genezing voor uw ganse lichaam


WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
genezing voor uw ganse lichaam

U ZULT MIJ ERENU ZULT MIJ EREN
Bovenstaande woorden zijn als het derde luik
Van een prachtig drieluik, dat we vinden in Ps.
50:15: 'Roep Mij aan in de dag der benauwd-
Heid, Ik zal u redden, en u zult Mij eren.' Alleen
Ontbreekt bij ons dat derde luik nog wel eens.
Hoe vaak vergeet ik niet om God te danken,
nadat hij mijn gebed heeft beantwoord. Of zeg
ik niets als anderen mij zeggen dat ik geluk heb
Gehad, terwijl ik weet dat het geen 'geluk' was,
maar Gods antwoord op mijn gebed.
Ik moet denken aan het verhaal van de matroos
die naar beneden viel, terwijl hij helemaal
bovenin de mast van het schip aan het werk
was. Hij schreeuwde tot God om hulp. Enkele
meters lager viel hij in touwen die de mast
vasthielden, zodat hij niet op het dek te pletter
viel. Snel bad hij opnieuw tot God en zei: 'Sorry
dat ik U lastig viel, maar alles gaat goed. Ik kan
mezelf wel weer redden.' Hij had niet eens in de
gaten dat het God was die zijn leven op deze
wijze had gespaard, laat staan dat hij Hem er
voor dankte.
Iets dergelijks zullen wij wellicht niet gauw bid-
den, maar toch... Laten we Hem aanroepen in
de benauwdheid, maar laten we vooral ook niet
vergeten Hem voor zijn uitredding te danken en
Te eren.
Laat niet varen de werken vanLaat niet varen de werken van
uw handen.
Ps. 138:8
God is trouw; Hij niet laat varen de werken van
zijn handen. Als God ergens mee begint,dan
maakt Hij het ook af. Tegen de Filippiërs (en
tegen ons) zegt Paulüs dat hij er zeker van is dat
God op de grote dag van Christus Jezus het goe-
de werk dat Hij onder hen is begonnen, zal vol-
tooien (vs. 6). Het goede werk van God in ons
begint, als wij ons hart openen voor het evange-
lie en de Heer Jezus aannemen als Heer en Hei-
land. Dan worden wij door genade een kind van
God. En God gaat met ons door, tot op de dag
van Christus. Dan gaan wij de heerlijkheid bin-
nen om voor altijd bij Hem te zijn. Als het van
ons afhing, kwamen we er nooit. Maar gelukkig,
Hij blijft getrouw. Hij maakt het voor ons af. Hij
laat niet varen de werken van zijn handen.
IN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDENIN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN..
Een bergbeklimmer en zijn gids waren bezig een hoge berg te beklimmen. Plotseling kwam er een onweer opzetten. De lucht werd donker, de wind begon te waaien. De toerist wilde snel naar beneden gaan, maar de gids hield hem tegen en zei: 'Nee, we gaan niet naar beneden, we gaan juist naar boven.' De man was verstandig, hij luisterde naar de gids en ging met hem zo snel mogelijk naar boven. Na een poosje waren ze op een hoogte waar de zon scheen en waar het windstil was. Zij waren volkomen veilig, terwijl het beneden hen noodweer was.
Ook wij zijn onderweg en wij hebben, net als de bergbeklimmer, een Gids. Een betrouwbare Gids. En die Gids moeten we volgen. Ook voor ons kunnen de omstandigheden opeens veranderen. Het leven kan soms heel moeilijk worden. Geliefden kunnen weggenomen worden. We kunnen veel verdriet hebben, we kunnen ons eenzaam voelen. Satan kan proberen ons aan het twijfelen te brengen. Dan is het nodig te luisteren naar de aanwijzingen van onze Gids. Ook Hij wil dat we in onze moeilijkheden naar boven gaan, niet naar beneden. We moeten op Hem zien en de omstandigheden in Zijn hand leggen en op Hem vertrouwen. Dan worden we als het ware boven die moeilijkheden en problemen uitgetild.
HET DOEL MISSEN
EEN TACTISCHE VERMANINGEEN TACTISCHE VERMANING
John Wesley moest eens een lange reis maken en hij reisde samen met een officier met wie hij bijzonder goede gesprekken had. Alleen vond Wesley het vervelend dat zijn reisgenoot af en toe grove woorden gebruikte. Toen ze moesten overstappen, nam Wesley de officier even terzijde en zei tegen hem dat hij het fijn vond nog verder samen met hem te reizen, maar dat hij hem eerst een gunst wilde vragen. De officier antwoordde: 'Het zal me een genoegen zijn aan jouw verzoek te voldoen, Wesley. Want ik ben ervan overtuigd dat jij niets onredelijks zult vragen.' Wesley zei: 'We zullen nog een heel eind samen reizen. Als het mocht gebeuren dat ik in het vuur van het gesprek me vergis en grove woorden gebruik, wil je me dan daarop wijzen?' De officier begreep het meteen. Hij glimlachte en zei: 'Alleen Wesley is in staat iemand op zo'n manier te vermanen.'
In Kol. 4:16 lezen we dat we 'in alle wijsheid elkaar moeten leren en terechtwijzen.' En in vers 5 en 6 lezen we: 'Gedraag u wijs tegenover de ongelovigen en gebruik elke gelegenheid om hun het goede nieuws door te geven. Wees in uw spreken vriendelijk en verstandig en zorg ervoor dat u iedereen een goed antwoord geeft.'
MANNA VOOR ELKE DAGMANNA VOOR ELKE DAG.
Een student vroeg eens aan een rabbijn: 'Waar-
om gaf de Heer elke dag manna aan het volk
van Israël in de woestijn? Waarom gaf Hij niet
in één keer voldoende voor een lange tijd?' De
rabbijn gaf het volgende antwoord: 'Een koning
had een zoon aan wie hij een jaarinkomen gaf.
Wat gebeurde er? De zoon kwam één keer per
jaar bij zijn vader om het geld voor een heel
jaar in ontvangst te nemen. Dat was niet goed.
Daarom bracht de wijze koning er verandering
in. Voortaan moest de zoon dagelijks komen om
zijn geld voor één dag te ontvangen. Zo bracht
de zoon elke dag een bezoek aan zijn vader.
Daardoor leerde hij zijn vader beter kennen en
begreep hij hoe hij de tegenwoordigheid, de
liefde en de wijsheid van zijn vader elke dag
nodig had. Zo had ook het volk van Israël niet
alleen elke dag het manna nodig, maar ook de
aanwezigheid van God.'
Tot zover de rabbi. Voor ons geldt hetzelfde. Wij
kunnen dankbaar zijn voor de goede gaven die
God ons geeft. Maar kennen we ook de Gever
en danken we Hem? Ook wij hebben elke dag
voedsel nodig: dat voedsel vinden we in het
Woord van God. Op die manier leren we onze
vader beter kennen.
ONMACHTONMACHT
Een wesp kan geen honing maken. Om dit te kunnen moet hij een bij worden. Een zeug zal niet voor het vuur gaan zitten om zijn snuit te wassen, zoals een kat. Evenmin zal een losbol graag een heilig leven leiden. Geen duivel zal God loven, zoals de engelen. Mensen die God niet kennen, kunnen Hem niet welgevallig dienen, zoals de kinderen van God. Hun onvermogen is van geestelijke aard. Ze kunnen het niet omdat ze het niet willen. Van de broers van Jozef wordt gezegd dat ze niet vriendelijk met hem konden spreken, zo groot was hun haat tegen hem. Maar een dergelijke onmacht is nog geen excuus. De bron waaruit zij voortkwam, deugde niet. Evenmin is een drugsverslaafde te verontschuldigen omdat hij zijn verslaving niet kan overwinnen. Zo is het ook met een zondig mens, die geen berouw heeft over zijn leven. Hij zal zich nooit kunnen verontschuldigen met: 'Ik kon mij niet veranderen.' De vraag is: wilt u zich bekeren? Zo niet, dan zal de Rechter eenmaal tegen u zeggen: 'U hebt niet gewild!' Zo ja, dan is geen verslaving voor Hem te groot: u krijgt namelijk een nieuwe natuur en de Geest van God. Dan zijn alle dingen mogelijk voor hem die gelooft.
HET WERK VAN EEN KUNSTENAARHET WERK VAN EEN KUNSTENAAR
Bij Florence lag een groot blok marmer. Verschillende beeldhouwers hadden geprobeerd het te bewerken, maar ze waren er niet in geslaagd. Het enige resultaat was dat het aan alle kanten geschonden was en nergens meer geschikt voor leek te zijn. Toen kwam men op het idee aan Michelangelo te vragen of hij van dit onogelijke blok marmer nog iets kon maken. De grote kunstenaar liet een schuur om het stuk marmer heen bouwen, zodat hij ongestoord kon werken. Anderhalf jaar werkte hij er aan. Toen gaf hij de opdracht de schuur af te breken. Daar stond een prachtig standbeeld van de jonge David (nog steeds te bewonderen in Florence). Zoiets kon alleen de meesterhand van de beroemde Michelangelo tot stand brengen.
Maar God kan nog oneindig veel meer! Hij kan harde harten met zijn Woord bewerken. Dat Woord is 'als een hamer die een steenrots vermorzelt' (Jer. 23:29). God brengt zondaars tot geloof en bekering, en vormt in hen het volmaakte beeld van zijn Zoon. Dat doet Hij uit liefde.
DE ROTS

WEES NIET BEZORGT

OVERDRIJVEN IS OOK EEN VAKOVERDRIJVEN IS OOK EEN VAK
'Geloven is best, maar je moet het niet overdrijven.' Ik hoor het Piet nog zo zeggen. Hij was een collega met wie ik nauw samenwerkte. We konden het goed met elkaar vinden. 'Hoe bedoel je,' vroeg ik voorzichtig. 'Nou, ik geloof ook in God en ga soms naar de kerk. Maar om nou overal het geloof bij te halen, lijkt me wat te veel van het goede.' Ik was even stil. Wat moest ik daar nu op antwoorden? 'Ik ben het niet helemaal met je eens. Een relatie met de Here is niet iets van een paar momenten in de week, het doortrekt je hele leven. Net als in een huwelijk, in alles houd je rekening met elkaar. Kun je het naar God toe eigenlijk wel maken om te zeggen dat je niet moet overdrijven? Zou Hij ooit vinden dat je Hem te veel in je leven betrekt? En kijk eens naar wat God Zelf deed toen Hij Zijn Zoon stuurde. Hij was niemand verplicht zoveel liefde te geven. Het was Zijn goed recht om ons te laten sterven, omdat wij tegen Hem hadden gekozen. Maar Hij is zo oneindig liefdevol dat Hij een nieuwe mogelijkheid creëerde, zodat we in relatie met Hem kunnen leven. Het is maar goed dat God niet zuinig was in Zijn liefde naar ons toe.'
GEEN DING IS ONMOGELIJK ALS MEN GELOOFT.
LEKT UW DAK?LEKT UW DAK?
In een oud boek las ik het volgende: 'Zware beproevingen zijn voor de ziel als sijpelende regen voor het huis. We weten niet dat er zulke gaten in het dak zitten tot er een stortregen komt en dan zien we het hier en daar druppelen. Misschien wisten we niet dat er verkeerde dingen in ons huisden, totdat de stormen van de beproeving kwamen en we merkten dat ongeloof, ongeduld en vrees op veel plaatsen neersijpelden.' Hoe waar is dat! Beproeving test ons en bewijst wat voor soort christenen we zijn. Als er defecten zijn in onze geestelijke wapenrusting, dan zullen ze openbaar worden onder de druk en spanning van de moeilijkheden. Als de sluizen van tegenspoed opengaan, stemmen we in met de woorden van de psalmdichter: 'Verlos mij, o God, want het water is gekomen tot aan de lippen' (Ps. 69:2). Toch hoeven we niet bang te zijn, want het is onze liefhebbende Vader die de wateren toelaat te komen. Gaat u door een storm momenteel? Misschien is het om uw geestelijke noden te openbaren. Repareer het 'lekke dak' door geloof, gebed en overgave aan de Heilige Geest.
WANDELEN MET HEMWANDELEN MET HEM
Op een mooie zomerdag was ik met mijn dochter op bezoek in een soort pretpark. Toen we in de rij stonden voor een van de attracties, hoorde ik een man vragen: 'Weet iemand waar deze rij naartoe gaat?' De man naast hem zei: 'Ik heb geen flauw idee.' Ik grinnikte om hun kennelijke onwetendheid, maar toen realiseerde ik me dat ik zelf ook niet wist waar de rij voor was.
Het maakte me trouwens niets uit. Het was een 'vader-en-dochterdag' en we hadden het samen gezellig. Het was niet belangrijk waar we naartoe gingen, het ging er om dat we samen uit waren.
Ik moest denken aan wat we noemen 'wandelen met de Here'. Zijn we zo in beslag genomen door wat we meemaken in het leven dat we vergeten om blij te zijn dat we elke dag met Hem samen zijn?
Henoch, een gelovige uit het Oude Testament, 'wandelde met God, driehonderd jaar' (Gen. 5:22). En toen wandelde hij weg van de aarde in Gods tegenwoordigheid zonder de dood te zien (Hebr. 11:5).
We weten niet hoe onze levensweg zal zijn, maar we kunnen genieten van de reis als we met de Here wandelen: 'Ik wandel in het licht met Jezus...'
DE ZEGEN VAN LASTENDE ZEGEN VAN LASTEN
Er is een verhaal van een oude grootvadersklok die al drie generaties lang in dezelfde hoek van een kamer had gestaan en trouw dag na dag de minuten en uren weggetikt had. In de klok was een zwaar gewicht dat elke avond moest worden opgetrokken om de klok aan de gang te houden.
Op zekere dag werd de klok verkocht en de nieuwe eigenaar zag het zware gewicht. 'Dat is te erg,' zei hij, 'dat die oude klok zo'n zware last moet dragen.' Hij nam het gewicht van de ketting en ogenblikkelijk hield de klok op met tikken. 'Waarom deed u dat?' vroeg de klok. 'Ik wilde je last verlichten,' zei de man.
'Hang het er alstublieft weer in,' zei de klok, 'dat houdt me aan de gang!'
De meeste mensen hebben graag een gemakkelijk leventje. Ze denken dat ze, als ze geen lasten hebben, plezierig kunnen leven. Ze beseffen niet dat God ons vaak geestelijk 'aan de gang houdt' door de gewichten die ons naar beneden lijken te trekken. Beproevingen kunnen onze voeten geestelijk activeren. Onze lasten brengen ons niet alleen zegen in dít leven, maar 'de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid' (2 Kor. 4:17).
TE VEEL HUICHELAARSTE VEEL HUICHELAARS
Onlangs vroeg een kennis van ons of ik haar vader wilde bezoeken. Hij lag in het ziekenhuis in afwachting van een operatie. Zijn toestand was ernstig en ze was bezorgd over zijn geestelijk welzijn. Toen ik hem een bezoek bracht en over de Heer Jezus begon te spreken, zei de man dat hij een dominee had gekend die het niet zo nauw nam met de huwelijkstrouw. 'Er zijn te veel huichelaars in de kerk,' zei de man. Ik hield een van mijn handen vóór mijn bijbel en vroeg: 'Wat ziet u?' 'Uw hand, met uw bijbel daarachter.' Toen plaatste ik de Bijbel vóór mijn hand. 'Wat ziet u nu?' vroeg ik. 'Alleen de Bijbel.' 'Ik kan mijn hand achter de Bijbel verbergen, omdat mijn hand kleiner is dan de Bijbel,' zei ik. 'Ik bedoel te zeggen dat het enige wat kleiner is dan een huichelaar, de persoon is die zich daarachter probeert te verbergen.'
'Daar heb ik nooit aan gedacht,' antwoordde hij. Op die dag besefte hij dat hij zijn eigen zonden moest belijden en niet de zonden van anderen moest gebruiken als een excuus om niet tot Christus te gaan. En diezelfde dag kwam hij tot geloof in de Heer Jezus.
BUSHALTEBUSHALTE
Het openbaar vervoer in Londen kent twee soorten bushaltes: de 'Bus Stop', waar elke langsrijdende bus stopt, en de 'Bus Request', een halte waar de bus alleen op verzoek stopt. Iemand die bij een 'Bus Request' wil opstappen, moet dit aan de naderende buschauffeur door middel van een handgebaar duidelijk maken. Anders rijdt de bus gewoon verder.
De twee blinde bedelaars voor de poorten van Jericho hadden van andere mensen over de Heer Jezus horen vertellen. Toen ze vernamen dat Hij aan de weg waar zij zaten zou langskomen, schreeuwden ze luidkeels: 'Heb medelijden met ons, Zoon van David!' Hij mocht in geen geval voorbijgaan zonder te stoppen. Als er Eén zou kunnen helpen, dan was Hij het wel. En de Heer Jezus? Hij bleef staan, riep hen bij Zich en gaf hun het gezicht weer terug.
Wie met de bus mee wil, moet dat duidelijk aan de chauffeur laten zien. Wie gered wil worden, moet zich tot de Heer Jezus wenden. Natuurlijk gaat Hij u niet achteloos voorbij, maar Hij dringt Zich ook niet op. Als wij Hem niet willen, gaat Hij verder. 'Roep Mij aan ten dage der benauwdheid, Ik zal u redden en u zult Mij eren' (Ps. 50:15).
tevredenTEVREDEN?
Een rijke fabrikant observeerde een visser die op zijn gemak naast zijn boot
zat. 'Waarom bent u niet aan het vissen?' vroeg de fabrikant. 'Ik heb vandaag
genoeg gevangen,' antwoordde de visser. 'Maar waarom wilt u niet méér
vangen?' vervolgde de rijke man. 'Wat moet ik daar dan mee?' luidde het
antwoord. 'Nou, u zou meer kunnen verdienen en dan een grotere boot kopen,
waarmee u nog meer vis kunt vangen. En zo zou u op den duur een hele
vissersvloot kunnen exploiteren en een aardig vermogen opbouwen, net als ik.'
De visser vervolgde: 'En wat dan?' 'Nou, dan kunt u rustig achterover leunen
en van het leven genieten.' 'Maar wat denkt u dat ik nu aan het doen ben?'
reageerde de visser.
Als meer materiële welvaart ons enige levensdoel is, zullen we nooit tevreden
zijn. Bovendien verwaarlozen we daarbij onze ziel. De Heer Jezus heeft eens
gezegd: 'Let op en waakt voor alle hebzucht; want ook al heeft iemand
overvloed, zijn leven behoort niet tot zijn bezittingen' (Luk. 12:15). Laten
we oppassen dat we niet 'voor onszelf schatten verzamelen', want dan zijn wij
niet rijk in God.
DE SYMPATHIE VOELENDE JUWEEL
DE SYMPATHIE VOELENDE JUWEEL
Een man bezocht met een vriend de juwelier
Tiffany in New York City. Men liet hem een
schitterende diamant zien, die een prachtig geel
licht uitstraalde, en nog veel andere schitterende
stenen. Hij zag ook een steen die er heel dof uit-
zag en zei: 'Dit is helemaal geen mooie steen.'
De vriend die bij hem was, hield de steen een
paar minuten in zijn hand. Toen hij daarna zijn
hand opendeed, zei de man: 'O, wat een prach-
tige steen.' Zelfs het kleinste plekje van de steen
schitterde en straalde met de pracht van een
regenboog. 'Wat heb je met de steen gedaan?'
Zijn vriend antwoordde: 'Dit is een opaal. Dit is
wat we noemen een sympathie voelende juweel.
Pas als ze in contact komt met bijvoorbeeld de
hand van een mens, schittert ze zo prachtig.'
Zo is het ook met het leven van veel mensen.
Zij hebben de warmte van de aanwezigheid, van
de aanraking en van de sympathie (het medege-
voel) van andere mensen nodig om te kunnen
schitteren met de pracht van een opaal.