Gebed: Vader, dank U wel voor onze vrienden
die ons raad willen geven. Geef ons een goede
houding, zodat wij naar hen willen luisteren, ook
al zijn zij misschien jonger. . . . Amen.
Job 42:7-9
mijn knecht Job moge voor u bidden,
want slechts hem zal Ik ter wille zijn .. .' (v. 8).
Jobs drie vrienden hadden het 'goed bedoeld
toen ze hem vertelden dat alle narigheid hem
overkomen was als gevolg van zijn eigen zonden.
Maar God was kwaad op hen omdat ze niet ver-
standig gesproken hadden en beter hadden moe-
ten weten. Toen deze vrienden in het begin heel
stil bij hem zaten in zijn nood, moet Job zich méér
getroost gevoeld hebben, dan toen ze hem be-
gonnen uit te leggen waarom dit hem nu over-
komen was.
Een van de beste manieren om mensen met
moeilijkheden te helpen is: voor hen bidden. Niet
één of twee keer, maar voortdurend, totdat ze
door hun moeilijkheden heen zijn. Dat vraagt heel
wat tijd en liefde, maar het is beter dan allerlei
gepraat dat soms nergens op slaat.
Om over na te denken: Bidden is beter dan pra-
ten.
Gebed: HERE God, maakt U mij door de Heilige
Geest erop attent als iemand het moeilijk heeft.
Dan kan ik regelmatig voor hem of haar bidden.
. . . Amen.
Job 42:10-17
'En de HERE zegende het verdere leven van
Job meer dan het vroegere . . .' (v. 12).
Het boek Job heeft een 'happy end'. Ik vind het
geweldig dat Jobs broers en zusters en vroegere
bekenden hem een geldstuk en een gouden ring
gaven üm hem te helpen. Hebben de leden van
jullie gemeente weleens zo'n actie gevoerd voor
iemand die in moeilijkheden zat? Kun jij iets ver-
zinnen om iemand te helpen om helemaal op-
nieuw te beginnen?
Job zorgde voor elk lid van zijn familie. Hij gaf
zijn dochters 'een erfdeel onder haar broers'. En
dat is wat voor die tijd: in de dagen van Job tel-
den dochters vaak niet mee.
Vers 12 is een speciale bemoediging voor
grootouders. God is in staat om de laatste jaren
van je leven méér te zegenen dan de vroegere
wanneer je Hem zijn gang laat gaan.
Gebed: Dank U, Vader, voor al de lessen die ik
uit het boek Job geleerd heb. Herinner mij eraan
wanneer ik het zelf moeilijk heb. . . . Amen.
EEN DRUPPEL IN EEN EMMEREEN DRUPPEL IN EEN EMMER
Al kunnen we maar weinig doen, laten we toch doen voor de Here wat we kunnen. Al hebben we maar weinig, laten we toch geven aan de Here wat we kunnen missen. God kan het weinige wat wij kunnen doen en kunnen geven, gebruiken en Hij kan het vermenigvuldigen en zegenen.
Een oude vrouw kon maar weinig geven voor een inzameling voor een bepaalde nood. Een jonge vrouw die zag hoe weinig zij gaf, zei spottend: 'Er is zoveel nood in de wereld. Wat maken nou die paar gulden uit die u geeft? Het is maar een druppel in een emmer.' Maar de oude vrouw zei met een blij gezicht: 'Alles wat God van mij vraagt, is een druppel in een emmer te doen. Hij zal er Zelf wel voor zorgen dat de emmer vol wordt.'
In Luk. 21 kunnen we lezen hoe de Here Jezus hierover denkt: 'Hij keek op en zag hoe de rijken hun gaven in de collectekist gooiden. Er kwam ook een arme weduwe. Zij deed er twee koperen muntjes in. 'Kijk,' zei Hij, 'die arme weduwe heeft meer gegeven dan al die anderen bij elkaar. Want de rijken hebben vanuit hun rijkdom gegeven, maar deze vrouw heeft alles gegeven wat zij had' (vers 1-3, Het Boek).
Het leven van JobJob 1:1-51)
'Er was in het land Us een man, wiens naam
was Job, en die man was vroom en oprecht,
godvrezend en wijkende van het kwaad' (v. 1).
Vandaag beginnen we de geschiedenis van
Job eens te bekijken. Job had zeven zonen en
drie dochters en hij was de rijkste man uit het
Oosten. In het gezin heerste een hechte familie-
band. De broers en zusters gingen bij elkaar op
bezoek en nodigden elkaar over en weer uit om
te komen eten. Job vond het erg belangrijk dat dit
zo bleef en dat ze geen verkeerde dingen deden
of dachten. Hij wist dat alleen God kon helpen.
Daarom bad hij regelmatig voor zijn kinderen.
God heeft ons in een familie geboren laten
worden, zodat we van elkaar kunnen houden en
voor elkaar kunnen zorgen. Niet om te kibbelen of
om op elkaar te vitten.
Job vroeg God voor zijn kinderen ook om ver-
geving: ze zouden eens verkeerde dingen gedaan
kunnen hebben. Laten wij ook, net als Job, ande-
ren op deze manier helpen. Positief.
Om over na te denken: Wat helpt volgens jou
mee een gezin gelukkig te maken? Je kunt in
2 Korintiërs 1:10b,11 hier meer over lezen.
Gebed: HERE God, ik dank U voor mijn familie en
vrienden. Help mij eraan mee te werken dat ik blij
en gelukkig met hen mag zijn, omdat uw liefde in
ons woont. . . . Amen.
Job 1:6-12
'Strek daarentegen uw hand uit en tast alles
aan wat hij bezit - of hij U dan niet openlijk zal
vaarwel zeggen!' (v. 11).
Als er iets tragisch of vervelends gebeurt, dan
vragen we ons al gauw af 'waarom?'. 'Waarom
moet dit juist mij overkomen?' 'Waaraan heb ik dit
verdiend?' Vaak hebben we 'niets speciaals' ge-
daan om te verdienen wat ons overkomt, maar dit
'kijkje achter de schermen bij Job' kan ons mis-
schien helpen om een beetje van het 'waarom' te
begrijpen.
De satan zei tegen God: 'Job leidt alleen maar
een goed leven omdat U zo goed voor hem zorgt.
Maar neem een paar van die fijne dingen van
hem weg en kijk dan nog eens wat hij gaat doen.'
Het is heel gemakkelijk om christen te zijn
zolang alles goed gaat. Maar het gaat erom om
óók in tijden van verdriet en tegenslag op God te
vertrouwen.
Gebed: Trouwe Vader, ik bid U voor de christe-
nen die vandaag een moeilijke dag hebben. Geef
troost waar droefheid is, moed waar strijd is, en
vrienschap en liefde waar mensen om hun geloof
in U lijden. . . . Amen.
Job 1:13-22
'Job zeide; Naakt ben ik uit de schoot mijner
moeder gekomen, naakt zal ik daarheen we-
derkeren' (v. 21a).
Eerst de runderen en de ezelinnen, toen de
knechten, de schapen en de herders. Daarna de
kamelen met hun begeleiders, en uiteindelijk wer-
den Jobs eigen kinderen door de satan weg-
genomen. De arme Job bleef alleen met zijn
vrouw over. Wat zou hij gaan doen en zeggen?
Veel mensen vergeten de waarheid achter de
woorden van bovengenoemde tekst. Ze kopen
antieke meubelen, waardevolle schilderijen, kleu-
rentelevisie, een nieuwe auto en dure kleren. Op
de bank sparen ze een aardig bedrag bij elkaar
en ze maken plannen voor een luxe vakantie.
Vaak denken ze dat dit de enige dingen zijn die
van belang zijn en het leven gelukkig kunnen
maken. Ze staan er nooit bij stil dat ze niets had-
den toen ze in de wereld kwamen en dat ze er
ook niets van kunnen meenemen. Het enige be-
langrijke in ons leven is: te leven zoals God dat
wil.
Job 2:1-6
'Strek daarentegen uw hand uit en tast zijn
gebeente en zijn vlees aan - of hij U dan niet
openlijk zal vaarwel zeggen!' (v. 5).
De meeste mensen vinden het gemakkelijker
hun bezittingen te verliezen dan hun gezondheid.
Jobs geloof en vertrouwen in God waren nog
steeds even groot, ondanks alles wat hij had
moeten opgeven. De satan geloofde niet dat Job
God trouw zou blijven wanneer zijn gezondheid
aangetast zou worden.
Misschien kennen we wel iemand die heel erg
ziek is. Die in het ziekenhuis ligt of thuis wordt
verzorgd. Soms voelt iemand zich té ziek om te
bidden. Laten wij daarom trouw voor de zieken
bidden en God vragen of ze, ook in hun ziekte,
dicht bij Hem zullen blijven
Job 2:7-13
'... want zij zagen, dat zijn smart zeer groot
was' (v. 13).
Wat doe jij wanneer je hoort dat een goede
bekende van je in moeilijkheden zit?
Praat samen eens over de volgende mogelijk-
heden:
- Je doet niets.
- Je praat erover, besluit hem te schrijven,
maar het komt er nooit van.
- Je kijkt hoe je hem kunt helpen en je doet het
ook.
Jobs drie vrienden zochten elkaar eerst op en
spraken samen over zijn ziekte. Toen besloten ze
hem op te zoeken.
Misschien lijkt vers 12 je wel een erg vreemde
vertoning, maar de manier waarop ze in Oosterse
landen uiting geven aan hun verdriet, is anders
dan bij ons.
Vers 13 herinnert ons eraan dat je in sommige
gevallen beter kunt troosten door je mond te hou-
den dan door naar woorden te zoeken.
Job 8:1-7
indien gij rein en oprecht zijt, dan zal Hij
gewis over u opwaken en uw rechtmatige wo-
ning herstellen' (v. 6).
1+1=2, maar 'rein en oprecht' zijn, is niet
altijd hetzelfde als volmaakt en gelukkig zijn hier
OD aarde. Een van de beste christenen die ik ken,
is blind. Ook ken ik een heel gelukkig christelijk
gezin waarvan de vader kort geleden overleden
is De moeder heeft drie kinderen waarvoor ze
moet zorgen. We kunnen niet zeggen dat er in
een gezin nooit verdriet zal zijn wanneer het rein
en oprecht' is. Ook kunnen we niet beweren dat
een gezin niet 'rein en oprecht' zou zijn omdat er
iets verdrietigs is gebeurd.
In de hoofdstukken 1 en 2 van dit boek hebben
we gezien dat God de satan toestond Job op de
proef te stellen, juist omdat hij 'zo vroom en op-
recht, godvrezend en wijkende van het kwaad
was.
Gebed: Here Jezus, help me om 'rein en oprecht'
te zijn, wat er ook gebeurt. Om uws Naams wil.
. . . Amen.
Job 19:7-19
'Hij heeft mij aan alle kanten afgebroken, zodat
Ik verga, en mijn hoop als een boom uitgerukt'
(v. 10).
Veel mensen kunnen zich wel een tijd in hun
leven herinneren waarin zij zich net zo voelden
Als Baan hier. Het leek wel alsof God hen verlaten
had en dat vrienden en familie niet meer naar hen
omkeken. Met hun gezondheid ging het ook niet
zo goed en het leek wel alsof hun eigen broers en
zussen het te druk hadden om voor hen te zor-
gen. Ze voelden zich gevangen in een lange,
donkere tunnel, waarin nergens ook maar een
glimpje licht doordrong.
Omdat we iets van achter de schermen hebben
mogen zien, weten we dat niet God Jobs weg had
'toegemuurd' (v. 8), maar de satan. God hield van
Job en verloor hem geen ogenblik'uit het oog Hij
wist dat Job Hem achteraf beter zou kennen dan
ooit en ervan overtuigd zou zijn dat God hem
nooit in de steek zou laten.
Hudson TaylorHudson Taylor heeft eens gezegd: 'De inconse-
quentie van christenen die, terwijl ze beweren te
geloven in de Bijbel, er tevreden mee zijn zo te
leven als ze zouden doen als een dergelijk boek
niet bestond, is één van de sterkste argumenten
gerweest voor mijn sceptische vrienden.' Zij
onder ons die de naam christen dragen, zouden
in overeenstemming daarmee moeten handelen.
'Het is tegenstrijdig te zeggen dat je gelooft zoals
het behoort, wanneer je je gedraagt zoals het
niet behoort.' (H.G. Bosch)
William MacDonald
uit 'Wees heilig'
VERZAMELWOEDEDe kasten puilen zo langzamerhand uit. Een plank vol met niet-ingeplakte foto's, een plank met lapjes, papier, verf, gedroogde bloemen, kastanjes van de vorige herfst, schelpen en stenen, en noem maar op. Van alles heeft ze zo langzamerhand verzameld om leuke dingen mee te gaan maken. Ideeën zijn er in overvloed. En elke keer komen er weer nieuwe dingen bij. Haar man verzucht wel eens of er niet wat weg kan, er vallen al bijna nieuwe kastanjes van de bomen. Maar een blik op haar verschrikte gezicht doet hem al z'n mond houden.
In tegenstelling tot wat je zou verwachten, zie je er in haar huis niet zoveel van terug, - wanneer je de kastdeuren tenminste dicht laat. Ze is voortdurend van plan om aan de slag te gaan, alleen de tijd ontbreekt nog. Maar over een paar weken misschien!
Sommige mensen hebben al aardig wat uit de Bijbel verzameld en in hun hart een plaatsje gegeven. Het is de kunst er wat mee te doen. Het liefst zoveel mogelijk, zodat er evenwicht is tussen verzamelen en gebruiken. Want hoe mooi de materialen op zich ook zijn, ze komen beter tot hun recht als je ze gebruikt
Een geloofsheld...Dit verhaal van een geloofsheld raakt mijn hart toen ik het las. Hoeveel vertrouwen en passie moet deze man wel niet hebben gehad voor God??
Vertaald uit "The mission of an evangelist", blz. 267/268, door Marten Visser
Het was 15 april 1912 toen de Titanic, met 1517 mensen aan boord, zonk in de ijskoude wateren van de noordelijke Atlantische Oceaan. Het grootste en meest luxueuze schip van haar tijd verging, en herinnerde de wereld weer aan de kwetsbaarheid van ons mensen. Maar het verhaal van de Titanic is niet slechts het verhaal van een historische tragedie. Er is ook een verhaal van heldenmoed en onwankelbaar geloof.
John Harper was aan boord van de Titanic toen ze uitvoer op haar eerste reis vanuit Southampton, Engeland. Hij was een evangelist afkomstig uit Glasgow, Schotland, en was in heel Groot-Brittannië bekend als een begaafde en gepassioneerde prediker die door zijn preken velen tot Christus leidde. In 1912 ontving dominee Harper een uitnodiging om te spreken in Moody Church, Chicago. 11 april 1912 ging John Harper aan boord van de Titanic.
Aan boord waren een paar van de rijkste mensen ter wereld. Terwijl vele passagiers spraken over zakendeals, aankopen en materiële verlangens, sprak John Harper met anderen over de liefde van Christus. In de dagen voor de tragedie, vertelden overlevenden later, zag men Harper het leven leiden van een man van God: vriendelijk en, waar hij kon, sprekend over de liefde van Christus.
Op de avond van 14 april, terwijl passagiers aan het dansen waren in de balzaal en hun geluk probeerden aan de kaarttafels, stopte John Harper zijn dochter in bed en las hij zijn bijbel, zoals elke avond. Om tien over half twaalf raakte de Titanic een ijsberg. Het "onzinkbare" schip was ten dode opgeschreven. Omdat ze het niet geloofden, of omdat ze zich er niet van bewust waren, gingen de passagiers verder met hun pleziertjes. Pas toen de bemanning een serie alarmseinen de lucht inschoot, realiseerden de passagiers de ernst van hun situatie. Chaos volgde. Het gebeurde allemaal zo snel.
Maar John Harpers reactie geeft ons een historisch voorbeeld van moed en geloof. Harper maakte zijn dochter wakker, tilde haar op en wikkelde haar in een deken voordat hij haar het dek opdroeg. Toen kuste hij haar gedag en gaf haar over aan een bemanningslid die haar in reddingsboot 11 zette. Harper wist dat hij zijn dochter nooit meer terug zou zien. Op zesjarige leeftijd zou zij wees worden.
Toen gaf Harper zijn zwemvest aan een medepassagier, daarmee elke hoop op eigen overleven opgevend. Van een overlevende weten we dat hij riep: "Vrouwen en kinderen en onbekeerden in de reddingsboten!" Hij begreep dat er iets belangrijkers was dan deze verschrikkelijke ramp te overleven. Hij begreep dat er mensen waren die niet voorbereid waren op de eeuwigheid.
Terwijl om hem heen de wanorde en de geluiden van doodsangst doorgingen, richtte Harper zich op zijn door God gegeven levensdoel. Overlevenden vertelden dat ze hem op het opperdek op zijn knieën zagen liggen, omringd door doodsbange passagiers, biddend voor hun zaligheid. Om tien over half drie 's nachts zonk de Titanic weg in de Atlantische Oceaan. Boven haar graf liet ze een paddestoel van rook en stoom achter en, tragisch genoeg, meer dan 1.000 mensen, waaronder Harper, die voor hun leven vechtten in het ijskoude water. Het lukte Harper om een stuk wrakhout te vinden waar hij zich aan vast kon klampen. Snel zwom hij van de ene naar de andere drenkeling en drong er bij hen op aan hun vertrouwen op Jezus Christus te stellen. Terwijl in het aangezicht van de dood anderen de dwaasheid van alles waar ze in hun leven druk mee geweest waren onder ogen moesten zien, werd John Harpers doel om anderen voor Christus te winnen alleen maar belangrijker.
In het water bewoog John Harper zich zo goed als mogelijk voort en sprak met zoveel mogelijk mensen. Zijn vraag was: "Is uw ziel gered?" Als mensen niet gered waren, of als ze de vraag niet begrepen, dan legde hij zo snel mogelijk het Evangelie uit. Al snel bezweek John Harper voor de ijzige zee. Maar tot zijn laatste moment ging deze onvermoeibare man met zijn onwankelbare geloof door met waar hij voor leefde: het winnen van verloren zielen.
Een persoon herinnerde zich: "Ik ben een overlevende van de Titanic. Ik was één van slechts zes mensen die uit de ijskoude wateren van die verschrikkelijke nacht getrokken werden. Net als de honderden om me heen, was ik aan het worstelen met de koude, donkere wateren van de Atlantische Oceaan. Het gejammer van degenen die omkwamen klonk om me heen, toen er een man voorbijdreef die me toeriep: "Is uw ziel gered?" Toen hoorde ik hem naar anderen roepen, tot hij en iedereen om me heen wegzonk onder de golven. Daar, alleen in de nacht, met twee mijl water onder me, riep ik het uit tot Christus. Ben ik John Harpers laatste bekeerling?
VERTROUW OP GODVERTROUW OP GOD
Moody zei eens: "In wie stel je je vertrouwen? Vertrouw op jezelf en je zult teleurgesteld worden. Vertrouw op je vrienden, zij zullen eens sterven en je alleen laten. Vertrouw op je eigen goede reputatie; de een of andere lasteraar komt en hij bederft je reputatie. Vertrouw op God en je zult nooit teleurgesteld worden, hier op aarde niet en ook niet straks in de eeuwigheid."
Maarten Luther kon ook getuigen dat het veilig is alleen op God te vertrouwen. Hij zei eens: "Ik heb veel dingen in mijn handen gehouden, maar ik ben ze allemaal kwijtgeraakt. Maar alles wat ik in de handen van God gelegd heb, heb ik nog."
Het is beter bij de Heer te schuilen dan op mensen te vertrouwen; het is beter bij de Heer te schuilen dan op edelen te vertrouwen.
Psalm 118: 8-9
BartimeusEen vogel fluit een lied hoog in de boom. In de
schaduw van die boom zit een man. Hij heft zijn
hoofd op en luistert. Het lied van de vogel trilt
iets in hem wakker: het leven, het warme leven.
Geschonden is zijn bestaan. Als een getekende
gaat hij door het leven. Met twee blinde ogen
tast hij elke dag zijn pad af naar de drukke weg,
die van Jericho naar Jeruzalem leidt.
Zijn blindheid heeft wonden geslagen, diep in
hem. Niet als de anderen met eigen handen zijn
brood te kunnen verdienen, maar zijn handen op
moeten houden om te bedelen, elke dag weer.
Veel mensen passeren hem. Hij vangt woorden
op. Een enkeling blijft staan en roept iets naar
hem.Bartimeüs heeft zich beelden gevormd. Als kind
heeft hij zijn moeder betast, en een beeld van
haar gevormd. Hij heeft bloemengeuren opge-
snoven en bloemblaadjes één voor één met zijn
vingers afgetast.
En zo spitst hij nu zijn oren om te luisteren. Een
naam klinkt tot hem door: de naam Jezus. Hij
luistert naar die woorden over Jezus gesproken.
Al die woorden samen vormen een beeld. En
met zijn blinde ogen ziet hij in Jezus trefzeker
de Zoon van God. De enige in zijn leven die een
eind kan maken aan zijn geschonden bestaan.
Als op een dag die Jezus op de weg nadert, laat
hij zich door niemand tegenhouden om Hem
tegemoet te gaan. En in Jezus vindt hij zijn
heler.Geschonden is ook ons bestaan. Ieder kent zijn
eigen wonden. Wonden door het leven gesla-
gen. Schuldgevoelens kunnen ons aantasten,
mensen onze vreugde doven met hun woorden,
hun daden, hun houding.
Ook wij spitsen onze oren. Woorden over Jezus,
en achter Hem de Vader, komen uit de Bijbel tot
ons. Als kind hebben wij de verhalen over God
en over Jezus gehoord. Woorden vangen wij op
in de kerk. We nemen ze in handen, betasten ze,
praten er over, vormen ons een beeld.
En midden in ons geschonden leven krijgt Jezus
gestalte. Wij herkennen Hem als de enige die
ons genezen kan. En wij laten ons door nie-
mand tegenhouden om tot Hem te gaan. Hij
raakt ons aan. Hij dekt onze wonden toe met
zijn liefde. En als geheelde mensen mogen wij
door het leven trekken.
Ik heb niemand van gelijkgezindheid als hij.Ik heb niemand van gelijkgezindheid als hij.
FIL.2.20
Paulus spreekt zijn waardering uit over zijn
medearbeiders. Van Timotheüs zegt hij: 'Ik heb
niemand van gelijke gezindheid als hij, die zo
trouw uw belangen zal behartigen.' Ook van
Epafras zegt hij goede dingen (vs. 25-30). Goede
dingen zeggen van iemand, of tegen iemand, is
zo belangrijk. Wij zijn vaak zuiniger met onze
waardering voor anderen dan met onze kritiek.
Toch is het heel goed voor volwassenen (en ook
voor kinderen!) af en toe eens waardering te
horen. Een dergelijk waarderend woord geeft je nieuwe
energie, geeft levensvreugde. Je zou kunnen zeg-
gen: het doet wonderen. Probeer het maar eens
als de gelegenheid zich voor doet.
EEN PREEK MET EEN UITWERKINGEEN PREEK MET EEN UITWERKING
Een oude vrouw in Schotland had een kruide-
Viswinkeltje. Zij bezocht ook regelmatig de
Kerk. Ze was niet zo heel erg intelligent en de
Predikant had de indruk dat ze niet veel begreep
Van zijn toespraken. Op een dag kwam de domi-
nee haar tegen en maakte een praatje met haar.
Ze maakte van de gelegenheid gebruik om hem
Over zijn preek van de afgelopen zondag een
Compliment te geven. Ze zei: 'Dominee, ik heb
Nog nooit een dergelijk goede preek gehoord!' De predi-
kant keek haar verbaasd aan. Dat had hij nooit
Van haar verwacht. Om er achter te komen of
Zij het echt meende, zei hij: 'Zo, vond u dat?
En waar ging de preek ook weer over?' Zij ant-
woordde: 'Dat weet ik niet meer, dominee, maar
toen ik thuiskwam heb ik direct de dubbele
bodem uit mijn maatbeker gehaald.' Dat was
inderdaad het overtuigende bewijs dat de preek
zijn uitwerking niet had gemist.
Spurgeon zei eens van een preek: 'Een preek die
niet verder gaat dan het oor is als een maaltijd
die je in je droom eet. Het heeft geen enkele uit-
werking.'
WOORDEN ZIJN GOEDKOOPWOORDEN ZIJN GOEDKOOP
Een niet-christelijke rechtsgeleerde woonde een kerkdienst bij en luisterde met verbazing naar de getuigenissen van sommige christenen die hij vanwege zijn beroep als rechtsgeleerde had leren kennen als bedriegers en oplichters. Na de dienst vroeg iemand hem wat hij vond van deze prachtige getuigenissen. Hij antwoordde: 'Voor een rechter is er een groot verschil tussen een getuigenis en een bewijs.'
Woorden zijn inderdaad goedkoop. Het is gemakkelijk een mooi getuigenis van je geloof in Christus te geven, maar het is veel moeilijker in je dagelijks leven een bewijs te geven van de reinigende kracht van God in je leven. 'Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan' (Mark. 7:6).
GA TOT DE MIERENGA TOT DE MIEREN
De Spreukendichter zegt van de mieren dat ze in de zomer hun spijs bereiden (Spr. 30:25). Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde graanverzamelende mieren die vooral in de landen om de Middellandse Zee voorkomen. In lange rijen trekken deze mieren er op uit. Nadat ze een heel eind gelopen hebben, verspreiden ze zich over een vlakte en gaan ze op zoek naar zaden. Allerlei zaden worden door hen meegedragen. Sommige zaden zijn zo groot, dat zij ze met moeite mee kunnen slepen. Soms vergissen ze zich en slepen ze een zandkorrel of een klein slakkenhuisje mee. In het nest wordt alles gesorteerd. Wat ze niet kunnen gebruiken, wordt naar buiten gewerkt. Ook ontkiemende zaden worden naar buiten getransporteerd om daar te drogen, terwijl de kiempjes eraf worden gebeten. In het nest heerst een ver doorgevoerde arbeidsverdeling. Soms gaan de mieren op rooftocht en plunderen ze de graankamers van een andere kolonie. Zo'n strijd tussen twee kolonies kan weken duren.
Een andere soort van mieren zijn de zogenaamde 'kwekers'. Zij komen voor in de tropische bossen van Zuid-Amerika. De 'arbeidsters' onder hen trekken er op uit, begeleid door 'soldaten'. Zij klimmen naar de kruinen van de bomen en verzamelen daar stukjes van de bladeren. Hun kaken zijn daar heel geschikt voor. Het stukje blad dat ze meenemen, is vaak wel viermaal zo groot als de mier zelf. Met veel moeite en volharding dragen zij hun blaadjes over alle hindernissen heen naar hun nest.
Hun nest bestaat uit een grote verzameling van holen. De meeste holen worden gevuld met bladmoes, dat een sponsachtige massa vormt. Op deze groene massa wordt een schimmelcultuur aangebracht. De schimmeldraden vinden een uitstekende voedingsbodem. Ze brengen witte knopjes voort, die het voedsel vormen voor de mieren. Alle onkruid wordt gewied. Na enige tijd verliest het bladmoes zijn voedingskracht. Het bruine stukje wordt dan vervangen door een vers blaadje. De 'werksters' zorgen er dan direct voor dat er nieuwe schimmeldraden in worden gestoken.
Een derde groep van interessante mieren zijn de zogenaamde 'veehouders'. Deze gele weidemier komt in ons land veel voor. Deze mieren schuwen het licht. Tussen het gras van de weiden maken zij een hoop aarde, die uit gangen en kamers bestaat. De wortels van het gras lopen erdoorheen. Op deze wortels leven allerlei soorten luizen. Die luizen kunnen als 'vee' voor deze mieren gezien worden. De sappen die door de luizen uit de wortels gezogen worden, gaan door hun lichaam en worden daarna als een zoete vloeistof aan de weidemieren afgegeven. Af en toe laten de luizen zich gewillig door de mieren naar een andere plaats brengen. Er is ook een soort mieren dat 'stallen' bouwt, die door overdekte gangen met elkaar verbonden zijn. Een 'stal' wordt als een kamer van aarde rondom de luizen gemaakt. Overal waar bladluizen zijn, kan men ook mieren vinden. Als er een stroom van mieren tegen een boom opklimt, zijn er vast en zeker in die boom ook luizen. Wie tot de mieren gaat, ontdekt de wijsheid van de Schepper.
genezing voor uw ganse lichaam

U ZULT MIJ ERENU ZULT MIJ EREN
Bovenstaande woorden zijn als het derde luik
Van een prachtig drieluik, dat we vinden in Ps.
50:15: 'Roep Mij aan in de dag der benauwd-
Heid, Ik zal u redden, en u zult Mij eren.' Alleen
Ontbreekt bij ons dat derde luik nog wel eens.
Hoe vaak vergeet ik niet om God te danken,
nadat hij mijn gebed heeft beantwoord. Of zeg
ik niets als anderen mij zeggen dat ik geluk heb
Gehad, terwijl ik weet dat het geen 'geluk' was,
maar Gods antwoord op mijn gebed.
Ik moet denken aan het verhaal van de matroos
die naar beneden viel, terwijl hij helemaal
bovenin de mast van het schip aan het werk
was. Hij schreeuwde tot God om hulp. Enkele
meters lager viel hij in touwen die de mast
vasthielden, zodat hij niet op het dek te pletter
viel. Snel bad hij opnieuw tot God en zei: 'Sorry
dat ik U lastig viel, maar alles gaat goed. Ik kan
mezelf wel weer redden.' Hij had niet eens in de
gaten dat het God was die zijn leven op deze
wijze had gespaard, laat staan dat hij Hem er
voor dankte.
Iets dergelijks zullen wij wellicht niet gauw bid-
den, maar toch... Laten we Hem aanroepen in
de benauwdheid, maar laten we vooral ook niet
vergeten Hem voor zijn uitredding te danken en
Te eren.
Laat niet varen de werken vanLaat niet varen de werken van
uw handen.
Ps. 138:8
God is trouw; Hij niet laat varen de werken van
zijn handen. Als God ergens mee begint,dan
maakt Hij het ook af. Tegen de Filippiërs (en
tegen ons) zegt Paulüs dat hij er zeker van is dat
God op de grote dag van Christus Jezus het goe-
de werk dat Hij onder hen is begonnen, zal vol-
tooien (vs. 6). Het goede werk van God in ons
begint, als wij ons hart openen voor het evange-
lie en de Heer Jezus aannemen als Heer en Hei-
land. Dan worden wij door genade een kind van
God. En God gaat met ons door, tot op de dag
van Christus. Dan gaan wij de heerlijkheid bin-
nen om voor altijd bij Hem te zijn. Als het van
ons afhing, kwamen we er nooit. Maar gelukkig,
Hij blijft getrouw. Hij maakt het voor ons af. Hij
laat niet varen de werken van zijn handen.
IN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDENIN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN..
Een bergbeklimmer en zijn gids waren bezig een hoge berg te beklimmen. Plotseling kwam er een onweer opzetten. De lucht werd donker, de wind begon te waaien. De toerist wilde snel naar beneden gaan, maar de gids hield hem tegen en zei: 'Nee, we gaan niet naar beneden, we gaan juist naar boven.' De man was verstandig, hij luisterde naar de gids en ging met hem zo snel mogelijk naar boven. Na een poosje waren ze op een hoogte waar de zon scheen en waar het windstil was. Zij waren volkomen veilig, terwijl het beneden hen noodweer was.
Ook wij zijn onderweg en wij hebben, net als de bergbeklimmer, een Gids. Een betrouwbare Gids. En die Gids moeten we volgen. Ook voor ons kunnen de omstandigheden opeens veranderen. Het leven kan soms heel moeilijk worden. Geliefden kunnen weggenomen worden. We kunnen veel verdriet hebben, we kunnen ons eenzaam voelen. Satan kan proberen ons aan het twijfelen te brengen. Dan is het nodig te luisteren naar de aanwijzingen van onze Gids. Ook Hij wil dat we in onze moeilijkheden naar boven gaan, niet naar beneden. We moeten op Hem zien en de omstandigheden in Zijn hand leggen en op Hem vertrouwen. Dan worden we als het ware boven die moeilijkheden en problemen uitgetild.