Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2006 tot 31 december 2006

Johannes Calvijn

Op 10 juli 1509 werd, in het Noordfranse plaatje Noyon, Johannes Calvijn geboren. Zijn vader wenste dat hij priester zou worden, en wist het gedaan te krijgen als secretaris van de bisschop, dat zijn kinderen het huisonderwijs bij een adellijke famielie konden volgen. Bovendien kreeg Johannes door het toedoen van zijn vader een kerkelijke studiebeurs en de inkomsten van een kapelaansplaats. Zo kon Johannes Calvijn naar de universiteit van Parijs ter voorbereiding op de theologische studie. Toch ging Calvijn geen theologie studeren maar rechten in de stad Orleans. De oorzaak van deze plotselinge verandering lag in het feit dat zijn vader ruzie had gekregen met de geestelijken van Noyon. Na de dood van zijn vader keerde Calvijn in 1533 terug naar Parijs om letteren te gaan studeren. In Parijs vond er een grote verandering plaats in het zieleleven van Calvijn. Hoewel hij tijdens zijn studie wel met de ontluikende reformatie in aanraking geweest was, bleef hij aan de kerk trouw en koesterde hij grote bewondering voor het humanisme. Zo schreef hij een commentaar op het boek van de Romeinse schrijver Seneca en stuurde daarvan een exemplaar aan Erasmus. Maar na een \'plotselinge\' bekering brak hij met de Roomse kerk en bezocht hij de nachtelijke vergaderingen van de reformatorische Christenen, waar men het Woord van God en de geschriften van Luther onderzocht. Dit niet zonder gevaar voor eigen leven. Ook kwam hij in Parijs weer in kontakt met zijn vriend Nicolaas Cop. Deze was in 1531 tot rector benoemd van de Parijse universiteit. Van 1533 tot 1536 leidde Calvijn een zwervend bestaan. Zo vertoefde hij in Orleans, alwaar hij zijn eerste theologisch werk schreef. Dat handelde over de zieleslaap, een dwaling waarvan hij schreef dat die de blijvende gemeenschap van de gelovige met Christus loochende. In Bazel verzorgde Calvijn de eerste druk van zijn Institutie of \'onderwijzing in de christelijke godsdienst\'. Dit boek, dat hij in zijn leven vele malen heeft uitgebreid, werd het standaardwerk van de reformatie. Ook nam hij enige tijd de toevlucht tot hertogin Renata van Ferrara. Op haar kasteel was hij veilig, want hoewel zij de zuster was van de Franse koning Frans I, was zij de hervorming van harte toegedaan. Na een kort bezoek aan Parijs wilde Calvijn in 1536 via Geneve opnieuw zijn verblijf in Straatsburg zoeken, om daar rustig te kunnen studeren. Maar de bekende predikant Guillaume Farel zocht hem tijdens zijn verblijf in Geneve op en bezwoer hem in de stad te blijven. Geneve had zich weliswaar van de Roomse hertog van Savoye weten te onttrekken, maar de stad bleef goddeloos en de reformatie vond er veel tegenstand. Door indringende woorden wist Farel Calvijn te overtuigen, dat het een roeping Gods was de zaak van de hervorming in Geneve te dienen. Calvijn bewees zich al snel, want in oktober 1536 werd er in Lausanne een godsdienstgesprek gehouden met de roomse geestelijken. Daar stond Calvijn met zijn grote kennis van de kerkvaders Farel terzijde, zodat de tegenstanders het zwijgen werd opgelegd. Hierdoor sloten veel geestelijken zich bij de reformatie aan en enkele dagen later werd de hervorming in Lausanne ingevoerd. Ook in Geneve leek het met de reformatie voorspoedig te gaan. Het stadsbestuur aanvaardde allerlei artikelen over de kerkelijke tucht, de orde in de eredienst, het catechetisch onderwijs en de ondertekening van de belijdenisgeschriften door de burgerij. Maar de bevolking was tegen de uitvoering. Veel van hen wilde vrij en ongedwongen leven en geen rekening houden met het Woord van God. Toen in 1538 de tegenstanders van Calvijn de meerderheid haalde binnen het stadsbestuur, werden Calvijn en Farel uit de stad verbannen. Farel ging naar Neuchatel en Calvijn gaf gehoor aan de roepstem van Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg om zich daar te vestigen. De periode in Straatsburg kunnen we omschrijven als één van de gelukkigste periodes uit Calvijns leven. Hij verkeerde daar in een Franse vluchtelingen gemeente temidden van zijn landgenoten. Ook leerde hij daar Idelette de Bure kennen, de vrouw met wie hij in het huwelijk trad. Tevens verzorgde hij in Straatsburg de tweede druk van de Institutie, en begon hij hier met een Bijbel- commentaar. Dit laatste kwam voort uit zijn arbeid als docent aan de universiteit. Slechts drie jaar heeft hij in Straatsburg gewoond. Nadien heeft hij de herderstaf in Geneve weer opgenomen. Geneve dreigde aan de bandeloosheid ten onder te gaan. De roomse kerk zag haar kans schoon en liet kardinaal Sadoletus een brief aan de stad sturen om haar weer terug te brengen onder de macht van Rome. Ook Calvijn had kennis genomen van deze openbare brief en doorzag de bedoeling. Toch moest Farel hem er weer toe brengen om naar Geneve te gaan. Calvijn schreef bij deze gelegenheid aan zijn vriend, deze woorden: \"Ik breng mijn hart de Heere ten offer.\" Toen Calvijn in Geneve terugkeerde, repte hij met geen woord over alles wat men hem aangedaan had. In zijn prediking ging hij verder bij de tekst waar hij gebleven was. Zo vatte hij de draad van zijn werk na drie jaar weer op. In overleg met de raad van Geneve voerde Calvijn een nieuwe kerkorde in. Daarin was bepaald, dat de kerk de tucht uitoefende over het gedrag van de burgers, terwijl in moeilijke gevallen de staat steun zou bieden. Zo beteugelden kerk en staat samen de losbandigheid, ondanks de tegenstand van de libertijnen, die vrij en ongebonden wilden leven. Maar langzamerhand werd die tegenstand minderen de positie van de calvinisten sterker. Dat kwam doordat veel protestantse vluchtelingen uit allerlei landen van Europa zich in Geneve vestigden. In 1555 werd de gemeenteraad in hoofdzaak calvinistisch. Er brak toen een periode van rust aan. In 1559 stichtte Calvijn in Geneve een academie om jonge predikanten op te leiden. Zijn jonge vriend en latere opvolger Theodorus Beza werd de eerste rector daarvan. Uit geheel Europa kwamen jonge mannen naar Geneve om te studeren, waarna zij naar hun volk terugkeerden om het Woord van God te prediken. Zo heeft de Heere door de dienst van bijvoorbeeld John Knox, Marnix van St. Aldegonde en Caspar Olevianus, de zuivere leer over grote delen van Europa willen verspreiden. In 1562 verscheen in Geneve een bundel berijmde psalmen, geschikt om door de gemeente gezongen te worden. Reeds in Straatsburg had Calvijn het belang van een goede psalmbundel ingezien. Hij was toen zelf aan het berijmen gegaan. Eenmaal terug in Geneve droeg hij dit werk over aan Marot en Beza, terwijl hij Louis Bourgeois en Maitre Pierre verzocht de bijbehorende muziek te verzorgen. Dat Calvijn de kerk een volledig psalmboek gegeven heeft, bewijst dat hij ook voor het kerklied alleen van Gods Woord wilde uitgaan. In 1564 ging de gezondheidstoestand van Calvijn snel achteruit. Prediken kon hij niet meer, maar hij kon als zijn vrienden hem ondersteunden de kerk nog wel bezoeken. In de maand april nam hij vanaf zijn sterfbed afscheid van al zijn vrienden en dicteerde hij zijn testament. In zijn laatste dagen sprak hij dikwijls de woorden van Psalm 39:10 \"Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.\" Het door hem steeds centraal gestelde leerstuk van Gods soevereiniteit beleed hij daarmee ook ten aanzien van zijn eigen leven. Op 27 mei 1564 overleed Johannes Calvijn. Zijn levenskaars was reeds op 54-jarige leeftijd opgebrand in de dienst des Heeren.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

EEN SLECHTE VERTEGENWOORDIGER.


Dr. Houghtón was voorganger van de Calvary Baptist Church in New York .Op zekere dag kreeg hij bezoek van een welbespraakte verko¬per. Die raadde hem aan enige aandelen van \' een oliemaatschappij te kopen. \'Want\', zei hij, `u kunt er een fortuin mee verdienen.\' Dr. Hou¬ghton keek de verkoper eens aan en zei -vervolgens tegen hem: \'Als deze aandelen werkelijk zo goed zijn als u beweert, waarom bent u dan niet rijk? U loopt rond in haveloze kleren, u schoe¬nen zijn, helemaal versleten, en u wilt mij wijs¬maken dat u een bonafide firma vertegenwoor¬digt? Als u wilt dat de mensen meer vertrouwen in uw product zullen krijgen;\'dan raad ik u aan u te kleden in overeenstemming met het pro¬duct dat u probeert te verkopen.\' \' Zo moeten christenen, als vertegenwoordigers van Christus, in, hun handel en wandel respect \'afdwingen tegenover mensen van de wereld: Zij moeten een leesbare brief van Christus zijn.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Maarten Luther


De Duitse kerkhervormer Maarten Luther leefde van 1483 tot 1546. Luther was een Augustijner monnik en hoogleraar in de moraaltheologie te Wittenberg. Later hield hij zich bezig met de bijbelse theologie. In 1483 werd Maarten Luther in een uit een boerenachtergrond stammende mijnwerkersfamilie in Eisleben geboren (heden: Geboortehauis). Vanaf 1488 bezoekt hij de Latijnse school te Mansfeld. In Maagdenburg en later in Eisenach vervolgt hij zijn schooljaren. Sedert 1501 studeert hij in Erfurt met het doel jurist te worden. 1505 Monnik in Erfurt Toch brak de jonge man in 1505 volledig met dit voornemen, om in het Augustijnerklooster te Erfurt in te treden. Met deze beslissing die door het zijn hele leven stempelende zoeken naar een genadige God en zijn wil bepaald was, begon de ontwikkeling tot hervormer van de kerk. Eigen negatieve ervaringen met de kerkelijke genademiddelen bewerkten naast groeiende kritiek op kerkelijke misstanden voor alles een gedegen discussie met de Middeleeuwse theologie. In het jaar 1507 werd hij in dit klooster tot priester gewijd werd. In het jaar 1512 promoveerde hij te Wittenberg tot doctor in de theologie. Zijn eerste colleges over de Psalmen hield Luther in de jaren 1513-1515, van 1515/16 volgden colleges over de Romeinenbrief en van 1516-1518 over de Galaten en Hebreënbrief. Luther ontdekte aan de hand van de bijbelteksten Rom. 1:16 en 17 dat God in de eerste plaats vergeeft en niet veroordeelt. Daarom bestreed hij de winstgevende aflaathandel. Een aflaat is de kwijtschelding van straf voor bedreven zonden. In plaats van aflaten te verdienen door bijvoorbeeld aan een kruistocht deel te nemen of een bedevaart naar Rome te maken, kon men deze sinds de 12e eeuw kopen. Hierdoor konden gelovigen hun zonden afkopen en daardoor, op een relatief gemakkelijke manier, toch in de hemel komen. De opbrengsten werden door de kerk onder andere gebruikt om de Sint-Pieter in Rome te bouwen. De afkondiging van de aflaat waarvan de opbrengst bestemd was voor de bouw van de St. Pieterskerk te Rome door de Dominikaan J. Tetzel, die als een marktkoopman te werk ging, riep bij Luhter protest op. Luther brengt zijn bewaren onder woorden in 95 stellingen, die hij op 31 oktober 1517 ten behoeve van een dispuut met geleerden in Wittenberg liet aanslaan en aan de aartsbisschop van Mainz stuurde met de uitnodiging om hier schriftelijk op te reageren. Met het spijkeren van zijn 95 stellingen tegen de kerkdeur werd het begin van de reformatie ingeluid. De grondgedachte van de reformatie was de afwijzing van het leerstuk van goede werken. De mens kon alleen gered worden door zijn eigen goede werken. De nadruk kwam te liggen op de bijbel. Uitspraken van de kerk, zoals van de paus, waren van minder belang. Deze anti-autoritaire opstelling sprak velen aan die een grotere individuele vrijheid nastreefden. De openlijke kritiek op het misbruik van de aflaat in 1517 leidde, in plaats van het gesprek waar op gehoopt werd, tot de opening van het ketterproces dat met het uitspreken van de kerkelijke ban en de rijksban in 1521 werd afgesloten. Luthers stellingen\'werden, voor hem zelf onverwachts, ongekend wijd verspreid. Reeds in 1518 dienden de aartsbisschop van Mainz en de Dominicanen klachten in Rome in. In het verhoor door de kardinaal-legaat Th. Cajetanus de Vio in oktober 1518 in Augsburg weigerde Luther ook maar iets te herroepen. Tijdens het dispuut te Leipzich in juli 1519 tussen J. Eck en A. Karlstadt verzette Luther zich tegen de gedachte dat de algemene Concilies niet kunnen dwalen. Vanuit zijn leer van de rechtvaardiging volgde automatisch kritiek op het pausdom, dat volgens Luthers opvatting over de goede verstaanbaarheid van de Schrift heenstapte. De bul \"Exurge Domine\" van 15 juni 1520 eiste zijn onderwerping. Luther antwoordde met de publicatie van zijn 3 grote geschriften, waarin hij zijn gedachten ontvouwde, \"Aan de Christelijke adel van de Duitse natie\" (augustis 1520), \"Van de Babylonische Ballingschap der Kerk\" (oktober 1520) en \"Van de vrijheid van een Christen\" (november 1520), waardoor hij het grootste deel van het Duitse volk voor zich inwon. De pauselijke bul waarin hij veroordeeld werd werd door hem op 10 december 1520 plechtig verbrand. Op 3 januari 1521 wordt Luther door paus Leo X geëxcommuniceerd. Tijdens de Rijksdag te Worms in april 1521 weigerde Luther te herroepen en zich zwijgend te onderwerpen aan een algemeen Concilie; keizer Karel V deed hem daarop in de rijksban. 1521 Om Luthers leven te beschermen, gebood keurvorst Frederik een voorgewende overval. Bijna een jaar lang leefde Luther als jonker Jörg op de Wartburch. Daar vertaalde hij het Nieuwe Testament in de Duitse taal die in 1522 gedrukt verscheen en in 1534 door de vertaling van het Oude Testament werd gecompleteerd. Tijdens het verblijf op de Wartburch ontstonden op veel plaatsen Lutherse gemeenten. Zijn geschrift tegen de gelofte van de monniken bracht talloze monniken en nonnen er toe het klooster te verlaten. 1525 Luthers bruiloft met Katharina van Bora De zichtbare breuk in het persoonlijk leven met het bestaan van een monnik heeft Luther met zijn huwelijk met de voormalige non Katharina van Bora bekrachtigd. Daarmee was het fundament voor het evangelische predikantsgezin gelegd. aanvolgend een heel aantal strijdschriften De boerenopstanden, die in de jaren 1524/25 overal in het rijk uitbraken, beriepen zich vaak op Luthers leer, maar de gruweldaden, die begaan werden, brachten hem, nadat hij in het begin begrip voor de bedoeling van de onder rechtsonzekerheid lijdende boeren had opgebracht, er toe de vorsten \"Tegen de roofzuchtige en moordzuchtige boeren\" tot aktie op te roepen. De tegenstelling tussen Huldrich Zwingli en de Wederdopers kwam nu scherper naar voren. Het Godsdienstgesprek te Marburg (1529) met Zwingli leidde slechts gedeeltelijk tot overeenstemming, omdat Luther aan de reële tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal vasthield. 1529 \"Kleine catechismus\" Om het volk te onderwijzen schreef Luther in 1529 de \"Kleine Catechismus\", voor de predikanten de \"Grote Catechismus\". 1534 Uitgave van de eerste volledige Wittenberger Bijbel in de Duitse vertaling van Maarten Luther In februari 1546 is hij in zijn geboortestad Eisleben gestorven. Op bevel van de keurvorst werd Luther in de Slotkerk te Wittenberg begraven. Met de vertaling van de Bijbel in de Duitse taal, verwierf Luther zich blijvende roem vanwege de vereniging van de Duitse taal. Ongeveer 70 miljoen gelovigen op alle alle vijf continenten worden op het ogenblik gerekend tot de Lutherse kerken. DE 95 STELLINGEN 1. Toen onze Heere en Meester Jezus Christus zei: \'Doet boete\' enz. (Matth. 4:17),wilde Hij dat het hele leven van zijn gelovigen een voortdurende boete is. 2. Dit woord mag niet verstaan worden als betrekking hebbend op het sakrament van de boete dat bestaat uit biecht en genoegdoening en bediend wordt door het priesterlijk ambt. 3. Maar ook wil Hij niet dat het alleen over de innerlijke boete: ja, de innerlijke boete is waardeloos en geen boete, als zij niet uiterlijk op allerlei wijzen het doden van het vlees bewerkt. 4. Daarom blijft de goddelijke straf, zolang de mens afkeer heeft van zichzelf en dat is de echte innerlijke boete bestaan tot aan de overgang uit dit tot het eeuwige leven. 5. De paus wil en kan geen andere straf kwijtschelden dan die hij heeft opgelegd naar eigen goeddunken of volgens kerkelijke wensen. 6. De paus kan zondeschuld slechts vergeven door te verklaren en te bekrachtigen, dat ze door God vergeven is, hij kan echter wel de schuld vergeven in die gevallen waarover hem het recht toekomt. Bij minachting van dat recht zou die schuld niet kwijtgescholden kunnen worden en blijven bestaan. 7. God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als Zijn plaatsvervanger. 8. De kerkelijke voorschriften over de boete zijn alleen bestemd voor de levenden en diezelfde voorschriften zeggen dat aan de stervenden niets mag worden opgelegd. 9. Daarom bewijst ons de Heilige Geest een weldaad door de paus, die in zijn decreten overal uitzonderingen maakt in geval van dood of uiterste nood. 10. De priesters handelen onverstandig en verkeerd, als zij voor stervenden kerkelijke boetedoeningen laten gelden tot in het vagevuur. 11. Dit onkruid, dat men kerkelijke straffen laat doorlopen tot in het vagevuur, is zonder twijfel gezaaid toen de bisschoppen sliepen. 12. Vroeger werden \'kerkelijke straffen\' (d.i. boete en genoegdoening voor begane zonde) niet na, maar v66r de absolutie opgelegd om daardoor te beproeven of het berouw oprecht was. 13. De stervenden worden door hun dood verlost van dit alles; de stervenden gelden voor het kanoniek recht reeds als dood; ze zijn daar rechtens al van bevrijd. 14. Onvolkomen vroomheid of onvolkomen liefde veroorzaken op het sterfbed grote angst als noodzakelijk gevolg: hoe minder liefde, des te meer angst. 15. Die angst en schrik zijn op zichzelf om van andere dingen maar te zwijgen al voldoende om een mens pijn en kwellingen van het vagevuur te doen gevoelen, omdat ze heel dichtbij de angst der vertwijfeling komen. 16. Het vagevuur en hemel zijn te vergelijken met echt vertwijfelen, bijna vertwijfelen en zekerheid van het heil. 17. De zielen in het vagevuur zullen zeker behoefte hebben aan vermindering van hun angst en hun verschrikking, maar tegelijkertijd moet ook de liefde bij hen groeien en toenemen. 18. Er zijn redelijke of schriftuurlijke motieven aan te voeren, die ontkennen, dat de zielen in het vagevuur de mogelijkheid hebben verdiensten te verwerven en toe te nemen in de liefde. 19. Ook schijnt niet bewezen te zijn, dat de zielen in het vagevuur alle zeker en gerust zijn over hun zaligheid, ook al zouden wij daarvan wel volkomen overtuigd zijn. 20. Daarom bedoelt de paus met de woorden \'volkomen kwijtschelding van alle straffen\' niet, dat zonder meer alle straffen kwijtgescholden zouden worden, maar alleen die straffen die hij zelf heeft opgelegd. 21. Vandaar, dat al die aflaatpredikers dwalen, die zeggen, dat de pauselijke aflaat de mens bevrijdt van alle straf en hem behoudt. 22. De paus Scheldt aan de zielen in het vagevuur helemaal geen straf kwijt, die zij in dit leven volgens kerkelijke wet hadden moeten boeten. 23. Als er sprake is van kwijtschelding van alle straffen, dan bestaat dat alleen voor de meest volkomenen, dus voor heel weinigen. 24. Daarom worden de meeste mensen bedrogen, als hun zonder onderscheid en met grootspraak beloofd wordt, dat zijn van alle straf bevrijd worden. 25. Wat dus geldt ten aanzien van de macht over het vagevuur voor de paus in het groot, dat geldt ook voor iedere bisschop en pastoor in zijn bisdom en parochie. 26. De paus doet er goed aan, dat hij aan de zielen in het vagevuur vergeving schenkt niet op grond van de sleutelmacht (die hij daartoe in het geheel niet heeft), maar door middel van de voorbede. 27. Het is puur menselijk gedoe, als men beweert, dat de ziel uit het vagevuur omhoogschiet, zodra de klank van het geld in de kist rinkelt. 28. Een ding is zeker, dat, zodra het geld in de kist klinkt, winzucht en geldzucht kunnen toenemen, maar de hulp of de voorbeden van de Kerk pleit op het welbehagen van God alleen. 29. Wie is er zeker van, dat alle zielen in het vagevuur verlost willen worden; denk maar aan wat verteld wordt over de heilige Severinus en Paschalis. 30. Niemand is zeker van de oprechtheid van zijn berouw; nog veel minder zeker kan hij ervan zijn of hij wel volkomen vergeving van zonden ontvangen heeft. 31. Even zeidzaam als de mensen met oprecht berouw zijn ook zij die een echte aflaat verkrijgen, d.w.z. ze zijn zeer zeldzaam. 32. Wie denken door aflaatbrieven zeker te zijn van hun zaligheid, zullen met hun leraars onder het oordeel vallen. 33. Men moet op zijn hoede zijn voor hen die zeggen, dat de pauselijke aflaat een niet hoog genoeg te schatten geschenk van God is waardoor de mens met God verzoend wordt. 34. immers, de genade van de aflaat heeft slechts betrekking op de straffen die door mensen opgelegd zijn in verband met de genoegdoening van het biechtsakrement. 35. Wie leren, dat geen berouw nodig is voor hen die zielen uit het vagevuur loskopen of biechtbrieven willen aanschaffen, verkondigen iets dat niet christelijk is. 36. Iedere christen die oprecht berouw over zijn zonden gevoelt, heeft volledige vergeving van straf en schuld, die hem ook zonder aflaatbrieven toekomt. 37. Iedere christen, hetzij hij leeft of reeds gestorven is, heeft deel aan alle geestelijke goederen van Christus en van de Kerk als geschenk van God ook zonder aflaatbrieven. 38. Toch mag men de vergeving en het aandeel van de paus daarin niet minachten, omdat (zoals gezegd in stelling 6) zijn vergeving de aankondiging van de goddelijke vergeving is. 39. Het is bijzonder moeilijk ook voor de geleerdste theologen om een aflatenovervloed en tegelijk een waarachtig berouw de mensen voor te houden. 40. Echte boete verlangt en bemint de straf; maar door al die aflaten is de straf geen straf meer en het maakt, dat men er afkerig van wordt; zij kunnen daar althans aanleiding toe geven. 41. Men moet voorzichtig zijn met het verkondigen van de pauselijke aflaat, opdat de mensen niet de verkeerde gedachte krijgen, dal de aflaat belangrijker is dan alle andere werken der liefde. 42. Men moet de christenen leren, dat het niet in de geest van de paus is, het verwerven van aflaten ook maar bij benadering op een lijn te stellen met een daad van barmhartigheid. \' 43. Men moet de christenen leren, dat wie aan een arme geeft of aan een behoeftige leent, beter doet dat wie een aflaat koopt. 44. Want door een daad van liefde neemt de liefde toe en wordt de mens beter. Door de aflaat wordt hij echter niet beter, hij raakt alleen zijn straf kwijt. 45. Men moet de christenen leren, dat wie zijn naaste gebrek laat lijden en daar niets aan doet maar wel een aflaat koopt, niet de pauselijke aflaat verkrijgt, maar Gods toorn op zich laadt. 46. Men moet de christenen leren, dat zij, als zij geen overdadige rijkdom bezitten, verplicht zijn wat voor hun huis nodig is te bewaren en het in geen geval aan aflaten te verspillen. 47. Men moet de christenen leren, dat aflaten kopen iets vrijwilligs is en geen gebod. 48. Men moet de christenen leren, dat de paus als hij aflaten verleent, meer behoefte heeft aan een aandachtig gebed en dit ook meer verlangt dan het geld. 49. Men moet de christenen leren, dat de pauselijke aflaat goed is zolang men daarop niet vertrouwt, maar dat er integendeel niets schadelijker is, als men daardoor de vreze Gods kwijt raakt. 50. Men moet de christenen leren, dat de paus, als hij wist van de afpersingen der aflaatpredikers, liever zou willen, dat de St. Pieter-kerk tot as zou verbranden dan dat die gebouwd moest worden van de huid, het viees en het gebeente van zijn schapen. 51. Men moet de christenen leren, dat de paus verplicht is zijn eigen geld — ook als daarvoor de St. Pieter verkocht moest worden — uit te delen aan de vele mensen die door sommige aflaatpredikers van hun geld beroofd worden. 52. Het vertrouwen om door aflaten zaiig te worden is v/aardeloos, al zou de met de verkoop belaste beambte, de aflaatkommissaris, ja ook de paus zeif zijn ziel ervoor in pand willen geven. 53. Vijanden van Christus en van de paus zijn het die terwille van de aflaatpreken de verkondiging van het Woord van God in andere kerken verbieden. 54. Aan het Woord van God wordt onrecht gedaan, als men in een preek evenveel of zelfs meer tijd besteedt aan het verkondigen van de aflaat dan aan het Woord van God. 55. Het moet toch zeker de bedoeling van de paus zijn, dat, als men de aflaat, die zo weinig waarde heeft, viert met een klok en met een feest, men daartegenover het evangelie als het waardevolste zou moeten eren en prijzen met honderd klokken en met honderd feestelijkheden. 56. De \'schatten\' der Kerk waaruit de paus de aflaat uitdeelt, zijn in de gemeente van Christus niet duidelijk genoeg aangegeven of bekend gemaakt. 57. Want dat het hier niet gaat om tijdelijke schatten, kan men daaraan merken, dat veel predikers deze schatten niet zo gemakkelijk afstaan, maar veel meer proberen ze te verzamelen. 58. Het zijn ook niet de verdiensten van Christus en de heiligen, want die bewerken altijd, zonder toedoen van de paus, de genade voor de innerlijke mens en tegelijkertijd kruis, dood en he! voor die uitwendige mens. 59. St. Laurentius heeft de armen der gemeente de schatten der Kerk genoemd; maar hij heeft daarbij het woord gebruikt naar de geest van zijn tijd. 60. Op goede gronden en zonder lichtvaardigheid zeggen wij, dat deze schat is de sleutelmacht van de Kerk, die aan haar door de verdienste van Christus gegeven is. 61. Want het is duidelijk, dat voor kwijtschelding van straf en vrijspraak in bepaalde gevallen de macht van de paus alleen voldoende is. 62. De ware schat der Kerk echter is het heilig evangelie van de heerlijkheid en de genade van God. 63. Maar deze schat is natuurlijk zeer gehaat, want daardoor worden de eersten tot laatsten. 64. De schat der aflaten daarentegen is natuurlijk bijzonder geliefd, want daardoor worden de laatsten tot eersten. 65. Daarom zijn de schatten van het evangelie de netten waarmee men vroeger mensen van fortuin ving. 66. Maar de schatten van de aflaat zijn de netten waarmee men nu het fortuin van de mensen vangt. 67. De aflaat, die door de predikers als de \'grootste genade\' verkondigd wordt, moet inderdaad \'groot\' heten, in die zin, dat hij veel opbrengt. 68. Maar de aflaat is werkelijk uiterst gering, vergeleken met de genade van God en het geloofsleven onder het kruis. 69. De bisschoppen en pastoors zijn verplicht de kommissarissen van de apostolische aflaat met alle eerbied toe te laten. 70. Maar ze zijn nog meer verplicht met ogen en oren op te letten, dat deze kommissarissen niet in plaats van wat de paus heeft opgedragen hun eigen fantasieen prediken. 71. Wie de waarheid van de pauselijke aflaat weerspreekt, die zij vervloekt! 72. Maar wie zich bezorgd maakt over de willekeur en de brutaliteit in de woorden van de aflaatpredikers, die zij gezegend! 73. Zoals de paus terecht met zijn toorn en de ban straft wie met listige aanvallen optreedt tegen de aflaat. 74. Zo wil hij nog veel meer hen straffen met zijn toorn en de ban, die onder de dekmantel van de aflaat met allerlei handigheden aan de heilige liefde en de waarheid afbreuk doen. 75. Te veronderstellen, dat de aflaat van de paus zo krachtig werkt, dat hij een mens zou kunnen vrijspreken van de zonde, zelfs als hij (om iets onmogelijks te noemen) de moeder Gods verkracht had, is krankzinnig. 76. Wij stellen daarentegen, dat de pauselijke aflaat niet de schuld kan wegnemen van ook maar de geringste vergefelijke zonde. 77. Wie zegt, dat St. Petrus, als hij nu paus was, geen groter genade zou kunnen uitdelen, spreekt lastering tegen St. Petrus en de paus. 78. Daarentegen stellen wij, dat deze, ja iedere paus, over groter genaden (dan de aflaat) beschikt nl. over het evangelic, de geestelijke krachten, de gave om gezond te maken enz. waarvan sprake is in 1 Kor. 12. 79. Als men zegt, dat het kruis, opgericht (in de kerken), gesierd met het pauselijk wapen, evenveel macht heeft als het kruis van Christus, dan is dat een godslastering. 80. De bisschoppen, zielzorgers en theologen, die toestaan, dat zulke woorden tot het volk gezegd worden, zullen daarvan rekenschap moeten afleggen. 81. Zulk vermetel en onbeschaamd prediken over de aflaat maakt, dat het zeifs voor de geleerde moeilijk valt de eer en de waardig-heid van de paus in bescherming te nemen tegen laster of tegen de stellig scherpe vragen van de gewone man. 82. Bij voorbeeld: Waarom bevrijdt de paus niet tegelijkertijd alle zielen uit het vagevuur terwille van de allerheiligste liefde vanwege de grote nood der zielen— dat zou toch voor hem de meest voor de hand liggende reden moeten zijn, nu verlost hij immers ontelbaar vele zielen terwille van het allerellendigste geld voor de bouw van een basiliek en dat is toch een zaak van heel weinig belang? 83. Of: Waarom blijven de uitvaartdiensten en jaarmissen voor de doden nog bestaan en waarom geeft de paus niet de prebenden, die voor de doden gesticht werden, terug of staat toe, dat ze teruggenomen worden, terwiji het immers onjuist is verder nog voor de reeds verlosten te bidden? 84. Of: Wat is dat voor een nieuwe vroomheid van God en van de paus, dat zij aan een goddeloze of bijv. een vijand toestaan voor geld een godvrezende en door God beminde ziel te verlossen in plaats van dat zij die uit liefde om niet verlossen, vanwege de grote nood van een godvrezende en beminde ziel? 85. Of: Waarom worden de oude boetevoorschriften, die toch allang feitelijk en praktisch zijn afgeschaft en als dode letter beschouwd moeten worden, nog met geld afgekocht in verband met de aflaat, alsof zij nog van kracht en springlevend waren? 86. Of: Waarom bouwt de paus nu niet liever de St. Pieterskerk van zijn eigen geld in plaats van dat van de arme christenen, terwiji toch zijn vermogen groter is dan dat van de rijkste Crassus? . 87. Of: Wat kan de paus nog kwijtschelden of schenken aan hen die door volkomen berouw reeds aanspraak hebben op volkomen vergeving en op het verkrijgen van alle geestelijke goederen? 88. Of: Wat zou voor de Kerk beter zijn dan dat de paus, wat hij nu slechts eenmaal doet, dagelijks honderdmaal aan iedere gelovige deze vergeving schonk en hieraan deel gaf? 89. Daar het de paus toch bij de aflaat meer te doen is om de zaligheid der zielen dan om het geld, waarom heeft hij dan de vroeger verleende brieven over aflaten doen vervallen, terwiji die toch evenveel uitwerking hadden? 90. Als men deze scherpe en ernstige bezwaren van de leken slechts met geweld wil onderdrukken en ze niet tot zwijgen wil brengen . door met goede argumenten aan te komen, betekent dit, dat men de Kerk en de paus aan de spot der vijanden prijs geeft en de christenen ongelukkig maakt. 91. Als de aflaat naar de geest en de bedoeling van de paus gepredikt werd, dan zouden deze bezwaren gemakkelijk opgevangen kunnen zijn, ja, ze zouden nooit opgekomen zijn. 92. Weg dus met al die profeten, die tot de gemeente van Christus zeggen: \'Vrede, vrede\' en er is geen vrede (Ezech. 13:10, 16). 93. Moge het echter die proferen welgaan, die tot de gemeente van Chrislus zeggen: \'Kruis, kruis\' en het is geen kruis. 94. Men moet de christenen aansporen om hun Hoofd Christus met ijver na te volgen door straffen, dood en hel heen. 95. Zo moeten zij er meer op rekenen, dat wij door vele verdrukkingen het rijk van God binnengaan (Hand. 14:22) dan langs de weg van een lichtvaardig vertrouwen op die vrede. -o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:52 Reageer op dit bericht Stuur door

VERANDERD


VERANDERD Jaren geleden riep een alcoholist in zijn wanhoop tot Christus. Hij vroeg de Here om zijn ziel te redden en hem te verlossen van zijn verslaving. Hij werd christen en door de macht van Christus stopte hij met drinken. Zijn oude vrienden uit de kroeg beschouwden zijn bekering als een voorbijgaande fase. \'Geef hem een maand,\' zeiden ze, \'en hij pakt de fles weer.\' Maar er ging een maand voorbij en hij had nog geen druppel gedronken. Toen probeerden ze het met spot. \'Geloof jij wat er in de Bijbel staat, dat Jezus water in wijn veranderde?\' \'Ja, dat geloof ik,\' was zijn antwoord. \'Wil je Hem vragen om dat ook voor ons te doen? Of deed Hij dat alleen om zulk soort als jij bekeerd te krijgen?\' De man zei: \'Ik geloof dat Jezus water in wijn veranderde. Maar voor mij deed Hij nog iets beters. Hij veranderde sterke drank in kleding en voedsel. Vraag het maar aan mijn familie!\' Geloof in de Here Jezus brengt een radicale verandering in het hart, waardoor ons gedrag veranderd wordt. \'Wie in Christus is, is een nieuw schepsel\' (2 Kor. 5:17). Wat een omkeer heeft God in mijn leven gebracht, sinds Jezus nu woont in mijn hart!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 17:13 Reageer op dit bericht Stuur door

ALS EEN PAAL BOVEN WATER


 

\"Het staat als een paal boven water.\"
\'M\'n kop er af als het niet waar is.\'
\'Zo zeker als twee maal twee vier is.\'
\"Het kan niet missen\"
\'Je kunt er van op aan\'
Dit soort uitspraken heeft een klank
Van zekerheid. De sprekers weten
Waarover ze praten, of ze willen ten-
Minste die Indruk wekken.

Zekerheid Is Iets waar we allemaal naar
Verlangen. Niets is erger dan onzeker-
heid. Iemand kan soms zo radeloos zijn
dat zelfs het vernemen van slecht
Nieuws een opluchting voor hem is.
Dat is hem liever dan onzekerheid.
Toekomst
Toch Is er vreemd genoeg een facet
Van het leven waarover veel mensen
Zich zonder problemen in het onzekere
Houden; men berust vrij kalm in die
Onzekerheid.
Dit facet is de toekomst - niet de
Directe toekomst, maar het leven na de
Dood.

Vaak genoeg gaat men dan schermen
Met begrippen als \'hiernamaals\', of
Andere nietszeggende frasen, omdat
Juist het ontbreken van een definitie
De mensen op hun gemak stelt.

Hoe de bijbel erover «spreekt...

Maar Gods Woord spreekt er anders
Over
“Het is de mensen beschikt eenmaal te
sterven en daarna net oordeel”
Dat Is duidelijke taal.
We moeten verantwoording voor God
afleggen over wat we met ons leven
gedaan hebben. Maar Is dat reden om
bang te zijn? Nee !

Jezus zegt:
“ Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen
zeker niet verloren gaan.”)
  Dit is zekerheid!
Als u besluit Jezus in uw leven toe te
laten, zal Hij voortaan voor u zorgen
en zult u nooit verloren gaan.
Hier staat tegenover dat als u weigert
dit te doen, een andere zekerheid voor
u geldt:
“Wie aan de Zoon ongehoorzaam is
zal het leven niet zien, maar de toorn
van God blijft op hem.”)
U kunt gerust doorgaan met een zor-
geloos leventje leiden: thuis, op kan-
toor of werkplaats, op \'t strand, bij een
kansspel, of waar dan ook. Toch rust
de toorn van God op uw leven, omdat
u \'nee\' zegt tegen Jezus.

Welke zekerheid kiest u?

Welke zekerheid zal uw leven beheersen?
 De zekerheid te weten dat u Eeuwig leven hebt door uw geloof In
Jezus Christus, óf de zekerheid dat de toorn van God op uw leven rust
 en u eens door Hem geoordeeld zult worden, 
  omdat u Zijn Losprijs voor u genegeerd hebt?
U moet een beslissing nemen om tot zekerheid te komen.

Doe dat dan nu

Hebreeen 9:27 Johannes 10:28  1 johannes 3:36

zekerheidsmall2fk.jpg\"

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 10:30 Reageer op dit bericht Stuur door

PLANEETJE


 
De aarde is ongeveer 150.000.000 km van de zon verwijderd. Wanneer we dezelfde afstand met een auto zouden afleggen, dan doen we daar bij een snelheid van tweehonderd km per uur ruim tachtig jaar over. Toch is deze afstand maar klein vergeleken bij de afstand tussen ons en de verste ster die we nog met het blote oog kunnen waarnemen. Wanneer het licht van die ster zou uitdoven, zou dat pas 4000.000.000.000 (4 biljoen) jaar later te zien zijn. In wezen is de aarde maar een klein stofje in dat grote heelal. Van een andere kant bezien, is het een enorme bal van zand en steen. Iemand heeft berekend dat de aarde 6.588.000.000.000.000.000.000.000 ton weegt. Volgens sommigen is de mens niet meer dan een vliegje dat op een zomerse dag door een klein meisje achteloos wordt dood gedrukt. In zekere zin is het nuttig om ons met deze kleine insecten te vergelijken. Het zou ons voor ziekelijke trots kunnen bewaren. Toch zijn wij belangrijk voor onze Schepper. David besefte dit toen hij dichtte: \'Aanschouw ik Uw hemel, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?\'
 
Voor God is niets te groot en niemand te klein.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:14 Reageer op dit bericht Stuur door

waar toch de goede weg is...


 
 
Ja, vroeger moest je op onbekend terrein vragen naar de goede weg. Tegenwoordig laat je de computer de weg uitstippelen, of je hebt een routeplanner in de auto, die je precies bij het beoogde doel brengt. Maar waar het om gaat, is hetzelfde. Hoe kom ik, waar ik wezen moet? Dat is altijd de vraag. En waar je wezen moet? De Heer zegt: dat je rust vindt voor je ziel. Dat is het doel, waarheen Hij ons wil hebben. En dat heeft niks te maken met rijkdom of gezondheid, met aards geluk of altijd de wind mee of zo. Rust voor de ziel, dat is rust vanbinnen. Vrij van al dat opgejaagde zoeken en dwalen, achter van alles aan draven en dan weer tot de ontdekking komen dat dat het niet is en dan maar weer naar het volgende. Wat een onrust! Nee, er is een goede weg naar dat rustoord voor de ziel. Die weg is Jezus. \'Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.\' Hij is de weg. Zoek dus niet langer. Vraag niet overal. Maar ga die weg achter Hem aan. Wat een rust!.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Het is de Heer.

 

TWEEDE PAASDAG

Niemand van Jezus\' volgelingen had erop gerekend Hij was in `het graf gelegd; de steen was ervoor gerold, de Romeinen hadden het graf ver­zegeld, kortom: het was afgelopen: Jezus was er niet meer Zonder Hem.moesten zij verder. Dat deden ze ook, maar met heel veel moeite en met­ een groot gemis.,Simon Petrus neemt een kloek besluit: `Zoek maar uit wat jullie doen; ik ga vis­sen!\' En de anderen gaan, bij gebrek aan iets zinvollers, met hem mee. Ze hadden kunnen: weten dat ze niet ter visvangst, maar ter mensenvangst moesten uittrekkern. De Heer zal hen verrassend op het goede pad brengen:

Joh, 21:1-14

In de houding van de discipelen, herkennen

wij onszelf. Moet dat stelletje de wereld bekend maken met de goede boodschap? Een onmoge­lijke onderneming ! Nadat ze geloofd hebben in een levende Heer, die voor hun zonden stierf en uit de dood weer opstond, pakken ze hun oude levenspatroon weer op en

vervolgen ze hun weg, alsof Christus niet in hun leven is gekomen. Ze \'stappen weer aan boord\' en varen uit, totdat.:. Ja, totdat ze opeens aan de oever van hun leven iemand ontdekken die hen opwekt zich af te vragen wat de `vangst\' van al hun gezwoeg is; en waarvoor en voor wie ze eigenlijk leven. Dat, kan een ommekeer betekenen. De discipelen waren uitgevaren om vis te vangen, maar ze vingen pas vis na de instructie van hun Meester te hebben opgevolgd, en toen ze aan land kwamen stond het warme eten al op tafel: vis, (die zij niet gevangen hadden) én brood Daarna werden ze uitgestuurd om mensen te vangen. Wat een sti­mulans om vandaag te ontdekken dat Jezus staat te roepen aan de oever van je leven!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 17:00 Reageer op dit bericht Stuur door

VERSCHIJNINGEN LUCAS 24:13--48


  Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaus heet en zestig stadie (ongeveer 12 kilometers) van Jeruzalem verwijderd ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15 Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen Mee, , 16 maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. '7 Hij vroeg hun: 'Waar loopt u toch over te praten?' Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: 'Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?' 19 Jezus vroeg hun: 'Wat dan?' Ze antwoordden: 'Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazareth, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22 Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.' 25 Toen zei hij tegen hen: `Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?' 27 Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. 28 Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus, deed alsof hij verder wilde reizen. 29 Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat Niet te doen en zeiden: `Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.' Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. 30 Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit brak het en gaf het hun. 31 Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. 32 Daarop zeiden ze tegen elkaar: 'Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?' 33 Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34 die tegen hen zeiden: 'De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!' als De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood. 36 Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: 'Vrede zij met jullie.' 37 Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. 38 Maar hij zei tegen hen: 'Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? 39 Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.' 40 Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. 41 Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: 'Hebben jullie hier iets te eten?' 42 Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. 43 Hij nam het aan en at het voor hun ogen op. 44 Hij zei tegen hen: 'Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.' 45 Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. 41 Hij zei tegen hen: 'Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, 47-48 en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Zij hebben mijn Heer weggenomen

 

Joh. 20:13

1. EERSTE PAASDAG

Vanaf de eerste keer dat ze bij het graf was

geweest, is ze met die ene vraag bezig geweest:

\'Waar hebben ze mijn Heer gelaten?\' Huilend

zocht ze een antwoord op die ene vraag: \'Waar

Is Hij\' Opnieuw inspecteert zij het graf, zonder

Te schrikken van de twee engelen die zij daar

ontdekt. Na haar antwoord gaat ze gewoon

door met haar inspectie. Haar ogen zochten het

voorwerp van haar hart, het aller-kostbaarste,

waarvan alleen nog maar, dacht zij, het dode

lichaam van Jezus als tastbare herinnering was

overgebleven.

Wat een onverdraaglijke pijn! Wat een gemis.

Herkende Maria Hem niet vanwege haar tranen?

Toen Jezus haar naam noemde, klonk die stem

haar als muziek in de oren. Wat is er schoner,

wanneer het gemis en het verdriet je naar de

keel grijpt, je naam te horen noemen door Hem

die je het meest dierbaar is? Wanneer ze zijn

stem herkent, wordt ze compleet verrast. Maria

kan maar een woord bedenken, een woord dat

nauwelijks nog werd gebruikt, maar die uitdruk-

king geeft aan haar diepe genegenheid voor de

Meester: Rabboenie. Het is een vergrootwoord

van het algemeen gebruikte Rabbi (• \'mijn gro-

te\' dat is: mijn Heer). Vrij vertaald: \'Mijn grote

Heer.\' Oneindig groot is Hij die stierf, maar de

dood overwon en nu levend voor haar staat,

vóór haar!

Ook vandaag wil de opgestane en levende Heer

bij je langskomen en jouw naam noemen, om

je te laten weten dat Hij je kent en liefheeft en

je graag wil verlossen uit de macht van de dood

en de satan, net als Maria, bij wie Hij zeven boze

geesten hadden uitgedreven.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 00:37 Reageer op dit bericht Stuur door

KOM TOT MIJ!

In China bevindt zich een grote rivier die gevaarlijk is vanwege zijn stroomversnellingen, klippen en draaikolken. Op één bepaalde plek is de rivier heel gevaarlijk en veel schippers die onbekend waren met de situatie, zijn hier met hun scheepjes verongelukt. Daarom heeft men een reusachtige steenrots in de rivier gelegd en daarop met grote letters geschreven: 'Kom naar mij toe!' Elke stuurman die in de stroomversnelling komt en recht op de bewuste rots aanstuurt, kan veilig verder varen. Dit voorbeeld kunnen we op ons leven toepassen. Wij bevinden ons in de machtige stroom van de tijd naar de eindeloze zee van eeuwigheid. Ook wij komen in stroomversnellingen, moeten aan veel klippen voorbijgaan, en draaikolken proberen ons levensschip naar de diepte te brengen. Door de verlokkingen van de zonde probeert satan de mensen in het verderf te storten. Maar God wil niet de dood en het verderf van de mensen. Hij heeft een rots in de stroom geplaatst. God gaf Zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus, en wie zijn levensschip op Hem aanstuurt, wie zijn toevlucht tot Hem neemt, is veilig voor de tijd en voor de eeuwigheid en komt niet in het oordeel.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:43 Reageer op dit bericht Stuur door

... Het is volbracht!


 
Johannes 19: 28-30
 
 
Jezus heeft in Getsemané ten volle begrepen wat voor een enorme zware opdracht Hij de komende uren op Zich zou moeten nemen: Hij alleen kon de wereld redden uit de klauwen van de satan. Als Hij zou falen was de wereld jammerlijk verloren. Nu is de lijdensweg bijna ten einde en heeft Jezus de bespottingen, de geselingen, het verraad, de intense pijn en zelfs drie uren duisternis en totale Godverlatenheid gedragen. Hij weet dat Hij alle aanvallen van satan heeft weerstaan. \'Het is volbracht.\' Gods doel is bereikt.

Dit is de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van de mensheid. Hier heeft Jezus de verbroken relatie tussen mens en God weer hersteld, de weg geopend naar de eeuwigheid! Hier schittert een nieuwe toekomst!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Weg met Hem, laat ons Barabbas los...

.


                              Luk.23:19


GOEDE VRIJDAG


Wat betekent een naam? Je zult maar 'zoon van
de vader' heten. Elke man is toch een zoon van
zijn vader? Toch was er iemand met die naam.
Maar dan in het Hebreeuws. De naam van een
oproerkraaier. Bovendien heeft hij een moord
begaan. Bar Abbas heet hij en hij zit in de
gevangenis achter slot en grendel.
Buiten de muren van de kerker is meer lawaai
dan anders. Het straatrumoer dringt naar bin-
nen. Een rel soms? Hoort hij zijn naam roepen?
Hij Is uiterst gespannen. Elk woord wil hij ver-
staan.

 Dan zwelt het geluid weer aan. Hij hoort het nu

 duidelijk: laat Bar Abbas los, kruist Hem, kruist

 Hem. Laat Bar Abbas los.' Daarna verstomt het

 rumoer. Het wordt stil. Soldaten rennen af en

 aan. Bar Abbas vraagt zich af wat dat allemaal te

 betekenen heeft. Dan opeens zwaait de kerker-

 deur open. De cipier vcrschijnt in de deurope-
'ning. Ruw verwijdert hij de boeien waaraan Bar

 Abbas is vastgeklonken. De cipier snauwt hem

 toe: 'Je bent vrij, want een ander zal in jouw

 plaats hangen!' 'Wie?', vraagt Bar Abbas. Jezus',

 antwoordt de cipier, 'Hij beweert dat God zijn

 Vader Is. Hij draagt jouw naam als bijnaam:

 zoon van de Vader ? Wel merkwaardig, vind je

 niet?' De Zoon van de Vader (Jezus) sterft in de

 plaats van de zoon van de vader (Bar Abbas), de

 rebel en moordenaar. Na zijn vrijlating Is hij

 misschien met de schare naar Golgotha gegaan.

 Slechts één gedachte moet hem bezield hebben,

 toen hij Jezus zag hangen: Hij sterft In mijn

 plaats. Daar had Ik moeten hangen. Hij neemt

 mijn plaats In. Ik mag leven ! Ongelooflijk,

 onvergetelijk!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:03 Reageer op dit bericht Stuur door

Goede Vrijdag

Mattheüs 27, Goede Vrijdag

1 Als het nu morgenstond geworden was, hebben al de overpriesters en de ouderlingen des volks, te zamen raad genomen tegen Jezus, dat zij Hem doden zouden.

2 En Hem gebonden hebbende, leidden zij [Hem] weg, en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder.

3 Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren [penningen] den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht,

4 Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons [dat] aan? Gij moogt toezien.

5 En als hij de zilveren [penningen] in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde [zichzelven].

6 En de overpriesters, de zilveren [penningen] nemende, zeiden: Het is niet geoorloofd, dezelve in de offerkist te leggen, dewijl het een prijs des bloeds is.

7 En te zamen raad gehouden hebbende, kochten zij daarmede den akker des pottenbakkers, tot een begrafenis voor de vreemdelingen.

8 Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds, tot op den huidigen dag.

9 Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren [penningen] genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israels, Denwelken zij gewaardeerd hebben;

10 En hebben dezelve gegeven voor den akker des pottenbakkers; volgens hetgeen mij de Heere bevolen heeft.

11 En Jezus stond voor den stadhouder; en de stadhouder vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het.

12 En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen beschuldigd werd, antwoordde Hij niets.

13 Toen zeide Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, hoevele [zaken] zij tegen U getuigen?

14 Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde.

15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welke zij wilden.

16 En zij hadden toen een welbekende gevangene, genaamd Bar-abbas.

17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus?

18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden.


19 En als hij op de rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil.

20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden.

21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welke van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas.

22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.

23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden!

24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veelmeer [dat er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare: zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien.

25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen!

26 Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.

27 Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis en vergaderden over Hem de ganse bende.

28 En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;

29 En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten [die] op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter[hand]; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!

30 En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.

31 En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen om te kruisigen.

32 En uitgaande, vonden zij een man van Cyrene, met name Simon; deze dwongen zij, dat hij Zijn kruis droeg.

33 En gekomen zijnde tot de plaats, genaamd Golgotha, welke is gezegd Hoofdschedelplaats,

34 Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij [dien] gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.

35 Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen.

36 En zij, nederzittende, bewaarden Hem aldaar.

37 En zij stelden boven Zijn hoofd Zijn beschuldiging geschreven: DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN.

38 Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker[zijde].

39 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,

40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis.

41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, [Hem] bespottende, zeiden:

42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen, Indien Hij de koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven.

43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem [wel] wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.

44 En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.

45 En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.

46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTANI! dat is: Mijn God! Mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten!

47 En sommigen van die daar stonden, [zulks] horende, zeiden: Deze roept Elias.

48 En terstond een van hen [toe]lopende, nam een spons, en [die] met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken.

49 Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien, of Elias komt, om Hem te verlossen.

50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.

51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden;

52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt;

53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.

54 En de hoofdman over honderd en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!

55 En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende, die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen.

56 Onder dewelke was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder der zonen van Zebedeus.

57 En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was.

58 Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus, dat [hem] het lichaam gegeven zou worden.

59 En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad;

60 En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een grote steen [tegen] de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:59 Reageer op dit bericht Stuur door

KASPLANTEN

KASPLANTEN
 
Sommige christenen lijken op kasplanten. Als de temperatuur en de vochtigheid van de lucht maar goed is, gedijen

ze goed. Als er maar bijzondere samenkomsten zijn, een goede spreker, een mooi zangkoor of een muziekgroep,

een afwisselende dienst, dan zijn ze er bij, dan zijn ze blij en enthousiast. Maar als alles zijn gewone gang gaat, als er

geen bijzondere dingen gebeuren, als ze geen bijzondere zegen ontvangen, als ze zelf verantwoordelijkheid moeten

dragen, dan blijven ze liever thuis, of ze gaan op zoek naar iets anders, naar iets beters, naar iets dat hun meer

aanspreekt. 2 Timotheüs 4: 3 spreekt over zulke mensen. Wij, christenen, moeten geen kasplanten worden, maar

planten die buiten staan, bij goed en slecht weer, bij droogte en regen, bij kou en bij hitte. Dan gaan onze wortels

diep in de grond, dan zijn we bestand tegen wind, kou en regen.We moeten wat ons geestelijk leven betreft niet te

afhankelijk worden van mensen. We moeten \'ons eigen pak dragen\' (gal.5: 5). Dat wil zeggen dat we voor onszelf

verantwoordelijk zijn; wij kunnen ons niet verschuilen achter mensen, wat zij doen en wat zij zeggen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 16:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Oorsprong van Pasen

Oorsprong van Pasen
Het ontstaan van Pasen heeft weinig met hazen en eieren te maken maar des te meer met de oude Egyptenaren. Of liever gezegd: met een joodse baby die als volwassen man voor een keerpunt in de geschiedenis zou zorgen. Mozes, want over die man gaat het, wordt als baby gevonden door de dochter van de Egyptische farao. Hij wordt grootgebracht binnen de koninklijke familie, maar moet vluchten wanneer hij bij het verdedigen van een (joodse) slaaf een Egyptenaar doodt.

BEVRIJDING UIT DE SLAVERNIJ
Mozes krijgt vervolgens van God de opdracht zijn volk, de joden, te bevrijden van de eeuwenlange onderdrukking door de Egyptenaren. Met hulp van God, die als waarschuwing vele rampen en plagen laat plaatsvinden, laten de Egyptenaren tenslotte het joodse volk gaan. De Israëlieten vieren deze bevrijding uit de slavernij nog elk jaar met het vieren van het paasfeest. Hierbij worden lammetjes geslacht en speciale broden gegeten.

GOEDE VRIJDAG
De joodse geschiedenis blijft zijn stempel op Pasen drukken. Enkele eeuwen later, in dezelfde tijd van het jaar, wordt Jezus namelijk gearresteerd. Judas, één van zijn leerlingen heeft hem aangewezen als de Koning der Joden. Op de vrijdag voor het paasfeest wordt Jezus voorgeleid voor de hogepriesters. Zij veroordelen hem tot de kruisdood. Deze vrijdag is bekend als Goede Vrijdag en staat, ondanks de misleidende naam, in het teken van droefheid. Het lijden van Jezus en zijn opoffering voor de mensheid worden herdacht.

WEDEROPSTANDING
Gelukkig heeft dit verhaal een feestelijker vervolg. Wanneer de volgelingen van Christus enige dagen na de kruisiging het lichaam van Jezus willen balsemen, treffen zij zijn graf leeg aan. Hij is uit de dood opgestaan. Met Pasen wordt sindsdien door Christenen de wederopstanding van Jezus gevierd.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Jezus

Jezus stierf op 14 nisan, vlak voor zonsondergang. Op de Hebreeuwse kalender is dat vandaag, daarom vandaag deze kaart.
 
Mieke Mandel


denaam2iu.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 23:08 Reageer op dit bericht Stuur door

TE DRUK! (SLOT)


               TE DRUK! (SLOT)
\'Zorg dat in de tijdschriften en op de tv slanke
fotomodellen te zien zijn, zodat de mannen zul-
len gaan geloven dat uiterlijke schoonheid het
belangrijkste is en ze niet langer tevreden zullen
zijn met hun eigen vrouw. Zorg dat vrouwen te
moe zijn om hun mannen lief te hebben. Maak
mannen veeleisend. Zo zal er al snel niet veel
van hun gezinnen overblijven.
Zorg ervoor dat ze zo druk zijn dat ze geen tijd
meer hebben om de natuur in te gaan en over
Gods schepping na te denken. Stuur ze inplaats
daarvan maar naar pretparken, sportwedstrijden,
speeltuinen, concerten en flms. Hou ze bezig,
bezig, bezig, bezig, bezig! En als ze dan toch nog

 In hun kerken komen, zorg er dan voor dat ze

 zich zullen bezighouden met roddel en onzinnig

 gepraat, zodat ze met een bezwaard hart naar

 huis zullen gaan.\' Dat was een strak plan !

 De demonen gingen aan het werk. Ze zorgden

 ervoor dat de christenen het overal verschrik-

 kelijk druk kregen en voortdurend overal naar

 toe moesten. Ze verloren daarmee hun tijd voor

 God en voor hun gezin. Ze hadden geen tijd

 meer om anderen over Gods redding in de Heer

 Jezus te gaan vertellen.

 De vraag aan u is nu: is de duivel In zijn plan

 geslaagd? U mag zelf oordelen !

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 16:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Te druk 2

`Overtuig hun vrouwen ervan dat ze vele uren moeten gaan werken de mannen om zes tot zeven dagen per week te werken; liefst tien tot twaalf uur per dag, zodat ze zich' hun lege ' levensstijl' kunnen blijven veroorloven.

Houd ze af om tijd met hun kinderen door te brengen: En als hun gezinnen dan scheuren beginnen te vertonen, zullen ze spoedig niet meer kunnen-ontsnappen aan het vele werk en de zorgen. , Vul hun gedachten met honderdui­zenden dingen, zodat ze die stille stem van bin­nen niet meer zullen horen. - -

Zorg dat ze altijd en overal hun radio of CD-speler aanzetten en dat ze thuis altijd hun tv, video, DVD of computer zullen hebben aanstaan: Zorg ervoor dat in ieder restaurant en in iedere winkel onophoudelijk muziek te horen 'is: : Dat zal

hun denkvermogen vermoeien en uitschakelen, zodat hun contact met God verbroken, wordt. Zorg dat er op iedere tafel altijd tijdschriften en kranten liggen, en, plaats overal Langs de weg reclameborden. Vul ook hun mailboxen met junkmail, reclames, koopjes en aanbiedingen, - gratis producten, diensten en allerlei onnodige en bedriegelijke zaken.'

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:08 Reageer op dit bericht Stuur door

JEZUS LEEFT!

JEZUS LEEFT!
Het grote verschil
In de loop der eeuwen hebben in de
grote wereldgodsdiensten velen zich
opgeworpen als weldoener, als
messias of zelfs als een god.
Ze hebben allemaal één ding gemeen:
ze zijn gestorven en daarna heeft
nooit meer iemand iets van hen
gehoord of gezien. De vraag dringt
zich dan op: Wat mag je nu van een
dode god verwachten?
In het christelijke geloof is dat heel
anders.
De Bijbel zegt: "Als
Jezus Christus niet
is opgewekt uit de dood, dan is dat
verkondiging van het geloof zonder
inhoud."
Met andere woorden, dan kun je net
zo goed stoppen met de Bijbel en de
kerk. Het centrale thema van het
evangelie is echter juist dat Jezus
Christus uit de dood is opgestaan.
Dat is onomstotelijk bewezen!
 De levende Heer wil ook uw hulp en
steun zijn. Maar dan moet u Hem
daartoe wel zelf uitnodigen. Geef u
daarom aan Hem over.
U kunt dit doen door een
eenvoudig gebed:
Heer ik kom tot U,
hoor naar mijn gebed.
Vergeef mijn zonden nu,
en reinig mijn hart.
Ik geef mijzelf aan U over,
ja, kom in mijn leven Here.
Wil mij voortaan helpen en leiden.
ln Jezus' naam.
Amen.
Tekstverwijziingen
1 Korintiërs 15:5-8, 14
Romeinen 1:4
Johannes 14:6
 Hij is na zijn sterven en begrafenis
aan velen verschenen. Zelfs werd Hij
op één dag door meer dan 500 mensen
tegelijk gezien. En omdat Christus
is opgestaan uit de dood, zullen ook
allen die op Hem hun hoop hebben
gesteld, bij de grote opstandingdag
weer levend gemaakt worden. Dat
maakt nu het christelijke geloof uniek,
JEZUS LEEFT en Hij is ook vandaag
nog aan het werk om allen die in Hem
geloven te helpen en te steunen.
Dood waar is uw overwinning?
Voor allen klinkt dus nog die blijde
boodschap: "Niet de dood heeft het
laatste woord, maar het leven." Jezus
zegt: "lk ben de weg, de waarheid en
het leven." Hij is de enige echte weg
tot het eeuwige leven.
Daarom jaagt de dood voor de
gelovige geen angst meer aan! Door
zijn sterven aan het kruis heeft Jezus
voor de zonden van de mensen
betaald en door zijn opstanding uit de
dood heeft Hij bewezen werkelijk
Gods Zoon te zijn.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 23:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Te Druk (1)

Eens riep satan een wereldwijde vergadering bij elkaar, waarbij alle demonen aanwezig waren: In zijn openingsspeech zei hij: `We kunnen de christenen helaas niet weghouden. van hun kerken: We kunnen ze niet weghouden \'van het lezen van de Bijbel. We kunnen ze \'zelfs niet weghouden van hun persoonlijke relatie met hun God en zijn Zoon Jezus. En zodra ze die verbinding met God beginnen te gebruiken, dan is onze macht over hen heIernaal gebroken. Dus laten ze maar, naar hun kerken gaan en laat ze maar bidden, maar beroof hen van hun tijd; zodat ze geen enkele gelegenheid meer vinden om hun relatie met God en Jezus te ontwikkelen.

\'Dit is wat ik wil dat jullie; doen\', zei de duivel: `Leid ze af, zodat ze gedurende de dag geen tijd meer hebben om die levensbrengende verhouding met God te gebruiken.\'

\'Hoe moeten we dat doen?\', vroegen de demo­nen.

\'Houd ze maar bezig ° met de niet-belangrijke dingen van het leven en vind ontelbare zaken uit die hen voortdurend zullen bezighouden. Verleid ze-om veel geld uit te geven en te lenen, te lenen; en nog meer te lenen.\'

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 19:48 Reageer op dit bericht Stuur door

HET WONDER VAN DE PALINGTREK

     
Wat er in het leven van palingen gebeurt, is zo
merkwaardig dat we van een wonder kunnen
spreken. Als palingen volwassen zijn geworden,
verlaten ze het gebied waar ze leven en gaan
naar de oceaan. De palingen uit Europa bij-
voorbeeld reizen duizenden kilometers. Overal
komen ze vandaan en samen trekken ze naar de
bermuda\'s. Daar, in de diepte van de zeebodem,
vermenigvuldigen zij zich. Daarna sterven ze.
Hun nakomelingen, die dus alle bij| de Bermu-
da\'s zijn geboren, trekken terug naar het land
waar hun ouders vandaan kwamen. En dat niet
alleen, zij vinden precies die stroom, die rivier,
of dat meer terug waar hun ouders geleefd heb-
ben. Als de rivier zich splitst, weten ze precies
welke arm ze moeten kiezen en eventueel welke
zijrivier ze moeten inslaan. Worden ze gevangen
en in een andere rivier weer uitgezet, dan reizen
ze net zo lang tot ze weer terug zijn op de plaats
waar ze \'thuis\' horen.
Wie gaf deze dieren dit zeldzame vermogen zo

 hun weg te vinden? Op deze vraag is maar één
bevredigend antwoord te geven: Dit is het werk
van God! \'Hoe talrijk zijn uw werken, o Here, U

 hebt ze alle met wijsheid gemaakf (Ps. 104:24).

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door lucky om 17:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Maar God zij dank.

Maar God zij dank.

1 Kor. 15:57

Dit bijbelgedeelte vertelt ons dat het leven van
Iemand die in Christus gelooft, eindigt in een
glorieuze overwinning. We kunnen de dood dus
moedig onder ogen zien. Het enige dat de dood
vermag, Is ons brengen in het huis van de Vader.
Hl] is dus eerder onze dienstknecht dan onze vij-
and, omdat Christus door zijn verlossingswerk
de dood heeft vernietigd. De dood Is dood, hij Is
verzwolgen in de overwinning. De dood ontdoet
ons slechts van ons verouderd en vergankelijk
kleed en direct daarna bekleedt de Heer ons met
een onvergankelijk kleed. Dat Is pure winst!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:20 Reageer op dit bericht Stuur door

buigt u voor Hem neer.

buigt u voor Hem neer.

Ps. 45:\'12

_ Dit is geen sprookje. Het gaat over een eeuwige, schitterende Koning: Een die boven alles en iedereen verheven, en voor Gods eigen hart een bron:.van vreugde is. Omdat gedeelde vreugde dubbele vreugde; is, wil God zijn blijdschap over deze Koning, met ons delen.

Van deze koning zegt de-.Bijbel: Hij heeft gerech­tigheid lief en. haat goddeloosheid. Psalm 45 beschrijft zijn heerlijkheid en de eer die Hem in de toekomst gebracht za1 worden. Het is dezelfde boven wiens kruis geschreven: stond: Jezus, de koning der Joden: Maar na zijn opstanding en hemelvaart is Hij aan Gods rechterhand gaan zitten.

Ps. 45
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 23:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Wie had dat ooit

Wie had dat ooit kunnen bedenken: de verachte man,van Nazareth, de met doornen gekroonde ; \'koning\' zal straks zitten op de troon in Jeruzalem, de stad die Hem tot op het diepst heeft; : vernederd, die < Hem verwierp, omdat zij niet wilden dat hij hun koning zou zijn. De man die voor zijn vijanden bad: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen:\' Maar ook de man die het verlossingswerk volbracht, opdat zijn vijanden gered zouden kunnen , worden en vergeving van zonden zouden ontvangen.

, Diezelfde man zal eens zijn zwaard aangorden en als overwinnaar ten strijde trekken tegen alle onrecht. Maar wie in Hem geloofd.en Hem heeft leren kennen als de man die Zichzelf heeft gegeven omdat Hij ons liefhad, diens hart wordt geraakt en begint te trillen van blijdschap, dank­baarheid en wederliefde. Denkende aan de liefde ,van onze Heiland zeggen wij het de Korachieten. na: \'Heer Jezus, U bent schoner dan de men­senkinderen. Uw woorden zijn woorden van genade. Niemand`is met U te vergelijken.\'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:55 Reageer op dit bericht Stuur door

ZONDER LICHT..

Het is nog midden in de winter als de kinderen op hun fietsen stappen om naar school te gaan. We wonen buitenaf en ze moeten bijna 5 kilometer fietsen om die school te bereiken. Door de tijd heen zijn wij experts geworden in het maken van de fietsverlichting. We werden wel gedwongen, want de verlichting was meestal stuk op momenten dat de fietsenmaker gesloten was. Het kroost kwam dan meestal met de opmerking dat 'de lamp het gisteren nog deed' en ze er dus niets van begrepen hoe het kwam dat deze er 's morgensvroeg, voor het naar school gaan, zo spontaan mee ophield. Wij dus ook niet, en omdat het zo regelmatig voorkwam, waren wij er bijna van overtuigd dat we kaboutertjes in de schuur hadden die er behagen in schepten 's nachts de fietsverlichting onklaar te maken. Zodoende werden we gedwongen om te kijken waar de mankementen lagen. Met gepaste trots zagen we even later hoe ze wegfietsten en keken we vier kleine rode lichtjes na....met in ons hart het gebed om de bewaring van onze Here voor die dag. Wat zijn er veel mensen op de levensweg die zonder licht rijden, en wat lopen ze gevaar. Ze zien geen sloten of greppels, geen modderige bermen, of ze raken de weg kwijt doordat ze de verkeerde afslag nemen. Maar ze worden ook niet gezien en lopen de kans omver gereden te worden met als gevolg valpartijen, ernstige verwondingen of de dood.
Wat is het belangrijk om te weten wat je moet doen als je geen licht hebt. Sommigen gaan dan naar het verkeerde adres en proberen licht te vinden bij diegene die de duisternis liefheeft, satan die ver weg staat van De Lichtdrager, Christus Jezus. Deze Jezus die van Zichzelf zei dat Hij het Licht der wereld was. Gelukkig voor onze kinderen dat we weten hoe de fietsverlichting gerepareerd moet worden zodat ze met hun lamp aan naar school kunnen. Maar wat zijn we blij dat wij hun kunnen vertellen dat Gods Zoon voor hen het Licht op hun levensweg wil zijn. We zeggen er echter ook bij dat wij dat niet voor hen kunnen gaan halen. Dat moeten ze zelf doen bij het Kruis van Golgotha. Daar heeft Hij voor hen gehangen in uren van ondoordringbare duisternis, om hun zonden te dragen en voor hen het Licht te zijn.
Loopt u nog in het donker? Wij weten wat u nodig hebt, maar u moet het zelf gaan halen. Ga naar Het Licht der wereld! Soms is het pad dat u moet lopen maar schamel verlicht misschien, maar het is altijd voldoende om de volgende stap te zetten. Daar zorgt de Here persoonlijk voor!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:02 Reageer op dit bericht Stuur door

HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (3)


    HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (3)

 De meester liep naar een grote groep bam-

 boestengels, die dicht opeen stonden. \'Ben jij

 bereid?\', vroeg hij de eerste. \'Bereid, bereid\',

 mopperde de stengel, \'natuurlijk ben ik bereid.

 maar dat kan toch niet? Kijk een; wat een goede

 gemeenschap wij vormen. Als u mij wegneemt,

 valt deze hele groep uit elkaar. Want Ik leid

 deze groep.\' De anderen knikten Instemmend.

 \'Goed\', antwoordde de meester, \'Ik kan ook

 alleen iemand gebruiken die bereid is zichzelf te
verloochenen en zichzelf helemaal aan mij toe
te wijden.\' Zoekend en speurend liep hij verder.
Een beetje aan de kant stond een enkel riet. Hij
was lang niet zo sterk als de anderen, maar wel
heel lang. De meester hield zijn pas in. \'Hoe
denk jij| erover?\', vroeg hij. Even zweeg het bam-
boeriet. Toen fluisterde hij, nauwelijks verstaan-
baar: \'Als u mij kunt gebruiken, neem me dan
maar.\' De andere bamboestengels keken elkaar
veelbetekenend aan. Daar had je hem weer. Een
paar jonge sprietjes proestten het bijna uit van
het lachen. \'Nee, zeg, die? Dat Is toch belache-
lijk\'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Maar nu, Christus is opgewekt.

Maar nu, Christus is opgewekt.

                      1 Kor. 15:20

Paulus argumenteerde in het voorgaande op een
\'als ... dan\'-manier. Dat trekt hij later nog verder
door. Maar dat laat hem niet koud: het raakt
de kern van zijn geloof. Daarom kan hij het
met laten om zijn betoogtrant te onderbreken
met een julelkreet. Het is echt waar Chrlstus

 Is opgewekt! En daarin ligt onze hoop voor de

 toekomst. Hij is de eerste: er volgen er dus meer.

 Wij mogen uitzien naar de komst van Christus.

 Dan zullen allen die bij Hem horen, levend

 gemaakt worden. Hl| zal de dood, de laatste vij-

 and, te niet doen. Hij Is Overwinnaar !

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:15 Reageer op dit bericht Stuur door

HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (2)

Ademloos luisterden de bamboestengels naar
de meester. Ik heb jullie nodig\', legde hij uit.
\'Wij moeten namelijk een waterleiding aanleg-
gen van de bron hoog In de bergen naar het
dorp halverwege de helling. Het waterdragen
Is zo zwaar voor de vrouwen.\' Het werd stil. De
bamboestengels keken elkaar aan, verrast, een
beetje angstig voor wat er zou gebeuren. De
meester keek het krachtigste bamboeriet aan. \'Jij
bent het meest geschikt, jou moet Ik hebben.\'
\'Nee\', riep het net verschrikt uit, \'neem mij
alstublieft niet. Het snijden doet zo\'n pijn en Ik
ben erg gevoelig.\' \'Als je niet wilt, hoef je niet\',
antwoordde de meester, \'Ik heb het liefst vrijwil-
ligers.\' En hij wendde zich tot een ander riet. jij
bent ook sterk, mag Ik jou nemen?\' \'Liever niet,
fluisterde het bamboeriet met een zacht stem-
metje, \'Ik ben nog zo zwak. Ik voel me er hele-
maal niet toe In staat.\' \'Goed\', zei de meester,
\'Ik heb liever iemand die zijn gevoel opzij kan
zetten. Dan zoek ik wel verder.\'
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:48 Reageer op dit bericht Stuur door

ALS CHRISTUS niet is opgewekt...

ALS CHRISTUS niet is opgewekt...

                       1 Kor. 15:17

'Christus is uit de doden opgewekt, dat is de
christelijke prediking. Stel je voor dat het niet
zo was! Maar hoe kunnen er dan christenen zijn
die beweren dat er geen doden opstaan? Paulus
schildert de consequenties van zo'n gedachte-
gang. Als geen enkele dode opstaat, dan Chris-
tus ook niet. Het zou betekenen dat Paulus en de
anderen valse getuigen, leugenaars, zijn; dat hun
boodschap leeg, ijdel is; dat geloven dan dus ook
geen enkele zin heeft. Dan is er geen redding en
geen vergeving van zonden. Verschrikkelijk, als
je niet gelooft dat Christus; is opgestaan!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:39 Reageer op dit bericht Stuur door

HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (I) DEEL1

   HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (I)
Het was stil In het bos dat tegen een berghelling
In China lag. Zoekend baande een oude man
zich een weg door het kreupelhout. De bomen
en planten stopten met hun onderlinge gesprek-
ken: er was een mens in het bos. Zelfs het anders
zo luidruchtige bamboeriet zweeg. Alleen een
paar kleine brandneteltjes durfden elkaar nog
toe te fluisteren: ^Er moeten zeker weer een
paar grote bomen omgehakt worden.' Maar ze
verasten zich. De oude man bleef staan voor
een bamboebosje en begon te praten. Verbaasd
keken de bamboestengels op. Had de meester
het tegen hen? Meestal kwam hij om een paar
flinke stevige bomen te kappen, die hij dan In
stukken hakte. Om hen bekommerde hij zich
zelden; zij waren maar gewone bamboestengels !
Maar nu had de meester het toch werkelijk tegen
hen. Voorzichtig boog hij| met zijn handen het
bamboebosje wat uit elkaar en zocht de beste
stammetjes op. Hij bekeek ze van alle kanten en
legde toen uit wat zijn bedoeling was.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Het evangelie waardoor u ook behouden wordt.

 

                                1 Kor. 15:1
paulus benadrukt dat wat hij gaat vertellen, het-
zelfde is als hij In het verleden heeft verkondigd.
Zo hebben de lezers het ook aangenomen: het ls
hun geloofsbasis. Die basis Is: het sterven, het
begraven worden en de opstanding van Jezus
Christus. Doordat Hlj stierf voor onze zonden
zijn ze weggedaan. Maar zonder opstanding zou-
den we nooit zeker weten dat Hij overwonnen
heeft. Daarom begint Paulus met alle mensen op
te sommen die de opgestane Heer hebben ont-
moet. Daarmee onderstreept hij: wij geloven het
evangelie van de Heer, Die de dood heeft over-
wonnen, Die Is opgestaan.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:33 Reageer op dit bericht Stuur door

eigen weg

Hij die zijn eigen weg wil gaan,
ziet dwaallicht vaak voor sterren aan
en gaat hij op dat schijnsel door.
Dan dwaalt hij licht van het goede spoor..
God alleen kent het juiste pad
dat uitloopt op de hemelstad /
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 23:28 Reageer op dit bericht Stuur door

WAAR IS DE OPWEKKING?

In de loop van de tijd is in de christenheid tra-
ditie, sleur en zelfs openlijk verval binnenge-
slopen. Wat dat betreft heeft de kerk het er niet
beter afgebracht dan Israël. Maar zoals onder het
volk Israël mannen opstonden die de mensen
weer wakker schudden en er een opwekking
kwam, zo zijn er ook in de kerk mensen geweest
die de noodklok hebben geluid. De tijd van de
Hervorming is hiervan een voorbeeld. Ook het
Reveil is hiervan een voorbeeld.
Een heel bekende opwekking vond aan het
begin van de vorige eeuw plaats in Wales. Toen
het nieuws daarvan Londen bereikte, reisden
twee heren naar het westen om de opwekking
eens 'te gaan bekijken'. Ze stapten uit op een
klein spoorwegstationnetje en vroegen aan de
stationsbeamte: 'Waar is de opwekking?' Deze
legde zijn hand op zijn hart en zei: 'Heren, de
opwekking is hier onder de knopen van mijn
uniform.' De op sensatie beluste heren uit
Londen stonden beteuterd te kijken. Toch was
wat deze man zei heel terecht. Een opwekking
bestaat niet in uiterlijk vertoon, maar in de
toewijding van je hart, die zichtbaar wordt in je
levenswandel.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Beste God

Lars is één van de vele kinderen in ons land die nog nooit het evangelie hoorde. Zomaar ineens verscheen hij op de kinderclub en iedere woensdag is hij nu van de partij. Hyperactief, dat wel, maar naar het verhaal luistert hij aandachtig. Danken wil hij ook wel. Even denkt hij na. Dan zegt Lars: 'Beste God, dank U dat U even tijd voor ons had. Het was een mooi verhaal. Amen.'
Ontroerend. Zijn ouders hebben te weinig tijd voor hun kinderen. Als hij dat alleen maar zou vasthouden, dat God altijd tijd voor hem heeft! Bid alstublieft voor al die 'Larsen', het zijn er zo schrikbarend veel.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:38 Reageer op dit bericht Stuur door

De wegen van God

Op 6 mei 1857 hield het Britse Bijbelgenoot-
schap in Londen zijn jaarlijkse vergadering:
Lord -Schaftesbury die de vergadering opende,\'
begon met de woorden: \'Eigenlijk is er op deze \'
dag niets bijzonders te melden.\'
Maar hij vergiste zich. Terwijl hij sprak, barstte
er op datzelfde moment in India een grote
opstand \'van Bengaalse troepen los. Het maga-
zijn van het Bijbelgenootschap in Agra, met zijn
geweldige voorraad Bijbels -in een groot aantal
inheemse dialekten,: werd al bij de eerste ongere-
geldheden verwoest.
Enige tijd later werd, een aantal - exemplaren
van -de Bijbel door een regiment Mazhali Sikhs
gevonden. Dit regiment stond onder de opstan-
deíingen als het meest barbaars bekend. Een
aantal van deze mannen werd door hef lezen
van dë Bijbel in hun geweten getroffen en \'Zij
bekeerden zich tot God.
Wat een groot verlies voor het werk van het Bij-
belgenootschap leek, bleek vachteraf grote winst
\' te zijn. Opnieuw bleek hoe ondoorgrondelijkde
wegen van God zijn.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 09:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Paas--Jubel

Paas-Jubel

Zaterdag 15 April 2006 19.30 uur

Thema: Simon, Simon...

Kom met ons genieten van de mooiste Paasliederen!

Elke Bezoeker krijgt een geschenkje...

E-vangelische Kerk Leegstraat 208 8780 Oostrozebeke

8780 Oostrozebeke

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 18:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Het uur van de waarheid

In de kathedraal van Canterbury ligt onder andere het graf van Hendrik de Vierde. Zijn graf is een rijk versierde graftombe van grote his­torische waarde: Jaren na zijn sterven vertelde `

men in Engeland, volgens een legende; .dat het lijk van de koning, tijdens een overtocht over de rivier overboord geslagen was. Er zou in de tombe alleen maar een lege kist geplaatst zijn. Zo\'n legende prikkelt de nieuwsgierigheid. Ongeveer tweehonderd jaar geleden: heeft men daarom het graf geopend. Het bleek dat de vorst toch in de tombe begraven was..Zó heeft men de waarheid over dè dode Hendrik de Vierde leren kennen toen zijn graf \'geopend werd. -

Eenmaal zal ook het uur van de waarheid over het leven van Hendrik de \'Vierde, en over het leven van alle mensen, komen. Dat -zal  gebeu­ren als God de graven opent en allen voor Hem -rekenschap zullen moeten afleggen. Dan ver­dwijnt elke legende over het leven van de mens en blijft alleen de waarheid over.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:24 Reageer op dit bericht Stuur door

ZWEVEN ALS EEN VOGEL


 
Het is een prachtige winterdag. Het is zonnig en het waait ook nog aardig. Kortom: een uitgelezen dag om twee soorten vogels te zien zweven. Net nog heb ik mijn kijker gepakt om twee buizerds omhoog te zien schroeven op de thermiek. Zij maken gebruik van de zon die de aarde verwarmt, waardoor er warme lucht omhoog stijgt. Het zijn mooi-weer-vogels, ze worden gedragen door de warmte van de aarde. Meeuwen en stormvogels moeten het vooral hebben van de wind. Tegen de wind in stijgen ze omhoog en dan gebruiken ze de wind om grote afstanden af te leggen - moeiteloos en met vrijwel stil gehouden vleugels. In de storm zijn zij pas echt in hun element. Zij hebben de aarde niet nodig, je vindt ze ook midden op zee. Je vindt deze twee soorten vogels ook onder christenen. Sommige gedijen alleen bij mooi weer, bij goede omstandigheden. Ze bereiken dan moeiteloos grote hoogten. Ze moeten bij storm en regen echter aan de grond blijven en toekijken hoe de stormvogels de elementen trotserend de aarde ontstijgen. Waaraan ontlenen wij onze geestelijke kracht? Zijn wij alleen sterk als alles meezit? Gebruiken we de stormen in ons leven voor geestelijke groei? Of zijn we dan als aan de grond genageld?
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

ZICH ONNODIG ZORGEN MAKEN?


 
In Markus 16 lezen we van vrouwen die heel vroeg op de eerste dag van de week op weg zijn naar het graf van de Here Jezus. Op vrijdagavond hebben zij erbij gestaan en hebben toegekeken toen Hij in het graf werd gelegd. Als laatste bewijs van hun liefde voor Hem willen ze Zijn lichaam nog balsemen. Als ze zo onderweg zijn, hebben ze een probleem, waarover ze discussiëren. Zij zijn maar zwakke vrouwen en de steen die voor de ingang van het graf ligt, is zwaar. Ze zeggen tegen elkaar: \'Wie zal ons de steen van de ingang van het graf afwentelen?\'
Dit mogen we toepassen op onszelf. Ook wij maken ons vaak zorgen voor morgen. We denken aan de taak die voor ons ligt, we denken aan zorgen en problemen. Hoe zal het aflopen? Wat kan er gebeuren? Soms worden de zorgen en problemen ons te veel. De \'steen\' is te zwaar voor ons. De last die we moeten dragen, is te zwaar. Maar we maken ons, net als de vrouwen, vaak onnodig zorgen. Wat lezen we? \'En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen was afgewenteld, want hij was zeer groot.\' Wat een zorgen hadden zij zich, onnodig, gemaakt. En hoe geweldig is alles afgelopen! Moeten wij ook niet vaak, achteraf, zeggen: \'De Here heeft alles welgemaakt!\'
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 07:30 Reageer op dit bericht Stuur door

AAN DE ANDERE KANT


 
Met haar neusje tegen de etalageruit gedrukt, kijkt een klein meisje verrukt naar de prachtige poppen in de speelgoedwinkel. Ze is wèg van de poppenhuizen met al die kleine meubeltjes. O, als je eens naar binnen zou mogen om met al dat moois te spelen!
Een man staat aan het strand en kijkt naar de prachtige zonsopgang. Zijn hoop is op Christus en hij denkt aan de heerlijkheid van de hemel. O, om daar te mogen binnengaan - wat een onuitsprekelijke vreugde!
C.W. Lewis zegt dat zolang we op aarde zijn, we 'aan de verkeerde kant van de deur zijn'. Maar hij voegt er aan toe:'Al de bladen van het Nieuwe Testament ritselen van het gerucht dat het niet altijd zo zal zijn.' De Here Jezus laat ons niet 'aan de verkeerde kant van de deur'. Door Hem hebben we de zekerheid eens bij Hem te zijn in de heerlijkheid. Niet door onze eigen verdienste, maar op grond van Zijn volbracht werk. Als we in de hemel zijn, zullen we begrijpen wat er staat in 1 Korinthiërs 2:9 :
 
 'Wat heen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben.'
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:36 Reageer op dit bericht Stuur door

De Ziel

De hand waarmee je schrijft, is helemaal niet meer samengesteld uit dezelfde moleculen van voor 8 jaar. Wat ik zeg over de hand, geldt eveneens voor de hersenen. Uw schedel bestaat thans niet meer uit dezelfde hersenstof van voor 8 jaar. Welnu, gezien in een tijdsverloop van 8 jaar alles in uw hersens verandert, hoe kan het dan verklaard worden, dat je ten volle herinnert wat je voor die 8 jaar gezien, gehoord of geleerd hebt. Als die herinneringen diep ingegrift lagen in de lobben van uw hersenen en er bewaart bleven, hoe komt het dan dat zij de volledige verdwijning van die lobben overleven???? Die lobben zijn dezelfde niet meer van voor 8 jaar en toch heeft uw geheugen trouw en ongeschonden al die beelden bewaard. Dit toont duidelijk aan, dat er iets onstoffelijks bestaat, iets duurzaams en aanhoudend aanwezig, heel onafhankelijk van de stof. Dat iets is de ziel.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 09:39 Reageer op dit bericht Stuur door

De Bijbel die geveild werd

bijbel5jl.jpg\" In de buurt van Wuppertal-Elberfeld (Duitsland) ligt Wiltzhelden. In 1817 trouwde daar de schoenmaker Arnold Breidenbach zijn verloofde Frederike. Tot die tijd had hij in de schoenmakerij van het leger in Keulen gewerkt en het prachtige bedrag van 200 zilveren daalders kunnen sparen. Met dit geld kon het jonge paar een vervallen huisje met wat grond kopen. Ze vestigden zich hier en hier ook begon Arnold zijn bedrijfje. Er heerste in die streek grote armoede. Het land had erg onder het geweld van de Fransen geleden. Na hen waren nog eens de Russen plunderend rondgetrokken en … twee misoogsten volgden. De Breidenbachs hadden het ook arm. Arnold was godvrezend. Hij maakte van zijn geloof geen geheim. In het café of op de dansvloer zag men hem niet. Grappenmakers had hij ook niet tot zijn gezelschap. Nu, het is niet te verwonderen dat men hem op het dorp al gauw de naam “de vrome Breidenbach” gaf. Als hij klaar was met zijn werk, zat hij meestal in zijn Bijbel te lezen. De mensen in Witzhelden glimlachten wat over het leven van hun schoenmaker. Wel lieten ze graag door hem hun schoenen repareren of nieuwe schoenen maken, want hij was een vakman. Hij verdiende een 8 groschen per dag en daar had hij genoeg aan. Ja, hij kon zelfs nog iets opzij leggen voor de spaarkous. Vrouw Breidenbach was het met haar man eens. Ook zij vreesde God maar zij kende de Heere Jezus nog niet persoonlijk. Zover als haar man was, was zij nog niet. We zijn een paar jaar verder. Er waren kinderen geboren. Het oudste kind sliep bij de ouders in bed. Er was slechts één bed. Het tweede kind lag nog in de wieg, maar het hoofdje en de voetjes raakten de beide uiteinden van het wiegje. Moeder verwachtte haar derde. Hoor! Wat wordt daar omgeroepen? Wat schreeuwt de dorpsomroeper? Dat in de herberg een boeldag gehouden zal worden. Meubelen, huisraad en nog meer zullen bij opbod verkocht worden. Vrouw Breidenbach tot haar man: “Arnold! Dit is een mooie gelegenheid. Ga eens een bed kopen. We hebben nu 17 daalders gespaard. Dat zal toch wel genoeg zijn.” Zwijgend luisterde de schoenmaker naar zijn vrouw. Hij was geen man van veel woorden. Maar op de dag van de verkoop, legde hij het werk neer, trok zijn blauwe kiel aan, nam het gespaarde geld en trok naar de herberg. Daar staken de mensen de hoofden bij elkaar. Wie kwam daar binnen? Breidenbach? Hij was daar toch nog nooit geweest! Maar nu dan toch maar voor het eerst! “Nu, meester, wat wilt u nu hier doen?”- “Ik heb een bed nodig.” “O, er zijn bedden genoeg hier!” De verkoop begon. Men kletste wat, maakte lawaai en dronk. Het eerste wat te koop aangeboden werd was… een Bijbel. Een heel grote en oude. Wel 120 jaar oud en wel 41 cm x 25 cm; gewicht: 7 kg. Geen gewone Bijbel, maar één met verklaringen. De meeste aanwezigen waren al door de alcohol in de greep genomen. Ze begonnen te spotten en grappen te maken, toen de Bijbel te koop geboden werd. Er werden verzen uit de Bijbel aangehaald en er werd om gelachen. Een koopman bood al 15 groschen. Hij had inpakpapier nodig. Het hart van Breidenbach trok samen. Hier werd met dát boek gespot waar hij zoveel van hield! Hij bood een daalder. De Bijbel mocht niet voor inpakpapier gebruikt worden! “Wie heeft er een daalder geboden?” - “De vrome Breidenbach!” “Opdrijven”, schreeuwden de mensen. Onder gespot en gelach bood nu de één, dan weer een ander en ze maakten maar grapjes. Arnold Breidenbach bood ook steeds nog. Hij dacht niet meer aan het bed. Hij wilde maar één ding: De Bijbel redden uit de handen van die woeste spotters. Maar… de prijs was al opgelopen tot 16½ daalder. Breidenbach bood nog eens: 17 daalder. Daar klonk: Eenmaal, andermaal, de derde maal!” En een klap volgde. De Bijbel was toegewezen aan Arnold en nu moest hij zijn 17 daalders betalen. Stil pakte hij de Bijbel op en ging naar huis. Thuisgekomen was natuurlijk de eerste vraag van zijn vrouw: “Maar wat heb jij daar toch?”- “Een Bijbel.” “En waar is dan het bed?”- “Ik heb geen bed.” “Waarom niet?”- “Door die Bijbel.” “Wat kostte die Bijbel?”- “Zeventien daalders.” Nu, wat barstte toen een stortvloed van scheldwoorden los! Arnold trok zijn blauwe kiel uit, deed zijn schort weer voor en ging aan het werk. Op de verwijten en argumenten van zijn vrouw kon hij slechts antwoorden: “Ik kon het niet langer verdragen dat er zo over het Boek gespot werd.” Toen Arnold die avond uit de Bijbel wilde voorlezen, liep zijn vrouw de kamer uit. Die dag leek de zegen uit de woning te zijn verdwenen. De volgende dag kwam al heel vroeg een molenaar uit de buurt in zijn werkplaats. Arnold vroeg hem: “Waarmee kan ik u van dienst zijn?” De molenaar krabbelde zich verlegen op het hoofd. “De zaak zit zo. Ik kom wegens de Bijbel en het bed. Toen ik mijn vrouw gisteren het verhaal helemaal verteld had, heeft zij mij niet zo zuinig de les gelezen: “Jullie mannen moeten altijd spotten als je gedronken hebt.” Die hele avond heeft ze me niet met rust gelaten en de hele nacht heeft ze, naar ze zei, niet geslapen. Ik moest opstaan en met de knecht een bed uit het personeelskamertje halen. Dat bed werd niet meer gebuikt. Ze heeft vers stro fijn gesneden en een nieuwe beddezak -soort matras- opgevuld. “Alsjeblieft”, zei ze vriendelijk, “neem dat bed en ga, anders krijg ik geen rust.” Arnold heeft intussen zijn vrouw geroepen. Ze keken beiden en vrouw Breidenbach ging al gauw naar binnen en ze deed als Petrus. Ze… huilde! – Het bed werd van de wagen genomen en in de kamer gezet. Die avond las Arnold zijn vrouw voor uit Ps. 37. “En verlustig u in de Heere, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten. Wentel uw weg op de Heere, en vertrouw op Hem. Hij zal het maken…” Frederike Breidenbach overleefde haar man wel 21 jaar. In het sterfjaar van haar man leerde zij de Heere persoonlijk kennen.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten