IK BEN DE DEUR
IK BEN DE DEUR
Als we spreken over een herder, dan denken we waarschijnlijk aan de man die vroeger bij ons op de heide de schapen hoedde, terwijl hij een kous breidde en zich maar weinig om de schapen hoefde te bekommeren. Daar had hij zijn hond voor. Maar het leven van de herder waarover de Bijbel spreekt, is totaal anders. Ik ben bepaalde stukken uit de Bijbel pas goed gaan begrijpen, nadat ik het leven van de herder in het nabije Oosten van dichtbij heb gezien. Hierbij denk ik aan mijn oude vriend Mahmoed, een herder zoals die in Psalm 23 wordt bezongen. Hij was een echte herder, bereid tot een strijd op leven en dood om zijn dieren te beschermen. Hij was niet iemand die de schapen hoedt alleen om geld en geen werkelijke liefde heeft voor de schapen. Een huurling denkt er niet aan om zijn leven op het spel te zetten voor de schapen; hij vlucht als er gevaar dreigt, omdat hij dit werk niet van harte doet. Een goede herder zet zijn leven in voor de schapen. Hij neemt de nodige voorzorgsmaatregelen om het gevaar zo gering mogelijk te maken. Als bijvoorbeeld de schaapskooi gebouwd zou zijn van losse stenen, zou hij bij aanraking gemakkelijk in kunnen storten. Het enige zwakke punt van de 'vesting' waarin de dieren worden ondergebracht, is de opening waardoor de schapen naar binnen komen. Vaak ontbreekt daar zelfs een deur. Om ook van deze kant bescherming te geven, gaat de herder zelf in de deuropening liggen. Niets of niemand kan daarom naar binnen of naar buiten gaan zonder hem te storen. Hij fungeert dus zelf als deur. Met zijn eigen lichaam stelt hij zich borg voor de schapen. Nu begrijp ik ook wat de Heer Jezus bedoelt als Hij zegt: 'Ik ben de deur.' Dit beeld moet de mensen uit zijn tijd hebben aangesproken. Natuurlijk, zo gaat het! Een goede herder heeft letterlijk alles voor zijn schapen over. Hij zorgt er ook voor dat het de schapen aan niets ontbreekt. Bij voorkeur zoekt hij naar jong, mals gras. Maar als de dieren niet voldoende te eten hebben gehad, dan richt hij voor de dieren nog een maaltijd aan. Hij legt dan voedsel voor de schapen op een ronde steen. Ik zag mijn vriend Mahmoed dit doen in een tijd dat er weinig gras groeide.
Gelukkig zijn we als we kunnen zeggen: 'De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets...' (Psalm 23).



