Berichten van 1 januari 2006 tot 31 december 2006
Christus heeft ons vrijgekocht
Christus heeft ons vrijgekocht
van de vloek van de wet.
Gal. 3:13
Dit is een van de grote heilswaarheden van het
nieuwe verbond. Onder het oude verbond met
Israël was het: Vervloekt is ieder die niet vol-
hardt in alles wat geschreven staat in het boek
van de wet. Wanneer werd Christus een vloek?
Toen Hij aan het kruis hing! Hij werd daar tot
zonde gemaakt; Hij droeg onze zonden. Paulus
schrijft: 'Hij heeft mij liefgehad en Zich voor
mij overgegeven.' Eeuwig zij zijn naam hier-
voor geprezen. Gods zegen, eens aan Abraham
beloofd, is door Hem tot alle volken gekomen.
'Van de vloek maakt Hij mij vrij
en zijn sterven zaligt mij.'
HORIZONTAAL EN VERTICAAL CHRISTENDOM
In verband met het christenzijn worden wel
eens de woorden horizontaal en verticaal
gebruikt. Onder horizontaal verstaat men dan
de verhouding van mens tot medemens, name-
lijk hoe we als christenen zouden moeten staan
ten opzichte van onze naaste. Ons christen zijn
moet blijken uit onze houding tegenover onze
medemens, vooral tegenover de armen en ver-
drukten, want voor hen had Christus, toen Hij
op aarde was, een bijzondere belangstelling.
Anderen zeggen: 'Nee, dat is niet het belangrijkste
Het gaat in de eerste plaats om onze verhouding
tot God: de verticale levenshouding, daar
komt het op aan.' Zo zijn de meningen hierover
verdeeld.
Aan een oudere dame werd eens de betekenis
van deze woorden 'horizontaal' en 'verticaal' in
verband met het christen zijn uitgelegd. Ze zei:
'Ik begrijp het. Het is net zo als bij het oplossen
van een kruiswoordpuzzel. Daar zijn horizontale
en verticale rijtjes, waarop de antwoorden op de
vragen moeten worden ingevuld. Maar als er bij
de puzzel fouten zitten in de horizontale ant-
woorden, dan deugt er van de verticale antwoor-
den ook niets. En omgekeerd is het net zo.'
EBED-MELEK
Zijn naam komt maar éénmaal in de Bijbel voor,
in Jer. 38:7. Ebed-Melek betekent 'dienaar van
de koning'. God geeft ons door middel van deze
dienaar, een Ethiopiër, een lesje in pastoraat.
Wat was het geval? Jeremia sprak het woord van
God, maar die boodschap vonden enkele man-
nen ontmoedigend en daarom vroegen zij aan
de koning toestemming om Jeremia ter dood
te brengen. Voor het gemak wierpen zij hem in
een put; weliswaar zonder water, maar met slijk.
Jeremia zonk erin weg en zou gestikt zijn als niet
Ebed-Melek in actie was gekomen. Deze dienaar
pleitte bij de koning voor het leven van Jeremia
en kreeg toestemming om het leven van Jere-
mia te redden. Hij verdween in de kelder, nam
vandaar lappen van afgedragen en gescheurde
kleren (die snijden niet in je vel) en liet die aan
touwen neer in de put. Jeremia was nog wel in
staat om de lompen onder zijn oksels te leggen
en de mannen trokken hem omhoog. De juiste
man op de juiste tijd met de juiste woorden op
de juiste plaats, daar gaat het om.
In de Bijbel staan meer van zulke pareltjes. Vaak
betreft het een knecht of dienstmeisje, zoals bij
Naaman in 2 Kon. 5. Je hoeft maar een knecht
van de Koning te zijn om door Hem gebruikt te worden.
WAAROM DOET GOD NIETS?
Er gaat geen dag voorbij of we worden gecon-
fronteerd met verschrikkelijk veel oorlogsleed,
met moord en verkrachting, met kinderen
die worden ontvoerd en misbruikt, met grove
onverschilligheid ten opzichte van de mede-
mens. Het is vaak niet te geloven wat mensen
elkaar aan kunnen doen. Je kunt er soms wan-
hopig van worden als je ziet wat er allemaal
voor ellende op de aarde heerst. Komt daar dan
nooit een einde aan? Waarom doet God hier nu
niets aan, waarom grijpt Hij niet in?
Prediker worstelde ook al met het probleem van
het onrecht dat op aarde plaatsvindt. Hij kwam
tot het besef dat God deze wereld haar zondige
gang laat gaan om de mensheid op de proef te
stellen en de mensen te laten zien dat zij in feite
niets beter zijn dan de dieren. Het is alsof God
wil zeggen: 'Kijk, zo zijn jullie mensen nou. Als
Ik jullie je eigen gang laat gaan, dan komt er
niets dan ellende uit voort. Er is niet veel waar
jullie nu echt trots op kunnen zijn.' Laten we
bij het zien van al het leed in de wereld er net
als Prediker op vertrouwen dat God op het juiste
moment alles wat de mens doet zal beoordelen,
zowel het goede als het kwade.
'IK HOOR DAAR!'
'GODDANK, HET WORDT AL DONKER'
In de Middeleeuwen hebben monniken zich op
veel gebieden verdienstelijk gemaakt. Zij ver-
zorgden de zieken, gaven onderwijs en deden
aan landbouw en veeteelt. Ook hielden zij zich
bezig met het overschrijven van de Heilige
Schriften. Zo ontstonden prachtige afschriften
van de Bijbel. Heel mooi zijn de versierde hoofd-
letters, meestal in de kleuren goud en blauw. Het
is de begrijpen dat dit werk, als het dag in, dag
uit moest worden gedaan, sommige monniken
wel eens zwaar viel. Men spreekt terecht wel van
monnikenwerk. De liefde voor de tekst moest
wel heel groot zijn om dit werk vol te houden.
Een Ierse monnik, die eens een Latijnse tekst
moest overschrijven, schreef aan het eind van
een vermoeiende dag in de marge in het Iers:
'Goddank, het wordt al donker'; blij dat de
invallende schemering verder werken onmoge-
lijk maakte.
In onze tijd is het overschrijven van de Bijbel
niet meer nodig. Wij kunnen gemakkelijk een
Bijbel krijgen. Onze taak is de Schrift te lezen.
Wie dat doet met zijn hele hart, zal steeds meer
begrijpen van de Bijbel. Hij zal zeggen: 'God-
dank, het wordt steeds lichter.
mieke


DE VERGISSING VAN DIOCLETIANUS
DE VERGISSING VAN DIOCLETIANUS
Deze Romeinse keizer is bekend geworden als
één van de grootste vervolgers van de chris-
tenen. Niet alleen de christenen, maar ook de
Bijbel wilde hij uitroeien. In het jaar 303 begon
de grootste aanval op de Bijbel die er geweest is.
Elke Bijbel die gevonden werd, werd vernietigd,
tienduizenden christenen werden omgebracht.
Toen liet de keizer triomfantelijk een grote
gedenkzuil oprichten die op een vernielde Bij-
bel stond. Op de zuil stond: 'Extincto nomine
Christianorum!' Dat wil zeggen: 'De namen van
de christenen zijn uitgeroeid!'
Hoe anders is het allemaal gelopen. Is het geen
goddelijke ironie in de geschiedenis dat nog
geen 25 jaar later keizer Constant! j n de Grote
de Bijbel erkende als het onfeilbare Woord van
God? De naam Diocletianus is nog maar bij wei-
nig mensen bekend, maar het door hem bestre-
den Boek heeft zich gehandhaafd en is verbreid
tot in de uithoeken van de wereld. Het wordt
gelezen, geliefd en geloofd door miljoenen.
'Het gras verdort en de bloem valt af, maar het
woord van de Heer blijft tot in eeuwigheid' (l
Petr. 1:25).
AFKOMEN VAN DE BERG
HEMELVAARTSDAG
Door het geloof
WACHTEN OP GOD
Jezus Christus, die Zichzelf heeft
WAT WE WAARD ZIJN
HET DOEL MISSEN
GEBEDEN
DE BELOOFDE DEKENS
OPVOEDING
Van de oudere generatie kunnen we praktische lessen leren voor de opvoeding van onze kinderen. Zo vertelde mij laatst iemand uit een groot gezin wat zijn ouders deden als twee van de kinderen ruzie hadden. Misschien kent u het foefje al, maar ik vond het origineel genoeg om hier door te geven: beide kinderen kregen een emmer water, een spons en een wisser. De één kreeg de opdracht om een bepaald groot raam aan de buitenkant te zemen, de ander moest hetzelfde raam doen aan de binnenkant. Zo keken ze elkaar een tijdlang recht in het gezicht en het laat zich raden hoe lang het duurde voor ze allebei 'in een deuk lagen'. In hetzelfde gezin werden ruziënde kinderen soms ook hand in hand naar buiten gestuurd met de opdracht net zo lang om het huis te lopen tot de vrede weer was getekend. Gezag moet er zijn, maar humor en creativiteit zijn onmisbare bestanddelen voor een goede opvoeding.
HOE JE EEN RAT MOET VANGEN
Het kippenhok van mijn kleinzoon was bezocht door ratten. Aangetrokken door het kippenvoer hadden ze ingebroken. Hij vroeg om mijn hulp en we zetten een paar vallen uit. Maar na een week hadden we nog geen rat gevangen. Een vriend die boer was, gaf ons goede raad. Hij zei: 'Geen rat zal zo'n zichtbare val aanraken. Je moet hem verbergen met voedsel. Vul een pan met meel en zet de val erin. Bedek 'm goed met meel zodat hij helemaal verstopt is.' Het werkte! De volgende morgen hadden we een grote, dikke rat. Dit deed me eraan denken dat de duivel ook zijn trucs kent. Hij verbergt zijn val zorgvuldig met de waarheid. Nergens kun je dat beter zien dan in de talrijke valse leren en godsdiensten. Allemaal zetten ze hun vallen van dwaalleer in 'een pan met meel'. Velen halen de Bijbel aan, maar onder een mom van waarheid is de val van valse leer. Dit is een eeuw van misleiding. De Bijbel waarschuwt ons: 'Beproeft de geesten of zij uit God zijn' (1 Joh. 4:1). Het enige tegengif tegen de misleidingen van de duivel is het kennen van je bijbel. Wees geworteld en gegrond in de waarheid!
de eerste koning
Niemand kan ooit een broeder
moeders

mieke mantel
EEN ECHO UIT DE HEMEL
Toen Paulus Athene bezocht, viel zijn aandacht op de vele beelden die hij in deze stad zag. Het waren bewijzen van het heidendom dat in deze stad heerste. De reiziger die nu door India reist, komt onder de indruk van de vele tempels en graftomben. Kosten noch moeiten zijn gespaard om deze schitterende gebouwen op te richten. Marmer en goud ontbreken niet. De ene tempel is nog mooier dan de andere. Eén van de beroemdste graftomben is van een heel bijzondere architectuur. Aan de bouw van deze tombe en bijbehorende gebouwen werkten 20.000 mensen gedurende 22 jaar. Wie aan de voet van deze tombe staat en een woord spreekt of een regel zingt, hoort een echo, die van vijftig meter hoogte komt en veel welluidender klinkt dan de menselijke stem. Onze aarde is te vergelijken met een grote graftombe. Als op aarde een mens tot bekering komt en tot God roept, dan wordt niet op vijftig meter hoogte, maar in de hemel een echo gehoord, die veel welluidender is dan de menselijke stem. Immers er is blijdschap voor de engelen van God in de hemel als een zondaar tot bekering komt.
Kijkt u naar wat voor ogen is?
Kijkt u naar wat voor ogen is?
2 Kor. 10:7
Wij mensen zijn, ondanks alle vooruitgang, in
wezen nog altijd hetzelfde gebleven. Mensen
denken vaak hoger over zichzelf en lager over
anderen. Bij christenen zou dit juist omge-
keerd moeten zijn. In een andere brief schrijft
de apostel Paulus: 'Laat elk in nederigheid de
ander uitnemender achten dan zichzelf' (Fil. 2:
3). De geschiedenis van vroeger en nu is er een
van hoogmoed en achterdocht. Maar door Gods
genade kan ons denken vernieuwd worden.
Door het geloof acht de een de ander uitnemen-
der dan zichzelf.
VRIEND OF VIJAND?
VRIEND OF VIJAND? Tijdens de Eerste Wereldoorlog bevond een Engelse veldprediker zich ergens in niemandsland. Het was stikdonkere nacht. Plotseling hoorde hij voetstappen naderen. Hij kon geen hand voor ogen zien en riep uit: 'Vriend of vijand?' Jaren later moest hij terugdenken aan deze gebeurtenis. Hij was weer in zijn eigen land. Het was een donkere avond en hij keek op naar de hemel en dacht aan de God van het heelal. Hij voelde de neiging om net als toen te roepen: 'Vriend of vijand?' Als we soms in de duisternis zijn van een zware beproeving en niets begrijpen van Gods bedoelingen, gaan we twijfelen aan Zijn goedheid. Soms vragen we ons verbijsterd af of er wel een god is. En als Hij er wel is, waarom hoort Hij ons schijnbaar niet? Maar we mogen weten vanuit de Bijbel dat God een liefhebbend Vader is, dat de almachtige, eeuwige Schepper oneindig veel van ons houdt. Hij heeft voor ons Zijn Zoon overgehad en als we in de Here geloven, zal God altijd bij ons zijn. Door een nacht, hoe zwart hoe dicht, voert Hij mij in 't eeuwig licht.
Ik moet gedoopt worden met een doop
Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is Lucas 12:50 het onderwerp voor vandaag is: Jezus wil het beste voor u! Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen. Vandaag: Lukas 12:49-53 en Johannes 10:11-18 Lukas 12:49-53 49 Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is mijn wil, als het reeds ontstoken is? 50 Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. 51 Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid. 52 Want van nu aan zullen vijf in een huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen verdeeld zijn, 53 vader tegen zoon en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder. Ondanks dat de Christus wist dat er verdeeldheid zou komen, dat mensen, zelfs in het zelfde gezin, wanneer zij het over Hem hebben niet meer eens zouden zijn met elkaar (zie maar eens naar de vele kerken die er ontstaan zijn), was Hij vastbesloten het werk waarvoor Hij in de wereld was gekomen, af te maken (Luk.12:50). Alhoewel dit een doop van lijden, wonden, zielesmart, bloed en dood was, liet Hij zich hierdoor niet weerhouden. De gedachte aan de moeilijkheden die gingen komen, deed Hem voor geen moment terugdeinzen. Hij was bereid en gereed alles te verdragen, opdat Hij een eeuwige verlossing kon aanbrengen voor Zijn volk. De ijver voor de zaak die Hij ter hand had genomen, was in Hem als een brandend vuur. De heerlijkheid van Zijn Vader te verkondigen, de deur van leven te openen voor een verloren wereld, een fontein op te richten voor alle zonde en onreinheid door Zichzelf te offeren, dit waren de gedachten die Hem onophoudelijk bezighielden. Totdat Zijn werk gedaan zou zijn, werd Hij geestelijk voortgedreven. Laten wij voor altijd onthouden dat Christus Zijn lijden volkomen gewillig, vrijwillig en uit eigen vrije verkiezing onderging. - Hij onderwierp er zich geduldig aan, maar niet omdat het onvermijdelijk was. - Hij verdroeg het zonder het minste protest, maar niet omdat Hij er niet aan kon ontkomen. Drie en dertig jaar lang leidde Hij een eenvoudig bestaan omdat Hij nu eenmaal graag zo leefde. - Hij stierf een marteldood met een gewillige en gerede geest. Zowel door Zijn leven als door Zijn dood voerde Hij het eeuwige plan uit waardoor God verheerlijkt zou worden en zondaren zaligheid zouden verkrijgen. - Hij voerde het uit met geheel Zijn hart, hoe ontzettend de strijd voor Zijn vlees en bloed ook was. - Hij schepte er behagen in de wil van God te doen. Laten wij er niet aan twijfelen dat het hart van Jezus in de hemel hetzelfde is (Hebr.13:8). Hij stelt ook nu nog evenveel belang in de zaligmaking van zondaren als Hij voorheen deed door Zijn plaatsvervangend sterven. Er is in Hem een oneindige bereidheid de zielen van mensen aan te nemen, te vergeven, te rechtvaardigen en te verlossen van de hel. Christus is veel meer bereid ons zalig te maken dan wij bereid zijn zalig te worden. Laat de brandende ijver waarmee onze Meester voor ons stierf als een gloeiende kool in onze herinnering voortleven en ons dwingen voor Hem te leven en niet voor onszelf. Een vurige Zaligmaker behoort vurige discipelen te hebben. Johannes 10:11-18 11 Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; 12 maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht (en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen) 13 want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte. 14 Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, 15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. 16 Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder. 17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.
God verstrekt
God ,verstrekt geen kracht en bemoediging zoals een apotheker een doktersrecept klaarmaakt. De Here,God belooft ons niet iets om in te nemen, zodat we er weet bovenop kunnen komen als we aan ons eind zijn. Hij belooft Zichzelf: Dat is alles. -En dat is genoeg.
WIL JE DIEPGANG IN JE LEVEN... EMAIL MIJ DAN

WIL JE DIEPGANG IN JE LEVEN ?? EMAIL MIJ DAN..
EEN VODJE PAPIER VAN GROTE WAARDE '
Een Hindoestaanse man vond op straat een vodje papier Hij raapte het op en zag dat er woorden opstonden. Met enige moeite kon hij lezen: `Zo lief heeft God de wereld gehad ... dat Hij :.. gegeven heeft.' De man dacht: `Als een rijk man iets geeft, dan moet dat wel de moeite waard zijn: Als een vorst iets geeft, dan moet dat iets zijn dat nóg kostbaarder is: Maar als God iets geeft; dan, moet dat toch zeker wel wonder¬lijk heerlijk zijn.' Toen hij hierover lang had nagedacht, -besloot hij naar een zendeling te , gaan: misschien kon die hem . uitleggen wat die, stukken zin beteken¬den. Gelukkig,de-Zendeling kon hem de volle¬dige tekst geven en ook de betekenis ervan. De volledige tekst was natuurlijk: 'Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft; niet verloren, gaat maar eeuwig leven heeft’ (joh 3.1.6). De zoeker naar de waarheid las deze tekst steeds weer hardop. Dit was het heerlijkste, het meest kostbare wat hij ooit gehoord had: Wat een -bijzondere manier om in aanraking te komen met God en met de Heer Jezus.
EEN UNIEK AANBOD
Een aantal jaren geleden had een groep christen-zendelingen in Delhi, India, een ontmoeting met vertegenwoordigers van andere godsdiensten om te discussiëren over hun geloof. In de loop van het gesprek zei een vooraanstaand lid van een niet-christelijke godsdienst tegen een zendeling: 'Noem mij eens één ding dat uw godsdienst de Indiërs kan aanbieden dat mijn religie niet kan.' De zendeling dacht even na en antwoordde toen: 'Vergeving! Vergeving!' In tegenstelling met aanhangers van alle andere wereldgodsdiensten kunnen zij die in de Here Jezus geloven, volle zekerheid hebben dat hun zonden vergeven zijn. Iemand van het Brits Bijbelgenootschap zegt: 'Ik heb gesproken met de meest toegeijde moslims, die vijf keer per dag bidden, die naar Mekka geweest zijn en die vasten tijdens de ramadan. Maar als ik vraag: 'Weet u dat uw zonden vergeven zijn?' zeggen ze: 'Nee, we hopen er maar het beste van. 'In Kol.1:14 lezen we:'....in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.' Dat is op grond van Christus' sterven aan het kruis. De vergeving die Hij wil geven, is een uniek aanbod van God Zelf.
ECHTE BEVRIJDING
'Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze ... want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.' Dat is wat de Heer zijn discipelen leerde. Aan Jezus Christus is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Maar soms bij anderen, soms bij mezelf, loop ik op allerlei onverwachte en verborgen plekjes de macht van de Boze tegen het lijf. Soms kan blijken dat die macht al tientallen jaren heeft weten stand te houden, verschanst in mensenharten: de bruggen omhoog, de poorten gesloten. Zelfs christenen, bekeerd en wedergeboren en al, kunnen soms donkere plaatsen in hun leven hebben, waar de macht van de vijand het koninkrijk van God steeds maar weet te blokkeren. Hoog tijd voor een echte bevrijding! De poorten van je hart open voor Jezus, de Koning, de Heer, de Bevrijder. De vlaggen uit voor Hem. Wij hebben vanmorgen het Onze Vader gebeden, echt, oprecht.
ECHTE BLIJDSCHAP.
Het is vaak gemakkelijk om net te doen of je gelukkig bent. Je glimlacht maar wat of je neuriet een vrolijk wijsje, bijvoorbeeld dat liedje dat erg populair was in de jaren twintig:
Heeft het nut te mopperen?
Dat heeft het nooit gehad.
Dus, pak je nare dingen in je plunjezak
en zing, zing, zing!
Dit melodietje was gemaakt door ene Felix Powell. Hij verdiende er duizenden mee. Jaren later zat Felix achter een piano en speelde zijn 'Zing, zing, zing'. Daarna ging hij naar zijn hotelkamer en schoot zichzelf dood.
Zorgen en verdriet kunnen niet weggestopt worden en gewoon vergeten. Een glimlach en een liedje kunnen verdriet wel camoufleren, maar alleen God kan de zorgenlast van ons hart wegnemen. Hij biedt ons rust en vrede aan in de Here Jezus. Als we Hem kennen, mogen we al onze zorgen op Hem werpen. Dan kunnen we blij zijn, ook in moeilijke omstandigheden.
'Al zou de vijgeboom niet bloeien (...) nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil' (Hab. 3:17,18).
Het bestaan van God
Het bestaan en de openbaring van God a) Het bestaan van God. Joh. 1:1-18 Het bestaan van God is niet te bewijzen als dusdanig. Dat God niet bestaat is evenmin te bewijzen. Dat God bestaat is wel aannemelijk. Uiteindelijk gaat het om een geloofskeuze die wel met goede argumenten te onderbouwen is en daardoor aannemelijk is. Een aantal redenen die het bestaan van God aannemelijk maken: In alles zit een orde, doelmatigheid, informatie, complexiteit. Het menselijk lichaam alleen al is dat een goed voorbeeld van. Orde en informatie komt enkel voort uit een ordenend Intellect. Opmerking: iets niet kunnen zien, zoals God, is nog geen bewijs van niet bestaan. Denk maar aan radiogolven. Onherleidbare systemen: hiermee wordt bedoeld dat in de natuur heel wat dingen zijn die slechts kunnen functioneren als ze compleet zijn, dus niet als ze nog in ontwikkeling zijn zoals in een evolutieproces. Zo kan ons oog alleen maar zien als het een volledig oog is. Dit duidt erop dat deze systemen er in hun geheel moeten geweest zijn. En dit duidt op zijn beurt op een Schepper met een intellect die ze uitgedacht en gemaakt heeft. Het antropische principe: verschillende factoren in het heelal zijn zo afgesteld dat er dan alleen maar mensen kunnen leven. Dit wijst opnieuw op orde en planmatigheid. Het lijkt erop alsof het heelal ervoor gemaakt is om de mens erin te plaatsen. Ook de wetenschap vertrekt vanuit een aantal aannames (= geloof) nl; de wetsorde of wereldorde. Deze wereld kan je pas goed begrijpen als we er van uitgaan dat ze niet beheerst wordt door toeval, willekeur maar ordelijkheid: alles is zinvol. Rationaliteit veronderstelt een logisch denken. Dat hebben we nodig om de wetsorde aan te duiden. Maar logisch denken is ook een orde die je aanneemt en die noodzakelijk is. Die orde is voor de atheïst een mysterie, voor de gelovige is dit de scheppingsorde. De mens is een zedelijk en redelijk wezen: kent goed en kwaad. Dit is een universeel gegeven. De mens heeft een geweten. Hoe verklaren we bijvoorbeeld liefde? Er moet iets zijn als een morele Wet op basis waarvan wij discussiëren over goed en kwaad. Als die Wet er niet is, is elke discussie over goed en kwaad zinloos. Alles is dan even goed of even slecht. Het godsbewustzijn dat ook universeel is toont aan dat de mens een religieus wezen is. Denk maar het wereldwijde voorkomen van godsdiensten. De mens heeft blijkbaar een bewust zijn van iets hogers. Evolutie (let op: we bedoelen steeds marcro-evolutie) is nog steeds een hypothese. Ze wordt echter door velen als een bewezen feit beschouwd. Dat is het echter niet. Evolutie is daarom ook iets wat men gelooft als de verklaring is voor de werkelijkheid. Voor de atheïst is het de enige verklaring. Ook binnen de wetenschap is men het niet onverdeeld eens over evolutie als theorie en haar inhoud. Het aannemen van evolutie en het uitsluiten van het bestaan van God leidt tot naturalisme en biochemisch determinisme: dwz. alles ligt biochemisch vast. Zelfs verliefdheid weet de wetenschapper biochemisch te verklaren totdat hijzelf verliefde wordt. Wanneer de werkelijkheid slechts uit evolutie te verklaren is, heeft het leven geen zin. Het is er immers gewoon heel toevallig. De zin van het leven moet de mens zelf zoeken. Maar wanneer er niets absoluuts is, is elke andere zin van het leven heel betrekkelijk. b) De noodzaak van de openbaring van God Als God bestaat kunnen wij niets over Hem weten uit onszelf. Hij moet zich zelf bekend maken aan ons, zich openbaren. Als God liefde is moet Hij iets van zichzelf laten weten aan ons op ons niveau. Vandaar dat het niet onlogisch is dat wij de bijbel hebben. God heeft zich geopenbaard in: - de natuur - de bijbel - de geschiedenis (Christus is ook een historische figuur geweest) Het doel van Gods openbaring is dat wij Hem kunnen leren kennen. De bijbel beweert de openbaring van God aan de mens te zijn. Hiervoor hebben we het zelfgetuigenis van de bijbel. Het zelfgetuigenis van de bijbel nemen we ernstig omdat we dat ook doen ten opzichte van andere antieke geschriften. Wie durft te geloven en naar de bijbel te leven merkt dat het werkt. “The proof of the pudding is in the eating!”. Het is immers lachwekkend te zeggen dat men rationeel aanneemt dat pudding niet smaakt. Geloven is een keuze en een existentiële ervaring. In je binnenste weet je dat het zo is. Pascal zei: “Het hart heeft zijn eigen redenen die de rede niet kent.” c) De bijbel als openbaring van God 1) Enkele feiten. De bijbel is: o Het eerst vertaalde boek (rond 200-250 v. Chr. werd het Hebreeuwse O.T. in het Grieks vertaald). o Het meest vertaald boek o Het eerst gedrukte boek o Het meest gedrukte boek o Het meest verspreidde boek o Nog steeds een bestseller 2) De bijbel als Woord van God o de eenheid in het boek: geschreven over een periode van ongeveer 1500 jaar, door ongeveer 40 verschillende schrijvers die 66 boeken schreven. En dat allemaal zonder werkelijke tegenstrijdigheden en in dezelfde lijn denkend. Zo iets krijg je vandaag niet klaar met enkele mensen. o ongeveer 3000 keer komt de zinsnede “de Heer zei” of “God zegt” of een vorm hiervan voor. Dit is waarheid of wel leugen terwijl de bijbel liegen verbiedt en leugen verdrijft. o reeds in de bijbel vinden we zaken die pas veel later wetenschappelijk zijn vastgesteld. Denk aan de ronde aarde van Jesaja (40:22). Dat is pas veel later vastgesteld. Of Job die zegt dat de aarde in het niets hangt (26:7) of Mozes die zegt dat de besnijdenis op de 8ste dag na de geboorte moet gebeuren. Wij weten nu dat dan een aantal waarden in het bloed optimaal zijn voor deze ingreep. o de vervulde profetieën: Omtrent de persoon van Christus vinden we in het OT zo’n 330 profetieën. Ze zijn allemaal uitgekomen voor die ene persoon. Statistisch gezien is dat 1 kans op 83 miljard. Wij zouden zeggen: onbestaande. En toch! d) Het belang van de bijbel - God heeft zich toch bekend gemaakt aan ons! We kunnen Hem en Zijn denken leren kennen. - God geeft ons een ‘handleiding’ voor ons leven. Daar heeft de Schepper ook voor gezorgd. - De bijbel geeft ons een duidelijk antwoord op de drie grote levensvragen nl. de oorsprong, zin en toekomst van ons leven. - De bijbel is nog steeds onveranderd. De bijbel bevat tijdloze principes die hun waarde altijd zullen behouden. - De bijbel werkt. Leven volgens de bijbel geeft een goed resultaat in een mensenleven. e) Interpreteren van de bijbel 2 Petr. 1:19-21 - steeds vanuit de context, dus geen ‘knip en plakwerk’. - steeds binnen de context van de bijbel zelf - rekening houdend met literaire genres (bv. een gedicht of een brief of een historisch verslag worden verschillend benaderd) - zo letterlijk als mogelijk is en de context en het literaire genre het toelaten - de bijbel is volledig betrouwbouw. Als de bijbel slechts gedeeltelijk betrouwbaar is, wie zal dan zeggen welk deel wel en welk niet betrouw is? Bovendien kunnen wij er dan niets meer mee doen voor ons leven. f) De boodschap van de bijbel Joh.3:16 God is liefde. Uit liefde heeft Hij ons gemaakt, uit liefde heeft Hij zijn zoon naar deze wereld gestuurd om zelfs zijn leven te geven voor ons opdat wij daardoor volledige vergeving kunnen ontvangen en zo terug met God kunnen leven. Eric Rutten.
WAAR BEN IK EIGENLIJK?
Corrie ten Boom schreef eens: 'Achter op het vrachtschip, helemaal op de punt, is een plekje waar je zo heerlijk alleen bent. Ik leun over de verschansing en kijk naar de zilveren streep, die ons schip achterlaat op het water. Wat een nietig notendopje is ons schip op die onmetelijke zee. Wat een nietig klein tijdelijk schepsel ben ik. Tussen mijn geboorte en dood mag ik een poosje op deze wereld zijn en dan... de eeuwigheid. Waar ben ik eigenlijk? Hier sta ik op een schip en rondom me is de grote eindeloze zee. Ik leef op een wereld waar oorlogen zijn, waar hopeloosheid, wreedheid en angst regeren. Waar ben ik eigenlijk? Ik ben in een wereld die God zo liefhad, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwig leven hebben. Ik ben op een aarde, waar Hij straks komt, die beloofd heeft: 'Zie, Ik maak alle dingen nieuw.' Eens zal de heerlijkheid Gods deze aarde, deze prachtige aarde, bedekken, zoals de wateren de bodem der zee. Waar ben ik eigenlijk? Nu al ben ik in Hem. En onder mij zijn Zijn eeuwige armen.'
Beroemde mannen 2

Beroemde mannen
Beroemde mannen.

Beroemde mannen
KADDISH


Laten we bidden voor deze lieve attentievolle mama.
OPEN EN GESLOTEN DEUREN
HANNA..
Dichtbij de tempel klinkt een lied. Het klinkt hoog boven het rumoer van stemmen uit. Het lied legt stilte op. Een jubel barst open in een stem. De stem van Hanna. Naast Hanna staat een kleine jongen, de ogen op zijn moeder gericht. Het is Samuël. Vanwaar dit lied, vanwaar dit kind? En dan gaan we enkele jaren terug. We vinden de man Elkana, met in zijn huis twee vrouwen: Hanna en Peninna. Peninna gezegend met kinderen en Hanna kinderloos. Elk jaar trekt Elkana met zijn beide vrouwen en kinderen naar de tempel in Silo om er de Heer een offer te brengen. We zien hen gaan. Peninna met kinderen trekkend aan haar rokken, kinderen voor haar uit hollend, maar toch steeds weer om haar heen, haar aandacht vragend. En Hanna helemaal alleen, met soms de arm van Elkana om haar heen geslagen, peinzend haar verdriet om haar gemis aan kinderen. Vol liefde zich tot Hanna wendend, want zij is hem het meest dierbaar. En dan de vlammende jaloezie, die omhoog schiet in Peninna. Peninna, die zodra zij de kans schoon ziet Hanna tergt om haar kinderloosheid, haar tracht tot drift te prikkelen.We lezen dat 'jaar op jaar, zo dikwijls zij opging naar het Huis des Heren, zij zo handelde en haar tergde' (1 Sam. 1:7). De tergende woorden wekken echter geen drift op in Hanna, maar een mateloos verdriet. Als Elkana zijn vrouwen en kinderen een maaltijd aanbiedt, kan Hanna geen hap door haar keel krijgen en huilt zij. Hoe Elkana ook tracht haar te troosten, haar tranen kunnen niet gedroogd worden. Elk jaar opnieuw herhaalt deze scene zich. Tot op een keer, als zij zich daar weer rond de tempel in Silo geschaard hebben, Hanna zich terugtrekt. Zij wacht tot alle drukte voorbij is en de rust is weergekeerd op het tabernakelplein. Dan knielt zij neer en bidt, een vurig gebed tot God om een kind. En dan volgt haar gelofte: 'Als U mij een zoon schenkt, dan zal ik die voor zijn hele leven de Heer geven.' Nog geen jaar later ontvangt Hanna een zoon. Zij noemt hem Samuël, van de Heer gebeden.Maar hoe vol geluk Hanna ook is bij zijn geboorte, haar lied klinkt niet dan, maar enige jaren later: als zij volgens haar belofte haar zoon terugschenkt aan de Heer en hem bij de hogepriester Eli brengt, om in het Huis des Heren als een kleine knecht dienstbaar te zijn. Hier worden we stil van. Een kind, zolang verwacht, zo begeerd, teruggegeven aan God, als het nog zo heel jong is. Het van vreugde uitjubelen omdat God haar smaad heeft weggenomen, en tegelijk het kind weer weg te schenken. Opnieuw alleen keert Hanna terug naar huis. Maar haar gedachten zijn altijd om Samuël heen. Elk jaar naait zij een jas voor hem. Een jas die steeds een beetje groter wordt. Zo kleedt zij Samuël steeds opnieuw met de mantel der liefde. En God ziet naar Hanna om. Hij vult opnieuw haar armen: nog drie zonen en twee dochters schenkt Hij haar. Het moederschap heeft zij ten volle genoten. Hanna was een gewone vrouw, zoals wij. Zij heeft het liefste wat zij bezat aan God geschonken en van vreugde gejubeld. Elk geschenk, in welke vorm ook verpakt, biedt vreugde. Geven is rijker worden. En u zult ervaren dat God uw handen steeds opnieuw zal vullen.
De hugenoten en het hugenotenkruis.


De hugenoten en het hugenotenkruis Omdat het Belgisch protestantisme een tweetalig gebeuren is, en dus een bicultureel verschijnsel, kan het nooit kwaad om naast de "Nederduitse" reformatie ook enige aandacht te schenken aan de historie van de reformatie in Frankrijk. België is ook wat dit betreft weer een trefpunt en smeltkroes van Europese culturen. U vindt informatie over: * de naam * het edict van Nantes en de vrijsteden * Bartholomeüsnacht (Catharina de Medici) * de camisards en de "église du désert" * het hugenotenkruis * de naam 'hugenoten' Het woord 'hugenoten' is waarschijnlijk een verbastering van het Zwitserse 'Eidgenossen' (Iguenots). In de 2de helft van de 16de eeuw komt deze naam voor als een ietwat denigrerende naam voor de Franse protestanten. Deze bijnaam wordt vervolgens door henzelf als erenaam aanvaardt (vgl: "les gueux", de bedelaars, de geuzen als erenaam van de Vlaamse protestanten). Als gevolg van de onderdrukking en vervolging worden in de 16de en vooral in de 17de eeuw vele hugenoten gedwongen te vluchten naar gebieden waar geloofsgenoten wonen of waar een grotere tolerantie heerst dan in frankrijk. Daar stichten zij dan vaak eigen 'vluchtelingenkerken' (Églises du Refuge, vandaar 'réfugiés'). Voor 1530 waren er slechts individuele 'Franse protestanten' op de vlucht (o.a. Guillaume Farel en Jean Calvin), meestal richting Zwitserland. De eerste grote vluchtelingenstroom kwam op gang na 1560. Bij hen sloten zich ook de Walen aan uit de zuidelijke Nederlanden, op de vlucht voor de Spaanse macht. Berucht is in dezen de Bartholomeüsnacht in 1572. Tot die tijd was het een nog niet uitgemaakte zaak hoe Frankrijk (als buitenbeentje in het Europa, waar de Habsburgse vorsten Spanje, de Nederlanden, Duitsland en Oostenrijk beheersten in nauwe verbondenheid met de roomse Kerk) zich zou gaan verhouden tot de nieuwe religie. Het kon nog alle kanten op, zij het dat zonder goedkeuring van de Franse koning geen blijvend protestants centrum in Frankrijk kon ontstaan. En de officiële lijn van de koning was sinds Frans I duidelijk antireformatorisch. De Waldenzen, die zich sinds 1532 aangesloten hadden bij de Zwitserse reformatie werden zwaar vervolgd. Leden van de plaatselijke adel namen hen soms in bescherming. Zij durfden dat doen, mede doordat vanuit Genève hen duidelijke geluiden bereikten dat de reformatie mocht, ja moest nagestreefd worden ondanks verboden van overheidswege. De lagere adel had van Calvijn in dezen zelfs de permissie en opdracht gekregen om des gewetenswille hierin subversief te zijn. Onder Hendrik II nam de vervolging toe. Toch waagden de Franse protestanten een nationale vergadering te Parijs. In 1559 kwamen predikanten en ouderlingen vanuit het hele land bijeen in een synode. Naar een door Calvijn verstrekt model stelden zij daar een geloofsbelijdenis vast, de confessio Gallicana. In een kerkorde (discipline) regelden ze de nieuwe kerk zowel plaatselijk als regionaal als landelijk in een zogeheten presbyteriaalsynodaal kerkverband(1): Geen gemeente mag over een andere heersen, gemeenschappelijke zaken moeten in provinciale of nationale synoden worden beslist en zulke synoden bestaan uit predikanten en ouderlingen (presbyters), die door de gemeenten of groepen van gemeenten zijn afgevaardigd. Deze geloofsbelijdenis en kerkorde is later via de Henegouwse predikant Guido de Brès (van Bergen, werkzaam te Rijssel en Gent) in een eigen bewerking ook de grondslag geworden van de protestantse kerken in de Nederlanden (confessio Belgica (z.b. pag. 7). De Kerkorde die in 1618 in Dordrecht werd opgesteld voor de Nederlandse Hervormde Kerk loopt gelijk op met het Franse voorbeeld. Na de dood van Hendrik II nam Catharina de Medici als regentes de regering over. Zij speelde de leden van de adel, waaronder er velen waren die sympathiseerden met het protestantisme (inclusief leden van de hoge adel, ja zelfs tot in de koninklijke familie toe), behendig tegen elkaar uit. De roomse fractie werd geleid door de fam. De Guise, de protestantse door leden van de familie Condé. Een godsdienstvrede zoals uiteindelijk in Duitsland in 1555 was bereikt, was in dit centralistisch bestuurde land niet denkbaar. Het was voor heel Frankrijk "entwederoder". Als de gereformeerden dus een eind aan de vervolging wensten, dan moesten ze er voor vechten. Toen in 1562 De Guise een bijeenkomst te Vassy met de wapens neersloeg, brak er een burgeroorlog uit, die met enkele onderbrekingen heeft geduurd van 1562 tot 1598. Als leider van de protestanten trad admiraal Gaspard de Coligny naar voren. Daar de opeenvolgende koningen weigerden de knoop door te hakken door radicaal partij te kiezen bleef de toestand onzeker. Rond de jaren '70 ontstond er oorlogsmoeheid en werden er wapenstilstanden en zelfs vredesakkoorden gesloten, ja De Coligny werd zelfs toegelaten tot het hof. Een echte oecumenische vrede leek mogelijk in Frankrijk, toen in 1571 de protestantse vorst Hendrik van Navarre ging trouwen met de zus van de katholieke koning van Frankrijk, Karel IX. De protestantse adel was genodigd en kwam ook naar Parijs voor de bruiloft. In deBartholomeüsnacht van 23 op 24 augustus 1572 liet Catharina de Medici hen allen overvallen en vermoorden, terwijl zo wil het verhaal de koning uit het vensterraam toekeek. Die nacht vielen in Parijs vermoedelijk 500 doden, buiten Parijs in de volgende dagen zeker 30.000. Het protestantisme, dat naar schatting toen zeker een derde van de bevolking omvatte, verloor in één slag zijn leiders. De strijd echter ging door en meer en meer gingen juristen op zoek naar een constructie, waarbij het land één zou kunnen blijven en toch de hugenoten plaatselijk zouden kunnen worden toegestaan hun geloof te beoefenen. Toen in 1589 Hendrik van Navarre, als naaste verwant van de koning rechten kreeg op de troon, werd hem de toegang tot Parijs echter geweigerd gezien zijn actief protestantse verleden (Hij was ondermeer legeraanvoerder der hugenoten geweest). In 1593 ging hij tot grote teleurstelling van de hugenoten over tot het roomskatholicisme ("Paris vaut bien une messe."). Als koning Hendrik IV probeerde hij vervolgens wel het conflict te beëindigen en zo vaardigde hij het edict van Nantes uit (1598): Officieel bleef Frankrijk een roomskatholieke staat, maar de hugenoten kregen een aantal vrijsteden, pandsteden (places de sûreté) toegekend. Ook leden van de adel mochten in hun bezit protestantse kerkdiensten houden. Protestanten behielden hun burgerrechten. Dit genade-edict van Nantes (1598) ter pacificatie van de religieuze tegenstellingen werkte in de praktijk echter niet. Kardinaal Richelieu probeerde de politieke zelfstandigheid van de protestanten met geweld te breken en belegerde de pandsteden, waarvan de bekendste La Rochelle is (1629 belegerd). Onder de zonnekoning, Lodewijk XIV, begon een vervolging van formaat (Un roy, une foy et une loy). Als absoluut vorst wilde hij absolute eenheid (L'état, c'est moi). Voor minderheden was in zijn rijk geen plaats. De protestanten verloren hun burgerrechten en hun scholen en kerken liet hij sluiten. Vele hugenoten namen opnieuw de wijk. In Engeland, NoordNederland en Pruisen bijv. waren zij zeer welkom, want zoals reeds aangeduid ze waren waardevolle economische krachten, ijverig en bekwaam (veel knowhow). De Franse economie begon er zelfs onder te lijden. Een emigratieverbod en gedwongen bekeringsacties waren het gevolg: kinderroof, afpersing, inkwartiering (dragonnades). Predikanten werden gevangen gezet en meestal tot de galeien veroordeeld. Omdat er zogenaamd geen protestanten meer waren trok de koning in 1685 het edict van Nantes in. Naar schatting 500.000 hugenoten waren het land ontvlucht. De vele nouveaux convertis, onder dwang bekeerden, verzwakten uiteindelijk de roomse kerk, daar afkeer bij hen overheerste. De onverschilligheid en vrijdenkerij hebben niet voor niets als eerste in Frankrijk hoge toppen gescheerd. De achtergeblevenen waren nog niet aan het einde van hun lijden. De wrede behandeling ging voort. In de Cevennen begon in 1702 een opstand van de camisards (camise = hemd, kiel). een goed georganiseerd verzet wist enkele jaren grote legermachten op een afstand te houden. En ookal werd ook deze opstand tenslotte in veel bloed gesmoord, duizenden bleven bijeenkomen op eenzame plaatsen om kerkdiensten te houden. Vooral de naam van de predikant Antoine Court is aan deze periode verbonden. (16951760). Als een Église du désertbleef de hugenotenkerk bestaan. Na 1729 leidde ds. Antoine Court predikanten voor Frnakrijk op in Lausanne. Zijn opvolger Paul Rabaut (17181794) waagde evenveel. Pas na 1752 luwde de vervolging enigszins, ook doordat de philosophes zich af en toe inzetten voor een grotere tolerantie. Zo heeft Voltaire bijv. de pen opgenomen na de gerechtelijke moord op Jean Calas: een protestantse pendant van de Dreyfussaffaire. Het is uiteindelijk de revolutie in 1789 die de protestanten (net als in België) de godsdienstvrijheid schenkt. Nakomelingen van de "Réfugiés" noemen zich ook vandaag nog graag 'hugenoten', ook als ze de belijdenis der vaderen allang niet meer toegedaan zijn. * Wat stelt het hugenotenkruis voor? Het hoofdbestanddeel is het zogenaamde maltezerkruis. Het kenteken van de ridders van Malta, een geestelijke ridderorde uit de Middeleeuwen. Het kruis heeft gelijke armen, wijd uiteenlopend aan de top; misschien een figuur, die verkregen is door vier pijlpunten naar het midden te keren. Het maltezerkruis is door hugenoten aanvaard, omdat men wel christenen wilde zijn, gekenmerkt door het kruis, maar niet door het 'Latijnse' kruis, het 'roomse'. Het maltezerkruis wordt gezien als symbool der wedergeboorte. De acht punten stellen voor de acht zaligsprekingen uit het Evangelie (Mt. 5:310) De armen van het kruis worden verbonden door een krans van vier lelies (lisbloemen) of harten, symbolen van reinheid en trouw.Het oorspronkelijke aanhangsel onderaan was peervormig, volgens sommigen een kruikje (teken van de zalving van de Franse koningen? of met de Geest?), volgens anderen een traan (teken van het lijden der Franse protestanten). Omstreeks 1688 is dit peervormig aanhangsel vervangen door de duif, het symbool van de Heilige Geest. Telt men alle punten (parels en lelies) bij elkaar op, dan krijgt men het getal 12, overeenkomstig de 12 artikelen van het 'algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof, waarvan de hugenoten zich belijders wisten. 1. 1 Volgens protestantse opvatting is er naast de H. Schrift geen andere gezagsinstantie (zoals bijv. de traditie) en aangezien de Schrift zelf geen uitgewerkte kerkorde of ambtenleer bevat, is de vormgeving van de kerk, de organisatie, een geestelijke zaak en dient dus 'theologisch' te geschieden, d.w.z. recht te doen aan 'hoe God in Christus zijn kerk regeert'. Een protestantse kerkorde mag dus twee dingen nìet doen: a. Door overorganisatie de vrijheid van de geest belemmeren b. Door te grote vrijheid de orde van de geest ontkennen. Het hiërarchisch kerkmodel van de Romana met haar sacrale ambtsopvatting komt dus voor haar niet in aanmerking. Het onderscheid tussen leken en clerus bestaat immers in het Nieuwe Testament niet. Elke gelovige staat daar gelijk voor God. Omdat elke 'groep' een structuur moet hebben, wil ze niet uit elkaar vallen, zijn er in de protestantse traditie verschillende nieuwe kerkmodellen ontwikkeld, waarbij ook niet te verwaarlozen experimenten in verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben plaatsgehad. Het moderne subsidiariteitsbeginsel is in wezen door de calvijnse reformatie al halfweg de 16de eeuw geformuleerd en gepraktiseerd in het presbyteriaal-synodaal kerkbestel.
Daarom hebben wij altijd goede moed.
Daarom hebben wij altijd goede moed.
2 :Kor. 5:6
Voor een gelovige is het leven hier -op aarde slechts een voorportaal van de hemel. Hier op aarde kamperen we maar in een tent, in de hemel hebben we een doorGod zelf gebouwd huis. Daar is onze woonplaats: Daarheen zijn we op weg. Wat een heerlijk vooruitzicht! Als: we het hier op aarde moeilijk hebben, mogen.we daar aan denken en er moed uit putten. :Maar het mag ons ook moed geven om, van Gods liefde voor verloren zondaren te getuigen.- Opdat we van Hem loon zullen mogen ontvangen..
VERKOCHT.
Van Harold St.John, de vader van de beroemde schrijfster van christelijke kinderboeken Patricia St.John, is het volgende verhaal bekend. Op een dag stond hij in de kapel van Keble College (Oxford) het meesterwerk van de schilder Holman Hunt, Het Licht van de Wereld, te bewonderen. Het schilderij beeldt Christus af die met een doornenkroon op het hoofd en een lantaarn in de linkerhand aan een gesloten deur staat te kloppen. Plotseling wordt de serene stilte verbroken door een groep toeristen. De groep werd geleid door een gids met een opvallend scherpe stem. Na een vluchtige toelichting bij het schilderij wist de gids tot afsluiting van zijn praatje als wetenswaardigheid te vertellen dat het orgineel van het schilderij voor 5000 pond verkocht werd. Waarop Harold St.John zonder enige aarzeling naar voren kwam en er heel sereen aan toevoegde: \'Dames en heren, mag ik zo vrij zijn u te vertellen dat het ware Orgineel van dit schilderij verkocht werd voor dertig zilverlingen?\' Nadat het enkele ogenblikken heel stil geweest was, verliet het gezelschap zonder een woord te spreken de kapel.
DE OUDSTE LEVENDE DINGEN
Trekkers in het Sierra-gebergte in Californië zijn verbaasd als ze soms hoge hekken tegenkomen met prikkeldraad erbovenop. Wat zien ze daar binnen die omheinde plek? Een mediamiddel zoals een radiotoren? Nee, ze zien alleen maar een paar knoestige bomen, misschien maar een kromme stomp met weinig naalden. Op een bordje staat: 'Verboden toegang. Bristlecone-dennebomen. Beschermingszone. Bescherm deze bomen alstublieft. Ze zijn de oudste levende dingen op aarde.'
Pamfletten leggen uit dat deze Bristlecone-dennebomen al groeiden tijdens Jezus' omwandeling op aarde en dat ze de oudste zaaiplanten ten tijde van de uittocht uit Egypthe waren. Hoe zorgvuldig deze bomen ook beschermd worden, tenslotte zullen ze toch sterven. Ze hebben geen eeuwig leven. Maar christenen hebben wel de zekerheid van eeuwig leven. Ja, onze lichamen zullen sterven, maar door Gods genade en macht zullen onze zielen nooit sterven. Onze lichamen zullen opgewekt worden en we zullen een onsterfelijk lichaam ontvangen. Wie in Jezus Christus gelooft, heeft eeuwig leven
SCHOOLFEEST
KRuis en kroon.
In april 2002 liep ik in Londen met duizenden anderen langs de kist van de Engelse koninginmoeder toen haar lichaam opgebaard lag in de Westminster Hall. Ik was getroffen door het gezicht van de kroon boven de kist en het kruis dat daar dichtbij stond - symbolen van haar leven en geloof. We waren gekomen uit eerbied voor een veelgeliefd lid van de koninklijke familie. Maar die avond was het mij duidelijk dat het kruis van de Heer Jezus veel meer betekent dan welke kroon ook. Voor allen die in de Heer Jezus geloven, is het kruis een symbool van onze hoop in leven en sterven. Christus is de Gever van overvloedig leven nu en voor eeuwig. Voor zijn dood aan het kruis zei de Heer Jezus: `Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des Mensen verhoogd worden, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe\' (Joh. 3:14-15). Het kruis spreekt van vergeving en vrede met God. Het wijst op de verdiensten van Christus en niet van onszelf. Als we sterven, moeten we al onze \'aardse kronen\' afleggen. Onze enige hoop is onze Heiland, die gestorven is om ons eeuwig leven te geven.
Zingen in de nacht.
Vanaf de tweede helft van april is de nachtegaal
te horen. Hij is de meest beroemde zanger in de
nacht. De vogel zingt ook overdag. Als de ande-
re vogels in de namiddag zwijgen, laat bij zijn
gezang horen. Vooral 's avonds na zonsonder-
gang valt zijn lied op, tot ver na middernacht.
Zijn wetenschappelijke naam luidt: 'midder-
nachtsgrotemond'.
Zingen in de zonneschijn van het leven is niet
zo moeilijk. Zingen in tijden van tegenspoed is
geen gemakkelijke opgave. Paulus en Silas kon-
den met bebloede ruggen midden in de nacht,
in de gevangenis van Filippi, Gods lof zingen.
•Dat is niet normaal', denkt u misschien. Dat
is inderdaad waar, gerekend naar menselijke
normen en maatstaven. Alleen de Heer kan in
ons hart bewerken dat wij kunnen 'zingen in de
nacht.
Wij allen nu.
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen. 2 Kor. 3:18 Al iets gezien van de\' heerlijkheid van Christus? Mozes\' gelaat,weerspiegelde de heerlijkheid van God, (toen hij de wet uit zijn handen ontving. Jezus Christus is veel groter dan Mozes en hebt u zijn heerlijkheid nog -niet gezien? Zegt Hij u niet zoveel? Dan is een bedekking op uw gezicht mogelijk de oorzaak van uw \'niet-zoveel zien\'. Ik zou dan in uw plaats aan God vragen:,\'Ontdek\' mijn ogen,, opdat ik de heerlijkheid mag\' ,zien van uw Zoon Jezus.\' Deze oprechte vraag aan God \'hebben tallozen vóór u de ogen geopend voor wie Jezus Christus in werkelijkheid is. Door Hem te zien en zich aan Hem toe te vertrouwen is zijn heerlijkheid zichtbaar geworden: in hun leven! 2 kor. 3:12-18 Ex. 14:13.20
Geen zorgen voor morgen.
Je moet al een geweldige optimist zijn om dit te
kunnen zeggen.
Kijk om je heen en bekijk de beelden op tv en dan
toch blijven zeggen geen zorgen voor morgen?
Bezorgdheid kan je leven behoorlijk vergallen. Wij
spelen graag op safe en daarom willen we graag
veilig stellen wat voor ons belangrijk is.
Een goede gezondheid, een riant inkomen, een
vaste baan het zijn de zaken waar we graag op
steunen.
Maar er hoeft maar iets te gebeuren bijvoorbeeld
ontslag of een levens - bedreigende ziekte en onze
wereld ziet er gelijk anders uit.
Wanneer wij onbezorgd (niet zorgeloos) door het
leven willen gaan, moeten wij de juiste kijk hebben
op de Here en op datgene wat Hij In zijn Woord tot
ons zegt. Voor ieder probleem heeft Hij een
oplossing maar wij moeten dan wel de neiging om
Hem een handje te willen helpen kunnen onderdrukken.
Jezus zegt.dat wij nooit bezorgd hoeven te zijn.
De Here zorgt voor ons lichaam en voor datgene wat
we daar voor nodig hebben.
We moeten God op zijn woord geloven. Hem
volledig vertrouwen!
Kijk wat Hij doet voor de vogels en de bloemen. Hij
geeft wat ze nodig hebben.
Zou Hij dan zijn eigen kinderen In de kou laten
staan? Absoluut niet!
Laten we er voor waken dat wij ons niet spiegelen
aan de wereld. De wereld is altijd bezig om het
eigen aardse bezit en leven veilig te stellen.
God verwacht van ons dat wij ons in de eerste plaats
met Hem en met datgene wat Hij van ons vraagt
bezig houden en niet aan geld en goed hangen.
Jezus zegt dat Indien je God van harte wil dienen
Hij het zo met ons zal maken dat we dat kunnen
zonder gebrek te leiden. Waar of niet waar?
Jezus zegt het dus is het waar!
Alles wat wij ontvangen uit de hand van onze
hemelse Vader is genade.
Laat alle ongeloof varen en vertrouw God op zijn
woord dan kun je ontspannen en blij met Hem leven
zonder zorgen voor de toekomst.
Dus toch \"Geen zorgen voor morgen.


