Maar God heeft dat ten goede gedacht.
Maar God heeft dat ten goede gedacht.
In de geschiedenis van de aartsvaders speelt Jozef een grote rol. Hij, de lieveling van vader Jakob, werd door zijn broers gehaat en naar Egypte verkocht. Hij maakte daar dertien moeilijke jaren door en kwam in de gevangenis terecht. Maar ondanks alles bleef hij op God vertrouwen. Dit vertrouwen werd niet beschaamd. Hij kwam weer vrij en werd door Farao tot onderkoning van Egypte aangesteld. Door zijn goede adviezen was er in de komende hongersnood voedsel voor Egypte, voor Jozefs familie in Kanaän en voor de hele wereld. Zijn nieuwe naam was daarom: Safenat-Paneach, 'Redder van de wereld'. Jozef is natuurlijk een type van de Heer Jezus. Hij, de geliefde Zoon van de Vader, werd immers ook door zijn broers, het Joodse volk, verworpen. Ze leverden Hem uit aan aan de Romeinen en Hij stierf aan het kruis. Maar God wekte Hem op uit de dood en gaf Hem een plaats aan zijn rechterhand. Nu leert Hij ons dat Hij het brood van het leven is: wie tot Hem komt, zal nooit meer honger hebben. Wie in Hem gelooft, zal nooit meer dorst hebben. Hij is het levende brood dat uit de hemel is neergedaald: als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid.
En zoals na Jozefs verhoging iedereen in Egypte voor hem moest knielen, zo zal in de toekomst elke knie voor Jezus moeten buigen en iedere tong zal moeten belijden dat Hij Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader. Hij, de grote Redder der wereld, zal dan alle eer en hulde ontvangen die Hij waard is, omdat Hij door zijn lijden aan het kruis ons eeuwig leven gaf.
Zalig de mensen die dit door het geloof in Jezus nu al vrijwillig willen doen!




